onderwijsbedrijfsvoering

Parell netwerkbijeenkomst

Ik was vandaag bij de MBO Raad in Woerden voor een Parell netwerkbijeenkomst. Het verslag van de presentatie “VKL, steen in de vijver” is daar te vinden. Het verslag over de plannen voor Parell komen nog later. Overigens is parell ook te volgen op twitter met de naam @parellmbo!

Overigens een mooi kantoor met kruk-flexplekken waar je even kunt neerstrijken en een behulpzame systeembeheerder die je gelijk op de gast-draadloos toegang geeft!

De onderwijscalculator

Ik ben vandaag bij Aequor in Ede voor een Train-de-Trainer sessie van de onderwijscalculator, samen met o.a. Hans. Straks hier terug te vinden. Het doel is het instrument leren kennen, het model, het gebruik en implementatie. Het systeem is slechts de helft van het verhaal, manieren van inzet vergt zeker net zoveel aandacht. De training wordt gegeven door Artefaction. Tweets zijn hier terug te vinden.

Ons eigen doel als ROC Tilburg is het instrument inzetten bij het totstandkomen van de begroting, waarbij Team Activiteiten Plannen (TAP), doorgerekend worden als er met parameters gespeeld wordt. Daarnaast concreet praktische handreikingen om met teams aan de slag te gaan. Andere deelnemers vermelden ook dat allocatiemodellen veranderen n.a.v. CGO en daarbij zou de onderwijscalculator kunnen helpen.

Ontstaan Onderwijscalculator

Vanuit MBO2010 kwam als snel de prangende vraag: Is CGO wel te bekostigen? Zou er een kostenmodel voor te maken zijn? De eerste versie werd in excel ontwikkelt, later kwam de webversie. Het model is gebaseerd op Activity-Based-Costing. Activiteiten die dicht tegen het primaire proces aanliggen, zoals examinering, begeleiding, lesgeven etc. 

De vraag die het moet beantwoorden: Hoe zorgen we dat we CGO betaalbaar kunnen organiseren? Het is een intern sturingsinstrument, niet een middel om verantwoording af te leggen. Het levert wel transparantie en, mits goed toegepast, meerwaarde op. Als bijvoorbeeld medewerkers tot op de werkvloer meer kostenbewust worden.

Een kort overzicht heb ik al eens hier geschreven.

Inrichting

  • Het model moet ingericht worden met personeelssoorten, leerwegsoorten, activiteitsoorten, opleidingen, budgetten etc. Er is ruimte voor keuzes, wat je wel en niet doorrekent: bijvoorbeeld facilitaire diensten en overhead. Leidende vraag: Welke kosten van welke activiteiten wil je in beeld brengen? Er blijven altijd kosten buiten beeld. De kunst is om de inrichting van het model te laten aansluiten bij de instellingspecifieke manier van begroten en doorbelasten.
  • Verder kent het model maximaal 3 lagen: instelling, sector/afdeling/domein en team. Als een specifieke instelling 4 lagen heeft of anders noemt, moet dit vertaald worden. Meestal is 3 lagen voldoende. 
  • Ondersteunende diensten voor projecten of bijvoorbeeld “Dienst Onderwijs Innovatie” of  “Kwaliteitszorg”, kunnen apart benoemt worden met aparte activiteiten. Of juist wel met een verdeelsleutel gekoppelt worden aan de specifieke teams waar ze ondersteuning voor bieden. Alles hangt af van wat je wilt zien. 
  • De medewerkerssoorten kunnen een soort onderverdeling krijgen naar rol. Dus als een docent een begeleider, coach of tutor kan zijn, dan kan dit in principe ingericht worden. ook tariefdoorberekening kan hier in.
  • Keuzes van inrichting bepalen logischerwijs hoe getallen uit de rapportages geïnterpreteerd moeten worden. Wat iets wel of niet betekent hangt af van allerlei instellingspecifieke definities.
  • Afhankelijk van de totstandkoming van het budget zegt het totaal, dat het model oplevert, iets. Eigenlijk moet de manier waarop een instelling de budgetten berekent, dezelfde zijn als de manier waarop het model de kosten berekent. Als je de getallen zinvol wilt vergelijken. Dit is allemaal afhankelijk van je inrichting.
  • Kosten doorbelasten: Kosten van een deelnemer kunnen worden doorberekent. Dat hangt er van af of je bepaalde niet-primaire kosten wilt “verspreiden” over de teams en opleidingen. Dan moet het budget dat er tegenoverstaat hier ook weer rekening meehouden. Reken je wel door: dan zie je uiteindelijk wel wat dit alles per student kost. Een soort TCO van een student dus.

Gedurende de middag hebben we als groep een case uitgewerkt, door een lege calculator te gaan inrichten, keuzes te maken en zo het systeem te vullen. Dat ervaarde ik als erg concreet, praktisch en nuttig. Omdat het lijkt op wat we zelf gaan doen als we met teams aan de slag gaan. 

Er komt op 2 april weer een zelfde dag, voor een nieuwe groep ROC’s. Inschrijven kan hier. Voor ROC’s die er concreet mee willen werken. Orientatie verloopt op andere manieren.

De onderwijscalculator

Op de Parell bijeenkomst van vandaag gaf Artefaction een demonstratie van hun onderwijscalculator. Jef heeft hier ook over geschreven. 

Achtergrond van het model op inhoud:

  • Het model probeert inzichtelijk te maken, welke kosten onderwijsactiviteiten met zich meebrengen.
  • Niet alleen brengt het de kosten van het primaire proces in beeld, maar ook van ondersteunende processen. 
  • Het model werkt op alle niveau’s: teams, scholen en instellingen.
  • Het model is slechts de helft van het verhaal: inzichten zijn leuk, maar hoe “durf” je er mee aan de slag te gaan binnen je instelling.

Vervolgens volgde een demonstratie: 

Het begint met de inrichting van het model met je eigen parameters: sectoren, personeelssoorten, activiteitssoorten, leerwegsoorten en ruimtesoorten. Elke parameter heeft attributen zoals aantallen, fte, tarieven en euri. Daarna wordt het aanbod van opleidingen van een team ingevuld en wat men er voor nodig heeft. Ook is per opleiding weer in te vullen wat voor soort onderwijsactiviteiten er zijn. Dit kan zo fijnmazig als je wilt. 

Uiteindelijk leidt dit een rapport: wat zijn de totale kosten van een opleiding, wat kost deze opleiding per student. Als vervolgens met de parameters gespeeld wordt, zie je direct het effect op benodigde personeel, ruimtes en kosten.

Vragen en opmerkingen:

  • Geeft het systeem signalen als iets “echt niet kan”? Op dit moment niet, als je over je budget heen schiet, of over je “personeelsvoorraad” dan moet je dit zelf vergelijken. 
  • Waar komt CGO in het model terug? Op zich niet direct, het zou ook gebruikt kunnen worden voor “oude” vormen van onderwijs. 
  • Zou het gekoppeld kunnen worden aan een workflow waarin teamactiviteiten-plannen, leiden tot een check bij ondersteunende diensten, goedkeuring voor budgetten etc.? 
  • Het is juist goed als de calculator “onderwijsmodel-neutraal” is. Zodat instellingen met verschillende onderwijsmodellen het toch kunnen gebruiken.
  • Is het gebruik van het model veel werk? Ervaring laat zien dat opleidingsmanagers hun opleidingen en parameters er in “drie kwartier” in hebben zitten. Veel meer tijd gaat zitten in het bedenken wat je met de uitkomsten wil. Gaan teams “spelen” om plannen te maken, of gaan besturen dit gebruiken om strategische beslissingen te nemen?
  • Is er meer bekend over de algorithmen en manieren van doorrekenen? In workshops wordt hierover meer achtergrondinformatie gegeven.
  • Ervaringen op ROC Mondriaan laten zien dat teams in staat zijn om vanuit het onderwijsconcept de stap naar bekostiging te maken èn terug. Er ontstaat zo een constructief proces waarin wat wenselijk is afgestemd wordt met wat mogelijk is.
  • Praktisch: 1 maart is de tool klaar, dan kunnen in “train-de-trainer” sessies 2 mensen per ROC geschoold worden. Het wordt gefinancieerd door MBO2010. 
  • Beheer van het systeem: de tool is van MBO2010 en stelt het beschikbaar aan de instellingen. Zoals het er nu naar uitziet, gaat hier niets voor gerekend worden.

Marketing-samenvatting Artefaction: Vorig jaar zei men “Ik heb geen instrument, had ik er maar een dan kon ik het uitrekenen”. Die tijd is voorbij.

Samenwerking in MBO land

Ben Geerdink sluit de conferentie en vertelt dat er een notitie lag:  SAMBO-ICT. Dat staat voor “Samenwerking BeroepsOnderwijs ICT” en zou een nieuwe club worden, waarin de netwerken ROC-i-Partners, DEUG, Parell, BVE Platform, TripleA zouden samenkomen. Uiteindelijk moeten hierin allerlei aspecten van onderwijsbedrijfsvoering aan bod komen.

Het idee is om de verenigingsstructuur van de MBO Raad te gebruiken om de activiteiten van verschillende netwerken samen te brengen. Echter het organiseren van deze samenwerking vergt tijd, dus wordt er gezocht naar een interim-oplossing.

Ben doet een oproep: als iemand in dit interim “gat” wil springen, voel je dan geroepen.

Vervolgens wordt de voorzittershamer overgedragen aan het Deltion College dat op 17 september in Zwolle gastheer is voor de 20ste conferentie.

The Long Tail van ROC Tilburg

Naar aanleiding van mijn post gisteren, waarin ik me afvroeg of er sprake is van een Long Tail in het onderwijs, gelijk maar even de proef op de som genomen.

Eerste vraag: Wat is ons product? Eigenlijk is dat het NIA of “Nauwkeurig Inschrijf Aanbod”. Deze komen meestal in cohorten met wat smaakverschillen. Een NIA valt weer onder een CREBO, zeg maar een uniek nummer voor elke opleiding. Dus om het niet direkt te ingewikkeld te maken, zeg ik: product = CREBO.

Tweede vraag: Hoeveel wordt elk product afgezet? Dat zou het geconsumeerde aanbod moeten zijn. Oftewel: hoeveel inschrijvingen zijn er op een bepaald CREBO. Los van behalen van diploma of niet, aanwezigheid of niet.  Ook om het hier niet weer te ingewikkeld te maken, zeg ik: consumptie = deelnemer met een inschrijving.

Vervolgens heb ik een tabel samengesteld met daarin alle CREBO’s en het aantal deelnemers op 1 oktober 2008. Deze is vervolgens gesorteerd van veel naar weinig deelnemers. Onderstaande grafiek toont de “Long Tail”. (Ik heb de soorten CREBO’s weggelaten om geen info over de 1 oktober telling te geven voordat deze goed en wel in Groningen zijn 😉 )

roc-tilburg-totaal

Enkele cijfers:

  • 218 CREBO’s bedienen zo’n 10.500 studenten.
  • De 25 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 73 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Omdat in deze grafiek zowel oude opleidingen zitten als de nieuwe CGO opleidingen, heb ik de CGO opleidingen (CREBO 9xxxx) er uit gefilterd. Dan wordt het beeld toch wel anders!

roc-tilburg-exp

Enkele cijfers:

  • 128 CREBO’s bedienen zo’n 7.100 studenten.
  • De 20 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 51 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Dan zou er eigenlijk geen sprake zijn van een echte “Long Tail”! Je ziet dat ook aan de “rugvorm” voor de staart van de grafiek.

Een andere weergave van dezelfde gegevens laat zien welk percentage CREBO’s je nodig hebt om welk percentage deelnemers te bedienen. Waarbij de populairste opleiding voorop staat.

roc-tilburg-relatief

Hieruit is te concluderen dat 50% van de deelnemers bedient worden door 16% van onze opleidingen. 80% van de deelnemers wordt bedient door 40% van onze opleidingen.

Vragen ter onderzoek die het bij me oproept:

  • Is mijn conclusie juist dat er geen sprake is van een Long Tail?
  • Als deze er al was, is deze dan juist minder geworden na invoering van CGO?
  • Is er dan minder maatwerk?
  • Hoe zou dit werken als een student inschrijft op een domein i.p.v. een opleiding?
  • Zouden rendementen van niche-opleiding consequent hoger of juist lager zijn?
  • Is er een andere definitie van “product” te verzinnen? CREBO is toevallig eenvoudig meetbaar.

Is er iemand anders die dit soort cijfers heeft van zijn ROC?

Resultaten verkenningsfase “Excellent Leren”

Vier ROC’s zijn een gemeenschappelijk project begonnen met de titel “Excellent leren, excellent organiseren”. Uit de verkenningsfase is een notitie voortgekomen. Alhoewel mijn ROC niet aan dit project meedoet wilde ik toch enkele puntjes delen, vooral omdat ik de conceptuele vergelijkingen met andere grote instellingen (UWV en Beatrix Ziekenhuis Gorinchem) handig vond.

In deze fase is verkend welke doelstellingen deze onderwijsinstellingen hebben en hoe differentiatie bijdraagt aan deze doelstellingen. Van hieruit vertrekkend is gekeken naar 4 thema’s: Expertsysteem, (Permanente) Intake en toewijzing, organisatie van de uitvoering en integrale implementatie.

  1. Expertsysteem: Gesteld wordt dat logistiek gaat over voorspellen. Zowel UWV als het ziekenhuis steken veel energie in de ontwikkeling van klantprofielen of typologieën, om klanten snel in het juiste behandelingstraject te kunnen plaatsen. Door dit systeem continu te vullen ontstaat een “expertsysteem” dat gebruikt kan worden voor het doen van voorspellingen en risicoanalyses.
    Zelf heb ik “wel eens” gehoord van leerprofielen, maar een compleet deelnemerprofiel zou inderdaad handig zijn. Waarbij leerstijlen een onderdeel is van het complete deelnemerprofiel. Andere kenmerken zouden kunnen komen uit de inhoud van het ELD. Dan veronderstel ik wel dat als je maar genoeg profielen verzamelt, je er statisch iets mee kunt. Overigens zou de optelsom van deze profielen, geaggregeerd en geanonimiseerd, veel regio informatie kunnen opleveren. Onderzoekje waard: zou je het ELD kunnen gebruiken als deelnemerprofiel om er vervolgens je expertsysteem mee te vullen èn dat vervolgens kunnen gebruiken als hulpmiddel bij sturing?
    Overigens hebben onderwijsinstellingen al moeite genoeg om zaken te plannen waar ze opzich zeker van zijn. Voorspellen zit hier nog een eindje voor. Dat zou meer tijd geven om planmatiger te werken.
  2. Permanente Intake: Gepleit wordt voor een intake als onderdeel van het hele ketenproces en niet een opzichzelf staand moment van diagnose. Het lijkt me dat als een deelnemer een voortdurend veranderende vraag heeft dat dan de afstemming een voortdurend veranderend aanbod moet opleveren. Dan kom je er inderdaad niet met alleen een eerste intake. Tijdens loopbaanbegeleiding en coaching zouden veel intake “elementen” terug kunnen komen.
    Triage: Is eigenlijk een soort sorteren van slachtoffers tijdens rampen en op eerste hulp afdelingen. Klinkt wat dramatisch, maar het is te vergelijken met het toewijzen naar een traject, als de diagnose gesteld is. Opvallend:
    In een ziekenhuis moet men in theorie 30.000 DBC’s (diagnose-behandelcombinaties) kunnen hanteren. Echter 80% van de omzet wordt gerealiseerd met 26 DBC’s! Er is dus veel voorspelbaar: de veronderstelling is dat 80% van de leerloopbanen voorspelbaar en planbaar is.
    Nu ben ik toch bang dat in het onderwijs we meer “Intake-Leertrajectcombinaties” hebben, zeker om 80% te bereiken! Dan zou er in het onderwijs sprake zijn van een soort Long-Tail. In tegenstelling tot de zorgsector.
    Onderzoekje waard: Weet iemand meer van de Long Tail in het onderwijs? Dan zou er sprake zijn van een groot aanbod van opleidingen dat slechts een klein publiek of een niche dient, maar gezamenlijk hebben deze een groter marktpotentieel dan de “populaire” opleidingen.
  3. Organisatie: Hier komen een hele rits onderwerpen voorbij:
    Netwerken en co-makership Om efficiënt om te gaan met middelen is er samenwerking met ketenpartners nodig. In het onderwijs gebeurt dat al mondjesmaat door samen te werken met instellingen voor werkgelegenheid en zorg etc. Echter: wie is er probleemeigenaar in netwerk organisaties? Bij de UWV is dat de re-integratiecoach. Wie is dat in het onderwijs?
    Ontkoppelpunt Waar leg je de knip tussen standaard en maatwerk. Er is nooit één soort van maatwerk. Maatwerkprofielen zouden dan weer te koppelen zijn aan klantprofielen…
  4. Integrale Implementatie: Er wordt een gelijkoplopende ontwikkeling aanbevolen. Een eenzijdige inzet op één organisatie-element is niet efffectief. Dus als onderwijs, organisatie, planning en systemen een verschillende mate van flexibilisering ondersteunen wordt je doel niet bereikt.

Kortom: leerzame verkenning. De volledige notitie is hier te vinden (met toestemming IVA, waarvoor dank).

Parell bijeenkomst

Ik was gisteren weer aanwezig bij een PARELL bijeenkomst. Ondertussen is bekend geworden wie programmamanager wordt: Gisela Lindner. Veel succes als “kartrekker”!

Omdat het overleg gedeeltelijk mededelend en uitwisselend van aard was, komt er in dit blogje van alles voorbij, maar ik wilde het toch delen.

Er bleek een uitgebreid artikel over Parell verschenen te zijn in de MBO Krant. Voor wie iets meer wilt weten over de doelstellingen een aanrader, op bladzijde 4 en 11. Overigens kende ik het initiatief tot deze krant niet, maar ik kom er achter dat alle publicaties van MBO2010 via deze feed te volgen zijn. De aandachtsgebieden op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en de link met PARELL is uitgewerkt in bijgaand model.

mbo2010bedrijfsvoering

Verder deed Frida Hengeveld een oproep aan alle contactpersonen om binnen hun organsiatie ook na te gaan wat de behoefte is bij bestuurders van ROC’s. Welke vragen leven er op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en hoe geven we participatie en uitwisseling vorm? De betrokkenheid op dit niveau is onontbeerlijk maar blijft een uitdaging. Ook gisteren was de opkomst van contactpersonen beperkt. Overigens heeft elk startend netwerk of community in het begin nog niet genoeg “tractie” om op impuls door te drijven. Dat kost altijd tijd en een “kartrekker” 😉 .

Ondertussen gaat er een tweede tranche met geld naar TripleA voor o.a. de uitwerking van de overige onderdelen. De producten die dit oplevert zijn niet alleen beschikbaar voor de instellingen die meededen aan de aanbesteding van Kernregistratie Deelnemers, maar voor alle instellingen.

Vervolgens gaven 3 ROC’s een presentatie van hun ervaringen, tot nu toe, met de doorbraak-projecten-HPBO: Excellent Leren, Excellent Organiseren.

  • Piet de Kant van ROC Aventus bracht het als volgt onder woorden: “Wij roepen wel dat we de student centraal zetten, maar doen we dat werkelijk?… We roepen wel dat we willen flexibiliseren, maar in welke mate dan?… We roepen wel dat er maatwerk willen, maar wat is dat dan?…” Hij hoopt daar tijdens het project duidelijkheid over te kunnen krijgen. Het doel is uiteindelijk te komen tot individuele leerroutes. Tijdens de presentatie kwam naar voren dat “stelselcondities” één van de thema’s gaat worden, tijdens de verkenningsfase.
    Dat wekt bij mij nieuwsgierigheid op omdat ik soms “het gevoel” heb dat bekostigingsstructuren, CAO’s en verantwoordingseisen (compliancy is geloof ik het engelse woord 😉 ) flexibilisering in de weg staan.
  • ROC eindhoven presenteerde hun TIME methodiek en die vindt ik zo praktisch dat ik er een apart blogpostje aan ga wijden. Het staat voor Toegepast Integraal Model Eindhoven. (Ik ga toch een keer in een verloren uurtje afkortingen verzinnen denk ik 😉 Neem een pakkende engelse term, wat mindmappen en we kunnen weer vooruit 🙂 ) Wat deze methodiek organiseert is dat er 4 niveau’s van flexibilisering gescand worden op 4 pijlers. Waarbij het dus zaak is, als je een bepaald niveau wilt bereiken, je in àlle pijlers even ver bent. De scan brengt dat in kaart en levert dus aandachtsgebieden op om op te sturen.
  • Jan Hammink van ROC Twente vertelde over de onderwijslogistieke obstakels van hun major/minor model. Dit heeft hen er toe gebracht het aantal aangeboden minors terug te brengen. De verdiepende minors zijn dan nog het makkelijkst aan te bieden. De verbredende minors die opleidingen of sectoren overschrijden (Kan ik iets met medische ICT leren? Kan ik administratie doen in het Duits, we wonen vlak bij de grens? etc) zijn moeilijker aan te bieden. De behoefte aan “cross-over” opleidingen wordt overigens wel getoetst door te kijken naar de arbeidsmarkt etc. voordat het daadwerkelijk wordt aangeboden.
    Een pluspunt: “Nu we met 8000 studenten op één locatie zitten hoef je voor sommige minors alleen maar over te steken”. Wat maar eens benadrukt hoe gebouwlijke inrichting iets (on)mogelijk maakt.
    Opmerking van de inspectie: pas op dat maatwerk met veel digitale content (lees: verticale boeken zonder interactie in een ELO) niet leidt tot “eenzaam leren”…

Zijdelings kwam nog even ter sprake dat het Expertise Centrum Beroepsonderwijs een soort R&D functie binnen de BVE sector moet krijgen. Met als doel:

Het ECBO zal wetenschappelijke en praktijkgerichte kennis ontwikkelen, verzamelen en verspreiden die voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie relevant zijn. Het expertisecentrum zal zich de komende jaren ontwikkelen tot hèt informatiepunt voor de sector.

Als dit bijdraagt aan meer “Evidence Based Onderwijs” dan juich ik dit natuurlijk toe. Als er iemand is die een beetje overzicht houdt over alle expertisecentra, dan houd ik mij aanbevolen 😉 .

Al met al een nuttige bijeenkomst!

Congres Onderwijslogistiek en CGO

Ik kreeg vandaag de vooraankondiging binnen van het “Congres Onderwijslogistiek en CGO” en ik herhaal hieronder slechts de inhoud van de mail. Omdat onderwijslogistiek, flexibilisering en onderwijsbedrijfsvoering bij steeds meer mensen focus krijgt, leek het me handig om het ook hier aan te kondigen.`

Header
Geachte mevrouw, heer,Zoals u wellicht weet hebben de belangenverenigingen in het MBO de handen ineen geslagen op het gebied van ICT. De samenwerking tussen ROC-i-partners, BVE-Platform en DEUG wordt geïntensiveerd en de eerste activiteit die daadwerkelijk samen wordt opgepakt is het Congres Onderwijslogistiek en CGO, op 12 februari aanstaande.Op deze bijeenkomst komen samenwerkingsprojecten en ook onderwijsinstellingen zelf aan het woord om de ervaringen die men opdoet met de implementatie van CGO te delen. De uitdaging voor wat betreft logistiek en planning in het vernieuwde onderwijs wordt in een breder kader geplaatst door een spreker van de Nederlandse Spoorwegen.Bij deze vragen wij u om deze datum in uw agenda te reserveren. Wilt u vast aanmelden? Dan kan dat via ons aanmeldformulier. Nadere informatie ontvangt u in januari.


Programma

  Lunch
13.00 1. Opening door de heer Luc Verburgh, loods MBO2010
  2. Keynote door de heer Abbink van de Nederlandse Spoorwegen
  Pauze
  3. Eerste ronde parallelle sessies ‘ervaringen met onderwijslogistiek en CGO’
  4. Tweede ronde parallelle sessies ‘ervaringen met onderwijslogistiek en CGO’
  5. Afsluiting door mevrouw Frida Hengeveld, voorzitter Parell
17.30 Borrel

Locatie

ROC van Amsterdam, Tempelhofstraat 80, 1043 EB Amsterdam


Met dit programma bieden we u een leerzame middag, waarop kennisdeling en samenwerking centraal staan.
Het is immers niet nodig om op verschillende plaatsen het wiel opnieuw uit te vinden! Grote kans dat het ook een stimulans is voor verdere samenwerking en kennisdeling na afloop van de bijeenkomst.

We zien er naar uit u te mogen ontmoeten op dit congres.

Met vriendelijke groet,

Jim Bijlstra, voorzitter BVE-Platform

Ben Geerdink, voorzitter ROC-i-partners

Olaf van Nugteren, voorzitter DEUG