Herziene Kwalificatiestructuur: het jaar van de waarheid op #mbocity

Eric Jongepier vertelt ons over de stand van zaken van HKS. Het werd een beetje lijstjesachtig.

Hij opent met een aantal stellingen:

  • Keuzedeelverplichting is bij wet vastgesteld per soort opleiding: NIET WAAR.
  • Scholen mogen ook niet-gekoppelde keuzedelen in het aanbod opnemen: NIET WAAR.
  • Studenten mogen keuzedelen volgen die tijdens inschrijving nog niet beschikbaar waren: WAAR.

Hij vertelt over wat er al bekend was:

  • Keuzedelen zijn gekoppeld aan kwalificaties.
  • Student moet wat te kiezen hebben.
  • Configuraties helpen bij organiseerbaarheid.
  • Mogelijkheid tot uitvoer van keuzedelen in BPV.
  • Hoogte resultaat keuzedeel telt niet mee voor slaag/zak beslissing.
  • Keuzedeelverplichting is vastgesteld per soort opleiding.

In de tweede kamer zijn enkele wijzigingen behandelt:

  • Een school kan afwijken van een deel van keuzedeelverplichting met vormende vakken.
  • Studenten kunnen verzoeken om niet gekoppelde keuzedelen te volgen.

Wat moet je als school doen op hoofdlijnen?

  1. Bepaal je aanbod
  2. Bepaal het keuzemoment
  3. Bereid BPV en keuzedelen voor

Bepaal je aanbod

Welke keuzedelen uit het register ga je als school aanbieden? Dat het register elke 3 maanden wordt geactualiseerd maakt het spannend. Hou je dan de actualisatie na inschrijving buiten de deur of pas je gaande weg aan? Een keuzedeel is een mini-kwalificatiedossiertje. Kies je dan voor losse keuzedelen of voor configuraties?
Het aanbod kan overigens vastgesteld worden ná inschrijving.
Mijn eigen indruk: het wordt er een stuk dynamischer op met veel kortere doorlooptijden. Onderwijslogistiek van de keuzedelen moet dan wel op niveau zijn!

Werken met configuraties

Dit is een setje vooraf samengestelde keuzedelen. Een student kan dan bijvoorbeeld kiezen uit minstens 2 configuraties met vaste keuzedelen. Zeg maar ABC en ABD. Je voldoet dan aan de keuzedeelverplichting. Het moeten in ieder geval gekoppelde keuzedelen zijn. Er is dan 1 keuzemoment. Configuraties met uitgestelde keuzes wordt ontraden. Dus kiezen tussen AB? en AB? waarbij ? later komt, wordt ontraden. Oh enne … de student heeft het recht een verzoek in te dienen.

Afwijken van de keuzedeelverplichting

Scholen mogen per crebo gemotiveerd afwijken van de keuzedeelverplichting met een onderdeel van 240 sbu. Deze kan gevuld worden met persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming. Mits je onderwijs van voldoende kwaliteit is en er geen overlap is met een kwalificatie. Het lijkt op een stukje vrije ruimte die is overgebleven. BPV hierin telt niet mee voor onderwijstijd.
Entree- en specialistenopleidingen zijn uitgezonderd.

Bepalen van keuzemomenten

Dit is een interessant spel voor scholen. Als het keuzemoment later is kan het bijdragen aan doorstroom naar andere opleidingen, aangezien het op een ‘natuurlijk’ moment ligt. Vanuit de student bekeken, zijn natuurlijk losse keuzedelen die je op elk moment kan kiezen het handigst. Vanuit het maatwerk idee. Dit staat los van uitvoerbaarheid. Oftewel onderwijslogistieke hel?
Je mag overigens keuzes maximaliseren (vol=vol).

BPV

Dit is een ruime zoektocht en er is nog weinig informatie over. Een erkend leerbedrijf vinden waar je voor een keuzedeel BPV kan doen is een hele uitdaging.

Zak-Slaag

Na 1 augustus 2018 telt het resultaat van een keuzedeel mee voor de zak-slaag-regeling. Een 3 is zowiezo gezakt. Een 4 of 5 zou eventueel gecompenseerd kunnen worden. Als de tweede kamer akkoord gaat met het voorstel.

Eric doet al met al meer dan de complexiteit uitleggen, hij moedigt ook aan om zelf aan de slag te gaan en als school ervaring op te doen.

De MBO Raad ondersteunt de invoering van HKS op #mbocity

Rini Romme geeft een overzicht van de ondersteuning die de MBO Raad biedt voor de Invoering van de Herziene Kwalificatiestructuur.

Hiervoor is een servicepunt online gebracht. Met een helpdesk, website, presentaties, workshops en kennisdeling in het land. Ze produceren samen met scholen allerlei ondersteuningsproducten rondom 7 thema’s.

Praktisch wordt de boodschap uitgedragen door ambassadeurs. Deze komen uit de scholen zelf. De inhoud wordt opgehangen aan de volgende kapstok: Aanpak van de invoeringKwalificatiedossiersKeuzedelenTaal en Rekenen, Examinering en de Beroepskolom.

Op al deze thema’s zijn producten zoals handreikingen, leeswijzers, een vergelijkingstool en een procesarchitectuur. Aangezien ik fan ben van architecturen, bij deze:

2015.04.28_-_poster_ihks_schema_web_1

Al met al moedigt Rini erg aan gebruik te maken van het materiaal dat er is. Mijn indruk is dat het veel vragen beantwoord en voorkomt dat je loopt te klungelen tijdens de uitvinding van een wiel.

Het MBO in 2025 op #mbocity

In 3 kwartier neemt Jan van Zijl ons mee over mbo2025. Hij stelt dat we erg goed beroepsonderwijs hebben.

Jan stoort zich duidelijk aan een aantal zaken en ziet trends:

  • Onverantwoorde uitspraken over de arbeidsmarkt: Er komt echt geen enkele voorspelling uit over wat er WEL nodig is over 5 jaar. Doorgaans zitten deze uitspraken er volledig naast.
  • Belangrijk is voorspellen wat er NIET meer nodig is en verdwijnt. Er zijn een aantal beroepen die verdwijnen, zoals in de administratieve sector. Maar altijd onderschatten we wat er voor terugkomt aan beroepen. Technologische vernieuwing levert uiteindelijk meer banen op.
  • Wel voorspelbaar is de veranderende arbeidsrelatie. De frequentie waarin we van baan veranderen, de verhouding tot je werkgever etc. is al een tijd aan het verschuiven. Wellicht zijn we in de toekomst een tijdje ZZP-er, hebben een tijdje geen werk om vervolgens weer een vast dienstverband te hebben.
  • Ook voorspelbaar: Als je nooit van baan verandert, dan verandert je beroep zelf wellicht 5x tot aan je pensioen.
  • Jan stoort zich aan de knip die we op jonge leeftijd afdwingen: op 12 jaar laten kiezen voor niveau en terecht komen in ‘categorale scholen’.

Er was ruimte voor vragen uit de zaal:

  • Kunnen keuzedelen wel in BBL?: als keuzedelen de BBL zelf onder druk zetten, dan kunnen we ons dat niet veroorloven. We wilden keuzedelen zelf, maar voor BBL moeten we daar apart aandacht aan geven.
  • Is het interessant voor studenten om in plaats van stapelen een tweede MBO opleiding te doen? Dit botst met ‘maximale verblijfsduur’. Het kan echter in gevallen nodig zijn. Het voorbeeld dat genoemd wordt, is alle aanwas voor de opleidingen in de kinderopvang. Die vervolgens geen baan konden vinden.
  • Hoe begeleidt je studenten om met veranderingen om te gaan, als we dat zelf niet kunnen? De school is gelukkig niet de enige plek waar ze dit leren. Het zou goed zijn als onderwijsprogramma’s hier op inspelen. Een beetje zoals Competentiegericht Onderwijs dit beoogde. Aldus Jan.
  • Ligt de nadruk niet teveel op kwalificaties? Van beroepsprofiel, naar kwalificatiedossier, naar onderwijsprogramma, naar examenprogramma … zit 8 jaar. Dat kunnen we ons niet meer veroorloven.
  • Hoe maak je het MBO populair? Jan beschouwt het als een persoonlijke nederlaag dat dit niet verbetert is. Het komt door opwaartse druk, verhalen in de media en termen als ‘leerfabrieken’.

 

Opening #MBOCity 2015

Ik ben vandaag de hele dag bij MBO City. De opening wordt gedaan door Jet Bussemaker en Jan van Zijl.

Jan van Zijl sluit aan bij de laatste berichten over ‘kleinschaligheid’ en benadrukt dat het niet moet gaan over de grootte van het gebouw.  Hij voorziet zeker geen grootschalige ontmanteling om kleinschaligheid te bereiken. De grote uitdaging zit in de beroepen van over 10 jaar…. Een leven lang leren, omgaan met veranderingen en de boodschap voor studenten: je vak zal veranderen.

Jet kon vanwege verplichtingen in de Tweede Kamer er onverwacht niet bij zijn. Jammer, maar ook haar agenda wordt geleefd dus. 😉

Ze reageerde wel op de brief over kleinschaligheid: volgens haar heeft het te maken met herkenbaarheid en transparantie van scholen hoe ze dat denken te bereiken. Dit moet daarom in het kwaliteitsverslag terug komen. Ze hoopt dat de inspectie gerichter kan kijken binnen een school in plaats van op instituut-niveau.

Over de gevoelige termen:

  • ‘Collegedirecteuren’: dit is geen wettelijke basis voor een extra managementlaag.
  • ‘Leerfabriek’: dit is niet het oordeel over het MBO van Jet, maar een beschrijving van de beeldvorming. De rest van de maatschappij kijkt er nu eenmaal wel zo naar. Dat wil ze keren.

Office365 Groups

We zijn nu zo’n half jaar over naar Office365 en met ‘over’ bedoel ik: we hebben onze gedeelde netwerkschijven bijna één op één over gezet. Niet de elegantste manier en menig consultant lijkt dit te flauw. Tegelijkertijd verhoogt het wel de herkenbaarheid. Want onze storage is nu de ‘tenant’, elke hoofdmap is een sitecollectie en elke submap is een bibliotheek. Elk mapje daarin zijn gewoon weer mapjes. Eenmaal een half jaar later komen nu min of meer organisch leukere use-cases vanuit de eindgebruiker, over meta-data, lijsten en workflows.

Één ding was wel duidelijk: in een sitecollectie hebben we ‘eigenaren’ die beheren, ‘leden’ die bewerken en ‘bezoekers’ die kunnen lezen. Althans zo is het een beetje standaard. Een site kan vervolgens behalve bibliotheken ook notitieblokken en agenda’s etc. hebben. Als de groepen te grof zijn, maak je gewoon een subsite met een deel van de leden van de sitecollectie. Zodat die daar hun werk kunnen doen en anderen leesrechten kunnen geven of misschien zelfs dat niet eens.

Ik had daarom een beetje gemengde gevoelens bij Office365 Groups. Waarom weer een mogelijkheid erbij en naast? Weer een keus extra, waarbij voor de afweging je moet weten wat wel en niet handig is binnen de context van een eindgebruiker. Zucht … tempo van innovatie is leuk bij Microsoft, maar ik had liever een goede OneDrive sync client die niet je hele cloud ook lokaal opslaat om maar een voorbeeld te noemen. Enfin, voor mij gaat irritatie boven innovatie denk ik.

In de roadmap van Office365 en het messagecenter (voor admins) komt groups echter wel steeds terug. Dus na een tijdje krijg je het gevoel dat Office Groups een blijvertje is. Helemaal als je de visie er achter een beetje volgt.

Hier is daarom een overzichtje wat ik er van snap:

  • Als je groepen maar ver genoeg opdeelt (in het dagelijks leven) dan kom je altijd tot een clubje dat onderling gelijkwaardig is. Althans wat rechten betreft. In Office365 Groups is er daarom geen verdere machtiging dan ‘iedereen kan lezen/schrijven’. Net als in een WhatsApp groep.
  • Technisch zijn het ‘gewoon’ sitecollecties, alleen surf je er niet naar toe via je eigen sites. De interface ervoor lijkt te ontbreken. Is ook logisch anders had je wel een gewone site kunnen maken.
  • Groups ‘leeft’ vooral in Outlook, liefst uit Office2016.
  • De maker van de groep heeft niet het gevoel een dikke site-beheerder te moeten zijn, met machtigingen etc. Hij nodigt mensen uit of ze melden zich aan. Dat is natuurlijk op de achtergrond autoriseren. Zelf kan iedereen zich weer afmelden. Geen beheerder die je rechten hoeft te ontnemen dus.
  • Elke groep krijgt een mailadres. Dat is voor ons een beetje lastig omdat we mailadressen beheert uitgeven. De standaard instelling is: iedereen kan er eentje maken, ook studenten. Met het verzinnen van de groepsnaam claim je gelijk een mailadres. Daarom hebben we het direct uit gezet in deze fase. Middenweg zou zijn is dat we medewerkers zelf dit laten aanmaken. Eens kijken wie er binnen een instelling met 20 scholen het eerst ‘vakgroepnederlands’ claimt. 😉
  • Groups is er dus voor relatief kleine teams waarvan de leden allemaal dezelfde rechten nodig hebben. Het lijkt er op dat ze organische samenwerking erg faciliteren, in een soort mini-teamsites.
  • Mail voelt aan als chat of forum.
  • Een groep heeft nu een agenda en bestanden.
  • De bestanden komen terug onder een apart kopje in je OneDrive (in de browser). Dat is alleen om er naartoe te navigeren. De bestanden zelf bevinden zicht technisch gesproken in de sitecollectie (siteassets bibliotheek) van de groep. Gelukkig maar, even geen opslag in je persoonlijke bibliotheek.
  • Het kwartje viel bij mij pas echt bij het volgende idee: groepen nu krijgen als eerste opslag, mail en kalender. Later krijgen ze ook Skype, Yammer en Planner etc. En dat vindt ik super, anders repliceren we overal groepen: een groep in een teamsite, een Skype-groep, een Yammer-groep etc. Waarbij je per stuk weer ledenbeheer zou moeten doen. Straks zijn dit gewoon één en dezelfde groep die bij alle diensten terug komt.
  • Behalve in Outlook 2016 en Web is er een aparte app die Outlook Groups heet.

Wil je meer weten en heb je tijd? Jasper Oosterveld spreekt er uitgebreid over, in NL.

Van onderwijs naar informatieplan

Roland Baks van DeltaConsulting haakt eerst aan bij maatschappelijke ontwikkelingen zoals personalisatie en robots in de beroepen. Zijn stellingen:

  • Aansluiting op ontwikkelingen in werkveld en de digitale maatschappij … vraagt om excellente samenwerking tussen Onderwijs en ICT.
  • De komende 10 jaar is er geen tijd meer om de verbinding niet of onvoldoende te maken.

Stellingen helpen even te prikkelen dus dat is ok.

Zijn beeld van die samenwerking:

  • Gebrek aan Governance: ICT niet vaak of structureel onderwerp tussen CVB en onderwijsdirecteuren.
  • De klant-leveranciers relatie is beperkt ingericht.
  • Procesmanagement is vanuit beheer uitgewerkt.
  • De informatiemanager ontmoet te weinig gesprekspartners bij het onderwijs.

De rollen voor informatiemanager om dit te keren, aldus Roland:

  • De architect van de informatievoorziening.
  • De procesbegeleider die vraag en aanbod begeleidt en borgt.
  • Adviseur voor de informatievoorziening.

Zelf sluit ik liever aan bij de rollen van Toon Abcouwer. Dat bijt niet bovenstaande hoor, maar is direct toegesneden op het negenvlaksmodel.  Als generieke manier om deze relatie vorm te geven stelt Roland de volgende stappen:

Strategie concretiseren ==> Kaders stellen ==> Gewenst/Huidige situatie ==> Plan van Aanpak

Daarna werd het verhaal concreter hoe DeltaConsulting scholen hierbij helpt. Als je daar meer van wilt weten dan kun je ze bellen denk ik.

Het verslag met presentatie is hier terug te vinden.

Ervaringen met een Informatieplan voor een MBO

Ik ben vandaag in Utrecht bij het Netwerk Informatiemanagers MBO. Het thema is deze keer het Informatieplan. Omdat we er zelf ook mee bezig zijn, was ik benieuwd naar de aanpak en ervaringen van andere MBO Informatiemanagers.

Wat me bij alle voorbeelden opviel: de samenwerking met de projectenorganisatie om veranderingen te realiseren.

Nova College

Rob Smit vertelde dat het een hele uitdaging was om in de waan van alle dag aandacht te krijgen voor een Informatieplan. Gestart vanuit een procesmodel met daarin de waardeketen, werd geprobeerd helder te krijgen waar/welke applicatie zit. Per stuk werden dan weer knelpunten in beeld gebracht. Dat leidde zo tot 75 projectvoorstellen. Opzich waren ze best trots op hun IT infrastructuur, maar binnen de kernsystemen waren wel degelijk problemen. Om praktisch verder te komen is er voor gekozen om de Informatiemanager in dezelfde organisatorische eenheid te stoppen als de projectportfoliomanager. Verder had men in elke school een zogenaamde “Informatiespecialist Onderwijs”.

Het geheel was erg herkenbaar, wat ik alleen miste was hoe visie op Informatie naar de toekomst toe tot stand komt. Toch het startpunt voor een Informatieplan.

Zadkine

Marcel van Oorschot vertelt over het zogenaamde ontwerpboek van Zadkine. De achtergrond (2012) van het Zadkine was niet makkelijk: slechte liquiditeit, verouderde ICT omgeving, geen managementinformatie en twee aparte werelden (onderwijs en bedrijfsvoering).

Na interviews met alle betrokkenen werd vanuit de onderwijsvisie een IM visie opgesteld, samen met wetgeving en architectuurdocumenten was dit input op het ‘ontwerpboek’ zoals Marcel dit noemt. Qua vorm is deze roadmap-achtig en leunt op BiSL.

Praktische noot: bij het Zadkine is de informatiemanager ook stafdirecteur. Het helpt als je ‘directieve invloed’ hebt, aldus Marcel.

Elementen in het ontwerpboek:

  • We zijn een school: geen software-huis. Klinkt open deur, maar concreet betekende dit dat eigen ontwikkeling in applicaties omgebogen werd.
  • Gastvrijheid
  • Onderdeel van PDCA
  • Robuust
  • Simpel
  • Kosten-effectief

Marcel noemt de volgende succesfactoren:

  • Gebruik BiSL als uitgangspunt.
  • Positie in de organisatie.
  • Quickwins
  • Integrale aanpak naar Enterprise architectuur
  • Stel een competent team samen
  • Van klein naar groot: maak stappen beheersbaar.
  • Snelheid: de complete suite van EduArte bijvoorbeeld werd in anderhalf jaar geimplementeerd.

Koning Willem I College

Paul Tjallinks omschrijft hun missie: “Het succes van de student is de reden van ons bestaan” en de visie “We zijn gewoon een goede school”. Klinkt no-nonsense. Er was door de vorige bestuurder (Coen Free) al een koersboek geschreven met veel visie op ICT. Enkele hoofdpunten hierin:

  • Onderwijs op orde: professionalisering leraren, teamvorming en samenwerking etc.
  • Onderwijslogistiek op orde: kwalificatiedossiers, van meerjarenplanning naar periodeplanning naar roostering.
  • ICT 2018 op orde: veranderende wereld, opdrachtgeverschap, leverancierschap en partnership op orde.

Men heeft toen tijdelijk een CIO aangesteld om een masterplan op te zetten en uit te voeren. Hierin ligt de nadruk op sturing (governance), BPM en Projectportfolio-management. Waarbij de volgende beleidskeuzes gemaakt werden:

  • Onderwijs is leidend (opdrachtgeverschap).
  • Techniek moet volgen (BYOD, cloud etc.).
  • Voldoen aan wet- enregelgeving (ISO27001/Wpb/Wdl).

Paul heeft op zowel strategisch, tactisch als operationeel niveau uitgewerkt wie waar wat doet. Als dit allemaal goed geland is geeft Paul het stokje weer terug aan de huidige bestuurder. Zijdelingse tip: gebruik ITIL/BiSL op de ISM/FSM manier.

De effecten van zijn masterplan tot nu toe:

  • Portfoliomanagement werkt.
  • Opdrachtgevers, vooral uit het onderwijs, pakken hun verantwoordelijkheid.
  • Projecten soms stoppen is juist goed.
  • Lange termijn investeringskosten dalen.
  • Samenwerking in de keten verbeterd.
  • IT minder complex.
  • Iedereen wil verandering, maar niemand wil veranderen. Onderschat cultuur niet.
  • Capaciteit en niveau zijn uit balans: van beheer naar regie vergt andere competenties.
  • Winkel open tijdens de verbouwing levert hoge werkdruk.

Het verslag is hier terug te vinden.

Onderwijslogistiek van de keuzedelen op #samboict

Martijn Broekhuizen en Jef van den Hurk laten ons een game spelen, met als doel:

  • De organisatie bewust maken van het belang van een aantal keuzen rondom het thema keuzedelen.
  • Consequenties van de keuzen in kaart brengen.

Aanleiding is dat elk ROC met keuzedelen aan het worstelen is, maar ieder het wiel aan het uitvinden is. Op dit moment moeten veel keuzes en belangenafwegingen gemaakt worden. Daarbij ondersteunt het spel. Er komt steeds een casus voorbij, waarbij advies van stafmedewerkers, studenten, ondernemingsraad etc. voorbij komt. Zelf moet je je steeds verplaatsen in iemand die een besluit moet nemen. Na de game vertelt de ROC-bode het hele verhaal met keuzes, besluitvormingsstijl en inlevingsvermogen, ja wel. Anyway, het spel uitleggen is lang niet zo leuk of duidelijk als doen natuurlijk.

In de workshop hebben we de game zelf gespeeld en ik vind het echt een aanrader … We bleken achteraf vooral naar de financiële en organisatorische kant te kijken en 0% te scoren op draagvlak. 😉

Zo te zien wordt de technologie geleverd door T-Xchange.

Implementatie EduArte Suite op #samboict

Harm Deiman en Roland Baks praten ons op de 32ste saMBO-ICT conferentie bij over de implementatie van de EduArte Suite bij het Summa College.

De moeilijkste binnen de suite om te implementeren: deelnemerbegeleidingssysteem en onderwijscatalogus. Ze vertrokken vanuit:

  • Een maatwerk applicatie voor volgsysteem.
  • Verschillende en complexe inrichtingen.
  • Per cluster eigen processen voor examinering.

Om dit aan te pakken werd college-breed een uniforme inrichting afgesproken in samenspraak met het onderwijs en de ondersteunende diensten. Vervolgens werd er een migratie-traject ingezet. Dan komt er altijd viezigheid bovendrijven, desnoods werd er via Excel als tussenstap nog data overgezet.

Harm noemt de volgende succesfactoren:

  • Werken met een uniforme inrichting maakt transparant wat de status is van de school.
  • Op het niveau van directie was er een ambassadeur.
  • Eigenaarschap werd bij onderwijsteams gelegd.
  • Continue communicatie over de voortgang.
  • Een aparte verandermanager met een expertteam voor ondersteuning.
  • Getrapte implementatie: data en procedures binnen onderwijs op orde, training en go-live.

Er kwam een zijdelingse opmerking dat ongeveer 25% van de gebruikers basisvaardigheden mist om te werken met de browser en de PC. Dat herken ik echt wel, dat tijdens de implementatie van een systeem collega’s ‘het digitale rijbewijs uit 1995’ nog niet hebben.

Keynote Nico Baken op #samboict

Nico Baken neemt ons op de 32ste saMBO-ICT mee in de ‘veranderende wereld’. Hij opent met wat filosofie van o.a. Ton Lemaire: “Het grootste risico in een turbulente tijd is niet de turbulentie zelf, maar dat we erop reageren met een denkwijze die niet langer opgaat” … Vervolgens duidt hij onze complexe omgeving. Nico’s lezing is een mengeling van science-fiction en filosofie, waarbij hij parallellen trekt tussen de bouwstenen of netwerken van het leven en van steden. Regelmatig uitstapjes makend naar gen-tech, the internet of things en kritiek op de maatschappij en het bestuur ervan.

Een term die steeds terugkomt is ‘digitale genen’. Blijkbaar noemen we alles wat uit elementen bestaat en wat we ons met een computer kunnen voorstellen, ineens digitale genen.

Ik ben helemaal niet vies van een stevig potje intellectuele oefeningen, maar Nico vind ik moeilijk te volgen. Complexiteit, chaos en netwerken op de schaal van het microscopische tot en met het macroscopische … meestal trek ik het wel. Maar deze keer moest ik toch afhaken. Ik mis steeds het verband tussen de abstracties van Nico en de concrete voorbeelden die er volgens hem bij horen.

Uiteindelijk was mijn publieksvraag aan hem wat nu zijn specifieke aanmoediging is voor ons, werkend in de onderwijssector. Zijn antwoord: ga anders kijken naar schaarste, die is er niet echt, we weten alleen niet hoe we in een netwerk daar mee moeten omgaan. Straks kan iedereen energie uploaden of zorg uploaden …

Dus.