Onderwijslogistiek

Aangescherpte meetsystematiek voor nieuwe VSV convenanten

In het verleden heb ik al geschreven over VSV. Die eerste convenant-reeks is afgesloten. Was deze succesvol? Volgens Marja in ieder geval wel. Zelf vond ik de regeling vooral een stimulans om te leren samenwerken in een onderwijsketen (PO-VO-MBO, waar blijft trouwens scharnier HBO?) en met gemeentelijke partners  in de regio. Deze samenwerking is overigens net zo moeilijk als een student binnenboord houden.

Onze regio heeft nu een nieuw convenant ondertekend. De ‘aangescherpte meetsystematiek’ is hier terug te vinden, in bijlage A.

Kritiek op de eerste convenant-reeks viel uiteen in twee delen. In mijn ogen is er geluisterd naar beide punten:

  • Manier waarop de populatie deelnemers waarover je meet samengesteld werd:
    • Deelnemers die zonder kwalificatie uitstromen naar een niet-bekostigde MBO opleiding, een opleiding bij politie of defensie of een gevangenis tellen niet meer tegen.
    • AKA deelnemers die werk hebben na uitstroom tellen niet meer tegen.
    • Deelnemers die binnen 3 maanden na teldatum alsnog een startkwalificatie halen. Vooral handig als iemand net niet afrond binnen de tijd en even later wel zijn diploma haalt.
  • Manier waarop je de resultaten afzet tegen een norm uit een peiljaar. Deze laatste had financiële gevolgen. Vooral als je school sterk kromp of groeide. Nu wordt er gekeken naar de ratio VSV t.o.v. het totaal aantal deelnemers i.p.v. het aantal VSV uit het peiljaar.

Verzuimmelden en privacy

Zoals beloofd zou ik nog terugkomen op het verband tussen verzuimmeldingen en privacy. Toen schreef ik al:

  • Laat de leerling en/of ouder zelf bepalen wat voor privacy niveau gewenst is.
  • Laat de school bepalen wie welke rol heeft op elk niveau.

Enkele voorbeelden van redenen van verzuim bij elk niveau:

  1. Privacy-niveau Laag: het maakt de leerling niet uit als willekeurige medewerkers de reden kennen en beoordelen. Meestal redenen zoals “De bus was te laat.”, “De wekker ging niet af.”, “De brug stond open.” etc. Voor deze gevallen kan iedereen alle 3 de rollen vervullen.
  2. Privacy-niveau Middel: het maakt de leerling wel degelijk uit dat maar een beperkte groep medewerkers de reden kennen en beoordelen. Meestal redenen zoals “Ik moest naar de dokter.”, “In die les zitten leerlingen die me pesten.” etc.
  3. Privacy-niveau Hoog: de leerling wil dat de reden en beoordeling heel vertrouwelijk blijft. Redenen zoals “Ik moest naar de Psychiater.”, “Ik moet naar de dokter vanwege een vriendje en mijn ouders mogen het niet weten.”

De kunst is nu om van te voren voor elk niveau de juiste betrokkenen te bepalen. Hieronder steeds weergegeven met een gekleurde smiley. Enkele voorbeelden:

  • Groen: Bijvoorbeeld balie-, receptie-, administratief medewerker, telefonist of docent in de klas.
  • Oranje: Leerlingbegeleider, mentor, coach of verzuimcoördinator.
  • Rood: Vertrouwenspersoon

Enkele opmerkingen:

  • De redenen hierboven zijn een voorbeeld! Een discussie welke reden op welk niveau hoort is zinloos. Laat de leerling deze zelf bepalen!
  • De betrokkenen hierboven zijn een voorbeeld! Een discussie welke betrokkenen op welke rol zitten is zinvol. Bepaal deze als school. In het geval van onderzoeker en observant kunnen er dat meerdere zijn.
  • Maak de leerlingen hiermee bekend en corrigeer misbruik (Elke keer als de bus te laat is dit alleen tegen de vertrouwenspersoon willen vertellen of zo).

WAROM3 – Een model voor verzuimmeldingen

In  een vorig project (invoering EduArte) heb ik het belang geleerd van procesontwerp, waarin rollen en stappen handig beschreven staan. Het uit elkaar trekken van rollen bevordert ook de functiescheiding die nodig is tijdens de controle op administratieve processen, zodat niet dezelfde persoon het werk uitvoert én controleert.

Komende tijd zal ik me ook meer bezighouden met projecten op het gebied van onderwijslogistiek. Eén onderdeel daarvan is aan- en afwezigheidsregistratie en de afhandeling ervan. Uit ervaring weet ik dat je dan te maken krijgt met de privacy van de deelnemer of leerling. Daar zitten ethische kanten aan.

Een oplossingsrichting zou kunnen zijn:

  • Trek rollen uit elkaar. Benoem de verschillende rollen van de betrokkenen op het gebied van verzuimmelding.
  • Trek fases van afhandeling uit elkaar.
  • Koppel verschillende rollen aan verschillende niveaus van privacy.
  • Bepaal als onderwijsinstelling wie welke rol vervult.
  • Bepaal als deelnemer welk niveau van privacy gewenst is.

Concreet uitgewerkt:

Toelichting:

  • In Fase 1 staat de vraag centraal: wat is de waarneming? Degene die observeert dat iemand afwezig is, doet de registratie. Dat is een melding in een systeem. Er worden vooralsnog alleen plaats- en tijdgegevens geadministreerd. Wie er afwezig was op welk tijdstip bij welke onderwijsactiviteit. Doordat deze waarneming door iedereen kan gebeuren, is deze rol voor veel medewerkers weggelegd.
  • In Fase 2 staat de vraag centraal: waarom is iemand afwezig? Degene die onderzoekt waarom iemand afwezig is, analyseert de reden. Deze motivatie wordt ook vastgelegd.  Het onderzoeken zelf kan plaatsvinden door een verzuimcoördinator, mentor, coach of leerlingbegeleider.
  • In Fase 3 staat de vraag centraal: wat is de waardering? Degene die oordeelt over de reden van afwezigheid geeft zijn mening. Hij/zij acht het verzuim geoorloofd of ongeoorloofd. Verder wordt hierdoor de relevantie bepaald voor anderen: voor interne begeleiders of leerplichtambtenaar.

Het origineel in powerpoint is hier.

Overigens is in dit model de observant, die de waarneming doet, ook degene die de registratie ervan doet, om het probleem van tweedehands informatie te voorkomen.

Ik kom nog terug op het verband met privacy.

O ja, en veel Wordfeud spelen helpt op de één of andere manier om dit te verzinnen.

Leren goed geregeld – samboict

Jan Lammerink (ROC van Twente) en Dolf Reith (KPC) geven een presentatie met bovenstaand thema. Ik heb in het verleden al eens meer geschreven over HBPO projecten met het motto “Excellent Leren Excellent Organiseren”. Deze presentatie vertelt de ervaringen van ROC Twente hiermee.

Er was een redelijk lange wensenlijst op het gebied van flexibilisering ontstaan. O.a. meerdere in- en uitstroommomenten en differentiatie naar niveau. Om dit grijpbaar te maken werkte men met 4 thema’s:

  • Curriculum ontwikkeling
  • Koppeling van onderwijs en leerbedrijf
  • Digitale begeleidingsprogramma en leermiddelen
  • Integrale locatieorganisatie, onderwijs volgt student

De doorbraken die men wilde bereiken waren o.a. goed lopende maatwerkprojecten en duidelijke grenzen van flexibiliteit in aanbod. Ook hier komt snel naar voren ‘Standaardiseren om te kunnen flexibiliseren’.

De resultaten bij de enkele afdelingen:

  • Van 4 naar 12 keuzemogelijkheden op het gebied van specialisaties. Dit is bereikt met behulp van digitaliseren van lesmateriaal.
  • Ondersteunende lessen voor individualisering.
  • Flexibele in- en uitstroom.

Jan benadrukt het belang van hun interne ‘procesplaat’. Oftwel, heb je in beeld welke processen er zijn en wie er eigenaar van is. Van de elementen hierin wordt bijgehouden welke gestandaardiseerd zijn of nog moeten worden.

Dolf vervolgt en schetst hun KPC aanpak:

  • De aanpak is geworteld in “Business Proces Redesign’. Oftwel ‘herontwerp’ van de manier waarop je zaken aanpakt.
  • Bepaal wat de meest basale transactie in het onderwijs is, je primaire proces.
  • Middels een model brengt men inkomsten, kosten en opbrengsten in beeld. Hiervoor trekt Dolf de vergelijking met het bedrijfsleven en de waardeketen van Porter.

Echter, waar hij verder in gaat, is niet de basale onderdelen in de waardeketen zoals die bekend zijn op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en financiën. Hij legt duidelijk een link tussen de toeleverende kant (kenmerken student en soorten cognitie) en ons eigen proces. Vervolgens door te decomponeren wordt een catalogus samengesteld dat hierbij past. Daarna wordt in beeld gebracht wat voor techniek, bemensing en andere middelen hiervoor nodig zijn.

Al met al een voorbeeld van Activity Based Costing in onderwijs. Om dat het met plaatjes toch beter te volgen is, hieronder de presentatie:

Deel 2 TripleA: Onderwijslogistiek

Als fan van het TripleA gedachtegoed zit ik veel in de encyclopedie te snuffelen. Ook al zat mijn instelling niet bij de lichting ROC’s die samen de aanbesteding KRD deden, als hulpmiddel heeft het ons ontzettend geholpen. Daarom ben ik blij met een verdere invulling, maar dan van het onderdeel “Onderwijslogistiek”. Er zijn 6 ROC’s die het functioneel ontwerp gaan uitwerken. (ROC Mondriaan, ROC De Leijgraaf, Wellantcollege, ROC Aventus, ROC Eindhoven en ROC Leiden).

Een eerste aanvulling is die van het ‘scenario-denken’. Omdat de Use-Cases nog veel ruimte open laten, terecht, voor allerlei keuzes, zijn een aantal combinaties uitgewerkt tot scenario’s. Deze scenario’s worden beschreven aan de hand van 4 kenmerken:

  • Schaal van organiseren
  • Uitgangspunt voor het roosterproces
  • Diepgang van de onderwijscatalogus
  • Optimalisering van de middeleninzet

Schuifjes voor mate van flexibiliteit on Prezi

Ik wens de 6 deelnemende ROC’s veel succes en bij voorbaat dank voor het delen van jullie ontwerpen op de wiki! (toegang voor lezers is rondgemaild)

Markt van Leveranciers 17 november

BVE Platform

Het BVE Platform organiseert weer een markt van leveranciers en ik neem het berichtje even letterlijk over:

De volgende Markt van Leveranciers die het BVE-Platform organiseert staat gepland op 17 november 2009. Uiteraard doen we ook dit onder de vlag van SAMBO~ICT. Het is de bedoeling om de verschillende markten dit jaar te combineren, dus niet te kiezen voor alleen kernregistratie of presentieregistratie, maar breder: kernregistratie, onderwijslogistiek, begeleiding en presentieregistratie.
De plannen hiervoor zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd. We melden u de datum vast, zodat u de dag in uw agenda kunt reserveren. – BVE-Bericht juli 2009

Informatie-estafette

Estafette

Ik was bezig om procesrisico’s in kaart te brengen voor een applicatie die zowel functionaliteit kent voor administratieve processen als voor onderwijsprocessen. Één van de risico’s noem ik de “Gebroken-Informatie-Estafette”. Het gaat ongeveer zo:

Een proces staat vrijwel nooit op zichzelf maar dient meestal als input voor het volgende proces. Een aantal operationele processen kent zijn startpunt in het primair proces, vindt zijn weg in ondersteunende  diensten en eindigt daar. Of doorkruist meerdere “afdelingen” en komt weer terug in het primaire proces. Bij elke stap in het proces wordt informatie toegevoegd aan de ontvangen informatie. Vervolgens wordt deze weer doorgegeven.
Het lijkt logisch om voor een proces een proces-eigenaar aan te wijzen. Dit i.v.m. verantwoordelijkheid en sturing. Voor deelprocessen werkt dat, maar voor processen die over meerdere entiteiten of afdelingen lopen is dit moeilijker.

Voorbeelden hiervan zijn de aansluiting van de volgende onderwijslogistieke deel-processen:

  • “Aanmelding” >  “Inschrijving” > “Intake” > “Plaatsing” > “Planning van onderwijsaanbod”
  • “Toetsing” > “Examinering” > “Diplomering” > “Uitschrijving” > “Melden”
  • “Zorgbegeleiding” > “Trajectbegeleiding” > “Uitschrijving” > “Melden”

Het stokje van informatie, die in deze estafette van deelprocessen doorgegeven  moet worden, valt soms aan de kant, wordt terug- of verdergegooid…

Mogelijke tegenmaatregelen:

  • Actoren uit de deelprocessen in hetzelfde systeem laten werken. Zodat de doorgave van informatie niet afhankelijk is van flankerende administratie en eigen “lijstjes”.
  • In de keuze van het systeem, de mogelijke ondersteuning van “Workflow” zwaar laten wegen. Hiermee wordt het mogelijk op basis van de uitkomst van het ene deelproces acties uit te zetten voor actoren uit een ander deelproces.

Weet iemand nog andere mogelijke tegenmaatregelen?

Lerendoorgeven: Nieuwe site ELD

lerendoorgeven

In het kader van VSV lopen er op ons ROC 3 projecten, waarvan één gericht is op het “niet kwijtraken” van studenten op scharnierpunten (PO-VO, VO-MBO etc.) Om deze warme overdracht te ondersteunen zijn we in dit project bezig DOD’s door de keten te sturen. Op termijn echter is het de bedoeling dat het DOD als standaard opgenomen wordt in het ELD.

Mijn indruk van ELD: het loopt al jaren, maar vordert traag. Nu snap ik wel dat het moeilijk is om alle ketenpartners op een lijn te krijgen en pas de laatste jaren is de techniek ook zover dat de uitwisseling goed kan verlopen. Daarom ben ik blij met het nieuwe initiatief van LERENDOORGEVEN. Leuke woordspeling.

Twee punten vielen mij op:

  • De aandacht die de site geeft aan privacy en beveiliging.  Bij het EPD is dit ook een voortdurende beer op de weg.
  • De heldere uitleg over de logistiek van de overdracht, middels een animatie. Zie hieronder.

Al met al hoop ik dat dit nieuwe initiatief slaagt.

Magister voor VAVO

magisterlogo

We lopen al een tijd aan traject waarin we ons oriënteren op de opvolging nOISe. Daar zijn we voor het beroepsonderwijs nog niet uit. Echter, voor onze VAVO school wel. Er is besloten over te gaan op Magister VAVO van Schoolmaster.

Er zijn voor ons een paar belangrijke zaken om rekening mee te houden:

  • Het is een applicatie die zowel het administratieve proces ondersteunt als het onderwijs.  De functionaliteiten en manieren van werken lopen hiervoor nogal uiteen. Uitdaging wordt om deze juist op elkaar aan te laten sluiten i.p.v. elkaar ‘tegen te werken’.
  • Er is lichte tijdsdruk: de bedoeling is om in het nieuwe schooljaar te starten met een schone lei en nieuwe lichting studenten. Dus voor die tijd moet er inrichting, implementatie en training plaatsvinden. De uitdaging is dan om keuzes van inrichting toch goed te nemen. Omdat deze later vaak vervelende consequenties hebben.
  • We nemen maar in beperkte mate historie mee. Dat scheelt veel conversieslagen en controlerondes. Maar heeft natuurlijk ook nadelen.
  • Er hangt veel van af i.v.m. bekostiging: de koppeling naar BRON verloopt via nOISe en zal waarschijnlijk vanaf het nieuwe schooljaar via Magister gaan lopen. Als dat mislukt, heb je allerlei poppen aan het dansen.
  • Gelukkig hebben we al wel veel ervaring opgedaan met Magister in onze VO scholen.

Kortom: er moeten 100 dingen afgestemd, bepaald en gecommuniceerd worden. Om een praatpapier te hebben dat een beetje overzicht biedt heb ik een soort van blauwdrukje gemaakt. “Niet-zo-losjes-geïnspireerd” op de ArgumentenFabriek vormgeving.

De onderwijscalculator

Ik ben vandaag bij Aequor in Ede voor een Train-de-Trainer sessie van de onderwijscalculator, samen met o.a. Hans. Straks hier terug te vinden. Het doel is het instrument leren kennen, het model, het gebruik en implementatie. Het systeem is slechts de helft van het verhaal, manieren van inzet vergt zeker net zoveel aandacht. De training wordt gegeven door Artefaction. Tweets zijn hier terug te vinden.

Ons eigen doel als ROC Tilburg is het instrument inzetten bij het totstandkomen van de begroting, waarbij Team Activiteiten Plannen (TAP), doorgerekend worden als er met parameters gespeeld wordt. Daarnaast concreet praktische handreikingen om met teams aan de slag te gaan. Andere deelnemers vermelden ook dat allocatiemodellen veranderen n.a.v. CGO en daarbij zou de onderwijscalculator kunnen helpen.

Ontstaan Onderwijscalculator

Vanuit MBO2010 kwam als snel de prangende vraag: Is CGO wel te bekostigen? Zou er een kostenmodel voor te maken zijn? De eerste versie werd in excel ontwikkelt, later kwam de webversie. Het model is gebaseerd op Activity-Based-Costing. Activiteiten die dicht tegen het primaire proces aanliggen, zoals examinering, begeleiding, lesgeven etc. 

De vraag die het moet beantwoorden: Hoe zorgen we dat we CGO betaalbaar kunnen organiseren? Het is een intern sturingsinstrument, niet een middel om verantwoording af te leggen. Het levert wel transparantie en, mits goed toegepast, meerwaarde op. Als bijvoorbeeld medewerkers tot op de werkvloer meer kostenbewust worden.

Een kort overzicht heb ik al eens hier geschreven.

Inrichting

  • Het model moet ingericht worden met personeelssoorten, leerwegsoorten, activiteitsoorten, opleidingen, budgetten etc. Er is ruimte voor keuzes, wat je wel en niet doorrekent: bijvoorbeeld facilitaire diensten en overhead. Leidende vraag: Welke kosten van welke activiteiten wil je in beeld brengen? Er blijven altijd kosten buiten beeld. De kunst is om de inrichting van het model te laten aansluiten bij de instellingspecifieke manier van begroten en doorbelasten.
  • Verder kent het model maximaal 3 lagen: instelling, sector/afdeling/domein en team. Als een specifieke instelling 4 lagen heeft of anders noemt, moet dit vertaald worden. Meestal is 3 lagen voldoende. 
  • Ondersteunende diensten voor projecten of bijvoorbeeld “Dienst Onderwijs Innovatie” of  “Kwaliteitszorg”, kunnen apart benoemt worden met aparte activiteiten. Of juist wel met een verdeelsleutel gekoppelt worden aan de specifieke teams waar ze ondersteuning voor bieden. Alles hangt af van wat je wilt zien. 
  • De medewerkerssoorten kunnen een soort onderverdeling krijgen naar rol. Dus als een docent een begeleider, coach of tutor kan zijn, dan kan dit in principe ingericht worden. ook tariefdoorberekening kan hier in.
  • Keuzes van inrichting bepalen logischerwijs hoe getallen uit de rapportages geïnterpreteerd moeten worden. Wat iets wel of niet betekent hangt af van allerlei instellingspecifieke definities.
  • Afhankelijk van de totstandkoming van het budget zegt het totaal, dat het model oplevert, iets. Eigenlijk moet de manier waarop een instelling de budgetten berekent, dezelfde zijn als de manier waarop het model de kosten berekent. Als je de getallen zinvol wilt vergelijken. Dit is allemaal afhankelijk van je inrichting.
  • Kosten doorbelasten: Kosten van een deelnemer kunnen worden doorberekent. Dat hangt er van af of je bepaalde niet-primaire kosten wilt “verspreiden” over de teams en opleidingen. Dan moet het budget dat er tegenoverstaat hier ook weer rekening meehouden. Reken je wel door: dan zie je uiteindelijk wel wat dit alles per student kost. Een soort TCO van een student dus.

Gedurende de middag hebben we als groep een case uitgewerkt, door een lege calculator te gaan inrichten, keuzes te maken en zo het systeem te vullen. Dat ervaarde ik als erg concreet, praktisch en nuttig. Omdat het lijkt op wat we zelf gaan doen als we met teams aan de slag gaan. 

Er komt op 2 april weer een zelfde dag, voor een nieuwe groep ROC’s. Inschrijven kan hier. Voor ROC’s die er concreet mee willen werken. Orientatie verloopt op andere manieren.