TripleA

Onderwijslogistiek – van plan naar realiteit op samboict

Binnen saMBO~ICT zijn al scenario’s ontwikkeld op het gebied van onderwijslogistiek. Dit maakt de vertaling van het conceptuele model uit de TripleA encyclopedie naar 4 mogelijke scenario’s. Zie mijn eerdere berichten.

Bert van Daalen en Eric Jongepier geven een overzicht van de volgende stap. Er worden 10 pilots gestart. In deze pilots werken steeds een onderwijsinstelling samen met een leverancier, volgens een protocol (set spelregels). De resultaten worden dan weer breder beschikbaar gemaakt. Het is dus geen aanbesteding of leveranciersselectie. De ene heeft de ‘uitdaging’ en de andere de ‘oplossing’. De combinatie kan heel waardevol zijn.

Praktisch:

  • 5 a 7 werkdagen investering.
  • Uiterlijk 1 februari 2011 starten.
  • Commitment door een protocol, kennisdelingsessies en een beoordelingskader.
  • De pilot mag geen onderdeel zijn van een aanbesteding.
  • Onderdelen: Arrangeertool, roostermachine, middelencatalogus, onderwijscatalogus. De middelencatalogus gaat over alle faciliterende zaken die nodig zijn voor onderwijs. Ruimtes, materialen èn bemensing.

De resulaten van de pilots zijn (helaas maar wel logisch) niet publiek. Het protocol, de resultaten van de kennisdelingssessies en het aangepast Functioneel Ontwerp is wel publieke informatie. Het beoordelingskader is een doorvertaling van het functioneel ontwerp om een product te toetsen.

Een praktisch voorbeeld komt van Wellantcollege. Zij combineren voor hun pilot ‘Roostermachine‘ met Paralax en Trajectplanner. Er is nog ruimte voor pilots…..

GAP Analyse met TripleA als referentiearchitectuur

Het nut van referentiearchitectuur in de praktijk wordt concreter voor mij. Daarom hieronder enkele ervaringen tot nu toe.

Eerst even een situatieschets: voor een deel van onze organisatie hebben we een vrij groot flankerend systeem voor het registreren van studenteninformatie. Om allerlei redenen is de functionaliteit in de loop van de tijd toegenomen. Echter, het kan niet het leidende systeem zijn zoals ons KRD (nu nOISe, straks EduArte), omdat er o.a geen koppeling met DUO plaatsvindt.

Het nadeel van deze situatie: twee systemen met op onderdelen dezelfde functionaliteit. Twee keer onderhoud, twee keer licentiekosten, twee keer ontwikkeling en zelfs hier en daar dubbele administratieve handelingen.

Het is niet mogelijk om zómaar het ene systeem in te ruilen voor het andere. Om überhaupt iets zinnigs te kunnen zeggen, is een gap-analyse nodig die de verschillen én overeenkomsten toont. Dit maakt het mogelijk om op onderdelen een strategie te bedenken.

Aanpak voor de analyse op functionaliteit:

  • Verzamel overzichten van alle functionaliteit van het te analyseren systeem. Soms zijn deze geordend als use cases, soms als modules met onderdelen. Of overleg met applicatiebeheerders.
  • Maak een tabel met daarin alle use cases, zoals die uit de TripleA encyclopedie komen, gegroepeerd naar katern.
  • Zoek van elke use case op of dit proces ondersteund wordt door de functionaliteit van het systeem.
  • Vink deze aan, eventueel met aanvullende opmerkingen.
  • Verder maakten we onderscheid of functionaliteit nú aanwezig is, of deze ook daadwerkelijk geïmplementeerd is, of dat het op de roadmap voor volgende versies staat.

Aanpak voor de analyse op architectuur:

  • Verzamel documentatie over het te analyseren systeem of overleg met applicatiebeheerders.
  • Maak een tabel met daarin de eisen vanuit de Business, Informatie en Technische Arcitectuur.
  • Analyseer in hoeverre het systeem voldoet aan deze eisen en vink deze aan, eventueel met kanttekeningen.

Randvoorwaarde is wel dat er van te voren een referentiearchitectuur gekozen is! Uiteindelijk leidde deze lijst tot een advies waarin enkele scenario’s genoemd worden voor de toekomst.

Architectuur: 4x nuttig

Op de overdrachtsconferentie TripleA nam ik deel aan een aantal korte thematafel’s. Één daarvan was “Structuur door Architectuur”. Er kwamen 4 voorbeelden voorbij waarin het gebruiken van architectuur handig is. Helemaal als deze architectuur al omschreven is en je die kunt lenen. Omdat deze voorbeelden zo aansluiten bij mijn eigen ervaringen neem ik ze hier rechtstreeks over:

  1. Basis voor aanbesteding: De TripleA architectuur omvat een verzameling principes, richtlijnen en technische eisen die de basis kunnen zijn voor eisen in een aanbesteding. Op deze manier hebben we het zelf ook gebruikt, als onderlegger voor een Programma van Eisen en Wensen.
  2. Project Start Architectuur: Beoogde projecten kunnen op de TripleA architectuur worden “afgebeeld”. Van nieuwe initiatieven kan bekeken worden of ze in de architectuur passen. Wat ik frappant vind is dat je met een aantal platen onder de arm heel veel zaken een plek kunt geven. Het eenvoudige feit dat je een nieuw idee of initiatief kunt aanwijzen, een visueel plekje kunt geven op een procesplaat of applicatielandschap werkt erg verhelderend. Het bevordert sterk de samenhang van dingen.
  3. Referentiearchitectuur: De modellen, principes en richtlijnen kunnen gebruikt worden om de generieke structuur te vertalen naar de eigen situatie.
  4. Diagnose instrument en roadmap: De eigen processen en applicaties kunnen gestructureerd worden conform de architectuurmodellen. Eventuele knelpunten komen zo boven drijven. Vervolgens legt dit de basis voor stapsgewijze vernieuwing.

Overdrachtsconferentie TripleA

Ik ben vandaag bij de “Overdrachtsconferentie” TripleA, in het ADO stadion. Onze instelling heeft van het gedachtegoed van TripleA en de encyclopedie dankbaar gebruik gemaakt, ook tijdens onze aanbesteding. Alle ontwerpen zijn voor ons onmisbaar gebleken tijdens het proces dat we intern hebben doorgemaakt. Vandaar dat ik een beetje bezorgd was toen ik hoorde dat TripleA ging stoppen, als organisatie. Dat bleek voor niets te zijn: het gedachtegoed wordt overgedragen aan saMBO~ICT. Gelukkig maar, want wij hebben nog veel te doen op de rest van ‘de plaat‘.
John van der Meulen opende de conferentie met een stukje geschiedenis en Ben Geerdink van saMBO nam de bal over. Deze zal gekoesterd worden, volgens Ben. De overdracht zelf is niet alleen die van het ‘product’, maar nog belangrijker, ook die van de werkstijl en ‘community’. Ik ben daar blij mee omdat de verdere ontwikkeling dan geborgd is. De architectuur die is ontworpen is, hoe waardevol ook, altijd een momentopname. Aangezien het product een CC licentie kent, staat niets verdere ontwikkeling in de weg.
De community kenmerkt zich door snelle samenwerking, korte doorlooptijden, ontwikkeling in relatief kleine groepen, brede beschikbaarheid van de producten. Ben vermeld wel dat de ambities verder reiken dan het beschikbare geld op dit moment. Vooralsnog gaat saMBO “toch hard aan de slag ermee”.

Bas Kruiswijk gaat verder met de stand van zaken TripleA. Er zijn 2 addendum’s verschenen:

  • Functioneel Ontwerp bij het deel Kernregistratie Deelnemers. Het addendum bevat de uitwerking voor domeindeskundigen en een aanvulling van het technische gedeelte.
  • Prototype Roosteren: een aanvullend onderzoek naar complexiteit en haalbaarheid van de roostermachine. Het vermeld o.a. 2 oplosstrategieën (wiskundig). Daarna is een werkend prototype gemaakt: CourseTT. Het kan veel, wiskundig, maar het is nog geen direct implementeerbare oplossing. Het is wel mogelijk dat er laboratoriumexperimenten meer gedaan worden of dat het wordt aangeboden aan een leverancier. CourseTT is open source.

Tot slot werd de gouden encyclopedie uitgereikt aan Paul Meltzer als grootste supporter!

Jan Bartling volgde met een schets van hoe saMBO~ICT verder gaat met de encyclopedie. De echte werkelijkheid is namelijk dat binnen de implementatie van het hele ontwerp de nadruk nog steeds ligt op KRD. Alle overige terreinen (Onderwijslogistiek, Ondersteuning Primair Proces, etc.) dienen komende tijd meer in beeld te komen. Jan gaf ook een kort overzicht van de stand van Onderwijslogistiek. En verder naar de toekomst kijkend: zijn onze applicaties ook in de toekomst afbreekbaar? Want in de levenscyclus van alle software komt na ‘volwassenheid’ toch echt de afbreek-fase. En die vergt een eigen aanpak. Veel hangt samen met het beleidsplan van saMBO~ICT.

Ik wens saMBO~ICT veel succes!

Deel 2 TripleA: Onderwijslogistiek

Als fan van het TripleA gedachtegoed zit ik veel in de encyclopedie te snuffelen. Ook al zat mijn instelling niet bij de lichting ROC’s die samen de aanbesteding KRD deden, als hulpmiddel heeft het ons ontzettend geholpen. Daarom ben ik blij met een verdere invulling, maar dan van het onderdeel “Onderwijslogistiek”. Er zijn 6 ROC’s die het functioneel ontwerp gaan uitwerken. (ROC Mondriaan, ROC De Leijgraaf, Wellantcollege, ROC Aventus, ROC Eindhoven en ROC Leiden).

Een eerste aanvulling is die van het ‘scenario-denken’. Omdat de Use-Cases nog veel ruimte open laten, terecht, voor allerlei keuzes, zijn een aantal combinaties uitgewerkt tot scenario’s. Deze scenario’s worden beschreven aan de hand van 4 kenmerken:

  • Schaal van organiseren
  • Uitgangspunt voor het roosterproces
  • Diepgang van de onderwijscatalogus
  • Optimalisering van de middeleninzet

Schuifjes voor mate van flexibiliteit on Prezi

Ik wens de 6 deelnemende ROC’s veel succes en bij voorbaat dank voor het delen van jullie ontwerpen op de wiki! (toegang voor lezers is rondgemaild)

Zoek de koning

Content-is-king wordt er vaak geroepen om te benadrukken dat (digitaal) materiaal een grote rol speelt. Dat geldt voor onderwijs ook. Het concrete lesmateriaal, de opdracht, de uitleg, de methode, het boek, de oefening, al dan niet digitaal, is toch een ruggengraat voor veel docenten.

Mijn vraag is nu: waar is dit terug te vinden in de encyclopedie van TripleA? Ik val vaak terug op de encyclopedie om iets te duiden of overzichtelijker te maken. Super handig hulpmiddel. Maar bij de ontsluiting van digitaal lesmateriaal lukt me dat even niet. Ik heb niet elke letter gespeld van alle 11 delen. Maar ik ken het toch redelijk goed, vind ik zelf.

Het hoort NIET thuis in de onderwijscatalogus (blz. 6):
Om op basis van een individuele leervraag een goed onderwijsaanbod te kunnen samenstellen en te realiseren zijn de volgende 4 componenten van belang:

  1. Identifcatie van alle beschikbare onderwijsproducten (in en via de onderwijsinstelling)
  2. De beschikbaarheid van alle relevante taxonomieën (kwalifcatiestructuren)
  3. De daadwerkelijke onderwijsinhoud (de content van een les, een periode, een project etc.)
  4. De beschikbaarheid van referentiearrangementen die als voorbeeld dienen voor de totstandkoming van het aanbod (arrangement) van de instelling aan de individuele deelnemer.

De componenten 1 en 2 vormen de onderwijscatalogus.
Gaat de catalogus dus over de inhoud? Ja, OVER de inhoud, het bevat niet DE inhoud.

Het zit NIET in deel 9 “Primair Proces Ondersteuning“: Dat gaat vooral over de ONDERSTEUNING van het primaire proces. Met onderwerpen als leertrajectbegeleiding, opleiden en vormen en examineren.

Het zit NIET in deel 8 en dan het gedeelte “Beheren middelen“. Het zou daar mijns inziens wel in kunnen thuishoren. Als content een middel is, dat je net zo behandelt en beheert als de meer ‘facilitaire’ dingen zoals ruimtes, materiaal en personeel. Zou het daar niet in zitten omdat het moeilijk te beheren valt? De beheersmatige zaken die er nu onder vallen, kun je als instelling zelf regelen. Met lesmateriaal is dat anders: je bent afhankelijk van uitgeverijen, brancheorganisaties en docenten die zelf materiaal ontwikkelen. Ik weet echter niet of dit een rol heeft gespeeld bij de keus om het helemaal niet op te nemen.

Echter, als TripleA een compleet applicatielandschap onder architectuur aanbiedt, dan zou digitaal lesmateriaal ergens toch een plek moeten krijgen? Waar denk ik aan:

  • De repository zelf, als in de betekenis van een grote bak met vindbaar lesmateriaal. De metadata is al ontworpen middels de catalogus. Waar een repository aan kan voldoen is ook al bekend.
  • De ontsluiting van de repository: Er zou tegen verschillende repositories “aangepraat” moeten kunnen worden. Contentsystemen van uitgeverijen zoals die via EduRoute/EduPoort, van Dijk’s educatie, maar ook die van WikiWijs. Is er tussenhaakjes al een API die een ELO tegen WikiWijs laat praten? Zodat een student niet naar een andere portal moet?
  • Kan de ‘overige’ kernfunctionaliteit van een ELO ook niet onder de TripleA architectuur verder ontwikkelt worden? Opdrachten uitzetten, inleveren, beoordelen etc. Ik noem express KERNfunctionaliteit. Veel toepassingen binnen een ELO zijn portalachtig en gericht op communicatie of logistiek. Deze vinden binnen TripleA al elders plaats.

Op weg naar de realisatie van de onderwijslogistieke principes van Triple A

Ik heb in het verleden al vaker geschreven over Triple A en onderwijslogistiek. Vandaag een update op de stand van zaken. Willem-Jan van Rooijen en Frans Thijssen praten ons bij.

In de encyclopedie is een deel uitgewerkt voor onderwijslogistiek. Het is nu tijd voor een verdere concretisering, door een brede betrokkenheid te zoeken en samen te werken met saMBO~ICT. Het resultaat moet zijn: een functioneel ontwerp van ondersteunende systemen en organisatorische eisen. De einddatum voor dit alles is 15-06-2010.

Om te illustreren hoe generiek de modellen van TripleA zijn, vertelden ze hoe 3 ROC’s met een verschillende insteek toch tot hetzelfde logistieke model kwamen. Elk ROC kende zijn eigen metafoor:

  • Het Innovatiecafé: de student kiest de volgorde van het lesprogramma.
  • Selfmade: legt de nadruk op het leren maken van individuele keuzes.
  • Ballenbak: competenties staan centraal.

Hieruit werd een rode draad gedestilleerd:

  • De leervraag komt centraler te staan.
  • Er is behoefte aan meer flexibel onderwijs.
  • Mensen en middelen moeten breed inzetbaar zijn.
  • Integratie van systemen moet!

In het verleden werd een geavanceerde, wiskundige, ‘roostermachine’ genoemd, daarom vroeg ik hiernaar. Het blijkt dat er onderzoek gedaan is, met als positief resultaat dat het mogelijk is om zo’n machine te bouwen. Die kan, wat men beoogt in bovenstaande model, in principe leveren. Het onderzoek wordt binnenkort afgerond en beschikbaar gesteld.

Parell bijeenkomst

Ik was gisteren weer aanwezig bij een PARELL bijeenkomst. Ondertussen is bekend geworden wie programmamanager wordt: Gisela Lindner. Veel succes als “kartrekker”!

Omdat het overleg gedeeltelijk mededelend en uitwisselend van aard was, komt er in dit blogje van alles voorbij, maar ik wilde het toch delen.

Er bleek een uitgebreid artikel over Parell verschenen te zijn in de MBO Krant. Voor wie iets meer wilt weten over de doelstellingen een aanrader, op bladzijde 4 en 11. Overigens kende ik het initiatief tot deze krant niet, maar ik kom er achter dat alle publicaties van MBO2010 via deze feed te volgen zijn. De aandachtsgebieden op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en de link met PARELL is uitgewerkt in bijgaand model.

mbo2010bedrijfsvoering

Verder deed Frida Hengeveld een oproep aan alle contactpersonen om binnen hun organsiatie ook na te gaan wat de behoefte is bij bestuurders van ROC’s. Welke vragen leven er op het gebied van onderwijsbedrijfsvoering en hoe geven we participatie en uitwisseling vorm? De betrokkenheid op dit niveau is onontbeerlijk maar blijft een uitdaging. Ook gisteren was de opkomst van contactpersonen beperkt. Overigens heeft elk startend netwerk of community in het begin nog niet genoeg “tractie” om op impuls door te drijven. Dat kost altijd tijd en een “kartrekker” 😉 .

Ondertussen gaat er een tweede tranche met geld naar TripleA voor o.a. de uitwerking van de overige onderdelen. De producten die dit oplevert zijn niet alleen beschikbaar voor de instellingen die meededen aan de aanbesteding van Kernregistratie Deelnemers, maar voor alle instellingen.

Vervolgens gaven 3 ROC’s een presentatie van hun ervaringen, tot nu toe, met de doorbraak-projecten-HPBO: Excellent Leren, Excellent Organiseren.

  • Piet de Kant van ROC Aventus bracht het als volgt onder woorden: “Wij roepen wel dat we de student centraal zetten, maar doen we dat werkelijk?… We roepen wel dat we willen flexibiliseren, maar in welke mate dan?… We roepen wel dat er maatwerk willen, maar wat is dat dan?…” Hij hoopt daar tijdens het project duidelijkheid over te kunnen krijgen. Het doel is uiteindelijk te komen tot individuele leerroutes. Tijdens de presentatie kwam naar voren dat “stelselcondities” één van de thema’s gaat worden, tijdens de verkenningsfase.
    Dat wekt bij mij nieuwsgierigheid op omdat ik soms “het gevoel” heb dat bekostigingsstructuren, CAO’s en verantwoordingseisen (compliancy is geloof ik het engelse woord 😉 ) flexibilisering in de weg staan.
  • ROC eindhoven presenteerde hun TIME methodiek en die vindt ik zo praktisch dat ik er een apart blogpostje aan ga wijden. Het staat voor Toegepast Integraal Model Eindhoven. (Ik ga toch een keer in een verloren uurtje afkortingen verzinnen denk ik 😉 Neem een pakkende engelse term, wat mindmappen en we kunnen weer vooruit 🙂 ) Wat deze methodiek organiseert is dat er 4 niveau’s van flexibilisering gescand worden op 4 pijlers. Waarbij het dus zaak is, als je een bepaald niveau wilt bereiken, je in àlle pijlers even ver bent. De scan brengt dat in kaart en levert dus aandachtsgebieden op om op te sturen.
  • Jan Hammink van ROC Twente vertelde over de onderwijslogistieke obstakels van hun major/minor model. Dit heeft hen er toe gebracht het aantal aangeboden minors terug te brengen. De verdiepende minors zijn dan nog het makkelijkst aan te bieden. De verbredende minors die opleidingen of sectoren overschrijden (Kan ik iets met medische ICT leren? Kan ik administratie doen in het Duits, we wonen vlak bij de grens? etc) zijn moeilijker aan te bieden. De behoefte aan “cross-over” opleidingen wordt overigens wel getoetst door te kijken naar de arbeidsmarkt etc. voordat het daadwerkelijk wordt aangeboden.
    Een pluspunt: “Nu we met 8000 studenten op één locatie zitten hoef je voor sommige minors alleen maar over te steken”. Wat maar eens benadrukt hoe gebouwlijke inrichting iets (on)mogelijk maakt.
    Opmerking van de inspectie: pas op dat maatwerk met veel digitale content (lees: verticale boeken zonder interactie in een ELO) niet leidt tot “eenzaam leren”…

Zijdelings kwam nog even ter sprake dat het Expertise Centrum Beroepsonderwijs een soort R&D functie binnen de BVE sector moet krijgen. Met als doel:

Het ECBO zal wetenschappelijke en praktijkgerichte kennis ontwikkelen, verzamelen en verspreiden die voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie relevant zijn. Het expertisecentrum zal zich de komende jaren ontwikkelen tot hèt informatiepunt voor de sector.

Als dit bijdraagt aan meer “Evidence Based Onderwijs” dan juich ik dit natuurlijk toe. Als er iemand is die een beetje overzicht houdt over alle expertisecentra, dan houd ik mij aanbevolen 😉 .

Al met al een nuttige bijeenkomst!

Onderwijslogistieke deel van de bollenplaat

OK, welke bollenplaat bestaat er nu uit rechthoeken? Soms ontstaat een bijnaam uit de vorm van model-onderdelen die later shape-shiften.

Het was voor mij de eerste kennismaking met het gedeelte onderwijslogistiek binnen de bollenplaat. De kernregistratie kennen we wel zo’n beetje. De processen binnen onderwijslogistiek zijn als volgt samen te vatten:

  • Na het maken van een overeenkomst of na signalen uit het begeleidingsgedeelte wordt een leervraag geformuleerd. Deelnemer en zijn vraag centraal dus.
  • Vervolgens wordt gekeken vanuit de onderwijscatalogus of er inhoudelijk een aanbod gedaan kan worden aan de student.
  • Daarna gaat er een zogenaamde “roostermachine” aan de gang. Niet zozeer een roosterprogramma in de traditionele betekenis, maar eentje die kijkt naar het passende aanbod aan de ene kant en de beschikbare resources (personeel, financieel, facilitair etc) aan de andere kant. Oftewel vraag, aanbod en randvoorwaarden ontmoeten elkaar.
  • De manier waarop deze machine zaken doorrekent of plant hangt samen met de “business rules” van een instelling. Deze uitgangspunten bieden een kader waarbinnen de matching plaatsvindt en eventueel knelpunten naar boven komen.
  • Het niet kunnen faciliteren van een vraag en bijbehorend onderwijsaanbod doorloopt vervolgens een apart proces. Er is immers al een overeenkomst met de deelnemer.
  • Als gedurende de ontwikkeling van een student een veranderende vraag ontstaat gaat de machine weer aan de slag.

Eigen indruk: het “machientje” dat voordurend intelligent omgaat met veranderende vragen van een individu en hierop resources matcht is in mijn ogen raketwetenschap. Tegelijkertijd is het het hart van de logistiek. Dit soort geavanceerde functionaliteit wordt wellicht ook geboden in de wereld van transportlogistiek.
Tegelijkertijd vraag ik me af of dit alleen nodig is omdat het oplossingen biedt voor complexheid die we zelf organiseren. Als er ruimte is voor zelforganiserend vermogen van kleinere teams dan speelt dit wellicht minder. Dus de schaal waarop iets gepland of gematcht wordt speelt een rol.

Vanuit TripleA is men nu bezig om het programma van eisen verder uit te werken. Dat gebeurt door deelnemende instellingen gezamenlijk. Onduidelijk is nog in hoeverre ook de implementatie gezamenlijk wordt uitgevoerd.