Auteur: Joel Bruijn

Anders Kijken – Keynote van Paul Smit op #owd19

Paul Smit (cabaretier en filosoof) sluit de Surf Onderwijsdagen af met een keynote.

Aan de hand van illusies pleit hij voor ‘anders kijken’, omdat je anders je eigen creativiteit in de weg zit, het spreekwoordelijke ‘out-of-the-box’ denken. Ons brein wil bij veranderingen graag terug naar de routine, het patroon dat we gewend zijn. Vandaar dat bij de introductie van nieuwe systemen mensen in de weerstand schieten. Het brein heeft nu eenmaal veel herhaling nodig om te wennen aan een verandering.

Om menselijk gedrag een beetje makkelijk te verklaren is het handig om wat oorzaken in te delen. Paul doet dat op 2 manieren, door ‘lagen in onze hersenen’ te benoemen en ‘hormonale oorzaken’ te categoriseren.

Over de lagen in onze hersenen:

  • In de basis van ons brein zijn we vooral bezig met ‘veiligheid’. Dreigend gevaar beïnvloedt ons, zelfs al is het fictief. Dit deel zoekt routine.
  • Daarbovenop zit het deel voor ‘emoties’. Dit deel zoekt plezier. Tip van Paul: Wil je gedrag van mensen veranderen, schrijf dan geen protocollen maar verander de omgeving.
  • Pas in het ‘bovenste’ deel denken we na. Dit deel zoekt het doel. Als dit niet klopt, de ratio botst met onze emotie, dan verzinnen we rationele argumenten om onze drang of hunkering te rechtvaardigen. In de psychologie ‘cognitieve dissonantie’ genoemd.

Dus, als je verandering wilt veroorzaken: Zoek eerst passie en vervolgens urgentie!

Hij legt ook gedrag uit aan de hand van onze hormonen en de bekende kleuren-theorie (zoals in DISC, eigen interpretatie):

  • Testosteron (Rood): jezelf profileren en op de voorgrond plaatsen.
  • Oestrogeen (Groen): invoelen en empathie tonen.
  • Dopamine (Geel): creatief en authentiek zijn.
  • Serotonine (Blauw): structuur en regels zoeken.

Ik vermoed dat Paul af en toe een beetje kort door de bocht is, maar dat stoort me niet, dat de werkelijkheid complexer en genuanceerder is snap ik toch wel. 😉

Paul is een aangename humorvolle spreker naar wie het makkelijk luisteren is.

 

Onderwijsinnovatie in de digitale leeromgeving die continue in beweging is op #owd19

Ik ben vandaag bij de Surf Onderwijsdagen. Lilian Boerboom (Universiteit Leiden), Lianne van Elk & Nico Juist (SURF) praten ons bij over regie voeren op een Digitale Leer- en Werkomgeving, vooral als deze voortdurend verandert. Voor meer achtergrond over DLWO is er natuurlijk de SIG.

De diversiteit die de totale DLWO omvat leeft altijd een beetje op gespannen voet met standaardisering en integratie. In het interactieve deel laten enkele organisaties zien hoe ze hier mee omgaan. Wat ik daar uit meenam:

  • Value Measurement Framework (Hogeschool Rotterdam): Een manier om grip te krijgen op verandering, ingegeven door bijv wetgeving (zaken die we moeten) en door eigen doelen (zaken die we willen). Ik zie het als een doorontwikkeling van projectportfoliomanagement waarbij bureaucratie teruggedrongen wordt, er meer ruimte is voor ideeën en tegelijk de geleerde lessen beter terugkomen bij andere projecten.
  • Een manier om collega’s te stimuleren om innovatieve ideeen voor te stellen en te experimenteren (Zadkine). Hiervoor organiseren ze interne “Future-dagen”, geven ze de beste ideeën wat geld voor experimenten en laten ze deze in vrijheid uitvoeren.

Een technorealistische visie op artificiële intelligentie voor leren en doceren – #owd19

Een hele mond vol, maar omdat ik tot nu toe de ontwikkelingen voor artificiële intelligentie vooral passief volgde, bezocht ik deze sessie op de Surf Onderwijsdagen. Silvester Draaijer (VU) laat ons balanceren tussen techno-pessimisme en techno-optimisme belooft de sessiebeschrijving. Silvester betrekt het snel op toetsing, waar ik eerder over blogde.

Omdat er voor AI allerlei definities rondzwerven formuleert Silvester 2 vragen bij elk “AI” systeem: Zijn ze autonoom en adaptief? Oftewel kunnen ze zelfstandig werken en passen ze zich aan omstandigheden aan? Vervolgens is hij kritisch als iemand spreekt over “AI” in het onderwijs. Een chatbot maakt onderwijs nog niet “AI”. Hij stelt zelfs dat bij het doceren en leren zelf geen AI komt kijken, alleen bij toetsen. Skinner verzon dit al met “oefen-machines”. Vroege vormen van AI, volgens Silvester althans. Moderne vormen zijn de Rekentuin en de Taalzee.

Hij vervolgt met allerlei voorbeelden van systemen die het leren en oefenen ondersteunen of onze hersenen kunnen ‘uitlezen’. Silvester spreekt enthousiast en weet te prikkelen. Aangezien ik AI tot nu toe passief volgde kan ik inhoudelijk niet helemaal beoordelen hoe steekhoudend alle stellingen zijn. Ik miste wel duiding: Wat is nou precies een techno-realistische kijk op AI volgens hem? Hoe kun je dat überhaupt weten? Hoe vind ik balans tussen hype-jachtigheid en doom-neerslachtigheid? Pas in de vragen ging Silvester in op ethische aspecten.

Daarnaast zit er iets ironisch in: met kunstmatige intelligentie natuurlijke intelligentie ontwikkelen.

Wat is een edubadge en wat kan ik ermee? – #owd19

Ik ben vandaag op de Surf Onderwijsdagen en een hele rits sessie leiders vertellen ons over de ervaringen met EduBadges.

Omdat er bij Surf een project loopt voor EduBadges, eerst wat toelichting:

Het project startte met een whitepaper, vervolgens een experiment met Mozilla, daarna een Proof-Of-Convept en een pilot. Daarnaast publiceerden ze ‘7 redenen voor een nationale aanpak edubadges‘.

Een EduBadge is:

  • Een manier om een micro-credential aan te tonen. Net als een diploma maar dan kleiner en in plaats van een papieren een digitale artifact.
  • Gebaseerd op de OpenBadge standaard.
  • Een ‘plaatje’ zodat het ‘voor het oog’ iets voorstelt.
  • Data die zegt wie het uitgeeft, aan wie het is uitgereikt, met welke criteria en waar het op gebaseerd is.
  • Digitaal verifieerbaar zodat de authenticiteit te controleren is.

Tot nu toe zijn de badges ‘hosted badges’ en nog geen ‘signed badges’. Met andere woorden, als je de badge aan een ander toont wordt je technisch teruggebracht naar het systeem van de onderwijsinstelling die ze uitreikte of nauwkeuriger, het Surf platform. De badge klopt dus omdat het centrale systeem zegt dat het klopt. Op zich niet erg maar het voordeel van ondertekende badges zou zijn dat de badge zelfstandig elders een leven kan leiden terwijl authenticiteit aantoonbaar blijft.

We vervolgen met ervaringen uit de pilots.

NHL Stenden (Douwe van der Leij en Jaap van der Veen)

Ze zetten badges in als motiverend en formatief middel, als beloning voor excellente prestaties en als bewijs van afronding van een module. Als volgende stap willen ze opleidingen opbouwen op basis van badges, verder onderzoek doen naar motivatie en naar internationale waarde. Ik denk zelf dat patronen uit ‘gamification’ die motiverend werken, ook voor EduBadges kunnen gelden.

Deltion (Anneke van Dijk)

Ze wilden:

  • Een transparante manier om eerder verworven competenties en kennis in beeld te hebben.
  • Onderwijs dat buiten het curriculum zit waarderen.
  • Keuzedelen en kleinere geaccrediteerde eenheden waarderen.
  • Een middel om Leven Lang Ontwikkelen te ondersteunen.

Verder gaven ze veel aandacht besteed aan implementatie, begeleiding van medewerkers, kennisdeling en de adoptie. Studenten hebben trouwens soms toch nog liever een papiertje, eerlijke opmerking. 😉

Overigens zou het handig uit kunnen komen dat er in de MBO sector sprake is van kwalificatiedossiers, aangezien dat helpt te standaardiseren. Wat direct bleek uit de volgende pilot:

WUR (Marijn Post)

Redenen om mee te doen met EduBadges voor de opleiding informatievaardigheden, waren:

  • Verwachte kwaliteitsverbetering door afstemming over leerdoelen en leerniveaus.
  • Transfer van bewijslast bij het overstappen naar een andere onderwijsinstelling.

Voor deze specifieke opleiding waren natuurlijk leerdoelen geformuleerd. Als je daar echter een raamwerk voor zoekt, dan zijn die er (internationaal) meerdere. Deze zijn geanalyseerd en men is tot een eigen taxonomie gekomen. Veel werk zo te zien en oh wat lijken die veel bemopperde MBO kwalificatiedossiers dan zo handig. 😉

Al met al een goeie sessie en fijn dat er stappen gezet worden. Wel ben ik erg nieuwsgierig naar de zoektocht om de ondertekende variant van badges te kunnen maken.

Innovatie bij NPO – Keynote door Martijn van Dam op #owd19

Ik ben vandaag op de Surf Onderwijsdagen en Martijn van Dam neemt ons mee in het veranderende medialandschap en de impact van technologische veranderingen. We hopen natuurlijk ook op parallellen met de onderwijswereld.

Dat begint voor mij al doordat hij vertrekt vanuit ‘publieke waarde’. Martijn schetst de geschiedenis van de verzuiling, de omroepen die er bij hoorden, tot aan de nieuwe merkuitstraling van NPO. Het ‘ concurrentieveld’  van NPO is drastisch veranderd. Televisie is geen verzameling televisiezenders meer. “Live-TV” is verworden tot een app (1 van de velen) op je smart-tv. Eentje waar je niet zelf kunt beslissen wat je kijkt. Alle andere streaming services nemen een prominentere plek in. TV was een verbinder voor (beeld)cultuur, maar verdwijnt nu tussen andere aanbieders. Het maatschappelijk effect van een verbindend omroepstelsel is aan het verminderen. Wat weer bijdraagt aan fake-nieuws etc.

Om dit tegen te gaan zoeken ze naar hun eigen kracht, met moderne technologie. Noem het algoritmes:

  • Met slimme spraak-naar-tekst algoritmen alles ondertitelen. Voor mensen die hier afhankelijk van zijn handig, maar het trekt ook kijkers aan omdat ze dit elders niet krijgen. Bleek dus strategisch te zijn.
  • Het geven van aanbevelingen op basis van kijkgedrag: om mensen uit hun filter-bubble te halen.
  • Ze meten voortdurend met een panel van 8000 mensen de publieke waarde van hun programma’s.

Zelf stond ik even te kijken van de schaalgrootte van hun content-bibliotheek: 100.000 afzonderlijke afleveringen of programma’s. Hiervoor was het wel nodig dat hun organisatie veranderde, aangezien hun ontwikkel-tak voor technologische ondersteuning zo groot is. Terwijl de concurrenten hier vele malen meer geld in steken. De consument eist echter wel dezelfde kwaliteit, van apps etc. Wie de schoen past … gold dus voor mijn kritische houding ook.

Om de hele transitie te sturen hebben ze een innovatieagenda en werken samen met start-ups.

Martijn schetst een beeld van de underdog, die met beperkte middelen probeert een tegenwicht te bieden aan commerciële doelen. Hij sloot af met prikkelende vragen voor onderwijs, die bij de NPO ook spelen:

  • Hoe blijft je content aantrekkelijk voor een generatie die 100% digitaal is?
  • Hoe versterken we het publieke domein in een digitale omgeving die door marktpartijen wordt gedomineerd?
  • Hoe dragen we bij aan de ontwikkeling van technologie met maatschappelijke waarde in plaats van individuele en commerciële?

Martijn benadrukt dat ze niet hoeven ‘te winnen’ van commerciële partijen, aangezien het doel anders is: cultuur verbinden. Zijn verhaal zit vol met aanknopingspunten voor het onderwijs. Zijn aanmoediging is ook om samen te werken, aangezien de publieke omroep en publiek onderwijs elkaar niet structureel opzoekt. Complicerende factor is daarbij dat onderwijs (op hoger niveau lijkt me) steeds internationaler is georiënteerd, dus wat is zo uniek aan onze eigen toegevoegde waarde?

Bibliotheken, cultuurinstellingen, scholen, omroepen zijn allemaal zelf bezig met hun eigen digitale weg naar de burger. Meer samenwerking dus!

Hoe verder met de Strategische Agenda Digitalisering

Ik ben vandaag te gast bij Lentiz voor de 40ste saMBO-ICT Conferentie. In de laatste ronde vertellen Bert Beun, Martijn Timmer en Manon Geven (Programma-manager) aan de hand van impressie-tekeningen over de stand van zaken voor de strategische agenda digitalisering MBO. Het is de bedoeling om tot een plan van aanpak te komen om de agenda in 3 jaar te realiseren.

Inhoudelijk kent het de volgende lijnen:

  • Inhoud van het onderwijs aanpassen: Werk maken van een leven lang ontwikkelen + Werken aan digitale burgerschapsvaardigheden.
  • Flexibilisering van het onderwijs realiseren: Er wordt gezamenlijke regie gevoerd op leermiddelen + Elke student heeft een eigen dossier + Onderwijslogistiek maakt flexibilisering mogelijk.
  • Digitalisering van het leren faciliteren: Docenten kunnen zich ontwikkelen en worden daarin gefaciliteerd+ Gebruik van data-ondersteund-onderwijs

Daarnaast is er de generieke lijn van innovatie.

Op dit moment zijn alle lopende initiatieven verzameld, die er al waren, om ze onder te brengen bij bovenstaande punten. De vervolgstap is dat het in december bij MinOCW wordt voorgelegd. Terugrekenend moet je dan eind oktober de contouren hebben, redelijk ambitieus dus.

Praktisch:

  • Er zijn 8 bestuurlijke ‘trekkers’ met een ‘buddy’ om één van de lijnen op te zetten. Deze stellen elk een expertise-team samen. Overigens redelijk uniek dat bestuurders landelijk acteren als kartrekker.
  • Meer betrokkenheid van docenten wordt gevraagd.
  • Op de volgende conferentie in Apeldoorn, 30 en 31 januari hebben de bestuurders een vervolgsessie en inhoudelijk komt het in de workshops terug.

Al met al ben ik ontzettend nieuwsgierig maar is het ook nog pril dus. Eerst hadden we een blauw boekje en nu 8 platen. 😉

 

Centraal aanmelden: wat betekent dat voor een instelling?

Ik ben vandaag te gast bij Lentiz voor de 40ste saMBO-ICT Conferentie. Jef van den Hurk van KW1C praat ons bij over Centraal Aanmelden, wat er op ons afkomt, de impact op de systemen en wat we wanneer klaar moeten hebben. Overigens moeten er veel puzzelstukjes tegelijk op hun plek vallen: Centraal Aanmelden, RIO, Afhandelen Aanmelding en Vroegtijdig Aanmelding.

Jef moedigt aan te starten met uitgangspunten en toont die van het KW1C, onder andere over hoe je omgaat met aspirant studenten, het hergebruik van gegevens en het minimaliseren van het aantal koppelingen etc. Vervolgens de impact, zelf verwoord:

  • Werving: dit blijft gewoon iets van de instelling zelf.
  • Aanmelden: als je eigen functionaliteit gebouwd hebt voor aanvullende informatie, beschikbaarheid wil tonen (opleiding is vol) en een toelaatbaarheidscheck doet, dan gaat dit verschuiven. De centrale voorziening heeft wel een generiek koppelvlak waarmee instellingen zelf de data kunnen opvangen en eventueel eigen toepassingen op verder kunnen gaan. Mits je dit bouwt en onderhoudt natuurlijk.

Open deur maar daarom niet minder waar: hoe meer maatwerk systemen je hebt, hoe meer je processen afwijken van het gemiddelde in Nederland hoe meer werk je hebt…

Mijn andere blogs hierover zijn hier.

 

 

 

Drones in de Kassen

Ik ben vandaag te gast bij Lentiz voor de 40ste saMBO-ICT Conferentie. Hans Ligtenberg en Maartje Bakker (Applied Drone Innovations) geven de tweede keynote. InHolland heeft een opleiding met daarin een kruisbestuiving (haha) tussen technologie, biologie en bedrijfskunde. Ze hebben er een award mee gewonnen. Luchtvaart-expertise verbinden met landbouw-expertise kent nu eenmaal zo z’n uitdagingen.

Vliegen binnen in kassen heeft als voordeel dat je niet hoeft te voldoen aan strengere beveiligingsmaatregelen. Nadeel is dat je niet op GPS kunt vliegen, aangezien kasconstructies dit stoort. Het gaat dan om kassen waar voetbalvelden vol potplanten groeien en inspectie behoeven met hoge precisie (Eye in the Sky). De kassen worden groter, de gevolgen van ziekte of schimmels zijn groter en het monitoren van je gewas is niet meer af te doen met een wandelingetje. Als één plant een ziekte verspreid naar 60 hectare tomaten dan is de schade enorm.

Het werken met drones wordt gecombineerd met sensorinformatie en kunstmatige intelligentie om zo de hele groei van voedsel in goede banen te leiden. Het hele systeem geeft vervolgens aan welke plantjes weggehaald moeten worden. Eigenlijk kantelt de hele sector van ervaring-gedreven-industrie naar data-gedreven-industrie.

Voor de toekomst ziet men een doorontwikkeling naar bijvoorbeeld precisie-pesticide-distributie en managementinformatie over groei en ziektes etc.

Ik moest even wennen aan deze keynote en het duurde een tijd voor ik door had wat de lijn van het verhaal was. Het ging eerst vooral over hoe een groep jonge studenten innovatief een startup bouwen, met de ambitie “Google-van-tuinbouw” zijn. Daarna werd uitgelegd hoe technologie tuinders en het telen van gewassen helpt. Illustratief hoe beroepen veranderen door technologie en indirect een aanmoediging om beroepsopleidingen te moderniseren en zo relevant te blijven. Overigens wel een afwisseling van trendwatchers en ict-guru’s.

Adoptie van onderwijslogistieke vernieuwing op #samboict

Ik ben vandaag te gast bij Lentiz voor de 40ste saMBO-ICT Conferentie. In de tweede ronde nemen Erik Blokland (Avans) en Peter Verdaasdonk (Advitrae) ons mee in de sessie “Adoptie van onderwijslogistieke vernieuwing – gamification als middel om onderwijslogistieke vernieuwing te stimuleren”. Meer achtergrond hier.

Omdat we vlak voor de implementatie staan van Xedule was ik nieuwsgierig. Vanuit de hoop dat het aanknopingspunten kan geven om na te denken over modernere manieren van plannen en roosteren. In mijn ogen is “alleen even een roosterapplicatie vervangen” de meest arme vorm van implementatie. Althans, ik zie meer toegevoegde waarde in flexibilisering en persoonlijke leertrajecten mogelijk maken. Moeilijker, maar dat is met alles wat waardevol is.

Avans wilde kennismaken met “Docentloos Roosteren” of ‘Zelf Roosteren” (de laatste klinkt wat sympathieker). Daarin krijgt een student het beste rooster voor hem, aangezien die centraal staat. Een docent kan hier vervolgens op intekenen. Het poogt te doorbreken dat men wel zegt dat de student centraal staat maar dat dit alleen blijkt uit ‘weinig tussenuren’ etc. Terwijl het rooster overgeleverd is aan de genade van de beschikbaarheid van de docent.

Niet voor elk team geschikt, maar voor teams die hier aan toe zijn zeker het onderzoeken waard. Het kantelt ook het proces van werkverdeling-per-team naar plan-van-inzet naar rooster. Je start met het rooster en daarna wordt het plan van inzet etc opgebouwd.

AdVitrae heeft toen een game (Maetch) ontwikkelt om teams te laten ervaren hoe “Zelf Roosteren” werkt. Als start vult de game zich met alle lessen die verdeeld moeten worden. Het werkt het beste als ook de docenten en hun benoemingen echt zijn. Tijdens het intekenen bouwt je eigen rooster zich op. Een team kan afspreken dat iedereen dit tegelijk doet of één voor één en in rondes. De game kan ook weggegooid en overnieuw gespeeld worden. Het neemt doorgaans een uur of 3 in beslag. AdVitrae kan game-leiders leveren, maar beter is nog dat teams dit zelf kunnen. Instellingen die roosteren met Xedule kunnen over Maetch beschikken.

Wat ik goed vindt aan docentloos roosteren is dat het de dialoog verplaatst. In plaats van dat een docent steeds communiceert met de roostermaker, vindt nu de dialoog plaats in het team. Dit leidt natuurlijk tot allerlei discussie en sociale dynamiek maar de game ondersteunt dit visueel door knelpunten in beeld te krijgen. De docent kan ook zijn tevredenheid over het rooster opgeven. Als de game klaar is krijgt iedereen een badge afhankelijk van z’n snelheid etc.

Al met al een mooie werkvorm om het team bewust te maken, gezamenlijk tot besluiten te komen en te helpen om zelfsturend te worden.

 

The Student Journey – Een 360° blik op (potentiële) studenten

Ik ben vandaag te gast bij Lentiz voor de 40ste saMBO-ICT Conferentie. In de eerste ronde nemen Jacob Hop, Bjorn Letink (Aventus) en Vincent Revenboer (Cobra CRM) ons mee in deze vroege fase van interactie met een mogelijke student. CobraCRM is een Salesforce applicatie voor werving .

Zelf was ik nieuwsgierig omdat we ons oriënteren op dit onderwerp en er wat mij betreft extra redenen voor zorgvuldigheid zijn. Aangezien het vaak gaat over de verwerking van persoonsgegevens van jonge mensen en in dit stadium heb je naast toestemming verder geen grondslag. De echte klantbinding komt namelijk pas later als de verbintenis (onderwijsovereenkomst) er is.

Jacob schetst de (herkenbare) aanloop:

  • Vanuit de systemen en applicatielandschap werd er niet zoveel gedaan aan automatisering van werving of men liet dit aan de marketingafdeling over.
  • De uitdaging lag in de terugloop van studentenaantallen, verlies marktaandeel en demografische krimp.

Ze starten vanuit de visie dat ze relevant willen zijn voor mogelijke instromers. Door informatie tijdens interactiemomenten vast te leggen probeert men het contact en de kanalen hiervoor aan te passen en zo de ‘klant’ te helpen zich te oriënteren. En uiteindelijk in te schrijven lijkt me.

Vervolgens zijn ze gaan analyseren welke vormen van interactie er zijn (meeloopdagen, open dagen, voorlichting etc.) en wat voor soort communicatie ze hier voor doen. Voor de open dag gebruiken ze bijvoorbeeld een app, waarin de potentiële student zich kan aanmelden met een QR code. In de loop der jaren is het aantal personen dat zonder ‘ticket’ de open dag bezoekt teruggelopen tot 10%.

Vanzelfsprekend kwamen er AVG vragen:

  • Minderjarigen: Ze gebruiken een privacy statement en vragen om toestemming. Dat een minderjarige dit niet mag tekenen wordt niet gecontroleerd. In plaats daarvan probeert men geen irritatie op te wekken door gedoseerd te communiceren en makkelijk te laten uitschrijven op mailings etc. De presentatoren waren hier wel eerlijk over: het zoekt de grens op van wat AVG toelaat.
  • Om de datakwaliteit te verhogen en een persoon uniek te identificeren zou men zoveel mogelijk willen weten. Terwijl daar geen echte doelbinding voor is. Daarom zijn 06 nummers bijvoorbeeld uit formulieren gehaald als deze niet nodig is.

Wat ik ook wel veel terug hoor is dat de stijl en inhoud van de pro-actieve communicatie aandacht behoeft. Niet elke medewerker die gewend is een telefoon aan te nemen, is bekwaam om zelf een gesprek te initiëren. Zelf denk ik dat je anders snel in het bel-me-niet-register terecht komt.

Door koppelingen met het Studenten-Informatie-Systeem (EduArte) en de beschikbaarheid van contactkaarten in het CRM is er steeds één plek waar zichtbaar is welke communicatie er met de student is geweest. De medewerkers achter de centrale telefoon of het info-punt roepen dit op tijdens het behandelen van mail of telefoontjes.

Het riep nog wel vragen op over het verwerkingsregister en principes zoals data-minimalisatie. De sessie was te kort om dit helemaal uit te vragen. Vandaar dat ik aanmoedigde om hun FG/IBP collega’s het een keer te komen toelichten op het IBP Netwerk. Overigens ben ik best bereid mij het marketing jargon aan te meten, terwijl woorden als ‘klantreis’, ‘journey’ en ‘prospect’ soms een tikkie jeuk opleveren. Maar ik ben de eerste om toe te geven dat technologie-jargon hetzelfde effect heeft andersom. 😉