Buma Stemra ziet af van YouTube-tax

We kunnen als bloggers weer even opgelucht ademhalen: Buma Stemra ziet, voorlopig, af van de €130 per 6 te embedden filmpjes. Men zou individuele bloggers ‘ontzien’, maar ik schrijf liever toch zonder ontzien te hoeven worden.

“Buma/Stemra ziet voorlopig af van de omstreden licenties voor het embedden van filmpjes, in de volksmond de YouTubetax. Dat is volgens de branchevereniging voor podia en festivals VNPF de uitkomst van gesprekken van Buma/Stemra met VNO/NCW en MKB Nederland.”

Via 3voor12.

VSV Verkenner

VSV Verkenner ROC Tilburg In het verleden heb ik al vaker geschreven over VSV en de manier van berekenen. Alhoewel daar dus op af te dingen valt (o.a. doordat uitstroom naar erkende particuliere opleidingsinstituten die niet aan BRON hoeven te rapporteren, automatisch “Voortijdig Schoolverlaters” zijn), vind ik de nieuwe manieren van informatie tonen echt heel waardevol.

In voorgaande jaren was de VSV-Atlas een vuistdik document waar je, na enig zoeken, je eigen regio en instelling terug kon vinden. Nu is echter alle informatie terug te vinden in de VSV Verkenner. Waarom zo handig:

  • Alles online bij de hand
  • Makkelijk in en uit te zoomen, van regio, naar stad, naar school en terug.
  • Op elk zoomniveau specifieke aanvullende informatie, afhankelijk van gekozen regio en stad.
  • Vergelijkingen: op elk niveau kunnen vergelijkingen gemaakt worden. School vergeleken met regio, regio’s onderling, scholen onderling etc.

Kortom, een handige site voor iedereen die bij VSV en de cijfers betrokken is.

Architectuur: noodzakelijk stuurinstrument voor BVE-bestuurders

Architect

Ik was vandaag te gast bij ROC Midden Nederland voor alweer de derde Markt van Leveranciers. Georganiseerd door het BVE-Platform, of nauwkeuriger: onder de vlag van saMBO~ICT. Onze instelling is al een tijd zich aan het oriënteren op een opvolger voor nOISe. Deze markt ging niet alleen over kernregistratie, maar ook onderwijslogistiek en andere terreinen van planning en organisatie.

De openingslezing werd gehouden door Daan Rijsenbrij. Met als titel: “Architectuur, noodzakelijk stuurinstrument voor BVE-bestuurders”.

Daan opent met de kreet: “Je kunt niet zonder architectuur!” en de vraag of dat geen flauwekul is. Daan ziet vaak dat er wel een (referentie)architectuur wordt gebruikt, zonder dat de noodzaak eigenlijk bekend is. Architectuur is geen “IT-feestje”. Hij schetst een linkeroever met een hiërarchische instelling en losse IT systemen en een rechteroever met genetwerkte systemen in een webachtige instelling.

Vervolgens komt Daan met een open vraag: “Waarom blijven ontwikkelingen hangen?” Stilte in de zaal, toch twee reacties: Jaap de Maare oppert als probleem “decentrale inspraak zonder regie” en een ander “te weinig jonge mensen”.

Daan zelf:
– We durven niet te investeren, kost gaat voor de baat uit.
– Onvoldoende architectuur aanwezig om het op een verantwoorde manier te doen.
– Er is een vloedgolf van nieuwe technologieën.
– Er is een vloedgolf aan eisen en wensen: betere service, nieuwe regelgeving, CGO, lagere kosten, plaatsonafhankelijk leren etc.

Vervolgens pleit hij ervoor om het doel van architectuur scherp te hebben: het biedt een atlas, het helpt complexiteit te verminderen, het is kaderzettend voor de realisatie en het is een communicatiemiddel. Hij geeft ook een definitie van architectuur: “Het schrijft voor hoe een onderneming de informatievoorziening, de applicatie-architectuur en de infrastructuur wordt vormgegeven, dient te worden gebouwd en zich voordoet in gebruik”.

Waarbij de metafoor de volgende lagen kent:

  • stadsplan = schoolorganisatie
  • wijkplan = domein
  • gebouwontwerp = informatiesysteem
  • de ‘binnenhuisarchitectuur’ in deze metafoor is meestal nog in een beginnend stadium.

Verder merkte ik enkele tips op:

  • visualisaties zijn belangrijk (hij onderscheid er 6).
  • let op bij aanschaf van pakketoplossingen: elk pakket heeft een inherente architectuur, als deze je niet duidelijk is, besef dan wel dat je deze cadeau krijgt! En consequenties heeft.
  • start met eigen architectuur.
  • laat de leverancier zijn architectuur tonen.
  • referentiearchitectuur is belangrijk: je hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden.
  • onderzoek de aanpasbaarheid/veranderbaarheid van een pakket.
  • laat architectuur eigendom zijn van businessmanager niet van IT.
  • architectuur dient volledig begrijpbaar te zijn, ontdaan van technische termen.

Valkuilen om te vermijden:

  • Architectuurprincipes vermelden zonder aansluiting bij het ontwerp zinloos. Als het niet aanwijsbaar is, laat het dan weg.
  • Soorten architecten door elkaar halen: de term architect is aan erosie onderhevig. Als je jezelf serieus neemt, dan noem je jezelf architect. Er zijn echter kaderstellende (enterprise en domein) en oplossings- architecten.
  • Niet weten waar je architecten zitten.

De hele presentatie is hier te vinden.

Al met al heb ik er enkele nuttige dingen uit kunnen halen. De presentatie zelf maakte echter een rommelige indruk, de lijn van het verhaal werd niet duidelijk. Ook de manier van presenteren leek van de hak op de tak te gaan, met een verzameling gedateerde sheets, ogenschijnlijk, willekeurig bij elkaar gezet. Samenvattend had ik het idee dat de presentatie “te hoog over vloog”. Helemaal toen er geen enkele vraag bleek te komen uit het publiek. Ook niet toen men daartoe uitgenodigd werd. En dat is een veeg teken: een publiek dat geen enkele reactie vertoont is meestal een signaal dat de boodschap niet overgekomen is.

Dat vind ik jammer omdat de timing en keuze van dit onderwerp binnen de BVE instellingen zeker niet te vroeg komt.

Ruime informatievoorziening voor krappe arbeidsmarkt

Één van de punten uit de bestuurlijke agenda van onze instelling is “De verankering van de opleidingen in het veld is wezenlijk verbeterd.” Daarnaast zoeken we manieren om ons productportfolio kritisch te bekijken. Aspecten die hierbij een rol spelen: kosten of betaalbaarheid en rendementen van een opleiding.

Een andere dimensie zou wellicht kunnen zijn: arbeidsmarktrelevantie. Een indicator hiervoor is de krapte op de arbeidsmarkt. Cijfers hierover worden geproduceerd door het UWV. Ik heb er afgelopen dagen mee gespeeld en ik wilde mijn eerste ervaringen erover kwijt.

  • Ten eerste een prima voorbeeld van hoe een overheidsinstelling zijn beschikbare informatie niet opsluit maar juist toegankelijk maakt! Behalve dat er maandelijks rapportages in PDF worden geproduceerd wordt de complete set van gegevens beschikbaar gesteld op een manier die zelf flexibel samen te stellen is. Door kolommen en rijen samen te stellen met de dimensies die je zelf nodig hebt (beroepsklassen, beroepsgroepen, periodes, regio’s etc.). Tenslotte is alles naar Excel te exporteren voor verdere verspreiding. Het systeem is zo te zien van Panorama.
    Ook zijn de gebruikte definities snel terug te vinden in de toelichtingen.
  • Ten tweede iets over de bruikbaarheid hiervan voor ons als onderwijsinstelling. Waar we mee aan het experimenteren zijn is om deze cijfers te verbinden met opleidingen. Door te kijken naar de beroepsgroepen waarvoor wordt opgeleid. Dan zou uit de krapte-indicatoren van al die beroepsgroepen een totale krapte-indicator voor de opleiding berekent kunnen worden. Sommige beroepsgroepen zijn wel toe te schijven aan meerdere dicht bij elkaar liggende opleidingen, uit dezelfde sector, maar als indicator zou het nuttig kunnen zijn.

Hoe het standpunt “student centraal” en “verankering in het veld” zich verhoudt is trouwens een ander verhaal. Wat te doen als je een opleiding aanbiedt volgens de wensen van de student, maar waar het veld niet op zit te wachten…

Overigens mag die arbeidsmarkt wel iets minder ruim…

Mijn oudste digitale voetafdruk

Niet zo belangrijk, hier eentje uit de category “ego-self-searching”. Maar ik was toch nieuwsgierig: Wat zou nou het oudste online terug te vinden stukje informatie zijn van mezelf? Mijn eerste internet activiteiten begonnen in 96/97 ongeveer. Maar surfen liet toen weinig sporen na. Forums, blogs, eigen domeinen waren bij mij nog niet in beeld.

Wat ik wel deed had te maken met mijn bezigheden als scheikunde docent en het proberen om een soort vakcommunity op  te zetten. Dat verliep dan via nieuwsgroepen (Usenet). Laten die nou net door Google overgenomen zijn èn doorzoekbaar.

Dus na lang zoeken kwam ik verwijzingen tegen over een mailinglist “ChemNews“. Die is na een korte tijd een stille dood gestorven. Community bouwen heeft meer te maken met mensen dan met techniek… Vond het alleen leuk om terug te vinden. Er staat zelfs mijn ICQ nummer bij. November 1998 dus. Wat is jouw eerste digitale voetafdruk?

Blackberry App World

In navolging van andere App winkels, heeft Blackberry er nu ook eentje. Alhoewel een eerste blik veel games toont en andere voor mij niet nuttige tooltjes, ben ik er toch blij mee. Voorheen kostte het me altijd veel tijd om te speuren naar een specifiek Blackberry progje, waarvan je maar mocht hopen dat het technisch werkte.

Helemaal handig vindt ik de categorie verdeling die via RSS te volgen is. Mochten er op een bepaald gebied nieuwe apps verschijnen, dan krijg ik het automatisch binnen. Op dezelfde manier hield ik al nieuwe plugins voor WordPress in de gaten en dat bevalt me ook goed. Nu dus ook voor Blackberry.

Patent-Infringement-Avoidability

Ja, trottoir is ook een moeilijk woord, alleen dat is in het Frans. Dus bij deze een andere, maar dan in het Engels… Waarom?

Ik had een redelijk primaire reactie na het lezen van deze. Gelukkig is wordpress ook weer niet zo laagdrempelig dat die reactie 1-op-1 op je blog komt 😉 Anyway, Blackboard gaat weer achter een patent aan. Even disclaimer:

  • Ik ga er van uit dat er allerlei redenen zijn waarom een leverancier, buiten zijn eigen wil om, in een patenten-oorlog verzeild raakt.
  • Ik ga er van uit dat Amerikaanse situaties i.v.m. patenten verschillen van Europese.
  • Ik ga er vanuit dat zo’n patenten-oorlog als klant te ingewikkeld is om echt te volgen. Voor wie dat wil ervaren: lees Michael zijn feed van Edupatents maar eens door.
  • Ik ga er van uit dat een klant niet eens wil weten hoe die patenten in elkaar steken. Als klant wil je er vooral geen last van hebben. Bijvoorbeeld door verminderde investeringen in innovatie, die zijn weerslag krijgen in een applicatie die trager ontwikkelt.

Maar even verder redenerend: hoe kan een edupatent nadelig werken voor het onderwijs?

  • Ontwikkeling: juridische processen zijn kostbaar, waardoor minder geld overblijft voor de ontwikkeling van het pakket. Dus in plaats van geld te besteden aan innovatie, wordt er geld besteed aan advocaten en juristen.
  • Licentie-kosten: een leverancier moet het geld ergens vandaan halen. Dat leidt indirect tot afwenteling op de klant door hogere licentiekosten. Waar een onderwijsinstelling weer voor opdraait.
  • Verminderde functionaliteit door patent-inbreuk, als deze functionaliteit echt uit de applicatie gesloopt moet worden.

Of een leverancier zijn geld, tijd en energie niet steekt in zinloze patent rechtszaken, kun je geen onderdeel maken van de functionele eisen van een software pakket. Als je nog bezig met de keus er van of zo. Of als je onderzoek doet of je het huidige pakket niet eens wil migreren naar een ander… Ten minste, niet direct: als een patent zou leiden tot afwezigheid van functionaliteit, dan zou het gemis ervan gewogen kunnen worden, t.o.v. je eisen.

Hoe kun je dit dan wel meenemen in pakketkeuze?

Ten eerste zou er een nieuw soort eis geformuleerd kunnen worden, maar dan onder het hoofdstuk “Non-functional-Requirements“. Wikipedia geeft een hoop voorbeelden, waaronder “Legal and licensing issues”. Meer specifiek zou dit dan kunnen heten: “Patent-Infringement-Avoidability” oftwel het vermogen patent-inbreuken te vermijden.

Ten tweede zou je hier indicatoren voor kunnen verzinnen, die antwoord geven op de vragen:

  • Hoe groot is de kans dat deze leverancier betrokken raakt bij patent conflicten?
  • Hoe zou deze leverancier zich gedragen als het conflict niet vermeden kan worden?
  • Wat zou hij dan doen om negatieve gevolgen voor de klant te vermijden?

Het kunnen scoren van de antwoorden op deze vragen lijkt me wel moeilijker en het werk van analysten en marktkenners. Iemand een idee?

Een indicator voor de zapgeneratie

Je doelen bereiken klinkt leuker als de indicatie ervan een positief verband kent. Soms gaat dat echter niet, zoals bij ziekteverzuim. Hoe beter, hoe lager. Een andere is VSV. Met alle nadruk die er ligt op voortijdig schoolverlaten en het voorkomen ervan is er ook hier een negatieve indicator. Hoe minder voortijdig schoolverlaten hoe beter. Om het om te draaien heeft men in convenanten toch een positieve indicator weten te verzinnen. De reductie op VSV. Hoe meer reductie, hoe beter. Er kleven echter allerlei nadelen aan de manier waarop deze berekend wordt.

Wat voor andere prestatie-indicator (KPI) zou er geformuleerd kunnen worden voor de huidige zapgeneratie? Zappen hoeft tot op zekere hoogte niet slecht te zijn, zolang het maar binnen dezelfde onderwijsinstelling gebeurt. Opleiding past niet bij je ontwikkeling? Dan overstappen naar een andere opleiding! Zolang je maar onderwijs blijft volgen is het OK. Wegzappen vanuit onderwijs voor je een startkwalificatie hebt natuurlijk niet.

Er bestaan voor letterlijke zappers ook metrieken, vooral in verband met het wegzappen tijdens reclames. De KPI hiervoor is het percentage “Initial Audience Retained“. Oftewel: het gedeelte van het publiek dat aanwezig was bij het begin van de reclame en bleef hangen tot het einde. Hoe hoger, hoe beter.

Voor opleiding-zappers zou iets soortegelijks verzonnen kunnen worden: het percentage “Behouden Opleidingstarters”. Klinkt minder spannend dan in het engels (Initial Students Retained of zo?).

Learning Squared: van Leren2.0 naar Leren in het kwadraat?

Behalve dat de term “Web 2.0” een slimme truc was om na de eerste dotcom-zeepbel weer wat leven te blazen in zijn opvolger, een reeks conferenties te starten door de bedenker van de term en bekritiseerd werd als hype van techno-utopisten, betekende het in mijn ogen wel degelijk iets. Nu is daar al veel over geschreven, maar wat doe je als niet alleen de hype voorbij is, maar ontwikkelingen daadwerkelijk verder gaan. Meestal leidde dit tot discussies over wat dan precies Web 3.0 en Web 4.0 etc zou zijn…

Dan kun je als bedenker van de oorspronkelijke term, ook maar beter de opvolger verzinnen. En dan niet de voor de hand liggende (3.0). Want 1, 2, 3, 4 is zo lineair, terwijl alles toch exponentieel toeneemt. Wet van Moore enzo. Enter “Web Squared“. Oftewel: het web in het vierkant, in het kwadraat, tot de macht 2, web^2 etc. Een web waarin fysieke objecten een informatie-schaduw hebben en real-time gekoppeld zijn via een “Internet of Things“.

Nu had de term “Web 2.0” een hele serie tegenhangers, Enterprise 2.0, Business 2.0, Library 2.0, Government 2.0, Education 2.0 etc. Dus ik vraag me af of “Web^2” zachtjes gaat verdwijnen of dat het net zo’n vlucht neemt èn ook een serie tegenhangers krijgt. Learning^2? Vooralsnog roept het meer vragen op dan antwoorden:

  • Wat betekent het om te leren in een omgeving waarin fysieke objecten allemaal “connected” zijn?
  • Welke nieuwe werkvormen zouden kunnen ontstaan?
  • Hoe leer je om te gaan met de nog grotere stortvloed aan data en informatie?
  • Zou dat van invloed zijn op de manier waarop kennis verkregen of geconstrueerd wordt?
  • Zou dat van invloed zijn op de manier waarop we vaardigheden aanleren?
  • Welke overeenkomsten zijn er met de didactische mogelijkheden van Augmented Reality? Als user interface tussen fysieke objecten en hun informatorische schaduw?

Anyway, zomaar wat mijmeringen… ik zag al wel een soort van toepassing bij “Beyond Distance“.

Overal hetzelfde adresboek met Soocial

UniverseelAdresboek

Ik heb gedurende de jaren meerdere keren meegemaakt dat na aanschaf van een nieuw mobieltje ik òf via sim alle contactgegevens moest overtanken òf weer veel werk had om alles compleet te krijgen. Dus in je achterhoofd voortdurend het stemmetje “Als ik nou eens een tool vindt die dat overbodig maakt…”. Gelukkig komt bijna alle gewenste functionaliteit wel ooit tot ontwikkeling.

Het begon met Soocial. Een website die niet probeert een sociaal netwerk te zijn, maar 1 ding kan en 1 ding goed doet: Synchroniseren van je adresboek. Als eerste heb ik mijn Google Contacts er aan gekoppeld. Dat lukte zonder wachtwoord te geven enzo, maar netjes door autorisatie te vragen aan Google. Kan later altijd weer ingetrokken worden.

Daarna moest het nog naar mijn blackberry. Support daarvoor zit al een tijdje in “de volgende versie”, maar nu nog even niet dus. Via een omweg lukte het wel: Google heeft een prima Sync programma voor de Blackberry. Dus als ik nu mobiel een nummer of adres aanpas van iemand, pompt de sync het naar Google Contacts en dus je GMail. Even later pikt Soocial het op en stuurt het door naar mijn Windows Live Contactpersonen. Inclusief groepen die aangemaakt zijn bij Google komen goed mee. Deze worden zelfs groepen bij je MSN lijst.

Klein nadeeltje was wel dat iedereen waar je ooit een mailtje naar heb gestuurd door google gezien wordt als contactpersoon. Dus de sync kieperde 600 personen, veel dubbelingen, in mijn blackberry. Dat is daar niet zo’n probleem, want als je 3 letters van een persoon intoetst heb je meestal de juiste al. Plus opschonen heeft daadwerkelijk zin: het wordt vervolgens overal doorgevoerd.

Naar de toekomst toe: als ik ooit van mobiel verander, ben ik redelijk hoopvol dat Soocial deze ondersteunt. De moderne Nokia’s, Sony-Ericsson en IPhones ondersteunen ze. Ook bij kwijtraken heb ik gelijk een backup.