Tools

GPS Routes bijhouden, bewerken en afbeelden

In deze blogpost even een kort overzichtje wat ik met GPS gegevens doe, als tip mocht je ze handig vinden:

Positie bijhouden

  • Op de achtergrond heb ik altijd GPSLogger aanstaan. Deze bepaalt elke minuut mijn positie, als ik in beweging ben. Alle posities worden 1x per dag weggeschreven in een ‘dagbestand’ op Google Drive. Deze Android app gebruikt weinig energie en is gratis.
  • Google Maps houdt mijn locatie ook bij zodat ik deze in de tijdlijn terug kan vinden. In de praktijk is de nauwkeurigheid niet groot genoeg om als ‘track’ terug te kijken. De route ‘springt’ soms kruislings over de kaart heen. De toegevoegde waarde is wel dat Google vrij nauwkeurig je positie koppelt aan gebouwen en adressen. Als ik dus later zoek op een naam, bijvoorbeeld van een natuurgebied, dan is deze gekoppeld aan mijn positie op een bepaalde datum in mijn tijdlijn.
  • Als ik fiets, wandel of skate neem ik de route op met (de gratis app) OruxMaps,  Deze volgt mijn positie nauwkeuriger en slaat de bestandjes lokaal op. Kaarten kunnen eventueel offline op je SmartPhone gezet worden maar het werkt opzich ook zonder dataverbinding en kaarten. Deze is dus niet om te kijken waar je bent maar voor latere statistieken zoals snelheid en afstand etc.

Route bewerken en afbeelden

  • Voor Windows gebruik ik hiervoor GPS Track Editor. Deze toont GPX bestanden op een kaart van OpenStreetMap. Tracks opsplitsen door op een positiepunt te klikken en segmenten verwijderen is allemaal rechttoe rechtaan.
  • In de browser gebruik ik GPS Visualiser. Nadat je een GPX bestand hebt geüpload, kun je kiezen voor kaartstijl of satellietfoto en de afmetingen van je kaart. Bij mooie routes in de natuur zet ik de breedte op 3000 pixels, zodat het detailniveau hoog is. Deze sla ik vervolgens als afbeelding op bij de foto’s van die dag. Overigens loop je van je scherm af dus een normale screenshot maken gaat niet. Daarom gebruik ik in Chrome “Full Page Screen Capture“. Deze extensie schuift horizontaal en verticaal en hecht automatisch de screenshots aan elkaar tot één afbeelding.

 

Netflix Kijkactiviteit Exporteren

Even een tussendoortje weg van Office365 en mijn Blockchain tweets enzo. Ik zat al een tijdje te zoeken naar manieren om de kijkactiviteit van Netflix te exporteren. Waarom? Uit principe omdat ik het belangrijk vind dat ik zelf ook beschik over mijn persoonlijke data. Netflix heeft geen export-knop waarmee je alles ‘even’ exporteert naar csv bestanden. Zodat je er daarna in Excel weer wat mee kan. Diensten zoals Last.fm met muziek scrobbles en Twitter voor je tweets hebben dit wel.

Heel even probeerde ik SIMKL uit, dat belooft te integreren met Netflix en je kijkgeschiedenis te importeren. Zodat je het daar kan exporteren naar csv. Werkte voor geen meter echter, importeerde ongeveer een tiental willekeurige items maar dus zeker niet de hele historie.

Maar soms ben je langer bezig automatisering uit te zoeken dan het handmatig doen. Hoe dan?

  • Open je kijkactiviteit van Netflix. Netflix toont deze van het profiel dat je hebt aanstaan op dat moment. Als je er meerdere hebt althans.
  • Scroll tot het einde naar beneden. De pagina ververst dan en toont meer. Na een paar keer ben je tot aan het begin van je kijkhistorie.
  • Selecteer op de webpagina zelf de tabel met alle datums en titels.
  • Kopieer en plak deze in kladblok of een alternatief programmaatje dat met platte tekst kan omgaan. Tip: Notepad++
  • Selecteer een keer de tekst ” Een probleem melden … “. Netflix toont deze namelijk achter elke regel. Vervang deze tekst door niets. Vaak kan dat met sneltoets Ctrl+H.
  • Sla het bestand op of open het erna in Excel voor verdere analyse.
  • De volgende keer dat je dit herhaalt hoef je natuurlijk niet helemaal naar beneden te scrollen.

 

Blog verhuizen

De vorige keer schreef ik over de zorg van een eigen apparaat (server) dat je moet onderhouden, besturen, verbinden en beveiligen. Aangezien ik deze server grotendeels gebruikte voor het zelf ‘hosten’ van WordPress blogs leek de stap naar WordPress.com een logische. Zoals altijd lever je iets in als je een ander de zorg op zich laat nemen.

De stappen voor verhuizing naar WordPress.com

  1. Exporteren van mijn ‘oude’ blog, door in het dashboard, onder “Extra” te klikken op “Exporteren”.
  2. Sla het export-bestand op.
  3. Als je geen account hebt bij WordPress.com moet je die aanmaken.
  4. Maak bij WordPress.com een nieuw blog aan.
  5. Importeren van ‘oude’ blog in de nieuwe, door in het dashboard, onder “Extra” te klikken op “Importeren”.
  6. Wijs het export-bestand aan en importeer deze.
  7. Wacht een paar minuten en controleer het resultaat.

Je blog wordt nu met alle vorige inhoud gehost op een subdomein onder wordpress.com.

De stappen voor het instellen van een eigen domeinnaam

  1. Ga in je Dashboard naar de ‘Winkel’ en koop onder ‘My Domains’ voor €11 een ‘domeinverwijzing’.
  2. Ga naar je ‘registrar‘ waar je je eigen domein hebt geregistreerd en zoek de instellingen van de ‘nameservers’ op.
  3. Neem de instructie over van deze pagina oftwel gebruik ns1.wordpress.com etc. voor de verwijzing van je domeinnaam naar de servers van WordPress.
  4. Wacht een paar uur en test af en toe.

Welke nadelen zijn er?

Samengevat: minder maatwerk en keuzevrijheid.

  • Thema’s voor vormgeving van je blog: WordPress.com laat alleen een eigen bibliotheek van thema’s toe. Mijn eigen oude thema zit hier niet bij. Ik moest dus een andere zoeken.
  • Plugins voor uitgebreidere functionaliteit: Ik gebruikte bijvoorbeeld TablePress voor het makkelijk creëren van tabellen in een blog. Alle blogs waarin ik deze gebruikte zijn deze tabellen kwijt. Pech dus.
  • Analyse: Ik gebruikte Google Analytics. Dat wordt niet door WordPress.com ondersteunt. Wel bieden ze een eigen systeem met redelijk uitgebreide statistieken. Aangezien ik toch steeds argwanender tegenover ‘tracking‘ sta en het meestal blokkeer als ik zelf een site bezoek, vond ik het wel zo eerlijk om het op mijn eigen site niet te doen met mijn bezoekers.

Nu ik een week of twee verder ben is mijn conclusie: weg met de rest van mijn eigen webserver. Overigens valt WordPress voor mij niet onder de grotere sociale netwerken waarvan ik hoop dat ze in 2014 verdwijnen. Omdat:

  • Ze je zelf je eigen data makkelijk laten importeren en exporteren.
  • Ze je niet opsluiten in hun eigen platform. Iedereen die wel de zorg van een eigen server of webdienst op zich kan nemen, kan hun systeem gewoon van wordpress.org af halen.

Mijn bestanden niet meer in de cloud

BitTorrent-Sync

Ik heb veel geëxperimenteerd in de loop van de tijd met het opslaan van mijn bestanden in de ‘cloud’. Zowel Google Drive, SkyDrive en Dropbox etc. Beurtelings vond ik de ene beter dan de andere en vice versa. Maar ik haakte vooral af na intensief gebruik op tablets en smartphones. Dit kwam doordat ze slecht integreren: of het lokale bestandssysteem ‘ziet’ de opslag in de cloud niet of de gebruikte ‘Office’ apps zelf zien dat niet. Dat uit zich voor mij in één zin:

Openen, bewerken en opslaan is NIET hetzelfde als downloaden, bewerken en uploaden!

Het eerste houdt in dat een willekeurige app op je tablet een bestand kan openen omdat deze app ‘cloud-bewust’ is of omdat de inhoud terug te vinden is in je mappenstructuurtje. Waarbij het opslaan in de cloud automatisch de wijzigingen wegschrijft. Het tweede houdt in dat je naar de cloud-app gaat, een bestand opzoekt, aantikt en vervolgens wordt deze gedownload. Als je er dan iets in wijzigt, moet je onthouden dat je deze laatste versie handmatig weer upload. Over onthou-gedoe gesproken.

Daarnaast merkte ik dat ik toch nog vaak in offline omgevingen ben, of te maken heb met een trage 3G verbinding. Dan wil ik bij mijn bestanden kunnen die, eenmaal weer online, gesynchroniseerd worden.

Ik ben daarom gaan experimenteren met BitTorrent Sync. Na een paar maanden gebruik kan ik zeggen dat ik er erg tevreden over ben.

  • Het werkt nagenoeg foutloos. Slechts 2 keer was er met een bestandje iets mis.
  • Het is flexibel doordat het je mappen laat aanwijzen die je wilt syncen. Het werkt dus niet met één grote synchronisatie-map, maar je wijst mappen aan die het moet monitoren op wijzigingen. Deze mappen worden vervolgens gelijk gehouden op meerdere machines, bijvoorbeeld je laptop en tablet.
  • Van elke map krijg je een unieke code. Op de toestellen waar deze map nodig is, gebruik je deze unieke code en de verbinding ontstaat ‘vanzelf’.
  • Elk bestand wordt onder encryptie verstuurt en er is geen bedrijf dat meegluurt naar je bestanden.

Overigens moet er voor synchronisatie altijd minstens één andere device aanstaan. In de praktijk stoort het me niet. Als ik mijn laptop aanzet, dan worden bestanden even bijgewerkt van smartphone en tablet, of andersom.

Disclaimer:

  • Toekomstige nieuwere versies van de publieke cloud kunnen waarschijnlijk vast wel dingen waar ik nu over struikel!
  • Als je nooit iets wijzigt op een tablet maar alleen hoeft in te kijken, dan zul je bovenstaand probleem van uploaden niet hebben!
  • Ik heb het hier vooral over persoonlijke bestanden in de publieke cloud.

Waarvoor ik Google dankbaar was

Mijn vorige post kent een voor mij ongebruikelijke sterke toon. Meestal druk ik me wat constructiever uit dan dat ik op de ondergang van complete platformen hoop. Ik bedacht later dat ik nog een grote vergeet: Google Plus. Waarschijnlijk omdat ik er nauwelijks naar omkijk. Uiteindelijk zijn het er ook teveel om allemaal ‘bij te houden’. Teveel systemen met teveel interfaces en dan teveel wijzigingen bij nieuwe versies die je hersencellen nodeloos verbranden. [Is er iemand die de nieuwe Twitter manier om dialogen te tonen wel handig vindt?]

Toch had ik tot nu toe met Google een andere ‘band’ dan met Twitter en Facebook. Ik weet ook wel dat ik geen Google klant ben, maar een hamstertje in hun machine. De klanten zijn de bedrijven die adverteren. Toch stoorde het me niet dat ik informatie over mezelf gaf in ruil voor maatwerk in reclame. Het was in ieder geval niet zo irritant als die reclames van bijvoorbeeld Wehkamp. Bestel je in 5 minuten een pyjama, krijg je wekenlang pyjama reclame overal in beeld. Toch is Google steeds meer hun sociale netwerk verplicht aan het maken. Het is steeds moeilijker om niet een dienst van Google te gebruiken zonder een profiel te hebben in Google Plus. Daarnaast was ik ook redelijk ‘loyaal’ aan ze. Ik ben ze namelijk best dankbaar geweest. Niet alleen als zoekmachine maar ook voor:

  • Google Reader is voor mijn professionele ontwikkeling onontbeerlijk geweest. De manier waarop ik het gebruikte hielp me grote hoeveelheden nieuws en achtergrond te verwerken. De kennis van mijn vakgebied is er enorm door toegenomen. Ik had er best voor willen betalen als ze er niet de stekker uit trokken. Ik ben overigens zonder hobbels overgestapt op Feedly.
  • Android heeft mijn mobiele ervaring enorm gevormd. Het is een OS naar mijn hart. Voor mijn gevoel wordt ik niet betutteld als eindgebruiker en krijg ik de ruimte om te experimenteren.
  • Het hosten van diensten zoals video, kaarten, foto-albums, mail en agenda en er geen omkijken naar hebben.

En toch … één bedrijf dat monopolist wil zijn, ik vertrouw het ‘gewoon’ niet meer. Dus ik wil ook mijn afhankelijkheid ervan verminderen. Ik weet alleen nog niet precies hoe.

 

Wat ik hoop in 2014

Meestal sluiten mensen het kalenderjaar af en in een soort reflectiestand en sommigen bloggen daarover. Tot nu toe weerhield ik mezelf van voorspellingen en het delen ervan. Ik vind het wel knap overigens als mensen kunnen beschrijven wat ze verwachten zonder een lijstje hypes op te sommen. Zodra ik dat kan, ga ik het zeker ook doen. Afgelopen weken ben ik zelf wel gaan nadenken: wat zou ik het liefst zien gebeuren in 2014? En dan niet op het gebied van echt belangrijke dingen of in mijn persoonlijke leven. [Ik word weer vader!] Maar op het gebied van internet en de toepassingen erop ‘en zo’.

Het liefst zie ik de terugkeer van gedistribueerde sociale netwerken

Huh? Wat is dat en waarom lijkt me dat zo belangrijk? Daarom even een inleiding. Over het algemeen kijk ik het eerst naar functionaliteiten. Kan een systeem iets doen dat handig is voor een toepassing, dan vind ik dat al snel ‘OK’. Meestal vind ik een systeem niet inherent ‘goed’ of ‘fout’ als in de veroordelende betekenis. Net alsof je een hamer fout vindt, omdat je er iemands hoofd mee kunt inslaan. Dan vind ik het doel slecht, niet het gereedschap. Toch heeft het gebruik van gereedschap een ethische, een morele of zelfs politieke kant. Als ik dan puur klinisch naar functionaliteiten blijf kijken, negeer ik deze andere kanten. En de laatste tijd kan ik dat steeds minder. Dus mijn eindejaarsreflectie afgelopen weken ging gedeeltelijk hierover. Vanwege de bijwerkingen heb ik meer en meer een morele afkeer van de huidige grote platforms voor sociale netwerken . Iets directer: ik krijg een hekel aan Facebook en Twitter. Of andere grote centraal beheerde platformen. De politieke afwegingen laat ik buiten beschouwing, maar ik heb een paar aanleidingen:

Per stuk licht ik ze nog wel toe in volgende blogposts. Let wel: in mijn ogen kan een evenwichtig gebruik van sociale functionaliteiten wel degelijk meerwaarde hebben. Ik wil nog steeds gereedschappen die mij laten communiceren met anderen op een laagdrempelige manier. Ik wil alleen mijn afhankelijkheid van Facebook en Twitter hiervoor verminderen.

Wat zijn gedistribueerde sociale netwerken?

In het kort zijn het protocollen, standaarden en systemen die mensen in contact brengen, zonder dat één partij eigenaar is van het geheel. Een beetje zoals internet van oudsher werkt en we gewend zijn met email. Als ik een bericht stuur naar iemand met een hotmailadres terwijl ik zelf een gmailadres heb, dan komt het gewoon aan en ik kan het gewoon lezen. Als ik een ander postkantoor kies (bijv. een mailadres van Ziggo) werkt het nog steeds. Het zou zijn alsof je Twitterklonen maakt: je ‘zit zelf bij’ Twitterkloon X en ik kan iemand op Twitterkloon Y volgen, liken en retweeten.

Verder wil ik dan niet te krenterig zijn om te betalen zodat er geen advertenties nodig zijn. En als ik het helemaal niet vertrouw, wil ik het zelfs met encryptie kunnen zodat mijn privacygegevens niet alsnog doorverkocht worden. Gezond wantrouwen lijkt me. Of zoals Joseph Heller zei in Catch 22: “Just because you’re paranoid, it doesn’t mean they aren’t out to get you.”

Zie ik al voorbeelden?

Jazeker! In het verleden zijn al pogingen ondernomen door onder andere Tent en Diaspora. Beiden gaan niet uit van één groot platform, maar meer een federatie van samenwerkende sociale netwerken. Toch zijn ze nog afhankelijk van centrale servers.

Je kunt nog een stap verder gaan en zelfs de servers wegstrepen. Dat doet bijvoorbeeld BitTorrent met BitTorrent Sync. In eerste plaats voor bestanden. In aanleg kun je hiermee berichten uitwisselen met encryptie zonder centrale servers. Experimenten lopen hier al mee. [Over ethische kanten gesproken; hun protocol is wel gebruikt voor de grootste uploadpiraterij ooit…] Dezelfde protocollen en die van Bitcoin worden ook gebruikt in Twister. Het BitTorren protocol om de inhoud van je berichten effectief te verspreiden aan de leden in je netwerk en het Bitcoinprotocol enkel om unieke identiteiten te laten claimen. (Het wordt dus niet gebruikt om geld te maken en met Twister ‘zit’ je niet op Bitcoin ofzo.)

Kortom, ik hoop op de ondergang van Facebook en Twitter en de opkomst van alternatieven!

Drop-IT: Snel foto’s verplaatsen naar dagalbums

dropit_b-300x194

Schiet je dagelijks met je mobieltje foto’s, sommige op kiekjes-niveau, andere iets meer arty-farty, merk je na 2 maanden dat je 600 foto’s hebt waar je geen wijs meer uit kunt. Wel natuurlijk per stuk, maar om te archiveren is het teveel in één keer.

Mijn foto-archief kent jaarmappen en eronder ‘gebeurtenis-mappen’. Deze beginnen allemaal met de datum, maar dan wel zoals XKCD ze adviseert, gevolgd door een omschrijving. Deze mapnamen zorgen ervoor dat alfabetisch ordenen tegelijk chronologisch ordenen is, vandaar.

Handmatig is mijn foto-archief workflow als volgt:

  • Sorteer de hele “DCIM” map op je mobiel op datum.
  • Kopieer de foto’s van dezelfde datum naar een map met die datumcode.

Niet erg als je dit wekelijks bijhoudt, maar na een halfjaar is een ander verhaal. Met DropIt kun je dit automatiseren. Overigens niet alleen voor foto’s, DropIt kan allerlei bestanden ‘processen’. Werkt als volgt:

  • Kies het bestandstype dat je wilt behandelen. In dit geval “.jpg”.
  • Kies welke actie moet plaatsvinden. Kopiëren, verplaatsen etc.
  • Kies doelmap. Bij mij “C:…MediaFoto2013%DateTaken%  
  • Sleep de bestanden op het DropIt icoon. Drop maakt eerst een lijst van alle acties die het gaat uitvoeren. Deze kun je eventueel eerst controleren.
  • Druk op “Play”.

In de derde stap wordt dus een map gemaakt op basis van de datum waarop de foto genomen is. Alle foto’s worden zo gesorteerd over dagalbums.

Listary – Navigeren als toetsenist

ListaryDemo

Soms heb ik liever 10 tooltjes die elk 1 ding goed doen dan een suite die 100 dingen half doet. In deze categorie valt ook Listary. Voor de Windows gebruikers weliswaar. Listary integreert met de Verkenner en toont de mappen die de letters bevatten die je typt. Dus in plaats van met de muis aanklikken, map openen, scrollen, klikken etc navigeer je met je keyboard. Voor de toetsenisten onder ons dus.

Eenmaal gewend heeft het de snelheid waarmee ik mappen of bestanden kan vinden en openen enorm verhoogd. Voorbeelden:

  • Stel, je kijkt tegen een map aan met 80 submappen en degene die je nodig hebt bevat “Onderwijs”. Open de map, type “ond” (eventueel met de pijl naar beneden als er meerdere zijn) en ‘enter’ voor het openen van de map. Zie afbeelding hierboven.
  • Stel, je wilt iets opslaan in Office of een andere applicatie, met het dialoogvenster “Bestand opslaan” en je moet navigeren naar een map die je in Verkenner al open hebt. Wissel naar de Verkenner (met Alt+Tab) en wissel terug naar je applicatie. Listary past nu de locatie om op te slaan aan, naar de map die je als laatste in Verkenner open had.

De snelheid helpt mij om te blijven filen i.p.v. te pilen.

Demo kan hier bekeken worden:

[yframe url=’http://www.youtube.com/watch?v=dpC7sTOQE3U’]

Zoektocht naar het ideale GTD systeem

GTD

Original artwork by Susan Barrett Price

Het is al een jaar of vier geleden dat ik David Allen’s boek over ‘Getting Things Done‘ las. Ik vond de eenvoud van het proces en de belofte van stressvrije productiviteit aantrekkelijk. Toch is de belofte, een paar jaar verder, niet ingevuld en het ligt compleet aan mezelf. Terugkijkend trap ik in een paar klassieke valkuilen:

  • Verwachten dat de juiste tooling alles oplost. Nu ben ik de laatste om te zeggen dat goede software niet helpt, maar eigenlijk zijn er ontzettend veel apps en systemen die GTD ondersteunen. Achteraf had ik er eerst meer moeten uittesten, een langere tijd onder verschillende omstandigheden ze moeten proberen om dan pas een keus te maken. Om vervolgens bij mijn keus te blijven. Afgelopen jaren heb ik WordPress, Google Spreadsheets, Excel, Google Tasks, Microsoft OneNote en Evernote gebruikt. Deze kunnen allemaal min of meer GTD, mits juist ingericht. David moedigt aan tot het creëren van een systeem dat je vertrouwt. Dat gaat niet als je zelf de hele tijd wisselt van systeem zelf.
  • Het skippen van weekly reviews. Er blijkt altijd enige overhead nodig te zijn om je taken en binnengekomen zaken te verwerken. Het meeste doe je gaande weg. Echter in je weekly review loop je alles na en voorkom je losse eindjes. Dus deze skippen, leidt tot losse eindjes, wat weer voorkomt dat je je eigen systeem vertrouwt. Waardoor er weer mentale-onthouden-rommel blijft bestaan. Waardoor stress weer toeneemt. Soms is het overslaan van weekly reviews begrijpelijk vanwege drukte. Maar losse eindjes in je taken kosten later meer tijd om recht te trekken. Je bijt je in de staart dus.
  • Een worsteling van heel andere aard is het onderscheid maken tussen notitities, taken, lijsten en overzichten. Als een systeem eigenlijk voor notities bedoelt is en meerdere ‘ next actions’ bevat die onder verschillende contexten vallen, dan is hier geen overzicht van te maken. Of je moet handmatig tijdens de verwerken alles verpaatsten van een notitie ‘Inbox’ naar een notitite ‘@overleg’ bijvoorbeeld. Notitiesystemen die items op bulletlijsten plaatsen BINNEN een notitie hebben moeite om overzicht te bieden van die items die horen bij ‘Wachten’, ‘Next Action’ of ‘ Someday’  etc. Je kunt nu eenmaal items op lijsten niet behandelen als data, met bijvoorbeeld Evernote en OneNote.

Ik ga in ieder geval wekelijks meer tijd inruimen voor het beheer van mijn ‘next actions’…

Voor vakantie: Andermans blog omzetten naar een boek met Book Smith

BookSmith

Ik loop ontzettend achter in mijn leeswerk. De meeste nieuws-achtige zaken volg ik wel via Feedly, maar sommige blogs lenen zich meer voor slowreading. Dat doe ik dan liever ergens op een rustige offline plaats, bijvoorbeeld op vakantie. Offline omdat je aandacht dan niet door social-media wordt afgeleid, maar vaak ook omdat je op plaatsen bent zonder wifi of goedkope 3G (buitenland dus).

Hoe krijg je nu de content van een blog offline, zodat je deze later op je gemak kunt lezen?

Eerst dacht ik aan diensten als Instapaper en Pocket, maar dan moet je elke blogpost per stuk daar naartoe zetten. Kost maar 2 klikken, maar is voor 100 posts achteraf toch wat bewerkelijk. Werkt wel als je ze gaandeweg op zou sparen. Ik zocht eigenlijk meer aan een dienst die een heel blog, inclusief afbeeldingen, exporteert naar PDF.

Gaat als volgt:

  • Zoek de site op die je als boek wilt hebben.
  • Kopieer het webadres.
  • Ga naar BookSmith en klik op “Start Now!”.
  • Vul het adres in en selecteer het platform (het blogsysteem kan zijn WordPress of Blogger).
  • Kies een aantal posts of datumbereik.
  • Klik op “Get the Posts!”.
  • Kies eventueel welke posts je niet wilt en in welke chronologische volgorde.
  • Klik op “Continue”.
  • Kies eventueel een kaft en titel etc.
  • Klik op “Create my book!” en wacht een paar minuten desnoods.
  • Klik op “Download e-book!” om het PDF-je te krijgen.

Let wel: ik doe dit natuurlijk alleen voor persoonlijk gebruik om iets offline te kunnen lezen wat normaal gesproken gewoon open op het internet gepubliceerd is. Anders lijkt het alsof je er met andermans content vandoor gaat. 😉