kennisnet

Blockchaintechnologie in het onderwijs – Verkenning door Kennisnet

Vandaag heeft Kennisnet de technologieverkenning “Blockchaintechnologie in het onderwijs” gepubliceerd. Kennisnet heeft hiervoor samengewerkt met Innovalor, die eerder ook al een technologieverkenning uitvoerden. Daarover heb ik hier al  geschreven.

Kennisnet vroeg mij in een eerdere fase om feedback op de concepttekst, wat leidde tot naamsvermelding in de publicatie van vandaag. Vandaar dat ik nieuwsgierig was naar het rendement daarvan.

De eerste vijf pagina’s beschrijven de werking van een Blockchain. Logisch, maar interessanter wordt het bij de checklist van algemene principes. Deze kunnen helpen bij de selectie van blockchaintechnologie voor je probleem. Ze zijn niet technisch geformuleerd dus op zich stimuleren ze om kritisch te zijn.

Ik loop ze wel even langs. De vetgedrukte kopjes komen uit de publicatie en ik behandel ze als stelling:

1. Zijn er meerdere deelnemende partijen?

  • Blockchain is alleen zinvol bij meerdere partijen
    De nadruk op zinvolheid voor alleen meerdere organisaties is helder uitgelegd. Zelf zeg ik altijd dat je je eigen systeem vertrouwt. Als je zelf als het ware de lezer bent van je eigen documenten, dan hoef je die ook niet te ondertekenen, om jezelf te geloven.
  • Op de blockchain gegevens opslaan zoals vakken of resultaten is een veelgehoord voorstel.
    Op Blockchain gegevens opslaan (los van het voorbeeld) hoor ik juist heel weinig. Meestal wordt bedoelt dat de handtekening van uitreiker en/of waarmerk van de informatie wordt opgeslagen. Scheiden van inhoud en waarmerk is natuurlijk een algemene cryptografische functionaliteit, maar bij Blockchain cruciaal vanwege privacy.
  • Blockchain is niet de oplossing voor het hele probleem aangezien je ook een gemeenschappelijke taal nodig hebt.
    Dat het niet de oplossing is van het hele probleem klopt natuurlijk. Maar dat is generiek lijkt me: gemeenschappelijke taal is toch altijd nodig? Zodra computers leesbaar voor elkaar moeten uitwisselen althans, dan zijn er standaarden nodig (die er overigens vaak wel zijn).
    Daar helpt Blockchain niet aan mee, maar een ander traditioneel systeem uit zichzelf ook niet. Vermelden als nadeel lijkt me dan ‘Perfect Solution Fallacy‘ (Een oplossing verwerpen omdat een deel van het probleem na implementatie nog steeds bestaat. Overigens een deel waarvoor het niet als oplossing ontworpen is).
    Zelf steek ik het dan in als ‘verwachtingen managen’: door andere randvoorwaarden wel degelijk te vermelden, maar dan te presenteren als separaat probleem wat je daarnaast nog op te lossen hebt. In dit geval los van BlockChain. Dat zou ook nuchter zijn vanwege alle hype.

2. Bestaat er wantrouwen tussen de partijen?

  • Als partijen elkaar vertrouwen dan kun je gegevensuitwisseling technisch eenvoudiger oplossen.
    Hier speelt voor mij een principiële kwestie. Sterk gezegd, maar het doet er voor mij niet toe dat de partijen in de keten elkaar rechtstreeks vertrouwen. In plaats van dat zij allemaal ‘achter de rug om’ van de persoon alles met alles koppelen, is het beter dat de informatie via de persoon zelf loopt. Zodat hij/zij regie kan voeren over aan wie het doorgegeven wordt. Wil je een persoon en zijn data zelf vertrouwen in het doorgegeven dan kan dat alleen als het door de bron ondertekend en verifieerbaar is.
  • Een Blockchain slaat alleen het eindresultaat op. Of een organisatie goed zijn werk doet weet je nog steeds niet.
    Blockchain doet inderdaad ook niets aan reputatieproblemen. Als ‘vertrouwen’ in gegevens zelf en de ‘reputatie’ van de uitgevende organisatie door elkaar worden gehaald is geen enkel systeem nuttig. Verder is het een ook probleem waar BlockChain niet voor ontworpen is, als oplossing.

3. Zijn er meerdere partijen voor verificatie?

  • Meerdere partijen moeten de geldigheid van een transactie kunnen verifiëren.
    Dat is een belangrijke voorwaarde om ‘double-spend’ te voorkomen. Bij cryptocurrencies erg belangrijk want hoe controleer je anders, zonder bank, dat iemand wel het geld had dat hij zegt uit te kunnen geven? Eigenlijk controleert iedereen elkaars boekhouding. Het is dan ‘waar’ omdat de meerderheid het zegt en overneemt en niet omdat een ‘centrale’ bank zegt dat het klopt. Super nuttig.
    In een onderwijs context zegt het 2x overdragen van hetzelfde diploma niet zoveel of een diploma 2x uitgeven. Het is niet alsof ik een portemonnee heb met meerdere diploma’s waarvan ik moet controleren of ze op zijn. Wel of ze waar zijn, maar dat is net iets anders.
  • De vermelding van ‘gewoon digitaal ondertekende documenten’ lijkt me terecht. Deze zijn echter wel afhankelijk van de langdurige beschikbaarheid van het certificaat van de uitgever. Die op z’n beurt weer afhankelijk zijn van het voortbestaan van de CA’s (Certificate Authorities). Waar we sinds de hack bij Diginotar kritischer op zijn.
    Je zou als school maar een digitaal ondertekend diploma hebben uitgereikt met een certificaat van Diginotar. Die nu niet meer geldig zijn…

4. Ontbreekt een vertrouwde derde partij?

  • We hebben toch DUO, SBB, SURFNet en Kennisnet?
    Dat klopt natuurlijk en ik heb ze ook hoog zitten, althans ik respecteer echt de automatiseringsuitdaging waar ze voor staan in een altijd veranderende maatschappij die steeds complexer wordt.
    Maar net als bij punt twee, het klopt dat we altijd partijen kunnen aanwijzen in wie we allemaal vertrouwen stellen. We vertrouwen er dan echter ook op dat het hebben van één grote opslag bij één grote partij die over alles beschikt goed gaat.
    Daarnaast geef ik er de voorkeur aan dat de data naar derden via de persoon zelf loopt en niet via de school.

5. Is de hoeveelheid data die verwerkt moet worden beperkt?

  • Video’s opslaan als geverifieerd resultaat in je digitale portfolio is dus geen geschikte toepassing.
    Nee natuurlijk niet, dat zou zijn alsof je bij een banktransactie tijdens het internetbankieren een filmpje als bijlage meestuurt. Maar ook hier het punt uit 1. Doorgaans hoor ik oplossingen niet vermelden dat de data zelf op de BlockChain gaat aangezien dit direct tot privacy problemen leidt.
    Maar dat is ook helemaal niet nodig. Het scheiden van waarmerk/ondertekening en de gegevens zelf helpt hierbij. De data blijft bij de eindgebruiker. Als deze getoond moet worden aan anderen heb je reguliere manieren van transport nodig.  De verificatie echter wordt ondersteund met Blockchain.

6. Mogen transacties met een lage snelheid worden verwerkt?

  • Blockchain is niet geschikt om grote hoeveelheden transacties te verwerken
    Mijn tegenvraag zou zijn: ontstaat deze traagheid door Proof-of-Work? Want voor de simpelste vorm ‘proof-of-existence’ verklaart de bron alleen dat er iets uitgereikt is en registreert een tijdstempel en waarmerk. De informatie zelf verwijst hiernaar maar bevindt zich elders.
    Dat Proof-of-Work nodig is voor cryptocurrencies begrijp ik wel en ik heb ook bezwaren tegen de energieverslinding die ervoor nodig is. Maar Blockchain één-op-één gelijk stellen aan Proof-Of-Work is niet terecht.

7. Mogen en moeten gegevens permanent worden opgeslagen?

  • Permanente en onveranderbare opslag is in strijd met de AVG.
    Terechte zorg, maar tegelijk het grootste argument om de gegevens zelf niet op de Blockchain te zetten. Daarnaast is ‘revocation’ cryprografisch één van de ingewikkeldste dingen om te realiseren, in welk systeem dan ook.
    Zelf had ik constructiever gevonden als hier verwezen werd naar het haalbaarheidsonderzoek van Studybits. Die wel degelijk kijkt naar privacy aspecten en het ‘recht van betrokkenen’.

Over de koppeling met fysieke objecten (punt 8) had ik geen opmerkingen.

Welke soort Blockchain is geschikt?

  • Publieke permissioned blockchains bestaan nog niet.
    Ik zou het moeten laten checken maar volgens mij valt Sovrin met Hyperledger Indy daar wel onder. Deze zetten overigens alleen de informatieschema’s op de Blockchain. De informatie zelf zit bij de personen zelf. Vandaar dat Studybits hier mee werkt.

Al met al was het rendement van mijn feedback erg laag. Mijn algemene suggestie zou zijn:

Zou het niet mogelijk zijn (of handiger) om te duiden wat in de kern wel van belang is?

Dat Blockchain, zeker rechtstreeks gebruik ervan, niet handig is, is één ding. Maar digitaal ondertekenen en de toename van cryptografische toepassingen die het voor een individu makkelijker te maken iets ‘door te geven zonder dat je terug naar de bron hoeft’, lijken me eigenlijk waardevoller.

 

Van IT beheer naar regieorganisatie met de business simulatie SpaceLab4

SpaceLab4-black-290x163

Gisteren was ik bij de netwerkbijeenkomst Informatiemanagers MBO om deel te nemen aan een game of zogenaamde business simulatie. Deze heet SpaceLab4 en komt van GameWorks. De hele game-play verklappen is een beetje flauw, maar ik wil wel delen wat ik er van opstak. Geen spoilers dus, behalve dat het je laat nadenken over de rollen in je eigen organisatie in combinatie met ‘cloud’ ontwikkelingen.

  • Ik had bijna een volledige ronde nodig om het spel zelf te doorgronden. Net als in het echte werkleven leidde dit tot een reactieve houding in plaats van pro-actief. Daardoor ben je alleen maar brandjes aan het blussen. Aandacht voor een optimaal of soepel proces was er nog niet. Laat staan aandacht voor missie of strategie.
  • De voorbereiding voor ronde 2 hielp enorm. Het proces verliep een stuk soepeler. Toen moest er echter gelijk doorgepakt worden op de aankomende cloud-ontwikkelingen. Oftwel: basis-op-orde is goed en noodzakelijk, maar daarna moet je strategischer door. Niet blijven hangen in ‘de-dingen-goed-doen’, maar kijken naar ‘de-goede-dingen-doen’. Wij waren echter al blij dat het proces goed verliep …
  • Het spel laat eigenlijk alleen het hele team winnen of verliezen, mits een individu zich aan nieuwe rollen kan aanpassen. Individuele competitie is niet het doel van deze game. Ik denk dat je in onderwijsinstellingen ook meer hebt aan teamplayers.
  • Ik zou dit spel echt wel een keer willen spelen met een ICT afdeling. 😉

Ik vond het kortom een zeer geslaagde bijeenkomst en een werkvorm die ik op conferenties meer zou willen tegenkomen.

Succes van een informatiemanager: Hoe meet je dat?

Ik ben vandaag op de netwerkbijeenkomst Informatiemanagers MBO. Alfons ten Brummelhuis opent met de vraag waar we ons eigen succes aan afmeten? Er volgt een korte vraagronde waarin van alles voorbijkomt. Ben je succesvol:

  • Als je doelen uit een jaarplan haalt?
  • Als je advies opgevolgd wordt?
  • Als je met een goed gevoel naar huis gaat? Of persoonlijke doelen bereikt?
  • Als je vereisten van de organisatie helder krijgt en besluitvorming ondersteunt?
  • Als je bruggen kunt bouwen en tolk kunt zijn?
  • Als je opdrachtgevers tevreden zijn?

En hoe maak je deze dingen smart? Hoe meet je de effectiviteit van een informatiemanager? Kennisnet wil en kan ons daar natuurlijk bij assisteren. 😉

Al met al in dit stadium meer vragen dan antwoorden. Terecht overigens en voer voor reflectie.

Hoe?Zo! Sturen op ICT projecten

HoeZo Sturing op ICT projecten 1 Voorkant

Ik mocht bij de lancering van het nieuwe Hoe?Zo! boekje zijn, met de titel “Sturen op ICT projecten”. Het is geschreven door Linda van Rens. Het doel (sturing) stond centraal en niet het middel (project portfolio management). Doelgroep is daarom ook bestuurders en managers in onderwijs. Zoals bij de andere boekjes zijn er eerst sessies geweest, om de pijnpunten te inventariseren.

De vragen die voorbijkomen:

  • Waarom zijn IT projecten relevant voor het management? Dat is toch iets voor het hoofd ICT?
  • Hoe betrek je je management bij IT projecten en het nemen van besluiten erover?
  • Hoe zorg je voor de aansluiting tussen strategie en IT investeringen?
  • Welke invloed heb je op een succesvol verloop van projecten?

De publicatie wordt ondersteund door een site waar ervaringen en templates gedeeld worden.

Het boekje is hier te downloaden.

Zie hier voor de andere Hoe?Zo! boekjes.

Aantekeningen van Dé Onderwijsdagen 2012

Het is een beetje egocentrisch, ik weet het. Patsen met je eigen 84 conferentie-tweets.

Ze zijn als volgt gemaakt:

  • Downloaden van Archivist.
  • Zoeken op hashtag #owd12.
  • Exporteren naar text (tab gescheiden bestand) of naar xml.
  • Importeren in Excel, met tab als scheidingsteken. XML ging bij mij beter omdat er in sommige tweets iets staat wat lijkt op een tab of enter. Dat lijken dan 2 tweets in de tekst en dus 2 rijen in de tabel en dan gaat de import stuk.
  • Filteren op username @blogisch

Bij deze:

[table id=11 /]

De Onderwijsdagen – #owd12

Ik ben vandaag op ‘Dé Onderwijsdagen‘, georganiseerd door o.a. Kennisnet. Ik mag er weer livebloggen op het blog ervoor. Hieronder daarom de verwijzingen naar posts die ik schreef:

 

Hoe?Zo! Van blogger naar schrijver

Begin dit jaar kreeg ik een belletje van Kennisnet: of ik het zag zitten om een praktisch boekje te schrijven over het gebruik van de Triple A informatie-architectuur binnen MBO-instellingen. Na kort wikken en wegen (het is nogal een stap van blogger naar schrijver) en het verkennen van de opdracht ben ik akkoord gegaan. Ik gaf er verder weinig ruchtbaarheid aan, eerst maar eens presteren voordat ik tam-tam.

Uiteindelijk ben ik er erg trots op! Vorige week was de lancering op het netwerk van ‘Informatiemanagers in het MBO’ en de publicatie is hier terug te vinden. Mijn ervaringen op een rij (ik zal teveel uitroeptekens proberen te mijden):

  • Schrijven voor een doelgroep is totaal anders dan bloggen voor jezelf!
    Op mijn blog schrijf ik waarover ik wil en in de stijl die ik wil. Expres denk ik meestal niet aan een doelgroep. Ik ging er altijd vanuit dat social media mij die lezers brengt die een klik hebben met mijn teksten. Dat hoeft op zich niet een grote doelgroep te worden.
    Met een publicatie voor anderen werkt het andersom. Leidend is dan wat anderen nodig hebben, wat anderen  begrijpen en wat anderen nuttig vinden. Dat vergt het vermogen om je te verplaatsen in de ander. Daarnaast was het een uitdaging om ‘techno-babbel’ te vermijden en niet te cryptisch te zijn. Ik heb de neiging om vier dingen in één zin te zeggen.
  • Het Hoe?Zo! format is erg handig. Het voelt niet beklemmend en laat genoeg ruimte om je gedachten zelf vorm te geven en je woorden tot leven te laten komen.
  • Er gaat veel meer tijd in zitten dan je van te voren denkt. Dat was het overigens meer dan waard!

Al met al erg leerzaam en een spannende klus!

Standaarden in competentiemodellen

Via de nieuwsbrief van EduStandaard kwam het verslag “Vertaling Competentiemodellen” binnen. Het is geschreven door Jos van der Arend en Bas Jonkers:

“Dit verslag beschrijft de resultaten van de inventarisatie naar vertaling van competentiemodellen. Kennisnet voorzag een sterk toenemende behoefte aan vertalingen tussen competentiemodellen. Doelstelling van de studie was om te komen tot een methodiek om vertalingen van competentiemodellen mogelijk te maken.
Om de problematiek helder te maken is gestart met een verkenning naar mogelijke competentiemodellen. Vervolgens zijn een algemeen competentiemodel‐vertalingsmodel en algemene gebruikscenario’s beschreven.
Met het vertalingsmodel en deze gebruikscenario’s zijn een aantal relevante belanghebbenden in het MBO‐domein benaderd en ondervraagd over de vertaalbehoefte. Conclusies zijn dat er in het MBO‐domein niet veel behoefte is aan vertalingen. Hét competentiemodel binnen het MBO is de Competentiegerichte Kwalificatiestructuur (CKS) van COLO.”

Ten eerste toont deze conclusie indirect de rijpheid van het CGO gedachtegoed aan. Het komen tot standaarden is een moeizaam proces en meestal eindig je met meerdere ‘standaarden’. Het verslag zegt verder dat het algemeen geaccepteerd is en er groot draagvlak voor is.

Verder is het verslag nuttig voor wie een overzicht wil hebben van alle modellen, frameworks en standaarden die er zijn: ERK, EQF, ECS, e-CF, HR-XML, ICOPER, IEEE WG20, IMS RDCEO. Ik ben niet alleen gek op modellen, maar ook op afkortingen ervan 😉 . Verder dan alleen een opsomming worden deze gerelateerd (zie afbeelding).

Conclusies:

Competenties bevinden zich in het spanningsveld tussen opleiding en beroep (domein leren respectievelijk werken). Wil het deze brugfunctie vervullen, dan zijn vertalingen van en naar deze deelgebieden onvermijdelijk.” Maar:

“Een korte inventarisatie binnen en buiten Kennisnet gaf aan dat er op dit moment nog niet erg veel behoefte is aan vertalingen in het voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Binnen het VO wordt nog niet veel gebruikgemaakt van competentiemodellen, binnen het MBO (en ook een beetje het VMBO), is er één algemeen geaccepteerd, centraal competentiemodel: Competentiegerichte Kwalificatie Structuur (CKS) van COLO.”