Programma Congres Onderwijslogistiek en CGO

header6

Zoals ik al eerder doorpubliceerde komt er op 12 februari een congres Onderwijslogistiek en CGO.

Nu zijn ook de parallelsessies bekend:

Eerste ronde parallelle sessies (14.45)  

  1. De organisatie op zijn kop bij ID College (de ontwikkeling van de student centraal)
  2. HPBO doorbraakproject Time: onderwijslogistiek bij ROC Eindhoven
  3. Individuele leertrajecten bij ROC Westerschelde
  4. Functioneel ontwerp onderwijslogistiek Triple A
  5. De onderwijslogistiek van de major-minorcombinatie: een zoektocht naar flexibilisering van onderwijs bij ROC van Twente 

Tweede ronde parallelle sessies (15.45) 

  1. ROC Aventus: onderwijscatalogus als middel en niet als doel
  2. Workshop FlexCollege
  3. Inzet van de Onderwijscalculator bij ROC Mondriaan
  4. Vormgeving van de onderwijslogistiek binnen het ROC van Amsterdam

Voor meer details over de inhoud van de sessies, klik hier.

Wellicht ten overvloede de locatie: ROC van Amsterdam, Tempelhofstraat 80, 1043 EB Amsterdam

Samenwerking in MBO land

Ben Geerdink sluit de conferentie en vertelt dat er een notitie lag:  SAMBO-ICT. Dat staat voor “Samenwerking BeroepsOnderwijs ICT” en zou een nieuwe club worden, waarin de netwerken ROC-i-Partners, DEUG, Parell, BVE Platform, TripleA zouden samenkomen. Uiteindelijk moeten hierin allerlei aspecten van onderwijsbedrijfsvoering aan bod komen.

Het idee is om de verenigingsstructuur van de MBO Raad te gebruiken om de activiteiten van verschillende netwerken samen te brengen. Echter het organiseren van deze samenwerking vergt tijd, dus wordt er gezocht naar een interim-oplossing.

Ben doet een oproep: als iemand in dit interim “gat” wil springen, voel je dan geroepen.

Vervolgens wordt de voorzittershamer overgedragen aan het Deltion College dat op 17 september in Zwolle gastheer is voor de 20ste conferentie.

Technologie als zegen en zorg

Rob Cremers is techno-trendwatcher en doet de key-note. Technologie was toch altijd een zegen, waarom dan nu zoveel zorgen? Zoals vaak met trends, eerst even wat kreten:

Zegen:

  • Het netwerk doet afstanden verdwijnen en grenzen vervagen.
  • Globalisering en technieken gaan sneller dan iemand kan reguleren.
  • De Wet van Moore gaat nog even door.
  • Alles wordt draagbaar en mobiel.
  • Nanotechnologie
  • Eindgebruikers die zelf content produceren en web2.0.
  • Domotica
  • Cloud computing
  • Virtuele werelden
  • Convergentie waarin bio, nano en IT technologie samenkomen.

Zorgen:

  • Gevaren van biotech
  • Veranderende economische omstandigheden
  • “Out of Control”
  • Demografische ontwikkelingen: vergrijzing, bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden.
  • Een zelfde welvaart voor iedereen willen we wel, maar is onmogelijk, gezien de aanslag op milieu.
  • Energiegebrek.
  • Klimaatveranderingen (zie shaving bear)

Al met al een hele snelle, in één ademtocht, gegeven presentatie. Leuk filmpje ontdekt over Wim Kok. Alhoewel op een pakkende, boeiende manier gegeven: er is in dit soort presentaties niet echt een lijn te ontdekken. Anders dan een opsomming van alles dat hot is, of gaat worden. Wel kwam bovenstaande tweedeling als boodschap helder naar voren.

De meerwaarde van de moderne servicedesk

stupidamouseJan Bartling maakt zich zorgen, waarover? De servicedesk! Er zijn weinig positieve associaties bij klanten, terwijl de servicedesk het boegbeeld van de IT afdeling is. Klanten hebben een negatief beeld naar IT, maar andersom geldt evenzeer.

De positie van de servicedesk is ook een beknelde, terwijl het de kloof tussen klant en IT juist moet overbruggen. Terwijl de beloning voor de medewerkers relatief laag is.

 

 

Veel problemen over de afstemming van IT zijn terug te voeren op het ontbreken van één of meerdere verbindingen in onderstaand model.

Het is van Henderson Venkatraman.

hv

Dus op de verticale as het niveau operationeel/strategisch en op horizontale de verdeling Business/IT. Haal een pijl of verbinding weg, haal een heel blok weg en het verklaart een heel scala aan problemen. Andersom, als de IT Alignment niet werkt, kan je aan de hand van dit model bekijken wat er ontbreekt.

Vervolgens toont Jan het Capability Maturity Model, oftwel de mate van volwassenheid van je organisatie. Die kun je zowel voor de onderwijsorganisatie als voor de IT afdeling apart in kaart brengen. Als deze mate verschilt, dan leidt dat tot “scheve” gezichten 😉 . Bovenstaand “4-vlaks” model heeft natuurlijk wel wat weg van het “9-vlaks” model van Rik Maes.

Het 2de gedeelte van presentatie werd ingevuld door IM Work. Zij bieden een quickscan of analyse om je eigen organisatie te spiegelen tegen het negenvlaks model. Er ontstond uiteindelijk toch nog wel een zinvolle discussie of vragen uitwisseling.

Applicatie-integratie bij Leeuwenborgh

Ludo Cuijpers van Leeuwenborgh opent met wat cijfers over computerbezit. Dit omdat men een laptop verplicht wilde stellen. Managers: “Dat kun je toch niet verplichten?” IT Dienst: “Ze hebben er toch al minstens één.” Ludo stuurde een vraag aan JOB: kan het ROC mij verplichten een laptop aan te schaffen? Antwoord: “Ja, als het in de OOK” staat.

Daarna volgde een feel-good-movie over hun ROC, waarin de hun infrastructuur getoond wordt. Laptops, wifi, datacenter etc. Alhoewel interessant en indrukwekkend (sommige 😉 ROC’s zitten nog in het stadium “er is geen onderwijsbeleid waaruit de noodzaak voor een draadloos laptop blijkt…”), vroeg ik me toch af wat het verband was met “Applicatie-integratie”.

Zelf ben ik groot voorstander van draadloos toegang, alleen al omdat open-leer-centra meer op legbatterijen lijken dan een werkcontext simuleren. Alleen het via school aanschaffen, denk ik iets anders over. Als zo’n laptop iets krijgt, heb je vervolgens als school een probleem. We laten studenten ook zelf hun tas, schrift en etui uitzoeken. Gaan we ook niet leveren, toch? Liever zou ik eisen stellen op het gebied van virusscanner en patches etc. Dat vergt wel weer geavanceerd beheer van je netwerk.

Maar daarna ging Ludo weer on-topic: zelf hebben ze hun mail (10k users) uitbesteed aan Google-Apps. 30% van de studenten gebruikt dat actief. Hun roostersysteem GPUntis wordt ook via Google Apps ontsloten. Verder zit hun back-office op SAP voor HRM, Fin, CRM etc. Enkele uitdagende stellingen:

  • We ondersteunen alleen webbased educatieve applicaties.
  • We bieden geen (!) printmogelijkheden voor studenten.
  • We zijn van 600 naar 26 applicaties teruggegaan.

De motivatie o.a. om het applicatielandschap op te schonen, was omdat Leeuwenborgh met teruglopende studentenaantallen te kampen had. Zuid Limburg vergrijst nogal en dat merken ze. Om zich te profileren is juist op IT niet bezuinigd. Terwijl het indirect wel geld opleverde: minder beheer, meer personeel voor primaire proces.
In plaats van “Best-of-Breed” is men voor een ERP gegaan. Men blijkt op deze manier ruimte te hebben om zelfs beheer te plegen voor de studenten laptops. 

Risico: De dienst ICT verliest de verbinding met de werkvloer. Hiervoor is er een ICT&Onderwijs groep, panelgroep deelnemers, panelgroep medewerkers en een ERP groep. Oftwel: heel concreet, veel draagvlak creeëren. Men organiseert themadagen en gebruikersgroepen. Het geheel past in hun eigen “Alignment-model”. Daarnaast benadrukt Ludo de noodzak van scholing, scholing en scholing… voor medewerkers dan…

Samenhang in het applicatielandschap

Ik ben vandaag op het ROC Mondriaan voor de 19de themaconferentie van ROC-i-Partners, in hun nieuwe gebouw. Het gaat vandaag over “Samenhang?” of “Samenhang!”.

cloudcomputing

De keynote werd gegeven door Ben Gorter van Surf Diensten en droeg de titel  “Cloud Computing, een nieuwe dimensie voor integratie van ICT services”. Zelf had ik Ben al een keer hierover zien presenteren op Heliview. Ben vertelt dat om de paar jaar Surfdiensten met een innovatieplan komt. Wellicht overbodig, opent hij met een verhaal over de diensten van Surf. De link naar cloud computing legt hij door ontwikkelingen te schetsen op het gebied van SAAS.  Zijn boodschap “HET is er en ga er iets mee doen…” Wat is HET dan?

“HET” is alles dat we online doen met het hele scala van diensten. Voor consumenten makkelijk te demonstreren met Google etc en zelfs Amazon. Voor bedrijven illustreert hij SAAS met SalesForce en WorkDay. Ben zijn zijn zorg: de meeste IT afdelingen zijn zich van deze ontwikkelingen niet bewust. De volgende stap is niet alleen online applicaties afnemen, maar ook online applicaties ontwikkelen op een speciaal “platform” hiervoor. Als laatste noemt hij “Infrastructuur-as-a-Service” en “Business-Process-as-a-Service”. 

Ben sluit met een plaatje van de stoommachine: in het begin geloofde ook niemand dat zoiets heel groot zou worden en “ontwrichtend” zou werken. Zo ook met Cloud Computing. Verder brengen deze ontwikkelingen de kosten een heel stuk omlaag.

Wat betekent dit voor ons:

  • meer keus in aanbieders
  • exploitatiekosten versus investeringskosten
  • snellere implementaties
  • andere contracten: dienst ipv integratie
  • nieuwe dimensies of lagen in applicatie-integratie
  • data-portability

Meer over samenhang in de volgende posts.

Dankzij TrendMatcher hier de presentatie:

Cloud Computing
View SlideShare presentation or Upload your own. (tags: rocip19 surfdiensten)

19de themaconferentie ROC-i-Partners via twitterfountain

Sommige ideeën zijn beter goed geleend dan slecht verzonnen zeg maar. Dus ook ik probeer een twitterfountain te starten. De gebruikte hashtag is #rocip19.

Wellicht had iemand anders een suggestie voor een passende tag voor de 19de themaconferentie ROC-i-Partners? Tips vond ik via deze link.  Bijvoorbeeld:  “rocipartners19” vond ik te lang,  de afkorting “rip19” klinkt zo terminaal, roci19.. roc19… Het blijft toch iets dat ad-hoc ontstaat, een conventie van mensen onderling, een soort Index2.0 dus.

In eerste instantie zal het leeg blijven, het duurt even voor de fountain de stream tweets uitfiltert…

Waardedisciplines in het onderwijs

Veel keuzes of beslissingen van een organisatie zouden aanknopingspunten moeten hebben met de missie en visie van die organisatie. Nog vaker geven bestuurlijke agenda’s en “kaderbrieven” concrete hints of prioritering. Toch is het niet altijd zo makkelijk.

Een andere insteek is daarom het model van Treacy en Wiersema. Dit model is eigenlijk bedoelt om marktleiders te onderscheiden. Alhoewel concurrentie tussen ROC’s “anders” werkt dan tussen bedrijven, kan het model toch handig zijn.

Het onderscheid 3 generieke waardedisciplines of dimensies:

  • Operationele Voortreffelijkheid: In welke mate ben je competent op operationeel niveau? Hoe gesmeerd loopt alles? Verlopen de processen vlot en zonder haperingen? Uitblinken hierin leidt tot het effectief en efficiënt leveren van producten.
  • Productleiderschap: In welke mate is je product onderscheidend? Lever je iets wat niemand levert? Is dat uniek in zijn soort? Uitblinken hierin leidt het “beste” product.
  • Klantintimiteit: In welke mate reageer je op de klant? Staat deze centraal? Uitblinken hierin leidt tot de best geboden oplossing, in de beleving van elke klant.

Hiervoor gelden 4 regels:

  • Blink in 1 waarde uit.
  • Handhaaf een drempelniveau voor de andere 2.
  • Verbeter jaar na jaar de waarde waarin je uitblinkt.
  • Bouw een goed-afgestemd operationeel model dat is toegewijd aan het leveren van deze onovertroffen waarde.

De vergelijking met klanten en studenten, producten en opleidingen is in mijn ogen snel gemaakt. Ga je voor “operational excellence” dan zul je voor systemen kiezen die het proces optimaliseren, niet zozeer de deelnemer ondersteunen bij het leren. Ga je voor “product leadership” dan wil je “de beste opleiding” aanbieden die er is. Wat “het beste” dan precies is, laat ik voor het gemak 😉 in het midden. Ga je voor “customer intimacy”, dan is geen maatwerk teveel en lukt het om de deelnemer echt centraal te stellen.

Concreet voorbeeld: gaan we eerst zoeken naar een portfoliosysteem of een studentadministratiesysteem? Afhankelijk van de weging van bovenstaande 3 waarden is een keus dan duidelijker te maken. (En de optie: “we doen ze allebei tegelijk” is niet zozeer lef om veel aan te pakken maar kan angst zijn voor een echte keus) 

Vragen die het bij me oproept:

  • Zou “de mate waarin” een organisatie presteert in deze 3 dimensies te meten zijn? Met een scan of zo? Van die “120 vragen op 5 puntsschaal” onderzoekjes?
  • Zouden ROC’s die uit elkaars ruif eten deze waarden kunnen gebruiken om zich in dezelfde regio of voedingsgebieden juist wèl te onderscheiden?

The Long Tail van ROC Tilburg

Naar aanleiding van mijn post gisteren, waarin ik me afvroeg of er sprake is van een Long Tail in het onderwijs, gelijk maar even de proef op de som genomen.

Eerste vraag: Wat is ons product? Eigenlijk is dat het NIA of “Nauwkeurig Inschrijf Aanbod”. Deze komen meestal in cohorten met wat smaakverschillen. Een NIA valt weer onder een CREBO, zeg maar een uniek nummer voor elke opleiding. Dus om het niet direkt te ingewikkeld te maken, zeg ik: product = CREBO.

Tweede vraag: Hoeveel wordt elk product afgezet? Dat zou het geconsumeerde aanbod moeten zijn. Oftewel: hoeveel inschrijvingen zijn er op een bepaald CREBO. Los van behalen van diploma of niet, aanwezigheid of niet.  Ook om het hier niet weer te ingewikkeld te maken, zeg ik: consumptie = deelnemer met een inschrijving.

Vervolgens heb ik een tabel samengesteld met daarin alle CREBO’s en het aantal deelnemers op 1 oktober 2008. Deze is vervolgens gesorteerd van veel naar weinig deelnemers. Onderstaande grafiek toont de “Long Tail”. (Ik heb de soorten CREBO’s weggelaten om geen info over de 1 oktober telling te geven voordat deze goed en wel in Groningen zijn 😉 )

roc-tilburg-totaal

Enkele cijfers:

  • 218 CREBO’s bedienen zo’n 10.500 studenten.
  • De 25 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 73 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Omdat in deze grafiek zowel oude opleidingen zitten als de nieuwe CGO opleidingen, heb ik de CGO opleidingen (CREBO 9xxxx) er uit gefilterd. Dan wordt het beeld toch wel anders!

roc-tilburg-exp

Enkele cijfers:

  • 128 CREBO’s bedienen zo’n 7.100 studenten.
  • De 20 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 51 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Dan zou er eigenlijk geen sprake zijn van een echte “Long Tail”! Je ziet dat ook aan de “rugvorm” voor de staart van de grafiek.

Een andere weergave van dezelfde gegevens laat zien welk percentage CREBO’s je nodig hebt om welk percentage deelnemers te bedienen. Waarbij de populairste opleiding voorop staat.

roc-tilburg-relatief

Hieruit is te concluderen dat 50% van de deelnemers bedient worden door 16% van onze opleidingen. 80% van de deelnemers wordt bedient door 40% van onze opleidingen.

Vragen ter onderzoek die het bij me oproept:

  • Is mijn conclusie juist dat er geen sprake is van een Long Tail?
  • Als deze er al was, is deze dan juist minder geworden na invoering van CGO?
  • Is er dan minder maatwerk?
  • Hoe zou dit werken als een student inschrijft op een domein i.p.v. een opleiding?
  • Zouden rendementen van niche-opleiding consequent hoger of juist lager zijn?
  • Is er een andere definitie van “product” te verzinnen? CREBO is toevallig eenvoudig meetbaar.

Is er iemand anders die dit soort cijfers heeft van zijn ROC?

Resultaten verkenningsfase “Excellent Leren”

Vier ROC’s zijn een gemeenschappelijk project begonnen met de titel “Excellent leren, excellent organiseren”. Uit de verkenningsfase is een notitie voortgekomen. Alhoewel mijn ROC niet aan dit project meedoet wilde ik toch enkele puntjes delen, vooral omdat ik de conceptuele vergelijkingen met andere grote instellingen (UWV en Beatrix Ziekenhuis Gorinchem) handig vond.

In deze fase is verkend welke doelstellingen deze onderwijsinstellingen hebben en hoe differentiatie bijdraagt aan deze doelstellingen. Van hieruit vertrekkend is gekeken naar 4 thema’s: Expertsysteem, (Permanente) Intake en toewijzing, organisatie van de uitvoering en integrale implementatie.

  1. Expertsysteem: Gesteld wordt dat logistiek gaat over voorspellen. Zowel UWV als het ziekenhuis steken veel energie in de ontwikkeling van klantprofielen of typologieën, om klanten snel in het juiste behandelingstraject te kunnen plaatsen. Door dit systeem continu te vullen ontstaat een “expertsysteem” dat gebruikt kan worden voor het doen van voorspellingen en risicoanalyses.
    Zelf heb ik “wel eens” gehoord van leerprofielen, maar een compleet deelnemerprofiel zou inderdaad handig zijn. Waarbij leerstijlen een onderdeel is van het complete deelnemerprofiel. Andere kenmerken zouden kunnen komen uit de inhoud van het ELD. Dan veronderstel ik wel dat als je maar genoeg profielen verzamelt, je er statisch iets mee kunt. Overigens zou de optelsom van deze profielen, geaggregeerd en geanonimiseerd, veel regio informatie kunnen opleveren. Onderzoekje waard: zou je het ELD kunnen gebruiken als deelnemerprofiel om er vervolgens je expertsysteem mee te vullen èn dat vervolgens kunnen gebruiken als hulpmiddel bij sturing?
    Overigens hebben onderwijsinstellingen al moeite genoeg om zaken te plannen waar ze opzich zeker van zijn. Voorspellen zit hier nog een eindje voor. Dat zou meer tijd geven om planmatiger te werken.
  2. Permanente Intake: Gepleit wordt voor een intake als onderdeel van het hele ketenproces en niet een opzichzelf staand moment van diagnose. Het lijkt me dat als een deelnemer een voortdurend veranderende vraag heeft dat dan de afstemming een voortdurend veranderend aanbod moet opleveren. Dan kom je er inderdaad niet met alleen een eerste intake. Tijdens loopbaanbegeleiding en coaching zouden veel intake “elementen” terug kunnen komen.
    Triage: Is eigenlijk een soort sorteren van slachtoffers tijdens rampen en op eerste hulp afdelingen. Klinkt wat dramatisch, maar het is te vergelijken met het toewijzen naar een traject, als de diagnose gesteld is. Opvallend:
    In een ziekenhuis moet men in theorie 30.000 DBC’s (diagnose-behandelcombinaties) kunnen hanteren. Echter 80% van de omzet wordt gerealiseerd met 26 DBC’s! Er is dus veel voorspelbaar: de veronderstelling is dat 80% van de leerloopbanen voorspelbaar en planbaar is.
    Nu ben ik toch bang dat in het onderwijs we meer “Intake-Leertrajectcombinaties” hebben, zeker om 80% te bereiken! Dan zou er in het onderwijs sprake zijn van een soort Long-Tail. In tegenstelling tot de zorgsector.
    Onderzoekje waard: Weet iemand meer van de Long Tail in het onderwijs? Dan zou er sprake zijn van een groot aanbod van opleidingen dat slechts een klein publiek of een niche dient, maar gezamenlijk hebben deze een groter marktpotentieel dan de “populaire” opleidingen.
  3. Organisatie: Hier komen een hele rits onderwerpen voorbij:
    Netwerken en co-makership Om efficiënt om te gaan met middelen is er samenwerking met ketenpartners nodig. In het onderwijs gebeurt dat al mondjesmaat door samen te werken met instellingen voor werkgelegenheid en zorg etc. Echter: wie is er probleemeigenaar in netwerk organisaties? Bij de UWV is dat de re-integratiecoach. Wie is dat in het onderwijs?
    Ontkoppelpunt Waar leg je de knip tussen standaard en maatwerk. Er is nooit één soort van maatwerk. Maatwerkprofielen zouden dan weer te koppelen zijn aan klantprofielen…
  4. Integrale Implementatie: Er wordt een gelijkoplopende ontwikkeling aanbevolen. Een eenzijdige inzet op één organisatie-element is niet efffectief. Dus als onderwijs, organisatie, planning en systemen een verschillende mate van flexibilisering ondersteunen wordt je doel niet bereikt.

Kortom: leerzame verkenning. De volledige notitie is hier te vinden (met toestemming IVA, waarvoor dank).