Auteur: Joel Bruijn

Technologieverkenning: Blockchain voor SURFnet

Het ene rapport is nog maar net uit en de volgende komt al weer. Zeker geen klacht hoor, alleen mijn leeslijst groeit sneller dan ik kan verwerken. 😉
Daarnaast denk ik dat veel mensen al een tijd dachten, wat zou SURFnet nou van BlockChain vinden? Juist omdat we nog in de ‘infrastructuur’ fase van het fenomeen zitten en SURF zich richt op fundamentele technologieën of basisvoorzieningen die breed inzetbaar zijn voor zijn leden. Vandaar dat ik erg nieuwsgierig was naar de technologieverkenning die gisteren verscheen. (Kleine disclaimer: mijn werkgever is tevreden lid van de stichting en we gebruiken een aantal SURF diensten.)

Ik merk dat ik berichtgeving over BlockChain niet onbevangen lees, wat verdacht is natuurlijk. Maar ja, het besef is al de helft dacht ik zo. Andere fenomenen die vroeg in de hypecycle zitten trekken mijn aandacht minder, dus als een rapport daarover enthousiasme tempert, stoort het me niet.
Bij het bericht over BlockChain lees ik: “Conclusie is dat blockchain nog weinig concrete gebruiksredenen heeft.” Veel lauwer dan dit kun je het niet krijgen. Hype is heet, ik weet het en overspannen broeierig doen stoort mij ook, maar het rapport ademt onderkoeling.  Wellicht aan te raden als je een reality-check nodig hebt.
Overigens is onderstaand slechts ingegeven door mijn eigen kennis natuurlijk.

Over de vraag wanneer BlockChain geschikt is:

  • Wantrouwen: Een uitgangspunt van blockchains is dat er sprake is van wantrouwen tussen partijen over de informatie opgeslagen in een gezamelijke database en de veranderingen daarvan.
    Ja en nee: betrokkenen bij een transactie moeten elkaar nog steeds vertrouwen dat de transactie inhoudelijk klopt. Alleen: je hebt later de betrokkenen niet meer nodig om aan te tonen dat de informatie klopt en onveranderd is. De verificatie hoeft ook niet ‘uit de database’ te komen van de belanghebbenden.
  • Geen Trusted Third Party: Specifiek is blockchain geschikt als de TTP niet wordt vertrouwd met het correct uitvoeren van databasemutaties. Ja, maar dat is toch meestal niet het punt? Je hebt geen derde partij nodig die je de sleutels geeft voor versleuteling. Zoals dat nu gebeurt bij digitaal ondertekenen, maar dan met een digitale natte handtekening. Vanwege het decentrale karakter en de gebruikte protocollen worden sleutels aan de lopende band gegenereerd toch?
  • Transparantie en onmuteerbaarheid: dat is inderdaad een probleem voor privacy-gevoelige informatie en het ‘recht vergeten te worden’. Eric Verhelst heeft dit ook uitgebreid toegelicht. Wat ik echter mis is hoe het scheiden van inhoud en waarmerk toch nuttig kan zijn. Ik zou echt meer willen weten over hoe een openbaar waarmerk waarvan de inhoud op traditionele manieren wordt uitgewisseld voor problemen zorgt.
  • Meerdere schrijvers en business model voor miners:  Om een blockchain meerwaarde te laten bieden boven een TTP, is het noodzakelijk dat er meerdere onafhankelijke partijen zijn die de blokken maken (miners) en het moet aantrekkelijk zijn dat te doen. Eens, vandaar dat ik de Proof-of-Work niet zo ethisch verantwoord vindt.

Verder ben ik het met hun conclusie een heel eind eens. Ik denk alleen dat zin 1 de stap in zin 2 erg ontmoedigt:

Voor een concrete roadmap, of een beslissing hier zwaar op in te zetten, is het ons inziens te vroeg, de technologie is te onvolwassen en de toepassingen zijn nog niet concreet genoeg. Het is echter wel te overwegen om de technologie verder te leren kennen door Proof-of-Concepts te doen, en om samen met de achterban verder op zoek gaan naar toepassingen. 

Wie gaat nog iets overwegen als je je vingers gaat branden aan een onvolwassen technologie? Welke school loopt er vaak zo langs het innovatierandje dat ze er niet bang voor zijn? Zo klinkt het vooral als een aanmoediging om niets te doen.

De use-cases in het rapport begeven zich begrijpelijkerwijs op het terrein waar Surf diensten biedt:

  • Het vastleggen van attributen of kenmerken van identiteiten. Dit zou de werking van SURFconext beïnvloeden. In deze ‘federatie’ worden gegevens van personen, zo minimaal mogelijk, uitgewisseld. Zodat al onze kernsystemen en digitaal lesmateriaal deze niet apart hoeven te administreren. Het vastleggen hiervan op een BlockChain heeft potentieel. Zelf ben ik voor identiteiten met hun kenmerken nieuwsgierig naar de ontwikkelingen van “Decentralized Identifiers (DIDs)”.
  • Het uitdelen van certificaten (bekend van het slotje in de browser en https etc.) zodat transparant is welke partij welk certificaat heeft aangevraagd.
  • Het vastleggen van DNS gegevens op de BlockChain, oftwel welk domeinnaam is van wie.
  • Studievoortgang op de BlockChain. Velen en ik ook zien deze natuurlijk als killer-applicatie. De nadelen die de huidige technologie heeft onderschrijf ik wel en komen neer op dat je zowel weet van ontvanger als uitgever dat ze zijn wie ze zeggen te zijn. Zonder dat alles openbaar is.

Het rapport eindigt:

Voor een concrete roadmap voor SURFnet rond de toepassing van blockchains, of een beslissing hier zwaar op in te zetten, is het ons inziens nog te vroeg. Verder de technologie leren kennen door Proof-of-Concepts uit te voeren, aangevuld met samen met de achterban verder op zoek gaan naar toepassingen, is echter zeker wel te overwegen.

Waar ik eigenlijk op hoopte is dat het rapport concreter zou zijn in wat Surf nu zelf op dit gebied gaat doen. Wellicht hangt dat samen met hun opdracht en laat het geen ruimte over voor experimenteren met jonge technologie.

Zoals het er nu staat lijkt het alsof onderwijsinstellingen zelfstandig moeten experimenteren en dat Surf geen rol heeft in de ondersteuning hierop. Al is het maar om expertise te delen, iets dat ik normaal gesproken op andere terreinen heel erg waardeer van ze.

Samengevat: voor een technologieverkenning is het rapport precies dat, niet meer en niet minder. Maar ik heb wel een paar oprechte vragen:

  • Als onderwijsinstellingen Proof-of-Concepts uitvoeren, volgt SURF deze dan? Passief of actief? Met inbreng van expertise of op andere manieren faciliterend?
  • Ligt de focus van SURF op die BlockChain toepassingen die ze zelf erna voor de leden als voorziening kan aanbieden?
  • Of doet SURF komende 2 à 3 jaar gewoon even niets? Dat zou voor de verwachting in ieder geval duidelijk zijn. 😉

BlockChain In Education (JRC Rapport)

De Europese Commissie heeft een ‘Science Hub’, het Joint Research Centre voor het aanbevelen van beleidsmaatregelen. Dat doen ze onder andere voor het toegankelijker (meer open) maken van onderwijs. De motivatie voor hun onderzoek ligt o.a. op het terrein van een leven-lang-leren mogelijk maken, de autonomie van burgers en de kans op werk te verhogen. Het rapport dat op de BlockChain in Education conferentie werd aangekondigd is nu verschenen.

De samenvatting stelt dat het rapport:

  • kijkt naar de fundamentele principes van BlockChain en het potentieel daarvan voor het onderwijs.
  • uitlegt hoe BlockChain disruptief kan zijn voor de normale gang van zaken in onderwijsinstellingen.
  • het lerenden in hun kracht zet.
  • 8 scenario’s voor toepassingen binnen onderwijs schetst.

Ik was van te voren vooral nieuwsgierig of mijn eigen begrip van BlockChain klopt en of ik nieuwe concepten leer. Op de 8 scenario’s kom ik apart terug.

Heel hoog over kiezen ze de volgende insteek: BlockChain kan disruptief zijn voor alle activiteiten die gebaseerd zijn op het bijhouden van documenten waarvan het eigenaarschap gewaarmerkt is en die daarbij een tijdstempel krijgen. Klinkt vaag maar dat geldt binnen onderwijs bijvoorbeeld voor leerresultaten, kwalificaties, diploma’s en inschrijvingen.

BlockChain maakt dan het volgende mogelijk:

  • Zelf-soevereiniteit: prachtig woord en bestaat nog nauwelijks maar het gaat over de mogelijkheid om jezelf te identificeren. Terwijl je tegelijkertijd de controle blijft houden over het uitgeven en bewaren van je persoonlijke gegevens. Ik zie het als hét antwoord op het privacy debacle dat de huidige systemen vaak zijn.
  • Vertrouwen: je kunt bewijzen dat gegevens kloppen zonder dat je bij de oorspronkelijke maker ervan hoeft na te vragen of dat zo is.
  • Transparantie en herkomst: alle partijen die bij een transactie betrokken zijn, zijn zichtbaar voor belanghebbenden en de authentieke herkomst van de bron is geborgd. De originaliteit van de gegevens zijn onomstotelijk.
  • Niet te muteren: je kunt er van op aan dat de gegevens niet zijn aangepast sinds de bron ze maakte.
  • Disintermediatie en samenwerking: er is geen tussenpersoon nodig om zaken aan te tonen, verifiëren of valideren.

De hoofdconclusies en voorspellingen zijn:

  • Toepassingen staan nog in de kinderschoenen en bevinden zich in de pilot-fase.
  • BlockChain versnelt het einde van papieren certificaten en diploma’s.
  • Onderwijsinstellingen zullen na het uitreiken van ‘credentials’ deze niet meer hoeven valideren.
  • Het aantonen van intellectueel eigendom wordt makkelijker als publicaties gewaarmerkt zijn.
  • Zelf-soevereiniteit verlaagt de aansprakelijkheid van instellingen. De noodzaak gegevens te beschermen wordt lager als de data zich bij de student bevindt.
  • Waar het allemaal mee begonnen is, digitaal geld, zal ook een rol gaan spelen in het onderwijs.

Oh en randvoorwaardelijk voor al dit schoons is dan wel dat de software open-source en de data-standaarden open zijn en het beheer van de data bij het individu zelf ligt. Over kantelen gesproken.

In volgende blogs meer inhoudelijk.

 

 

Informatievoorziening in een bewegende onderwijsorganisatie op #owd17

Niels van der Kam (Axians) vertelt over hoe je ‘in control’ kunt blijven als het onderwijs verandert. Hij werkt hiervoor samen met Ronald Wieman (Universiteit Utrecht). De achtergrond zoals hij die schetst:

  • De informatiebehoefte groeit: sentiment-analyse, instroom, rendement, fraude en risico-monitoring.
  • Het aantal instrumenten om dit te ondersteunen neemt toe. Met kans op wildgroei en versnippering van dashboards en rapportagesystemen.

De Universiteit van Utrecht zette daarom 4 proeftuinen op (met opzet geen projecten). Daarin onderzochten ze de mogelijkheden van BI tooling. Tegelijkertijd wilde men met een agile methodiek deze implementeren.

Elke proof-of-concept duurde 40 dagen, korte doorlooptijd dus, met als resultaat:

  • Voor het SSC: de kwartaalrapportage was vroeger een hoop knip/plakwerk van Excel in Word enzo. Nu genereert het systeem het boekje zelf op basis van de laatste data. Commentaar wordt in het systeem er aan toegevoegd.
  • De onderzoeksportefeuille: een financieel overzicht met uitputting van onderzoeksbudgetten. Die inzichtelijk maakt wat je moet werven om op peil te blijven.
  • Strategisch HR: over de uitstroom, geslacht en aanstellingen. Kleine tussentip van Niels: ze hanteren IBCS, een standaard in het communiceren en tonen van rapportages.
  • Onderwijs met cohort-rendementen met een voor mij nieuwe visualisatie.

De lessons-learned:

  • Zoek een partner in plaats van een leverancier.
  • Analyseer lacunes in de informatievoorziening met het onderwijs zelf.
  • Gebruik één informatiekanaal.
  • Creëer ‘kampioenen’.
  • De agile aanpak werkte.
  • Denk groot, start klein. Lijkt me open deur maar daarom niet minder waar.
  • Richt governance in.

Keynote #owd17 Learning Analytics: Harnessing Data Science to Transform Education

Ik ben vandaag aan het bloggen op de Onderwijsdagen. De conferentie opent met de keynote van Timothy McKay. Zelf is hij een data-scientist, waar hij, letterlijk, astronomische hoeveelheden van heeft.

Hij opent met wat kengetallen van z’n werkplek: Universiteit van Michigan met “Education at Scale” als missie. Bijna 7000 medewerkers en een budget van 7 miljard, waarvan 1,4 in research zit. Ja poeh, groot hoor. Mooi is wel zijn opmaat naar Learning Analytics. Eerst deed hij onderzoek naar sterrenstelsels, in de 100 miljoenen. Vervolgens keek hij naar z’n studenten en besefte dat hij daar minder van wist dan van het heelal. Vind het zelf altijd fijn als een onderzoeker soort van nederig blijft beseffen wat hij nog niet weet.

Hij vermeld het ‘2 sigma Probleem‘ oftwel hoe vergroot je het effect van het leren afhankelijk van de manier van onderwijzen? En vervolgt met de vraag: “Hoe personaliseer je op grote schaal?”. Het antwoord hierop is een socio-technologische uitdaging. Onderdeel hiervan zijn principes als welke data is relevant, wat zijn de normen bij het vergaren van data in relatie tot autonomie, toestemming en privacy? Hij werkt een paar terreinen uit:

  • Respecteer de rechten en waardigheid van studenten. Hij is tegen ‘predictive analytics’ en moedigt aan niet te kijken naar wat er in de toekomst mis kan gaan maar kijk hoe je kunt oplossen wat niet goed gaat. Verder is hij heel kritisch naar het labelen en categoriseren van individuen. Het schiet altijd te kort omdat de plek van een kenmerk in een tabel lang niet altijd de complexiteit van de werkelijkheid goed weergeeft.
    Daarnaast wil je met de data kunnen spelen zonder dat je de specifieke data van een individu ziet.
  • Weet wat je wilt verzamelen: ze meten vanzelfsprekend examens en aanwezigheid etc. Wat er ‘ontploft’ is de hoeveelheid digitaal vastgelegde zaken zoals ‘clickstreams’ en chats etc. Wat ze eigenlijk willen is een soort portret kunnen samenstellen en dus alleen de data verzamelen die daar aan bijdragen.
    Nog verder gedacht, veel interessanter zijn bijvoorbeeld intellectuele breedte en diepgang in een vakgebied.
  • Analyse: Timothy illustreert heel mooi allerlei vormen van analyses. Welke vakken geven lagere cijfers? Welke groepen (bijvoorbeeld naar geslacht) hebben daar het meest last van? Welke extra lessen geven in welke mate betere cijfers in het vervolg van de leerroute?

Een universiteit waardig, stoppen ze het onderzoek naar hun eigen onderwijs in een volwaardig programma waar meerdere wetenschappers zich mee bezig houden. Het uiteindelijke doel is hun onderwijs gepersonaliseerd waardevoller en effectiever maken.

Timothy vertelt veel en snel zonder onaangenaam te ratelen. Inhoudelijk zou zijn verhaal wel een dag op zich kunnen vullen omdat het zo vol zit met aanwijzingen, waarschuwingen en best-practices.

Trends in open op #owd17

Ik ben vandaag aan het bloggen op de Onderwijsdagen. De preconferentie heeft een onderdeel over ‘Trends in Open’. Jan-Bart de Vreede (Kennisnet) en Kirsten Veelo (SURF) praten ons bij en dat ging redelijk snel. Heb dus niet alles. 😉

Kirsten hanteert de volgende definitie van adaptief leren: Het juiste materiaal voor de juiste student op het juiste tijdstip! Met als argument dat Open Lesmateriaal dit faciliteert natuurlijk. Mits voor ‘open’ 4 zaken geregeld zijn: Open Content, Open Data, Open Licenties en Open Standaarden.

Wat kunnen onderwijsinstellingen doen om materiaal te openen?

  • Stimuleren om materiaal uit de burolaadjes te halen en organisatorisch dit te faciliteren.
  • Maak vanuit de werkomgeving van de docent het zo laagdrempelig mogelijk het de delen. Integratie dus tussen werkomgevingen en repositories.
  • Ondersteun op de kwaliteit en vragen over auteursrechten.

Wat doen Surf en Kennisnet?

  • Werken aan ontwikkeling van standaarden voor metadata en uitwisseling.
  • Ze werken samen met leveranciers van auteursomgevingen om metadata laagdrempelig toe te kennen.
  • Ze werken samen om in ShareKit, Wikiwijs en ELO’s deze metadata te gebruiken om open leermaterialen te ontsluiten.

Open leermaterialen in vakcommunity’s op #owd17

Ik ben vandaag aan het bloggen op de Onderwijsdagen. De preconferentie heeft een onderdeel over vakcommunity’s.  Robert Schuwer (Fontys Hogeschool ICT), Marja Versantvoort (Fontys Hogescholen) en Annoesjka Cabo (TU Delft) hebben een gesprek met elkaar over hoe je een community levend houdt. 

Ze werken samen in zogenaamde Boegbeeldprojecten waarbij onderwijsmateriaal gedeeld wordt tussen instellingen. Annoesjka doet dit bijvoorbeeld met 4 TU’s voor het vak Wiskunde en Marja voor Verpleegkunde. Ze benadrukt het belang van metadatering en kwaliteitscontrole. Anders wordt het gewoon een ‘dropbox’.

Praktische tips:

  • Vraag aan docenten zelf wat ze nodig hebben.
  • Organiseer ook face-to-face bijeenkomsten en workshops om te enthousiasmeren.
  • Gebruik online platformen voor uitwisseling.
  • Een kwaliteitsmodel is niet belemmerend maar kan mensen bevestigen in de vraag of hun materiaal ‘wel goed’ is.
  • Delen is geen doel op zich. Praat wel over de motivatie om te delen.
  • Zoek manieren om mensen te belonen en bezie ze als ‘ambassadeur’.

Reacties uit de zaal:

  • Hoe zit het met repositories: Annoesjka geeft aan dat het materiaal het best zo fijnmazig mogelijk gedeeld moet worden, met metadata. Pragmatisch gezien is het lesmateriaal makkelijker vindbaar als ze gekoppeld worden aan leerdoelen.
  • Hergebruik blijft moeilijk: of de docent is eigenwijs of het arrangeren is ingewikkeld. De structuur per instelling verschilt namelijk.

Wat ik opvallend vind is dat alhoewel het samenwerken in ‘landelijke vakcommunity’s’ al een heel oud fenomeen is, we toch nog steeds zitten met de uitdaging ze levend te houden. Zelf zat ik 15 jaar geleden in de Vakcommunity Natuurkunde VO. Toen al worstelden we met vliegwielwerking, inktvlekverspreiding en de ratio halen/brengen …. dus behalve techniek, kartrekker wellicht ook aandacht voor cultuur nodig?

Centraal KRD met BlockChain?

Wellicht overbodige inleiding op een lange blogpost, toch even wat context. De Kernregistratie Deelnemers is de algemene naam voor de administratieve systemen die ervoor zorgen dat een MBO student zijn inschrijving, dossier, onderwijsovereenkomst, examenresultaten en diploma kloppen. Het is gekoppeld met DUO zodat de school hiervoor geld krijgt. In de nauwe betekenis wordt het vooral gebruikt door de afdeling “Studentzaken”. Iets breder bekeken maken Intakers, BPV-bureaus, Examen-bureaus er natuurlijk ook gebruik van. Sommige systemen die KRD ‘doen’ hebben ook functionaliteiten voor begeleiding, ELO en AAR. Deze brede suites zijn er maar 2 of 3 in Nederland, afhankelijk van hoe je telt.

Centraal KRD

Afgelopen tijd hebben besturen van MBO instellingen een brief gekregen of er niet een gezamenlijk systeem mogelijk is. Aanleiding hiervoor is de nieuwe wetgeving Toelatingsrecht en het ‘natuurlijk moment’, ontstaan vanwege meer dan 10 instellingen die gezamenlijk opnieuw gaan aanbesteden. De notitie die het toelicht onderscheidt 3 niveaus van “Collectieve ICT Voorziening”:

  • Vroegtijdig Aanmelden: we ontwikkelen in de sector een ‘brievenbus’ uitwisselplatform. Dit kent overlap met systemen zoals Intergrip. Hieronder het blauwe blok.
  • Centraal Aanmelden: vergelijkbaar met wat het HBO/WO heeft, studielink. Hieronder het oranje blok.
  • Centraal KRD: althans de basis zou dan één gezamelijk systeem voor MBO worden. Hieronder het groene blok.

20171103CentraalKRD

Overige functionaliteiten zitten in het rode blok. De stukken zijn hier te vinden. Ik ben verder niet betrokken geweest bij het aanlooptraject ofzo, dus voor wat het waard is. Wat is nou mijn eigen visie-tje op Centraal KRD?

  • Een centrale landelijke voorziening voor het hele MBO zou in principe de maatschappij een hoop kosten besparen omdat 66 instellingen niet allemaal een aanbestedingstraject met oriëntatie, programma van eisen, gunning en contracting hoeven te doen.
    Er zijn ook andere manieren om dit te voorkomen natuurlijk door bijvoorbeeld inkoopcombinaties te vormen, zoals Surf dat nu is voor zijn leden.
  • De processen van een basis KRD zijn zo generiek voor het hele MBO dat je je niet kunt onderscheiden hiermee. Lijkt me niet dat voor een student het ene MBO aantrekkelijker is dan de andere, vanwege een ander KRD systeem. Terwijl tevredenheid wel degelijk kan afhangen van ELO, begeleidings- en logistieke systemen.
  • Een centraal KRD waarbij één van de huidige marktleiders gewoon alle instellingen als losse klant heeft, is geen centraal KRD maar het systeem van een monopolist. We zitten niet te wachten op een enorme vendor-lockin op landelijk niveau.
  • Ervaringen met grote centrale systemen voor andere branches zijn niet erg positief. Jaren ontwikkeling, juist geen kostenbesparing en uiteindelijk moet er soms de stekker uit. Mijn verwachting is dat je deze valkuil vooral graaft als er meer dan ‘Basis KRD’ in moet, dus ook ELO en begeleiding etc.
  • Een centraal KRD zou de student ook centraler kunnen stellen omdat er maar één dossier is, ongeacht op welke MBO instellingen hij of zij zat. Als je nu onderwijs voor keuzedelen zou willen volgen op een andere instelling dan moet je dossier eigenlijk 2 keer aangelegd worden. Dan is autorisatie op onderdelen wel randvoorwaardelijk natuurlijk. Anders wandelt je stigma van de ene school mee naar de andere.

Decentraal KRD

Enfin, allemaal opmaat natuurlijk want eerder vroeg ik me al af of BlockChain disruptief is voor student-informatie-systemen. Mijn conclusie daar: niet nu, wel met doorontwikkeling. Één manier zou ontwikkeling zijn langs het groeipad zoals Remi Scholten die omschreef:

  1. Digitaal ondertekenen/waarmerken van documenten zoals contracten en onderwijsovereenkomsten.
  2. Decentraal portfolio met daarin behalve je diploma’s ook de ‘weg ernaar toe’ met micro-credentials.
  3. Decentraal SIS in de zin van een basis KRD, zoals hierboven omschreven. Maar dan met Smartcontracts op een BlockChain.

Nu zit er in bovenstaand verhaal een tegenstrijdigheid, althans oppervlakkig bekeken: een pleidooi met mitsen en maren voor een centraal KRD en een opmaat naar decentraal KRD. Komt omdat het over 2 verschillende zaken gaat:

  • Als MBO instellingen, DUO, SBB en andere stakeholders niet meer separate systemen met elk hun eigen database hebben maar op dezelfde gegevens ‘schrijven en lezen’ dan zou je dit een centraal systeem kunnen noemen.
  • De transacties worden in een BlockChain netwerk gerepliceerd naar alle ‘nodes’. Oftewel, ieder die wil kan over het hele grootboek beschikken. Door dit decentrale karakter hebben de gegevens een hoge beschikbaarheid, ook al verdwijnen en verschijnen scholen, opleidingen, BPV-bedrijven etc.

Overigens moeten alle zaken die genoemd zijn in mijn disruptie-blog opgelost zijn. Aangevuld met alles dat ik zelf even niet overzie. Daarom vind ik slogans als ‘Nooit meer administratie!’ mooi als visie maar woorden alleen helpen dit niet realiseren. Dus Malmberg, nog wat uitwerking graag. 😉

Wat gaan we komende jaren doen?

Klein pleidooitje van mijn kant want ik ga er niet over:

  • Laat iedereen en zeker de groep die nu aanbesteed nog één contractronde uitzitten met een ‘gewoon’ systeem. Het alternatief is er toch nog niet. Afhankelijk van contractduur is dat minimaal 4 jaar vanaf oplevering. Heeft BlockChain als fenomeen mooi de tijd om verder te rijpen.
  • Denk als MBO instellingen wel na over wat er na moet komen. Als iedereen op z’n handen zit, dan is er bij de volgende ronde aanbestedingen zo vanaf 2022 niet genoeg uitgewerkt en krijg je gewoon wat we nu al hebben.
    De hypecycle volgend zou je als MBO kunnen wachten tot iedereen uit het dal van teleurstelling is, maar als ieder MBO dat doet kom je niet eens aan teleurstelling toe. 😉
  • Het niveau waarop BlockChain nu inzetbaar is laat veel fundamentele vragen open over hoe de basis er uit moet zien. Zelf blijf ik doorleren natuurlijk en er energie in steken, maar ik zou graag van gedachte wisselen hoe de BlockChain architectuur er uit ziet voor een decentraal KRD van de toekomst. Een ecosysteem van SmartContracts? De student in z’n kracht doordat bij hem/haar alle data samenkomt in z’n wallet-dossier-portfolio? Waarbij privacy en identiteiten goed worden meegenomen? Mocht je interesse hebben, laat het dan weten!

 

 

 

 

BlockChain: Bronvermeldingen

Dit is deel 9 en de laatste blog in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. Aangezien ik afgelopen half jaar ontzettend veel geleerd heb, wilde ik de bronnen delen die daarbij hielpen. Compleet is deze droge opsomming nooit, maar toch:

Bronnen

De volgende personen hebben, soms zonder het te weten bijgedragen aan mijn speurtocht, zonder volgorde:

Landelijke initiatieven

Overigens ben ik natuurlijk niet klaar met bloggen over dit onderwerp. Alleen de uitwerking van de presentatie is nu wel compleet.

De andere delen:

BlockChain: Ethisch verantwoord?

Sommigen vinden dat gereedschappen waardevrij zijn, met als argument dat een hamer er ook niets aan kan doen als je die gebruikt om iemands hoofd in te slaan. Behalve dat hier van alles op af te dingen en aan toe te voegen valt, heb ik zelf graag oog voor de hele context waarbinnen een instrument wordt toegepast. Zo ook voor BlockChain. Dan spelen er voor mij een paar gedachten:

Informeel is verdacht?

Ik houd trouwens hellend vlak en opmaat als drogreden nooit uit elkaar, maar dat terzijde. Zou de volgende opmaat mogelijk zijn?
Eerst gebruiken we waarmerken en ondertekenen van transacties van (sociaal) kapitaal met een hoge waarde. Met de komst van SmartContracts echter wordt het makkelijker om heel veel zaken te ondertekenen. Na een tijdje is de techniek zo rijp en alomtegenwoordig dat het meer inspanning vergt om te oordelen welke dingen ondertekening behoeven dan om ze gewoon standaard te waarmerken.
Als iedereen hier aan went dan worden zaken die niet gewaarmerkt zijn ineens ongewoon gevonden. Iets later zijn ze zelfs verdacht. Ik stel me zo voor dat sleepnetten zich gaan richten op zaken die ‘informeel’ plaatsvinden, aangezien daar bij voorbaat een luchtje aan hangt.
Wordt uiteindelijk de scheiding formeel en informeel dezelfde als legaal en illegaal? Lijkt me een leuk dystopisch thema voor Black Mirror.

Is het energieverbruik van cryptografie niet immoreel als het klimaat zo verandert?

Het verzegelen van blokken op het Bitcoin netwerk kost veel rekencapaciteit en dus energie. Op dit moment zelfs evenveel als Ecuador gebruikt. De rekencentra (miners genoemd) zitten vooral in China, omdat energie daar het goedkoopst is.
Nu kun je naast het Bitcoin netwerk ook andere BlockChains opstarten die niet dezelfde verzegeling vereisen, maar veel toepassingen laten hun waarmerken meeliften op Bitcoin transacties.
Zelf heb ik er moeite mee om sociaal kapitaal in het onderwijs zoals onderwijsovereenkomsten, leerresultaten en diploma’s te waarmerken op een BlockChain die zo’n beslag legt op onze energiebronnen. Kunnen we hier echt niet een andere BlockChain voor ontwerpen?
Als je over het verzegelen meer wilt weten kijk dan hier.

Hebben we de verantwoording om studenten duurzaam aantoonbare leerresultaten mee te geven?

Wij (onderwijs) niet alleen denk ik zelfs, aangezien een leven-lang-leren ook in het belang van werkgevers is. Met duurzaam aantoonbare leerresultaten geven we de studenten iets mee zonder dat ze ons later nog nodig hebben om te bewijzen dat het van hun is.
Beetje voorbarig nu hoor, maar ik verwacht dat, áls het waarmerken een vlucht gaat nemen, een school die hier niet aan meedoet op termijn vragen krijgt over de validiteit van uitgereikte diploma’s en micro-credentials.

In mijn volgende blog de bronvermeldingen. Dit is deel 8 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen:

BlockChain: Pas echt leuk met SmartContracts?

Een ‘gewone’ BlockChain verandert niet zoveel aan processen die voor het eerst documenten of data genereren. Iemand moet nu eenmaal het origineel maken, al dan niet samenwerkend met anderen. Dat het waarmerk op de BlockChain intrinsiek nut heeft is een ander verhaal.

Het is echter wel een logische gedachte: als we dan toch een gedeeld logboek hebben, kunnen we dan daarmee het proces ook daadwerkelijk samen uitvoeren? Vooral in toepassingen over de muren van de eigen organisatie heen, is samenwerking óf een kwestie van koppelingen tussen de systemen van elke belanghebbende óf je werkt in één centraal systeem. Daarnaast kun je ook Excelletjes blijven mailen. 😉

Om nu toch de voordelen van een decentraal systeem te hebben en tegelijkertijd technisch op één plek te kunnen samenwerken zijn er ‘SmartContracts‘ verzonnen:

  • Stukjes code die op de BlockChain werken en als een soort workflow iets automatisch uitvoeren.
  • De transacties die ze uitvoeren kunnen afhangen van parameters binnen of buiten de BlockChain.
  • De BlockChain voor BitCoin kan dit niet, wel Ethereum als bekendste hiermee.
  • De term ‘contract’ is in die zin misleidend omdat het geen contract is in juridische zin. Wel wordt alles ondertekend, ik zou niet anders verwachten.
  • De term ‘smart’ is misleidend aangezien code nog steeds dom geprogrammeerd kan zijn.

Hieronder met een model weergegeven. Zoals voor elk model, geldt ook nu: het is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid!

Dit alles vereist wel verregaande standaardisatie van processen. Aangezien ‘ingrijpen’ moeilijker is lijkt me. Ook is het vooralsnog op een openbare BlockChain niet te doen. Aangezien het principe “Scheiden van inhoud en waarmerk” niet meer gebruikt wordt. Wil je privacy problemen voorkomen dan lijkt me dit nu alleen mogelijk op een zogenaamde ‘Permissioned BlockChain‘ waar de toegang tot data dus van autorisatie afhangt.

In mijn volgende blog meer over enkele ethische kwesties. Dan nog wat bronvermeldingen en dankbetuigingen en dan is het even klaar. 😉
Dit is deel 8 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen: