implementatie

Project Flexruimte – van model naar implementatie #samboict

Jan Pleizier, Jef van den Hurk en David Dekker praten ons bij over de implementatie van OLS van EduArte.

Jan opent met de conclusies:

  • Flexibiliseren is eigenlijk slim organiseren.
  • Begin eenvoudig, schaal daarna op. Het lijkt me dan wel een uitdaging om de nadelen van inktvlekwerking te voorkomen (wat voor ene team werkt, werkt voor volgende ineens niet).
  • Regel onderliggende processen goed.

De ambities van het Hoornbeeck college blijken uit de eisen:

  • Ze zijn gèèn onderwijssupermarkt, dus zo richten ze het nog niet in.
  • Maatwerk lessen moeten passen binnen een ‘normaal’ rooster.
  • Geen grote investeringen.
  • Schaalbaar/faseerbaar. Concreet betekent dit dat ze begonnen met Taal/Rekenen.

Jef vervolgt met de 80/20 regel. Als 80% van de onderdelen van een opleiding voor iedereen gelijk zijn, dan hoef je maatwerk alleen maar te regelen voor de 20% van de overige onderdelen. Eenmaal aan de slag bleek dat OLS van EduArte dit en de rest van een aantal logistieke processen kon ondersteunen.

David vertelt: de OLS module ‘dwingt’ je er toe processen af te stemmen. Onder andere door allerlei voortgangsmetrieken te rapporteren:

  • Hebben alle studenten hun keus kenbaar gemaakt?
  • Hebben alle studiebegeleiders die keuzes geaccordeerd?
  • Welke onderdelen gaan daadwerkelijk starten?

Voor mij was dit de eerste keer dat ik ervaringen over OLS hoor. Handig om dat we zelf nog moeten starten met onderwijslogistiek. Al dan niet met deze module van EduArte. Spannend lijkt me dan: flexibiliseren met niet teveel variabelen, terwijl je systeem dat later wel moet kunnen als je er aan toe bent…

Wat ik daarom goed vind is dat ze durven beginnen met ervaring op doen, zonder te wachten op de volmaaktheid van andere systemen (roosters, middelen etc.).

Projectevaluatie Incident op School

Onze instelling doet mee aan een pilot voor het registreren van incidenten. Dat kan van alles zijn, maar de nadruk ligt op veiligheid. Voorbeelden zijn: verbaal geweld, fysiek geweld, vandalisme, grove persterij, discriminatie, etc. Zelf registreren we al langer dan dit project, maar we hebben onze ervaringen nu wel weer op een rij. Even wat achtergrond informatie:

Het project wordt getrokken door MinOCW. Het systeem waarin geregistreerd wordt, is geleverd door DSP-Groep en gebouwd door Topicus (in TripleA land geen onbekende). Om eenduidigheid te krijgen is er eerst onderzoek gedaan naar definities en categorieën. Dit is uitgevoerd door ITS, onderdeel van de radboud Universiteit Nijmegen.

Het doel van het project is ervaren hoe bruikbaar de definities zijn en welke manieren van registratie het meest effectief zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal incidentenregistratie verplicht worden gesteld. Het grotere lange termijn doel is meer inzicht krijgen in welke mate scholen veilig zijn, een beeld hierover te vormen van het onderwijs in brede zin en op termijn te gaan benchmarken. Voor scholen zelf kan de registratie leiden tot rapporteringen, om zo te sturen op veiligheid en handreikingen te doen om concrete maatregelen te nemen.

Mens en organisatie blijft de grootste uitdaging voor onze instelling:
– Bewustzijn binnen de teams en bekendheid met het onderwerp vergt voortdurende aandacht.
– De registratie zelf wordt vaak ervaren als ‘extra werk erbij’.
– Het voordeel van het systeem is niet altijd direct voelbaar, daarom is mensen ‘verleiden’ tot het gebruik ervan moeilijk.
– Vraag blijft ook hoe zich deze registratie verhoudt met die van ongevallen en meldingen naar arbeidsinspectie?
Mijn eigen kijk: Als de incidentenregistratie organisatorisch niet ‘gehangen’ zou worden aan Arbo, zoals nu vanwege het perspectief veiligheid, maar een logisch gevolg zou zijn van het pedagogisch handelen, dan zouden de meldingen ook uit een LVS kunnen ‘rollen’. De samenhang met de begeleiding, signalering en nazorg van incidenten is dan beter te borgen.

Technisch:
– Het systeem zoals dat in de pilot gebruikt is, is laagdrempelig om te gebruiken. Een incident neemt één scherm in beslag, waarop alles ingevuld kan worden.
– Autorisatie naar teams of afdelingen is mogelijk. Hierdoor kunnen rollen toegekend worden waarbij iemand registreert en anderen weer inzage hebben voor een hele school. Ook is er een analyse rol, waarbij statistieken getoond worden. Dit laat bijvoorbeel allerlei percentages zien van incidentsoorten door de tijd heen.
Mijn eigen kijk: Willen we de rapportage onderdeel maken van onze overige informatievoorziening, dan moet alle data makkelijk er uit te exporteren zijn. Dit is nu al mogelijk door velden te kiezen, een tabel te maken en op te slaan naar excel of SPSS. Echter niet alles komt dan mee. Of althans dusdanig dat we het zo kunnen importeren naar interne monitoringsystemen. Maar er moet iets overblijven om te wensen toch?
Om meldingen uit een LVS of begeleidingsysteem te laten ‘rollen’ zou een integratie nodig zijn met de kernregistratie deelnemers of een begeleidingsmodule. Toekomstplannen hiervoor zijn geschetst tijdens de Markt van Leveranciers op 17 November 2009 in Utrecht.

Even de redenatie doortrekkend: een LVS is qua concept vaak logboek waarin signalen, handelingsafspraken en contactmomenten worden vastgelegd. Als de informatie die aan een logboekitem kan hangen, ook wordt vormgegeven volgens de bovenstaande definities, dan zou een LVS de incidenten aandragen bij het registratiesysteem. Een beetje zoals de plannen zijn omtrent het doen van verzuimmeldingen bij de IB-groep: eerst op een aparte portal, maar later geïntegreerd vanuit je begeleidingsysteem.

Al met al een leerzaam project. Afwachten blijft nog even hoe het verplichtende karakter vanuit MinOCW er uit gaat zien.

Magister voor VAVO

magisterlogo

We lopen al een tijd aan traject waarin we ons oriënteren op de opvolging nOISe. Daar zijn we voor het beroepsonderwijs nog niet uit. Echter, voor onze VAVO school wel. Er is besloten over te gaan op Magister VAVO van Schoolmaster.

Er zijn voor ons een paar belangrijke zaken om rekening mee te houden:

  • Het is een applicatie die zowel het administratieve proces ondersteunt als het onderwijs.  De functionaliteiten en manieren van werken lopen hiervoor nogal uiteen. Uitdaging wordt om deze juist op elkaar aan te laten sluiten i.p.v. elkaar ‘tegen te werken’.
  • Er is lichte tijdsdruk: de bedoeling is om in het nieuwe schooljaar te starten met een schone lei en nieuwe lichting studenten. Dus voor die tijd moet er inrichting, implementatie en training plaatsvinden. De uitdaging is dan om keuzes van inrichting toch goed te nemen. Omdat deze later vaak vervelende consequenties hebben.
  • We nemen maar in beperkte mate historie mee. Dat scheelt veel conversieslagen en controlerondes. Maar heeft natuurlijk ook nadelen.
  • Er hangt veel van af i.v.m. bekostiging: de koppeling naar BRON verloopt via nOISe en zal waarschijnlijk vanaf het nieuwe schooljaar via Magister gaan lopen. Als dat mislukt, heb je allerlei poppen aan het dansen.
  • Gelukkig hebben we al wel veel ervaring opgedaan met Magister in onze VO scholen.

Kortom: er moeten 100 dingen afgestemd, bepaald en gecommuniceerd worden. Om een praatpapier te hebben dat een beetje overzicht biedt heb ik een soort van blauwdrukje gemaakt. “Niet-zo-losjes-geïnspireerd” op de ArgumentenFabriek vormgeving.