mbocity

Sociale Innovatie, Technologie en de rol van ROC’s op #mbocity

Marc Vermeulen probeert de volgende vraag te beantwoorden:

Wat kunnen we met een gecombineerde inzet van technologische én sociale innovatie doen om voor lager gekwalificeerden juist wel weer een volwaardige en productieve rol in het arbeidsproces te realiseren? 

Hij waarschuwt voor somberheid. Op de manier van Ivan Illich. De volgende bronnen gebruikt hij:

Marc geeft aan dat iedereen steeds hoger opleiden een race naar de bodem is. Nog meer opleiden is geen oplossing, sociale innovatie wel? En … wat is de rol van (V)MBO-ers in de kenniseconomie?

Om dit te beantwoorden kijkt hij naar de maatschappij als een biotoop met verschillende soorten die afhankelijk zijn van elkaar. Hij werd hierin niet erg concreet, maar biedt wel een aantal vuistregels.

  • Complexiteit vergt creativiteit.
  • Samenwerking is essentieel.
  • De kwaliteit van de relatie bepaalt de kwaliteit van het resultaat.
  • Geen bolwerken maar netwerken.
  • Je bent wie je kent.
  • Niet knoeien maar net-werken.

De rol die hierbij hoort en groter zal worden is die van ‘match-maker’.

Samenvattend: De verdringing op de arbeidsmarkt verscherpt ongelijkheid. Meer onderwijs helpt dan niet. Sociale innovatie mogelijk wel. Gericht op de inschakeling van iedereen. Hij vraagt ROC’s om hier aan bij te dragen. Hij mist ons in de discussies omtrent sociale innovaties.

Eigen indruk: ik had Marc nog nooit horen spreken, zijn presentatie bevat veel data/cijfers/bronnen. Dat vind ik wel lekker. Marc roept natuurlijk wel meer vragen op dan hij beantwoord, maar zijn oproep aan ROC’s komt vanuit het hart.

Wat ik me echt afvraag is of sociale innovatie wel past in het ‘Groeiland’ scenario van Frank Kalshoven

Herziene Kwalificatiestructuur: het jaar van de waarheid op #mbocity

Eric Jongepier vertelt ons over de stand van zaken van HKS. Het werd een beetje lijstjesachtig.

Hij opent met een aantal stellingen:

  • Keuzedeelverplichting is bij wet vastgesteld per soort opleiding: NIET WAAR.
  • Scholen mogen ook niet-gekoppelde keuzedelen in het aanbod opnemen: NIET WAAR.
  • Studenten mogen keuzedelen volgen die tijdens inschrijving nog niet beschikbaar waren: WAAR.

Hij vertelt over wat er al bekend was:

  • Keuzedelen zijn gekoppeld aan kwalificaties.
  • Student moet wat te kiezen hebben.
  • Configuraties helpen bij organiseerbaarheid.
  • Mogelijkheid tot uitvoer van keuzedelen in BPV.
  • Hoogte resultaat keuzedeel telt niet mee voor slaag/zak beslissing.
  • Keuzedeelverplichting is vastgesteld per soort opleiding.

In de tweede kamer zijn enkele wijzigingen behandelt:

  • Een school kan afwijken van een deel van keuzedeelverplichting met vormende vakken.
  • Studenten kunnen verzoeken om niet gekoppelde keuzedelen te volgen.

Wat moet je als school doen op hoofdlijnen?

  1. Bepaal je aanbod
  2. Bepaal het keuzemoment
  3. Bereid BPV en keuzedelen voor

Bepaal je aanbod

Welke keuzedelen uit het register ga je als school aanbieden? Dat het register elke 3 maanden wordt geactualiseerd maakt het spannend. Hou je dan de actualisatie na inschrijving buiten de deur of pas je gaande weg aan? Een keuzedeel is een mini-kwalificatiedossiertje. Kies je dan voor losse keuzedelen of voor configuraties?
Het aanbod kan overigens vastgesteld worden ná inschrijving.
Mijn eigen indruk: het wordt er een stuk dynamischer op met veel kortere doorlooptijden. Onderwijslogistiek van de keuzedelen moet dan wel op niveau zijn!

Werken met configuraties

Dit is een setje vooraf samengestelde keuzedelen. Een student kan dan bijvoorbeeld kiezen uit minstens 2 configuraties met vaste keuzedelen. Zeg maar ABC en ABD. Je voldoet dan aan de keuzedeelverplichting. Het moeten in ieder geval gekoppelde keuzedelen zijn. Er is dan 1 keuzemoment. Configuraties met uitgestelde keuzes wordt ontraden. Dus kiezen tussen AB? en AB? waarbij ? later komt, wordt ontraden. Oh enne … de student heeft het recht een verzoek in te dienen.

Afwijken van de keuzedeelverplichting

Scholen mogen per crebo gemotiveerd afwijken van de keuzedeelverplichting met een onderdeel van 240 sbu. Deze kan gevuld worden met persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming. Mits je onderwijs van voldoende kwaliteit is en er geen overlap is met een kwalificatie. Het lijkt op een stukje vrije ruimte die is overgebleven. BPV hierin telt niet mee voor onderwijstijd.
Entree- en specialistenopleidingen zijn uitgezonderd.

Bepalen van keuzemomenten

Dit is een interessant spel voor scholen. Als het keuzemoment later is kan het bijdragen aan doorstroom naar andere opleidingen, aangezien het op een ‘natuurlijk’ moment ligt. Vanuit de student bekeken, zijn natuurlijk losse keuzedelen die je op elk moment kan kiezen het handigst. Vanuit het maatwerk idee. Dit staat los van uitvoerbaarheid. Oftewel onderwijslogistieke hel?
Je mag overigens keuzes maximaliseren (vol=vol).

BPV

Dit is een ruime zoektocht en er is nog weinig informatie over. Een erkend leerbedrijf vinden waar je voor een keuzedeel BPV kan doen is een hele uitdaging.

Zak-Slaag

Na 1 augustus 2018 telt het resultaat van een keuzedeel mee voor de zak-slaag-regeling. Een 3 is zowiezo gezakt. Een 4 of 5 zou eventueel gecompenseerd kunnen worden. Als de tweede kamer akkoord gaat met het voorstel.

Eric doet al met al meer dan de complexiteit uitleggen, hij moedigt ook aan om zelf aan de slag te gaan en als school ervaring op te doen.

De MBO Raad ondersteunt de invoering van HKS op #mbocity

Rini Romme geeft een overzicht van de ondersteuning die de MBO Raad biedt voor de Invoering van de Herziene Kwalificatiestructuur.

Hiervoor is een servicepunt online gebracht. Met een helpdesk, website, presentaties, workshops en kennisdeling in het land. Ze produceren samen met scholen allerlei ondersteuningsproducten rondom 7 thema’s.

Praktisch wordt de boodschap uitgedragen door ambassadeurs. Deze komen uit de scholen zelf. De inhoud wordt opgehangen aan de volgende kapstok: Aanpak van de invoeringKwalificatiedossiersKeuzedelenTaal en Rekenen, Examinering en de Beroepskolom.

Op al deze thema’s zijn producten zoals handreikingen, leeswijzers, een vergelijkingstool en een procesarchitectuur. Aangezien ik fan ben van architecturen, bij deze:

2015.04.28_-_poster_ihks_schema_web_1

Al met al moedigt Rini erg aan gebruik te maken van het materiaal dat er is. Mijn indruk is dat het veel vragen beantwoord en voorkomt dat je loopt te klungelen tijdens de uitvinding van een wiel.

Het MBO in 2025 op #mbocity

In 3 kwartier neemt Jan van Zijl ons mee over mbo2025. Hij stelt dat we erg goed beroepsonderwijs hebben.

Jan stoort zich duidelijk aan een aantal zaken en ziet trends:

  • Onverantwoorde uitspraken over de arbeidsmarkt: Er komt echt geen enkele voorspelling uit over wat er WEL nodig is over 5 jaar. Doorgaans zitten deze uitspraken er volledig naast.
  • Belangrijk is voorspellen wat er NIET meer nodig is en verdwijnt. Er zijn een aantal beroepen die verdwijnen, zoals in de administratieve sector. Maar altijd onderschatten we wat er voor terugkomt aan beroepen. Technologische vernieuwing levert uiteindelijk meer banen op.
  • Wel voorspelbaar is de veranderende arbeidsrelatie. De frequentie waarin we van baan veranderen, de verhouding tot je werkgever etc. is al een tijd aan het verschuiven. Wellicht zijn we in de toekomst een tijdje ZZP-er, hebben een tijdje geen werk om vervolgens weer een vast dienstverband te hebben.
  • Ook voorspelbaar: Als je nooit van baan verandert, dan verandert je beroep zelf wellicht 5x tot aan je pensioen.
  • Jan stoort zich aan de knip die we op jonge leeftijd afdwingen: op 12 jaar laten kiezen voor niveau en terecht komen in ‘categorale scholen’.

Er was ruimte voor vragen uit de zaal:

  • Kunnen keuzedelen wel in BBL?: als keuzedelen de BBL zelf onder druk zetten, dan kunnen we ons dat niet veroorloven. We wilden keuzedelen zelf, maar voor BBL moeten we daar apart aandacht aan geven.
  • Is het interessant voor studenten om in plaats van stapelen een tweede MBO opleiding te doen? Dit botst met ‘maximale verblijfsduur’. Het kan echter in gevallen nodig zijn. Het voorbeeld dat genoemd wordt, is alle aanwas voor de opleidingen in de kinderopvang. Die vervolgens geen baan konden vinden.
  • Hoe begeleidt je studenten om met veranderingen om te gaan, als we dat zelf niet kunnen? De school is gelukkig niet de enige plek waar ze dit leren. Het zou goed zijn als onderwijsprogramma’s hier op inspelen. Een beetje zoals Competentiegericht Onderwijs dit beoogde. Aldus Jan.
  • Ligt de nadruk niet teveel op kwalificaties? Van beroepsprofiel, naar kwalificatiedossier, naar onderwijsprogramma, naar examenprogramma … zit 8 jaar. Dat kunnen we ons niet meer veroorloven.
  • Hoe maak je het MBO populair? Jan beschouwt het als een persoonlijke nederlaag dat dit niet verbetert is. Het komt door opwaartse druk, verhalen in de media en termen als ‘leerfabrieken’.

 

Opening #MBOCity 2015

Ik ben vandaag de hele dag bij MBO City. De opening wordt gedaan door Jet Bussemaker en Jan van Zijl.

Jan van Zijl sluit aan bij de laatste berichten over ‘kleinschaligheid’ en benadrukt dat het niet moet gaan over de grootte van het gebouw.  Hij voorziet zeker geen grootschalige ontmanteling om kleinschaligheid te bereiken. De grote uitdaging zit in de beroepen van over 10 jaar…. Een leven lang leren, omgaan met veranderingen en de boodschap voor studenten: je vak zal veranderen.

Jet kon vanwege verplichtingen in de Tweede Kamer er onverwacht niet bij zijn. Jammer, maar ook haar agenda wordt geleefd dus. 😉

Ze reageerde wel op de brief over kleinschaligheid: volgens haar heeft het te maken met herkenbaarheid en transparantie van scholen hoe ze dat denken te bereiken. Dit moet daarom in het kwaliteitsverslag terug komen. Ze hoopt dat de inspectie gerichter kan kijken binnen een school in plaats van op instituut-niveau.

Over de gevoelige termen:

  • ‘Collegedirecteuren’: dit is geen wettelijke basis voor een extra managementlaag.
  • ‘Leerfabriek’: dit is niet het oordeel over het MBO van Jet, maar een beschrijving van de beeldvorming. De rest van de maatschappij kijkt er nu eenmaal wel zo naar. Dat wil ze keren.

Groeiland op #mbocity

Frank Kalshoven doet de laatste sessie op MBO City, met als thema ‘Groeiland‘. Ik heb hem al eens eerder gehoord op saMBO-ICT. Hij opent met een stukje economie, sinds 1950:

  • Onze arbeidsproductiviteit is per uur ongeveer 4,5x zoveel, vergeleken met 1950. Niet omdat we meer uren werken dus. In totaal werken we 12 miljard gewerkte/betaalde uren per jaar, in Nederland.
  • Die arbeidsproductiviteit is vooral toegenomen door meer en hoger onderwijs voor iedereen. De groei van het percentage van de beroepsbevolking dat HBO/WO heeft gedaan tussen 1950 en nu, kunnen we niet nog een keer doen. (Dan zou 80% HBO/WO gedaan moeten hebben.)
  • Industrie en landbouw nam 40% van de banen voor haar rekening, dat is natuurlijk nu stukken minder.

Hoe staat het nu met Nederland? De arbeidsproductiviteit per uur neemt niet meer toe. Groei is dan alleen mogelijk door meer te werken. (Domweg meer werk dus in plaats van slimmer werken.)

Welke toekomst kunnen we kiezen? Dat kan langs de volgende assen:

  • Meer uren werken of minder uren werken.
  • Meer investeren in kapitaal of minder.

Als je dat in kwadranten verdeelt. Krijg je 4 scenario’s:

  • Krimpland (minder werk en investeren)
  • Werkland (meer werk en minder investeren)
  • Innovatieland (minder werk en meer investeren)
  • Groeiland (meer werk en investeren)

groeiland

Om Groeiland te worden, stelt Frank een ander model voor van het verloop van het mensenleven. Die start met een kortere periode naar school en een langere periode waarin werken, leren en rusten afgewisseld worden.

Wat zou dit voor MBO betekenen?

  • Niveau 3 is de facto de nieuwe startkwalificatie.
  • Meer leerlingen moeten soepeler doorstromen naar het HBO en daar ook slagen.
  • Oud-leerlingen worden alumni, die periodiek ‘terugkomen’ voor nascholing.
  • MBO moet uitblinken in post-initieel onderwijs.
  • Hogere eisen aan opleiding en student, betekenen ook: hogere eisen aan de staf en bedrijfsvoering.

Ik vind Frank een prettige spreker die onderbouwing voor zijn betoog meeneemt. Los daarvan vraag ik me af of iemand serieus heeft bekeken of er een krimpland mogelijk is waar je toch collectief gelukkig blijft.

Inzicht in Toezicht op #mbocity

In de vierde ronde van MBO City vertelt Monique Vogelzang over “Inzicht in Toezicht”. Het thema duidt op de relatie tussen toezicht op de kwaliteit en de verbeterkracht van onderwijsteams. Als hoofdinspecteur heeft ze er wel wat over te zeggen lijkt me.

Monique opent met de volgende punten:

  • Moeilijke opgave: het MBO staat voor complexe maatschappelijke taak (voorzien in opleidingen voor een veranderende arbeidsmarkt). Enerzijds willen bedrijven maatwerk en anderzijds moet alles efficiënter.
  • Kritische zelfonderzoek: het MBO heeft een slecht imago, de kwaliteit van de examens zijn soms laag, zwakke opleidingen etc.

Daarna geeft ze haar lezing een aardige wending. Ook de inspectie heeft een imago-probleem, scholen vragen om maatwerk en geen keurslijf. Ook vanuit de inspectie is men bereid te ontwikkelen. Ze is zich er van bewust dat de inspectie wel degelijk ook aan zelfonderzoek moet doen. Scholen meer stimuleren dan corrigeren. Niet alleen aangeven wat beter moet, maar ook wat beter kan. De taak van scholen niet zwaarder maken maar lichter. Ze zijn meesters in het kijken naar ‘wat niet goed gaat’, dat moet anders.

Daarvoor vraagt ze om doelgerichte samenwerking, o.a. met onderwijsteams. Om meer ruimte te geven worden er ook zaken uit het toezichtkader gehaald (bijvoorbeeld de indicatoren).

Als ik haar redenatie een beetje volg dan vermoed ik dat de afwezigheid van zowel veranderkracht als de bereidheid tot verbeteren erger is dan een specifiek punt waarop je onvoldoende scoort.

Ruim baan voor vakmanschap op #mbocity

Bas Derksen van het Ministerie van OCW gaat tijdens MBO City in op de laatste beleidsbrief “Ruim baan voor Vakmanschap”. De redenen van deze brief zijn:

  • Sommige onderdelen van FoV behoeven nog uitwerking (de basis op orde, de lat omhoog).
  • De arbeidsmarkt verandert snel. Hiervoor komt een investeringsfonds t.b.v. nauwe samenwerking in de regio. Daarnaast meer experimentele ruimte voor innovatieve opleidingen en de gecombineerde leerweg BOL/BBL en meer ruimte voor een modulair aanbod MBO.
  • Er is weinig aandacht voor excellentie binnen MBO. Daarom komt er structureel 25 miljoen beschikbaar voor excellentieprogramma’s.

Om de ‘lat omhoog te brengen’ worden de volgende maatregelen getroffen:

  • Professionalisering: er komt extra budget dat aangewend wordt voor betere docenten, instructeurs en midden-management. Dit komt terug in de zogenaamde ‘kwaliteitsafspraken’. Verder wordt het ‘lerarenregister’ verplicht vanaf 2017 en het onderwijskundig leiderschap wordt wettelijk verankert.
  • Kwaliteit examens MBO: soms zijn de examens zelf, soms het proces er omheen, onvoldoende. Daarom komt er per 1 augustus 2016 de verplichting gebruik te maken van gestandaardiseerde examens of ze moeten extern gevalideerd worden.
  • Onderwijskundig leiderschap: In de wet komt een nieuw bestuursmodel, de “gemeenschap van mbo-colleges”. Hierin kunnen meerdere MBO’s op een onderdeel samenwerken en een gezamenlijk college aanbieden met een eigen directeur als onderwijskundig leider.

Vanuit de zaal kwam de vraag of je wel als een ‘dolle achter de arbeidsmarkt aan moet hollen.’ Bas geeft aan dat er acht jaar ligt tussen een nieuwe behoefte op de arbeidsmarkt, de articulate ervan en de realisatie van een concrete opleiding hiervoor. Dat is een beetje een ervaringsgegeven. Niet zo LEAN dacht ik zelf. Maar dat maakt macrodoelmatigheid verhogen erg moeilijk. Tegen de tijd dat iets georganiseerd wordt is soms de behoefte al weer weg. Lijkt me dat de voorspelbaarheid van de arbeidsmarkt laag is. Veel te grillig. Klinkt als een structurele mismatch tussen beroepen aan de ene kant en er voor opleiden aan de andere kant.

In gesprek met de minister #mbocity

Net als voorgaande twee jaren ben ik vandaag bij MBO City in Cinemec Ede. Jet Bussemaker is er ook, net als vorig jaar. Deze keer gaat het vooral over de resultaten van het OESO onderzoek. Over de rol en positie van de onderwijsprofessional in het MBO van nu en in de toekomst. Het rapport zelf is hier terug te vinden.

Ineke Litjens van de OECD presenteert de resultaten van dit “Skills beyond School” onderzoek.

Sterke punten MBO:

  • Sterk en goed gefinancieerd.
  • Werkplekleren en relatief goede arbeids-resultaten. Door relatief lage jeugdwerkeloosheid t.o.v. andere landen.
  • Betrokkenheid sociale en private partners.
  • Associate Degree vult een gat in het aanbod van beroepsgerichte opleidingen.

Punten voor verbetering:

  • De vruchten plukken van werkplekleren.
  • Aantrekken van MBO personeel en bijschaven van kennis. Door de snelle technologische veranderingen lopen docenten achter in waar de arbeidsmarkt om vraagt. Ik denk dat we opleiden voor verouderde technologie dus.
  • MBO niveau 1 problematiek. Daarnaast is de verhouding student/docent erg hoog. Het aantal docenten neemt af (veel pensionado’s) terwijl het aantal studenten toegenomen is.
  • Volwassenonderwijs en alternatieve levering van opleiding en cursussen.
  • Mogelijkheden voor hogere beroeps-kwalificaties.

Erna sluiten Jan Zijlstra (MBO Raad), Marc van der Meer en Jet Bussemaker aan voor een discussie. Deze ging zoals een echte discussie betaamd alle kanten op en was iets moeilijker te bloggen. 😉

Teveel geld, geen urge, toch succes #mbocity

Jos Baeten sluit voor mij MBO City 2013 met de presentatie “Teveel geld, geen urge, toch succes”.

Hij opent met technologie-trends. Aangezien ik een beetje wars aan het worden ben van hypes en trends en ik ze toch al ken, sla ik dat even over. Zijn boodschap is wel dat het ‘MBO’ of de onderwijssector in het algemeen er niets mee doet. Prikkelende stelling.

Uiteindelijk stelt hij: onderwijs wil wel verbeteren maar niet veranderen. Die drang komt pas als we inefficiëntie niet meer kunnen permitteren, volgens hem. Zijn schets van de MBO instellingen:

  • MBO kiest voor substitutie of goedkope sociale media in plaats voor echte innovatie.
  • Het MBO is wel enthousiast, maar voelt geen drang voor innovatie.
  • Als we tot 22% bezuinigen dan zouden we de drang tot innovatie wel voelen en nog steeds dezelfde resultaten kunnen boeken. Onderzoek of bronmateriaal voor deze getallen wordt niet vermeld.
  • Innoveren is geen strategische keuze bij veel instellingen, wel het uitproberen in proeftuinen en pilots.
  • Voor het MBO liggen er grote kansen voor het verbinden van het leerlandschap, het werklandschap en het bedrijfslandschap.

Voor mij interessanter waren zijn vier determinanten voor succesvolle invoering van ICT. Die vond ik per stuk zo herkenbaar, daarom even vermeld met mijn interpretatie erbij.

  1. Bewezen technologie en functionaliteit: een systeem moet het wel doen en het juiste kunnen. Voor deze determinant lijken me plannen van eisen en ontwerpen relevant.
  2. Condities en toewijding: randvoorwaarden en commitment van leidinggevenden mogen geen onderwerp zijn voor ná livegang.
  3. Toegevoegde waarde en beloning: het gebruik van ICT moet iets opleveren voor mensen. Anders wordt het weer iets voor ‘erbij’. Gebruik verleiden in plaats van afdwingen.
  4. Procesmanagement en educatief leiderschap: de hele verandering vergt duidelijk leiderschap.