Wat moet ik regelen in de cloud? #samboict

Arnoud Engelfriet sluit de 29ste saMBO-ICT Conferentie af. Ik ben blij hem eindelijk een keer live te horen, als fan van zijn blog.

Cloud is verschillende dingen volgens hem, maar eenvoudig gezegd is het eigenlijk een grote vorm van uitbesteding. Kan ik een stukje harde schijf bij je huren? Als het ware. Arnoud Engelfriet neemt ons mee in de stappen waar je aan moet denken:

  • Over huur heb je heel veel regels. Daarnaast is er sprake van een zekere onderhandeling. Bij cloud-diensten ontbreekt dit vaak. Je kunt akkoord gaan of niet. Vraag je af wat je hier van vindt.
  • Kun je bij de voorwaarden? Lees deze kritisch.
  • Is er een dienstovereenkomst? Probeer je verwachtingen hieraan te spiegelen. Wat wil je afspreken en waar wil je de ander op afrekenen?
  • Van wie is de data bij opslag in de cloud? In zijn algemeenheid is data van niemand. Juridisch gesproken kan er geen eigenaar zijn van iets dat geen fysieke zaak is. Je kunt dus niet op de wet terugvallen. Wat wel kan is goed nadenken over dit onderwerp en verwerken in je contracten.
  • Hoe zit het internationaal? Als je met persoonsgegevens wilt werken moet je kijken naar de WBP. In Europa wordt hier wel aan gesleuteld. Verder hoef je niet de hele tijd om toestemming te vragen, als het overdragen van gegevens nodig zijn in het kader van een bestaande overeenkomst. Alleen wordt dit ver opgerekt door bijvoorbeeld sociale netwerk platforms.
  • Ga je gegevens bewerken? Dan moet je een gegevensbewerkersovereenkomst hebben. Heb je of geef je inzage en wordt export van data ondersteund?
  • Zijn je gegevens adequaat beveiligd? Wat dat is, staat niet in de wet. Je moet zelf kunnen aangeven wat je adequaat vindt en waarom.
  • Als je als docent of leraar zelf acties onderneemt, door met studenten ergens op een site samen te werken met bijvoorbeeld foto’s (profielen-site), moet je oppassen. Dit soort acties doe je automatisch namens de school.
  • Als medewerkers schade aanbrengen kan een school deze dan verhalen, aangezien ze zelf aansprakelijk zijn? Alleen in grove nalatigheid. En wanneer het grof is moet je aantonen. Dat is geen harde definitie.
  • In het privacybeleid moet onder de nieuwe wet ‘duidelijke taal’ worden gebruikt.
  • Binnen het juridische is er op dit moment geen oplossing voor de situatie met onze gegevens in Amerikaanse cloud.

Ik vind Arnoud Engelfriet van @ictrecht inhoudelijk heel sterk. In eenvoudige taal en met droge kwinkslagen weet hij de vinger op, soms onoplosbare, plekken te leggen.

Informatieveiligheid in de steiger #samboict

In ronde 4 van de 29ste saMBO-ICT Conferentie zit ik bij een sessie van ROC TwenteAndré Wessels en Paul Tempelaar praten ons bij over hun traject van beleidskeuzes. verkenningen, risicoanalyses, nulmetingen en de implementatie van het informatieveiligheidsplan. Hierin is samengewerkt met directie (verantwoordelijk), de informatiemanager (regie), kwaliteitszorg, controllers en de facilitaire diensten.

Er zijn drie hoofdissues met informatieveiligheid:

  1. Beschikbaarheid: als er iets mis is, kun je niet werken omdat de informatie niet bereikbaar is.
  2. Integriteit: als er iets mis is, klopt de informatie niet meer.
  3. Vertrouwelijkheid: als er iets mis is, kennen anderen deze informatie.

Op deze hoofdissues hebben ze steeds een classificatie toegepast. Sommige informatie is gewoon vitaal, niet, zeer of uiterst vitaal. De gevolgen hiervan verschillen dan weer.

De hoofdoorzaken zijn in afnemende frequentie:

  • Onwetend handelen
  • Onvoldoende gedragen beleid
  • Falende techniek
  • Opzettelijk handelen

Mijn indruk is dat ze er in slaagden om tijdens een nul-meting de risico’s van verschillende veiligheidscategorieën te kwantificeren. Mede dankzij het classificeren va risico’s en gevolgen. Interessant vond ik ook hun achterliggende doelen en een meta-doel:

  • Een veiligheidscultuur voor informatie en bijgaande draagvlak onder betrokkenen.
  • Een continue en waar gewenst vertrouwelijke informatievoorziening.
  • Een organisatie waarin beide doelen nagestreefd, gecontroleerd, bediscussieerd en bijgesteld kunnen worden

Do’s and dont’s van informatiebeveiliging #samboict

In ronde 3 van de 29ste saMBO-ICT Conferentie zit ik bij een sessie door ROC Aventus. Fung Yee Poon is security-officer en change-manager. Ze vat het dilemma goed samen: Iedereen wil een veilige omgeving maar niemand wil er last van hebben. De maatregelen die ze troffen lagen gelukkig niet alleen op het technisch vlak. Ze hebben campagne gevoerd, voorlichting gegeven en aandacht gegeven aan communicatie.

Zaken waar ze tegenaan liepen:

  • Weinig bewustzijn op het gebied van beveiliging.
  • Onderschatten van de risico’s èn onderschatten van de impact van beveiligingsmaatregelen.
  • Informatiebeveiliging wordt niet meegenomen bij de zoektocht van een systeem.
  • Moeite met vertalen van wet- en regelgeving naar de techniek.

Wat ik knap of vasthoudend vind is dat ze ook voor eigen devices technisch afdwingen dat er een pincode op moet zitten, als je op hun infrastructuur wilt. Zodat applicaties niet open staan als je je tablet even uit het zicht hebt liggen.

Fung somt ook nog even de (extrinsieke) motivatie voor beveiliging op:

  • Wet- en regelgeving, accountancy en audits
  • Financiële schade
  • Imagoschade
  • Verwachtingen

Ik bedacht me wel ineens, wat zou nou de intrinsieke motivatie zijn voor veilig gedrag omtrent informatie? Bescherming van je klant, de student en/of zijn ouder? Hoe kun je je eigen onderwijs en begeleidingsproces goed doen (en dus veel informatie vergaren) en tegelijkertijd het belang van de student dienen? Overigens waardeer ik het wel als een instelling zich opent opstelt op dit soort kwetsbare en soms delicate onderwerpen. Zonder over eieren te lopen krijg je eigenlijk veel cultuuraspecten mee van onderwijsteams. Waarin onveilig gedrag een rol speelt.

Enkele do’s op een rij:

  • Formuleer een duidelijk beleid
  • Leg de verantwoording daar waar het hoort.
  • Laat je beleid adviserend zijn.

 

Servers in de cloud: Azure #samboict

In ronde 2 van de 29ste saMBO-ICT Conferentie sluit ik aan bij de presentatie Michael Kleine. Hij opent met een overzicht van het Azure platform en de voordelen van schaalvergroting en ontzorgen. De visie van Microsoft is een ‘Hybride’ variant van je datacenter. Je hebt altijd nog een deel in je eigen datacenter en er kan een deel draaien bij Azure. Daarnaast noemt Michael de audits die ‘derden’ doen, zodat ze onafhankelijk getoetst worden aan allerlei ISO normen.

Rob Keemink vervolgt en schetst hun geleidelijke overgang: van meerdere eigen datacenters naar één, van fysieke servers naar virtuele, van eigen datacenter naar Azure. Dit kan best een aantal jaren in beslag nemen en naast elkaar lopen. Ze zijn Azure als eerste gaan toepassingen voor websites en testservers. Veel storage kan naar Skydrive Pro.

Ik vind het een herkenbaar verhaal: als school heb je vaak nog honderden ‘ouderwetse’ applicaties en een aantal websystemen in eigen beheer. Voor lang niet al deze applicaties zijn alternatieven in de cloud aangezien het vaak specifiek digitaal lesmateriaal betreft, verpakt in een applicatie. Ook zijn leveranciers van kernsystemen lang niet allemaal zover dat ze zelf hosting aanbieden. Dat vergt allemaal servers waar je zelf beheer op doet. Enfin, geef het een paar jaar.

Wat ik opvallend vond aan de demo is dat er op Azure niet alleen Windows Servers geïnstalleerd kunnen worden. Linux-varianten zijn ook mogelijk. Daarnaast kun je middels een VPN Gateway je eigen netwerk transparant koppelen aan je eigen netwerk binnen Azure.

Tippie: op 23 januari is er een webinar voor onderwijs over Azure.

Functioneel Beeld van MBO Cloud op #samboict

In ronde 1 van de 29ste saMBO-ICT Conferentie sluit ik aan bij de presentatie “Functioneel Beeld van MBO Cloud” door Maaike Stam en Bas Kruiswijk. Ze wilden ‘de bal wat verder weggooien’ dan ‘wat extra servers in een datacenter’. Daarom is het volgende bedacht:

  • Samenwerking op inkoop en beschikbaarheid maken van cloud-diensten.
  • Ondersteunen met een gemeenschappelijke voorziening, platform. Die noemen ze de ‘hub’ en bevat functionaliteiten voor selecteren, bestellen, betalen en toegang tot cloud-voorzieningen uit een catalogus. In principe wenst men de hele markt van digitale leermiddelen en cloud-diensten aan te sluiten. De technische manier voor ‘aansluiten’ wordt niet opnieuw uitgevonden. Door aansluiting bij Surf Conext bijvoorbeeld.
  • Ontsluiting van cloud-voorzieningen en digitale leermiddelen, met 1 identiteit.

Grafisch:

MBO Cloud

De kernpunten van de toekomstvisie voor MBO Cloud zijn:

  • Docent en student centraal en maximaal gefaciliteerd.
  • Minimale marktverstoring.
  • Slim samenwerken zorgt voor ontzorging van de instellingen.

Deze ontwikkeling kent wel een paar uitdagingen lijkt mij:

  • Aansluiting van een heel diverse markt van leveranciers en zorgen voor een actuele catalogus.
  • De vliegwiel in gang zetten: als er geen leermiddel in staat hoeft een school niet aan te sluiten, als er geen scholen aansluiten hoeft een leverancier er geen leermiddel aan te bieden. Ik hoop dat het aansluiten door scholen dan organisch kan groeien.

De Waarom vraag en de business case is in ontwikkeling. Zelf ben ik wel blij dat dit concreter wordt. Het zou voor de sector een grote stap in volwassenheid zijn. Ander voordeel lijkt me dat een instelling ontzorgt wordt op zijn beheer en onderhoud van technische koppelingen, omdat je deze ‘buiten de deur’ schuift.

Meer lezen? Klik hier voor het Functioneel Beeld.

Meer samen voor betere Informatiebeveiliging door Sir Bakx op #samboict

Sir opent de 29ste saMBO-ICT conferentie met de keynote over Informatiebeveiligingsbeleid. Hij was lid van de SURF Taskforce Cloud. Zijn ervaringen liggen op het gebied van informatiebeveiligingsbeleid, auditing en een juridisch normenkader cloudservices voor HO.

Hij opent met wat cijfers:

[yframe url=’http://www.youtube.com/watch?v=yzHsWsWOQjE’]

Sir schetst hoe men tot een model kwam om expliciet beleid over informatiebeveiliging te beschrijven. Het voordeel van een model is assistentie, stimuleert kwaliteit en voorkomt ‘vele wielen’. Eenmaal uitgewerkt door een onderwijsinstelling kan het later als leidraad dienen voor self-assessments en auditing. Dit model is in 2010 opgeleverd. Zijn stelling is dat hierdoor de CMM van Hoger Onderwijs verhoogd is.

Hij maakt ook aansluiting bij Cloud ontwikkelingen. De privacy, vertrouwelijkheid en eigendom zijn een knelpunt. Contracten zijn vaak zwak op deze punten. Met gezamenlijke inkoopkracht is dit beter af te dwingen. Alhoewel één sector (HO, MBO, etc) waarschijnlijk te klein is om Google en Microsoft etc. een andere kant op te bewegen. Samenwerking met overheid zou pas een ‘stevige vuist’ maken. Behalve het model is hij ook bezig met een normenkader en geeft voorbeelden van clausules die je als onderwijsinstelling kunt opnemen in je contracten. Vooral de clausule voor Veiligheidsdiensten vind ik actueel!

De samenwerking die Sir bepleit op een rij:

  • Werk als sectoren met elkaar en overheid samen!
  • Werk als informatiebeveiliger met je docenten en medewerkers samen!

Hij eindigt met twee stellingen:

  1. We leven met z’n allen in dezelfde risicovolle wereld. Alleen samenwerking is daar echt tegen opgewassen.
  2. Ons weren tegen buitenlandse overheden kan alleen in Europees verband. Een school kan dit niet, een sector, één land ook niet.

Je klaslokaal als reclamezuil

In een vorige post schreef ik dat ik minder afhankelijk van Facebook en Twitter wil worden. Dat geldt vooral voor privédoeleinden. Toch heb ik ook een mening over het inzetten van Facebook (of Twitter of Google Plus) als digitale leeromgeving voor een school. Waarom ik Facebook als ELO een zwaktebod vind:

  • Je klaslokaal als reclamezuil: Hoe zou je het als ouder vinden als iemand het klaslokaal van je kind binnenkomt en de helft van de muren beplakt met reclame? En vervolgens deze elk kwartier omwisselt? Overigens kijkt deze reclame-zuil-meneer tussendoor steeds mee naar je kind. Afhankelijk van het gedrag past hij de reclame aan. Daarnaast geeft hij de docent het papier waarop deze alles kan noteren wat er gezegd wordt tegen de leerling. Deze conversaties bewaart de reclame-zuil-meneer heel zorgvuldig. Dat is immers nodig om de juiste reclame te maken!
  • Je klaslokaal overleveren aan de grillen van de systeem-despoot: Hoe vaak komt het voor dat Facebook of andere platforms veranderen van uiterlijk, instellingen ongevraagd wijzigen en functionaliteiten verwijderen? Facebook heeft niet het belang van jou als docent of leraar op het oog, maar uiteindelijk die van de aandeelhouder.
  • Je klaslokaal overleveren aan de grillen van onszelf: Platforms komen en gaan. Wellicht kun je iets een paar jaar gebruiken. Dat veroorzaken we deels zelf, omdat het tempo van systeemmigratie hoog is. Onze kinderen hobbelen met gemak van Hyves, naar Facebook, naar Twitter, naar Instagram, naar etc. Op zich niets mis mee. Maar hobbel je zelf dan elke keer daar achteraan met je hele onderwijs hebben-en-houden? Om alles wat je in een systeem stopte achter te laten en opnieuw te beginnen?
  • Je klaslokaal gebruiken om een zeepbeleconomie in stand te houden: Zonder al te politiek te worden: is het nou werkelijk nodig om een paar aandeelhouders te helpen ‘cashen’ waarbij de waarde van een monopolist ineens in de miljarden loopt? Ik begrijp best dat ze als bedrijf ergens van moeten leven, maar er zijn andere verdienmodellen dan Adware.

Enfin, ik denk dat mijn punt wel duidelijk is. Wat is het alternatief? Wat zou het sterktebod zijn? Het sterktebod zou voor mij een school zijn die:

  • weet welke rol sociale media kan spelen in het totale leerproces, inclusief begeleiding.
  • een systeem erbij zoekt dat hem kan helpen bij zijn missie/visie.
  • zich volwassen opstelt ten opzichte van de leverancier, onder andere door zich als assertieve klant op te stellen, diensten af te spreken en het eigenaarschap over de data af te dwingen. Dat veronderstelt overigens een leverancier waarbij je überhaupt klant kan worden, ook als je geen adverteerder bent.
  • zelf regie voert op de inrichting van deze digitale leeromgeving en het beheer aan de gebruikerskant legt.

Ja, maar dat is toch gewoon een studenten-intranet-ELO met functionaliteiten voor sociale media? Ik denk het wel.

Een aantal praktische tips voor scholen zijn terug te vinden in het boekje Hoe?Zo! Social media. Overigens richt deze zich vrijwel alleen op de populaire platformen. Daarom mis ik een beetje in dit boekje de zoektocht naar de eigen “social media features”. Een zoektocht waar je als school zelf op kunt sturen. Overigens geen wonder dat docenten alternatieven zoeken als deze zoektocht er niet is of jaren op zich laat wachten.

Disclaimer:

  • Ik heb het hier specifiek over de inzet van Facebook als leeromgeving of begeleidingsomgeving. Dat je als school sociale media inzet voor webcare , werving van nieuwe studenten of alumni is voor mij een ander verhaal.
  • Dit zegt niets over het ontzorgen middels hosting bij een leverancier. Het is logisch dat je als school niet alle expertise wilt hebben om zelf te installeren, onderhouden en beveiligen. Vandaar alle SAAS-constructen.
  • Als ik een aantal aspecten van Facebook slecht vind, vind ik niet de mensen die het gebruiken slecht. Ik begrijp best dat mensen de sociale functionaliteiten aantrekkelijk vinden en zal ook niemand veroordelen die Facebook kiest om ‘mee te doen’ met sociale media.
  • Als het goed is, ben ik niet volledig. Anders was ik alwetend. Er zijn vast meer perspectieven of kanten aan dit verhaal.

De student voorop in PrimaOnderwijs

Belinda Fallaux vroeg me of ik wat wilde vertellen voor een artikel in PrimaOnderwijs. Dat is een platform voor ‘alle’ professionals in het onderwijs (Ik mis dan alleen wel de sectoren MBO, HO en WO). Het onderwerp was “Onderwijstrends 2014” en is terug te lezen op bladzijde 10 e.v. in de uitgave van januari 2014.

Om nou niet te vervallen tot de laatste hypes, dacht ik aan te haken bij wat zoveel onderwijsinstellingen in hun bestuurlijke agenda hebben staan. Termen als “de leerling staat centraal” en “de student staat voorop” bijvoorbeeld. Terechte doelen en horen zeker in Missie/Visie stukken thuis van elke onderwijsorganisatie. De clou zit ‘m in hoe je dat in de praktijk vormgeeft lijkt me. Anders blijven het open deuren clichés.

Tijdens het interview kwam ik er op dat deze doelen extra moeilijk zijn voor MBO’s. Als ‘de student voorop stellen’ impliceert dat er sprake is van maatwerk. Dat maatwerk kan zijn in tempo, in- en uitstroommomenten, lesinhoud, opleidingstrajecten en begeleiding etc.

  • Veel MBO’s worstelen met schaalvergroting, standaardisering, kostenbesparing versus maatwerk voor een individu. Theoretisch is er dan sprake van massa-maatwerk maar dat blijft moeilijk in de praktijk.
  • Van alle onderwijssectoren is de MBO sector het meest complex, gezien de diversiteit aan opleidingen en de maatschappelijke rol voor de arbeidsmarkt.
  • De mate waarin je verantwoording moet afleggen aan lokale overheden bij verzuim, aan de inspectie voor de kwaliteit en aan de accountant voor je bekostiging lijkt toegenomen afgelopen jaren. In ieder geval in de beleving. De hoeveelheid informatie die je geacht wordt vast te leggen gedurende het hele administratieve proces is groot.
  • De mate waarin je informatie gedurende het onderwijsproces moet vastleggen voor je klant (leerling, student of ouder) neemt bij maatwerk verder toe. Gegevens over begeleiding, zorg, vorderingen en lesuitval registreren voelt voor de gemiddelde docent veel te administratief. Wat vroeger vanzelfsprekend met het papieren klassenboek of mentorschriftje gedaan werd voelt nu als iets dat je moet uitbesteden aan ‘de administratie’.

Waarvoor ik Google dankbaar was

Mijn vorige post kent een voor mij ongebruikelijke sterke toon. Meestal druk ik me wat constructiever uit dan dat ik op de ondergang van complete platformen hoop. Ik bedacht later dat ik nog een grote vergeet: Google Plus. Waarschijnlijk omdat ik er nauwelijks naar omkijk. Uiteindelijk zijn het er ook teveel om allemaal ‘bij te houden’. Teveel systemen met teveel interfaces en dan teveel wijzigingen bij nieuwe versies die je hersencellen nodeloos verbranden. [Is er iemand die de nieuwe Twitter manier om dialogen te tonen wel handig vindt?]

Toch had ik tot nu toe met Google een andere ‘band’ dan met Twitter en Facebook. Ik weet ook wel dat ik geen Google klant ben, maar een hamstertje in hun machine. De klanten zijn de bedrijven die adverteren. Toch stoorde het me niet dat ik informatie over mezelf gaf in ruil voor maatwerk in reclame. Het was in ieder geval niet zo irritant als die reclames van bijvoorbeeld Wehkamp. Bestel je in 5 minuten een pyjama, krijg je wekenlang pyjama reclame overal in beeld. Toch is Google steeds meer hun sociale netwerk verplicht aan het maken. Het is steeds moeilijker om niet een dienst van Google te gebruiken zonder een profiel te hebben in Google Plus. Daarnaast was ik ook redelijk ‘loyaal’ aan ze. Ik ben ze namelijk best dankbaar geweest. Niet alleen als zoekmachine maar ook voor:

  • Google Reader is voor mijn professionele ontwikkeling onontbeerlijk geweest. De manier waarop ik het gebruikte hielp me grote hoeveelheden nieuws en achtergrond te verwerken. De kennis van mijn vakgebied is er enorm door toegenomen. Ik had er best voor willen betalen als ze er niet de stekker uit trokken. Ik ben overigens zonder hobbels overgestapt op Feedly.
  • Android heeft mijn mobiele ervaring enorm gevormd. Het is een OS naar mijn hart. Voor mijn gevoel wordt ik niet betutteld als eindgebruiker en krijg ik de ruimte om te experimenteren.
  • Het hosten van diensten zoals video, kaarten, foto-albums, mail en agenda en er geen omkijken naar hebben.

En toch … één bedrijf dat monopolist wil zijn, ik vertrouw het ‘gewoon’ niet meer. Dus ik wil ook mijn afhankelijkheid ervan verminderen. Ik weet alleen nog niet precies hoe.

 

Wat ik hoop in 2014

Meestal sluiten mensen het kalenderjaar af en in een soort reflectiestand en sommigen bloggen daarover. Tot nu toe weerhield ik mezelf van voorspellingen en het delen ervan. Ik vind het wel knap overigens als mensen kunnen beschrijven wat ze verwachten zonder een lijstje hypes op te sommen. Zodra ik dat kan, ga ik het zeker ook doen. Afgelopen weken ben ik zelf wel gaan nadenken: wat zou ik het liefst zien gebeuren in 2014? En dan niet op het gebied van echt belangrijke dingen of in mijn persoonlijke leven. [Ik word weer vader!] Maar op het gebied van internet en de toepassingen erop ‘en zo’.

Het liefst zie ik de terugkeer van gedistribueerde sociale netwerken

Huh? Wat is dat en waarom lijkt me dat zo belangrijk? Daarom even een inleiding. Over het algemeen kijk ik het eerst naar functionaliteiten. Kan een systeem iets doen dat handig is voor een toepassing, dan vind ik dat al snel ‘OK’. Meestal vind ik een systeem niet inherent ‘goed’ of ‘fout’ als in de veroordelende betekenis. Net alsof je een hamer fout vindt, omdat je er iemands hoofd mee kunt inslaan. Dan vind ik het doel slecht, niet het gereedschap. Toch heeft het gebruik van gereedschap een ethische, een morele of zelfs politieke kant. Als ik dan puur klinisch naar functionaliteiten blijf kijken, negeer ik deze andere kanten. En de laatste tijd kan ik dat steeds minder. Dus mijn eindejaarsreflectie afgelopen weken ging gedeeltelijk hierover. Vanwege de bijwerkingen heb ik meer en meer een morele afkeer van de huidige grote platforms voor sociale netwerken . Iets directer: ik krijg een hekel aan Facebook en Twitter. Of andere grote centraal beheerde platformen. De politieke afwegingen laat ik buiten beschouwing, maar ik heb een paar aanleidingen:

Per stuk licht ik ze nog wel toe in volgende blogposts. Let wel: in mijn ogen kan een evenwichtig gebruik van sociale functionaliteiten wel degelijk meerwaarde hebben. Ik wil nog steeds gereedschappen die mij laten communiceren met anderen op een laagdrempelige manier. Ik wil alleen mijn afhankelijkheid van Facebook en Twitter hiervoor verminderen.

Wat zijn gedistribueerde sociale netwerken?

In het kort zijn het protocollen, standaarden en systemen die mensen in contact brengen, zonder dat één partij eigenaar is van het geheel. Een beetje zoals internet van oudsher werkt en we gewend zijn met email. Als ik een bericht stuur naar iemand met een hotmailadres terwijl ik zelf een gmailadres heb, dan komt het gewoon aan en ik kan het gewoon lezen. Als ik een ander postkantoor kies (bijv. een mailadres van Ziggo) werkt het nog steeds. Het zou zijn alsof je Twitterklonen maakt: je ‘zit zelf bij’ Twitterkloon X en ik kan iemand op Twitterkloon Y volgen, liken en retweeten.

Verder wil ik dan niet te krenterig zijn om te betalen zodat er geen advertenties nodig zijn. En als ik het helemaal niet vertrouw, wil ik het zelfs met encryptie kunnen zodat mijn privacygegevens niet alsnog doorverkocht worden. Gezond wantrouwen lijkt me. Of zoals Joseph Heller zei in Catch 22: “Just because you’re paranoid, it doesn’t mean they aren’t out to get you.”

Zie ik al voorbeelden?

Jazeker! In het verleden zijn al pogingen ondernomen door onder andere Tent en Diaspora. Beiden gaan niet uit van één groot platform, maar meer een federatie van samenwerkende sociale netwerken. Toch zijn ze nog afhankelijk van centrale servers.

Je kunt nog een stap verder gaan en zelfs de servers wegstrepen. Dat doet bijvoorbeeld BitTorrent met BitTorrent Sync. In eerste plaats voor bestanden. In aanleg kun je hiermee berichten uitwisselen met encryptie zonder centrale servers. Experimenten lopen hier al mee. [Over ethische kanten gesproken; hun protocol is wel gebruikt voor de grootste uploadpiraterij ooit…] Dezelfde protocollen en die van Bitcoin worden ook gebruikt in Twister. Het BitTorren protocol om de inhoud van je berichten effectief te verspreiden aan de leden in je netwerk en het Bitcoinprotocol enkel om unieke identiteiten te laten claimen. (Het wordt dus niet gebruikt om geld te maken en met Twister ‘zit’ je niet op Bitcoin ofzo.)

Kortom, ik hoop op de ondergang van Facebook en Twitter en de opkomst van alternatieven!