ICT en Cloud

De sluitende keynote wordt verzorgd door Jan van Noord. Hij opent:

“Vroeger zat je op je kluis, waarin je belangrijke dingen opsloeg. Daarna op je computer en server, straks zitten we op de contracten en SLA’s. Op het moment dat je in een keten zit in een wolk neem je verantwoordelijkheden op je.” Tussen de regels door vraagt hij zich af of je daar als organisatie klaar voor bent. Jan legt de nadruk op contracten en juridische situaties die werken in de cloud met zich meebrengt. “Anders kun je wachten op dagvaardingen.”

Jan trekt de vergelijking met geld en stelt dat deze ‘allang in de cloud’ zit. Je regelt met je bank dat ze je geld opslaan, maar dat kan ook de hele wereld over gaan. Zo zal het met ICT ook gaan. Hij prikkelt verder: tegen de tijd dat je het contract met je dienstverlener moet gaan lezen ben je al te laat. Contracten voorkomen wel een aantal problemen, maar lossen deze niet zomaar op.

Voor ROC’s zijn er drie mogelijkheden:

  • Private Cloud: Leverancier vanuit de eigen ICT dienst.
  • Co-sourcing: Leverancier vanuit een samenwerkingsverband.
  • Public Cloud: Leverancier via marktpartijen.

Al deze varianten hebben een eigen juridische context en soorten contractuele relaties:

  • Student met de instelling.
  • Student met het samenwerkingsverband.
  • Student met de leverancier.
  • Instelling met de leverancier.
  • Instelling met samenwerkingsverband.
  • Samenwerkingsverband met de leverancier.

Per relatie moet je privacy, beveiliging, voorwaarden, beschikbaarheid, continuïteit (bij exit/faillissement) en aansprakelijkheid aandacht geven.

De inhoud van een cloudcontract moet daarom afspraken vastleggen over o.a. de beschikbaarheid van data, de toegankelijkheid voor gemandateerde derden, de technische en organisatorische garanties etc. De praktijk is namelijk dat grote providers uit gaan van hun eigen standaardvoorwaarden. Kleinere providers zullen de grotere nodig hebben. Dus in feite ontbreekt het aan alternatieven. Samenwerkingsverbanden hebben iets meer onderhandelingsruimte. Als je keuzes maakt, evalueer dan de juridische relaties die er mee samenhangen.

Jan wijst op een paar belangrijke bronnen:

Geen Jip en Janneke leesvoer hoor! 😉

Overigens heb ik wel eens geschreven over wat ik van keynote-sprekers verwacht. In dit geval was het niet zo inspirerend of bevlogen, maar voor mij wel inhoudelijk erg sterk. Omdat Jan mogelijkheden schetste zonder de risico’s ervan te verdoezelen. Hij wijst naar onvermijdelijke ontwikkelingen die veel mogelijk maken, maar ook verantwoording met zich meebrengen.

MBO Cloud – Allemaal in de wolken

Willem Karssenberg en Maaike Stam presenteren “MBO Cloud – Allemaal in de wolken”. Ze slaan gelukkig een aantal zaken ‘over’ die iedereen bekend veronderstelt. MBO Cloud is een vorm van samenwerking in een ‘community-cloud’.

Maaike leidde een discussie aan de hand van stellingen.

  1. Over 5 jaar wordt 80% van leermiddelen in cloud aangeboden.
  2. Software en digitale leermiddelen moeten device-onafhankelijk worden aangeboden.
  3. We moeten ons voorbereiden op een veranderde rol van ICT binnen instellingen.
  4. Werken in een MBO Cloud wordt efficiënter als MBO’s gezamelijke afspraken maken.
  5. Na BYOD komt BYO Software.
  6. Autorisatie wordt binnen de cloud-applicatie geregeld.

Overal het algemeen was men het wel eens, terwijl er wel veel vragen en opmerkingen loskwamen. Moeilijk om verslag te doen van een ad-hoc discussie trouwens. 😉

Het programma MBO Cloud poogt de samenwerking op gang te brengen. Zodat MBO instellingen niet het wiel hoeven uit te vinden. Binnenkort volgt er meer in de saMBO nieuwsbrief.

 

liMBO – het vervolg

Vorig jaar vertelde Willem-Jan al over zijn project “leermiddelen in het MBO” of afgekort liMBO. Het project is nu voorbij en hij vertelt wat er geleerd is en wat er nu ‘staat’. De pilots waren succesvol omdat:

  • Het lukt om in de keten samen te werken met uitgevers, distributeurs, elo/portaal leveranciers, student-administraties en andere belanghebbenden binnen de onderwijsinstellingen.
  • Het lukt om de benodigde technieken te realiseren.

Het pakket van eisen is hier terug te vinden.

Verder deelt Willem-Jan een aantal verkenningen:

  • Een juridische verkenning: er gaan nogal wat misverstanden over leermiddelen (wetten en regels) rond. Onder andere over vaste boekenprijzen en aanbestedingen. Deze verkenning zet dat op een rij en verschijnt binnenkort.
  • Een kostenonderzoek: De omvang van de markt van verplichte leermaterialen is ongeveer 180 miljoen euro. Tussen opleidingen, leerwegen en niveau’s verschillen de kosten echter enorm. Er wordt weinig onderhandeld over de prijs, terwijl dat wel kan.
  • Technologie en Markt trends: Ze hebben een technologie en markt scan gedaan. Door kenmerken van trends te combineren kunnen er vier scenario’s worden verzonnen. (De student aan zet. De instelling regelt alles. Leermateriaal digitaal. Of: Onbeperkt digitaal materiaal.) De scan levert modellen hiervoor aan. Dit helpt weer de dialoog binnen de instelling om te bepalen welke richting men op wil.

Het vervolg van liMBO ligt in de ontwikkeling van de “Educatieve Content Keten Standaard” en heet dan “Implementatie ECK2”. Het doel hiervan is een beheerste implementatie ECK-standaard distributie en toegang in VO en MBO. Je kunt hierbij aansluiten.

Hoe?Zo! Sturen op ICT projecten

HoeZo Sturing op ICT projecten 1 Voorkant

Ik mocht bij de lancering van het nieuwe Hoe?Zo! boekje zijn, met de titel “Sturen op ICT projecten”. Het is geschreven door Linda van Rens. Het doel (sturing) stond centraal en niet het middel (project portfolio management). Doelgroep is daarom ook bestuurders en managers in onderwijs. Zoals bij de andere boekjes zijn er eerst sessies geweest, om de pijnpunten te inventariseren.

De vragen die voorbijkomen:

  • Waarom zijn IT projecten relevant voor het management? Dat is toch iets voor het hoofd ICT?
  • Hoe betrek je je management bij IT projecten en het nemen van besluiten erover?
  • Hoe zorg je voor de aansluiting tussen strategie en IT investeringen?
  • Welke invloed heb je op een succesvol verloop van projecten?

De publicatie wordt ondersteund door een site waar ervaringen en templates gedeeld worden.

Het boekje is hier te downloaden.

Zie hier voor de andere Hoe?Zo! boekjes.

IaaS: To do or not to do, that’s the question

Rogier Spoor van Surfnet geeft een presentatie over “Infrastructure-As-A-Service“. Hij opent met een plaat dat verduidelijkt wat/waar zit in het hele spectrum van cloud computing:

Cloud Spectrum

 

 

Duidelijk is dat je van links naar rechts minder zelf bezit en meer laat dienstverlenen. Overigens zul je nooit 100% in één kolom zitten.

Ik kende ook de volgende indeling niet:

  • Public Cloud (Dropbox, iCloud)
  • SAML based (Google Drive, Box.net)
  • Run Your Own (Skydrive Pro, Owncloud)
  • Personal Cloud (branded)

Tips van Rogier:

  • Hanteer een ‘cloud-first’ beleid. Kijk bij een behoefte aan functionaliteit éérst of deze niet als commodity beschikbaar is in de cloud.
  • Onderzoek of een ‘Private/Internal Cloud’ de verwachte juridische meerwaarde biedt (privacy en compliance).
  • Geografische eigenschappen spelen wel degelijk een rol! Ondanks “AnyWhere” prinicpes, blijkt nog steeds dat datacenters zich in de regio moeten bevinden. De ‘latency‘ of vertraging, zelfs met glasvezel, is voor sommige toepassingen op grote afstand te hoog.

Inhoudelijk bleef het een beetje vaag: is dit een presentatie met ervaringen van pilots, een overzicht van mogelijke leveranciers of een stand-van-zaken van Surfnet activiteiten? Ik moest de bovenstaande tips zelf expliciet maken.

Computing in samenhang: cloud, big data, social media en BYOD

Cloudwiel

De titel bevat in elk geval de actuele kreten, dacht ik bij aanvang van de keynote van Zsolt Szabo, maar ‘samenhang’ is meestal ook mijn zoektocht. Dus nieuwsgierig was ik wel.

Hij opent met een 4-eenheid : Cloud, Social Media, Mobiliteit en Big Data. Het moet self-service, pro-actieve informatie en persoonlijk advies opleveren voor onze studenten en onderwijzers. Zsolt ontwijkt niet de risico’s, maar gaat erna snel verder met een eenvoudige definitie van Cloud Computing:

Cloud Computing is het op een slimme manier gebruik maken van de mogelijkheden die het internet biedt door het gebruik van software en hardware als een service.

Een andere variant die ik niet kende was ‘Het 0, 1, oneindig” gezegde. Je hebt 0 infrastructuur nodig, 1 omgeving en je kunt oneindig opschalen.

Zsolt wordt praktisch als het gaat om invoering. Hij ligt het zogenaamde Cloudwiel toe met daarin vijf stappen:

  • Regel je governance, architectuur en compliance als randvoorwaarde voor de volgende stappen.
  • Bepaal je strategie: Wat wil je met cloud computing? Hoe snel wil je dat?
  • Bepaal je toepassing: Welke processen ga ik ondersteunen met cloud computing?
  • Bepaal je keten: Wat zijn de consequenties van je oplossing en waar zitten deze in de keten?
  • Maak je keuzes: Wie doet beheer en hosting van infrastructuur, platform en toepassingen?

Ik denk dat Zsolt zijn boodschap vooral is: net als in andere sectoren is Cloud computing binnen onderwijs onvermijdelijk. Maak hier op een verantwoorde manier gebruik van, vertrekkend vanuit je visie.

De Virtuele Desktop Kaart

De visualisatie van deze week gaat over Virtuele Desktops. Er zijn verschillende redenen waarom we Virtuele Desktops nuttig vinden. Sommige  onderwijsapplicaties zijn niet web-enabled en willen we toch ‘Anywhere’ aanbieden. Daarnaast is het geheel beter te beveiligen omdat sommige functionaliteit alleen binnen de desktop-sessies van de instelling zelf bereikbaar is. Maar dan wel op ‘Any Device’. De gebruiker hoeft op z’n eigen apparatuur ook niets te installeren voor z’n werk.

Het volgende scenario wordt denkbaar:

Iemand werkt in de morgen thuis op zijn laptop of tablet. Het beeldscherm toont zijn bureaublad van het werk. Als hij vertrekt wordt deze ‘desktop-sessie’ gesloten. Eenmaal op het werk opent hij op een PC in de klas weer zijn eigen sessie. Al die tijd heeft de server deze ‘slapend’ voor hem bewaard.

De Virtuele Desktop Kaart

Toelichting: Van boven naar onder ga je van de ‘normale’ situatie naar een ‘virtuele’.

Ik wil deze visualisatie gebruiken om te laten zien wat we beloven met de term ‘Virtuele Desktops’. ‘Overal toegang tot je werkplek’ is een belofte, waarvan het concept niet direct wordt begrepen.

Zelf printje maken op hoge resolutie? Download hier.

D.O.E.L. 2012 – 12

Wat deed ik?

Wat onderzocht ik?

  • De postionering van een DMS binnen onze architectuur, zoals een collega deze ontwierp.
  • Het D.I.S.C. model voor een ‘personality assessment tool’.
  • Het Zachman framework voor Architectuur.

Waarmee experimenteerde ik?

  • Met ZOHO Creator, een “Database-as-a-service” tool, die we inrichten voor het vastleggen van houding en voortgangsinformatie. Met als scope de studenten van één bepaalde opleiding.
  • Met de export functionaliteit van Powerpoint (pdf) en PDF-XChange (jpg) om hoge resolutie tekeningen te kunnen creëren.
  • Met PDF Archtitect, een tool van PDF Forge om PDF’s te creëren. Achteraf vind ik de onbetaalde versie te kreupel.

Wat las ik?

Tekenen met PowerPoint

Afgelopen week heb ik een aantal visualisaties gemaakt. Nu bedoel ik met tekenen niet het uit de vrije hand schetsen maar het zogenaamde vectorgeoriënteerd tekenen. Met objecten enzo voor schematische zaken. Een ‘echt’ pakket hiervoor zou Adobe Illustrator of Microsoft Visio kunnen zijn. Maar voor mijn doel kunnen deze teveel en hebben daardoor een te steile leercurve. Je zou verwachten dat PowerPoint alleen is voor eenvoudige dia’s. Toch kom ik er een eind mee. Alleen opslaan als een hoge resolutie tekening lukte me niet direct.

De exportfunctie waarin een dia opgeslagen wordt als jpg, heeft standaard een resolutie van 96 dpi. Deze valt wel te pimpen naar ongeveer 300 dpi, door een register-hack. Maar dat vond ik ook niet voldoende. Mijn opslaan workflow is nu als volgt:

Omdat een pdf alle informatie over pijlen, vierkanten, cirkels en tekstvakken bevat als ‘object’ en niet als afbeelding (als het tenminste geen foto is) kan je in- en uitzoomen zover je wilt. En dus ook opslaan in hoge resolutie.

De Anywhere Kaart

De laatste visualisatie van deze week gaat over het verband tussen apps of applicaties en de soort van verbinding die je met internet hebt. Aan de ene kant probeer ik onderscheid te maken tussen netwerken en tegelijkertijd te duiden of een app dan nog ‘werkt’.

De Anywhere Kaart.

 

Toelichting:

  • Van links naar rechts stellen de bogen de soort verbinding voor.
  • In de bovenste helft levert de school de infrastructuur.
  • In de onderste helft levert de eindgebruiker zelf de infrastructuur.
  • De balken met soorten ‘apps’ tonen of deze ‘het doen’.
    • Die in de browser werken: alles dat web-enabled is, zelf gehost of in de cloud.
    • Die op het device opslaan: de stand-alone applicaties of apps. Dat kan zijn Office, traditionele software met lokale setup en het hele legioen ouderwetse methode- en branchesoftware voor opleidingen.
    • Die kunnen synchroniseren: deze vond ik het vermelden apart waard, omdat het werken en leren faciliteert waar geen internet is.
    • Die een virtueel bureaublad nodig hebben: Als traditionele software zich niet ontwikkelt naar een ‘web-enable’ variant, maar toch noodzakelijk is voor het onderwijsproces, dan zijn er technieken als VDI, remote desktop en Citrix.

Ik wil deze visualisatie gebruiken om te laten zien wat we beloven met de term ‘Anywhere’. ‘Overal toegang tot informatie’ is een grote belofte, die echter wel begrensd is.

Zelf printje maken op hoge resolutie? Download hier.