BlockChain Business Case voor onderwijs?

De term Business Case roept hele verschillende emoties op. De één krijgt slappe knieën, de ander verzet geen stap voordat je er eentje maakt of vindt het juist een beer op de weg van z’n creativiteit.

Zelf vind ik het goed om in ieder geval stil te staan bij het waarom van een oplossing en de opbrengsten en kosten ervan. De mate van aandacht die je er aan geeft hangt samen met de investering in tijd, geld en energie en de impact van een verandering. Mits je ook maar kijkt naar de kwalitatieve opbrengsten en niet alleen de financiële.

In deze blog geen complete uitwerking, daarvoor is het nog vroeg en ontbreekt mij de expertise. Wel enkele gedachten over de Business Case voor BlockChain in onderwijs. Ik vermoed dat die kan liggen op de volgende terreinen:

  • Bewijskracht als je een conflict hebt:
    Digitaal ondertekende documenten waarvan het waarmerk ook nog een onomstotelijk tijdstempel heeft, zijn erg bewijskrachtig. Of het veel oplevert hangt af van of je veel juridische conflicten hebt. Waarschijnlijk is er meer aan de hand als je zoveel conflicten hebt dat het nodig is het proces van afhandelen ervan te optimaliseren. Als school althans, als jurist of advocaat geldt iets anders lijkt me.
  • Aantoonbaarheid als je verantwoording aflegt:
    Dit hangt samen met de bewijskracht, maar kent een bredere toepassing vermoed ik. Aangezien de accountantscontrole een jaarlijks fenomeen is. De aantoonbaarheid gaat dan over het kunnen bewijzen dat je hebt gedaan wat je zegt dat je doet, op een manier waarop de wet zegt dat het moet. Mijn eigen interpretatie althans.
    Het zou me wat waard zijn als de accountantscontrole bij scholen minder over aantoonbaarheid zou gaan en meer over volwassen risicomanagement. Aangezien waarmerken geautomatiseerd gecontroleerd kunnen worden, zou hier tijd en gedoe te voorkomen zijn.
  • Efficiëntie als je tussenpersoon bent:
    Op het gebied van (micro)credentials en diploma’s kunnen bedrijven niet altijd volstaan met een blik op een papieren diploma. Soms moeten ze terug naar de school die het diploma uitreikte. Ben je dan veel tijd kwijt met het bevestigen van de geldigheid van diploma’s van je alumni?
    Hier ligt voor DUO en het diplomaregister ook een kans lijkt me. Dit is één voorbeeld waarin je op lange termijn geen tussenpersoon hoeft te zijn.
  • Eenvoud als je wilt integreren:
    Ik vermoed dat je koppelingsgedoe kunt verminderen, als systemen tenminste niet ‘live, real-time’ met elkaar verbonden hoeven te zijn. Normaal gesproken vertrouwen gebruikers van systeem B de data uit systeem A, als deze gekoppeld zijn aan elkaar en het verkeer ertussen beschermd wordt. Als dezelfde data uit een andere bron komt, technisch althans, dan kun je niet garanderen dat de data klopt.
    Totdat je deze met waarmerk kunt aanbieden zodat je aantoont dat deze niet onderweg gewijzigd is.
  • Autonomie als je de student in zijn kracht wilt zetten:
    Eigenlijk het belangrijkste aspect en kwalitatieve ‘benefit’. Zo eentje waarvoor je kunt kiezen ook al levert het geen geld op. Gewoon omdat het goed is voor de student en zijn ‘empowerment’ als hij tijdens zijn leven de beschikking heeft over zijn dossier, portfolio, leerresultaten en werkervaringen. Waarbij je niet alle scholen en bedrijven die er ooit bij betrokken waren als referentie hoeft langs te bellen. Aangezien de claims automatisch geverifieerd kunnen worden.
    Vandaar dat DE killer use-case voor BlockChain in Onderwijs (micro)credentials zijn.
  • Terugdringen van de administratieve lasten:
    Bovenstaande voorbeelden wijzigen nog niet zoveel aan de ‘back-office’ van een school. Als een registratie de weerslag is, van een proces dat voor het eerst informatie maakt of combineert en hiermee dus de bron is voor andere processen dan wordt deze niet zomaar opgeheven.
    Pas als BlockChain doorgroeit in het gebruik van zogenaamde ‘Smart Contracts’ dan valt hier ‘winst’ te behalen lijkt me. Tot zolang ben ik argwanend als iemand zonder context roept “BlockChain vermindert administratieve lasten!”.

In mijn volgende blog meer over wat Smart Contracts zijn. Dit is deel 7 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen:

BlockChain: De rol van je portemonnee

Voor het toevoegen van data aan een BlockChain, in de vorm van transacties, bestaan zogenaamde ‘clients’. In het geval van BitCoin is dit een ‘wallet’. Deze bevat de geheime en publieke sleutels waarmee transacties ondertekend worden. De Bitcoins zelf zitten niet echt in je portemonnee dus, maar wel het vermogen om ze te besteden. Beetje zoals bij telebankieren met een app, maar dan zonder bank.

Als BlockChain toepassingen in het onderwijs kent, buiten digitaal geld, dan zou ik wel meer dingen in een wallet willen hebben:

  • De officiële documenten van de inschrijving, stageovereenkomsten en natuurlijk het diploma. De wallet wordt dan meer het ‘dossier’.
  • De leerresultaten die gaandeweg formeel en informeel behaald zijn. De wallet wordt dan meer het ‘portfolio’.
  • De historie van leer- en werkervaringen. De wallet wordt dan meer een “Curriculum Vitae”.
  • De licenties voor het digitaal lesmateriaal. De wallet wordt dan meer het equivalent van een ‘passwordmanager‘. De functies voor klutsen (encryptie) en waarmerken (hashen) voor identiteiten en wachtwoorden zijn toch al dezelfde dacht ik zo.

Zo’n multifunctionele wallet zou voor bewaren van dit soort ‘sociaal kapitaal’ wel de volgende functionaliteiten moeten hebben:

  • Beveiligde lokale toegang op je eigen PC of SmartPhone. Open deur natuurlijk, maar gezien het belang dat het dient toch vermeldenswaard.
  • Opslag voor documenten en willekeurige data.
  • Voor elk item de verwijzing naar het waarmerk. Deze verwijzing moet in ieder geval steeds linken naar de juiste BlockChain, blok en velden met data.
  • Het kunnen ontvangen van verzoeken om informatie te delen of door te geven. Deze verzoeken tonen dan van wie de informatie af komt en naar wie het zou moeten.
  • Het kunnen delen van items met de waarmerk-link op reguliere manieren, zoals mail en social media.
  • Liefst ook een logboek met alle ‘deel’ acties, zodat je weet wat je met wie gedeeld hebt.

Het zelf doorgeven van persoonlijke informatie zou veel privacy problemen oplossen. Het ‘enige’ dat nodig is dat instanties, bedrijven en scholen niet gekoppeld alles zelf ongebreideld doorgeven maar in hun processen steeds een stap laten waarin het individu dit zelf doet. Gezien het belang dat een individu zelf heeft bij bepaalde processen zou dit genoeg motivatie moeten zijn, optimistisch gedacht. Het stelt wel hoge eisen aan de gebruiksvriendelijkheid: dit soort zaken zouden met een paar ‘tappen’ uitgevoerd moeten kunnen worden door de eindgebruiker.

Technisch liggen dit soort applicaties niet heel ver van ‘cloud’ opslag aangezien documenten opslag en delen al geregeld is. Toch kun je ook (ethische) bezwaren hebben bij het ‘even blockchain-enabled’ maken van Microsoft OneDrive, Apple iCloud of Google Drive. Zij weten zo nog meer over je identiteit en hebben nog meer data om door te verkopen. Daarnaast zouden de gevolgen van datalekken nog verstrekkender zijn.
Lang verhaal kort: een open-source wallet die lokaal bij de gebruiker blijft lijkt beter. Wel goed backuppen …

Oh ja en zouden die mijn.overheid.nl dossierstukken er a.u.b. in mogen? 😉

Overigens verzin ik dit allemaal uit mijn duim, dus repliek welkom. 😉

In mijn volgende blogs meer kritische vragen over de Business Case voor BlockChain. Dit is deel 6 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen:

BlockChain: Voorbeelden in onderwijs

In eerdere blogs heb ik wat voorbeelden uitgewerkt hoe BlockChain nuttig zou kunnen zijn voor Digitaal Lesmateriaal, het Lerarenregister en bijvoorbeeld een diploma. Ook nu even in stappen met een filmpje:

In mijn volgende blogs meer concreet de rol van de ‘wallet’ oftewel de individuele persoonlijke tegenhanger waarmee je tegen de blockchain ‘aanpraat’. Dit is deel 5 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen:

 

BlockChain: Blokken Bouwen

De praktische toepassingen van BlockChain in Onderwijs zijn interessanter dan hoe het onder de motorkap werkt. Toch blijf je een beetje in de lucht praten als het concept niet helder is. Er is al veel uitleg over BlockChain, maar ik heb toch mijn eigen versie gemaakt omdat het ook mijzelf helpt de materie de doorgronden en het gewoon leuk is. 😉

Hieronder is het samengevat in een filmpje. Voor niet MBO-ers: een OOK is een onderwijsovereenkomst en een POK is een praktijkovereenkomst.

In mijn volgende blogs meer concreet hoe het scheiden van waarmerk en inhoud nuttig kan zijn. Dit is deel 4 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen:

BlockChain: Waarmerken met geheimtaal

Geheimtaal is gebaseerd op een manier om leesbare tekst om te kunnen zetten naar code. Deze code is dan niet ‘geheim’ maar de manier om het terug te zetten naar leesbare gegevens natuurlijk wel. De grammatica van geheimtaal heet ‘cryptografie‘ en is een verzameling wiskundige functies. Zie het als machientjes: je stopt er data in en er komt code uit.

Binnen de context van BlockChain zijn er 2 belangrijk:

  • Klutsen: Aan de hand van een ‘sleutel’ wordt data onleesbaar gemaakt. Dit heet encryptie. Het is een veel gebruikte manier om onze mobiele gesprekken niet zomaar te kunnen afluisteren, ons wifi verkeer niet te kunnen inzien of mail niet openbaar te sturen. Zonder encryptie zou elke tussenpersoon of apparaat onze gegevens kunnen onderscheppen en telebankieren onmogelijk zijn.
    Dezelfde sleutel kan ook de code weer terug omzetten naar voor ons begrijpelijke gegevens.
  • Waarmerken: Deze functie zet gegevens om in een unieke code van vaste lengte. Het maakt niet uit of je er een ‘encyclopedie’ in stopt of een pasfoto. De code blijft even lang. Dit heet ‘hashen‘. Waarbij een minieme verandering in de invoer, leidt tot een compleet andere code. Dus als er ook maar een komma verschuift, is de uitvoer totaal anders. Hashen is eenrichtingsverkeer, je kunt de code niet terugrekenen naar de data. Tegelijkertijd moet dezelfde data onder alle omstandigheden leiden tot dezelfde ‘hash’.

Toepassing Waarmerken

De toepassing van encryptie is helder, namelijk niet alles openbaar versturen. Maar waarmerken heeft een heel ander nut: het vormt een soort ‘vingerafdruk’ van gegevens, zodat je kan controleren dat deze gegevens nooit zijn aangepast. Als een waarmerk dan ook nog een tijdstempel krijgt dan vormt dit op de BlockChain een onuitwisbaar logboek met hoge bewijskracht.

Let wel: dit zegt niets over de inhoudelijke kwaliteit van de gegevens, alleen dat deze nooit zijn aangepast! Garbage in, garbage out, al dan niet met waarmerk. 😉

Praktische stappen:

  • De maker van de gegevens produceert het document of data en wisselt deze uit met de betrokken partijen. Dit kan op de conventionele manieren.
  • De maker produceert de vingerafdruk en plaatst deze op de BlockChain.
  • De ontvanger van het document bepaalt zelf aan wie hij/zij deze later verder doorgeeft.
  • De ontvanger kan de vingerafdruk verifiëren.
  • ‘Derden’ kunnen dit ook en hiermee de authenticiteit controleren.

Hoog over, maar dit leidt tot interessante mogelijkheden. Hierover en over de manier waarop blokken gemaakt worden meer in volgende blogs. Dit is deel 3 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. De andere delen:

BlockChain: Vrij naar Annie M.G. Schmidt

Vrij regelmatig krijg ik het verzoek om niet teveel jargon te gebruiken, terechte valkuil natuurlijk. Net als in het onderwijs, als jargon de communicatie stoort dan is een pas op de plaats passend. Soms moet ik even schakelen om een concept in ‘Jip & Janneke’ uit te leggen. Dus bij deze voor BlockChain:

Jip, Janneke, Pluk en Minoes schrijven in hetzelfde schriftje.1

Als Jip een nieuwe zin begint schrijft hij eerst zijn naam. Janneke, Pluk en Minoes doen dit ook.2

Ze schrijven hun naam niet in gewone taal maar geklutst. Elke keer klutsen ze hun eigen naam anders.3

Wat ze schrijven kunnen ze allemaal lezen.4

Als een zin klaar is, lezen ze die hardop en zetten er allemaal een stempel achter.5

  1. Dit is niet een gedeeld document zoals we dat kennen in Google Drive of Office365. Uiteindelijk zijn het bestanden met daarin een datastructuur. Deze omschrijven de inhoud van de blokken. Elk knooppunt in het BlockChain netwerk krijgt alle bestanden. Ze worden uitgewisseld met p2p-protocol. Dat kennen we misschien nog van Napster en Kazaa uit het verleden.
  2. Op het Bitcoin netwerk is dit een transactie: bijvoorbeeld Kees geeft Piet 3 bitcoin. Net als in een ‘grootboek‘ hebben de losse transacties niet zoveel met elkaar te maken. Ze worden gewoon toegevoegd onderaan de tabel.
  3. Hun identiteit is verhuld doordat alleen een sleutel wordt gepubliceerd. Dit is een lange code die samen met hun privé sleutel nodig is om een transactie kunnen doen. Lijkt een beetje op online bankieren: je hebt je pin nodig en een code die je krijgt van een ‘token’ (de apparaatjes die je van de bank krijgt).
  4. De transacties zijn openbaar: je kunt zien welke sleutel hoeveel Bitcoin geeft aan welke andere sleutel. Tegelijkertijd zegt het niet zoveel om dat de identiteiten geanonimiseerd zijn.
  5. Dit is een beetje simpele taal om te duiden dat de gegevens gewaarmerkt worden. Waarmerken is een wiskundige manier (hashen) om een vingerafdruk te berekenen. Waardoor je weet dat iets onveranderd is.

De kracht van waarmerken zal ik toelichten in volgende blogs. Dit is deel 2 in de serie toelichting op m’n presentatie op saMBO-ICT. Deel 1 is hier te vinden.

BlockChain: duiding van de hype

De presentatie die ik mocht verzorgen op de 36ste saMBO-ICT conferentie zou ik nog toelichten. Hieronder daarom deel 1.

Gelukkig hoeven we niet zelf na te denken of iets een hype wordt, is of was. Daar helpt Gartner ons bij met de bekende hype-cycle. In Nederland vaak door Kennisnet vertaalt naar onze lokale situatie. Voor het onderwijs is het origineel hier te vinden. BlockChain toepassen binnen onderwijs zit duidelijk nog in de aanloopfase van overspannen verwachting. Hieronder is die van vorig jaar afgebeeld, het meest linkse fenomeen dus. Dit jaar is het wel verder ‘on the rise’. Voor het gemak ga ik er vanuit dat de methodiek van Gartner zinvol is.

Gartner 2016 Hype-Cycle-Education.jpg

Overigens, ondanks onderstaande relativeringen ga ik onverdroten verder met de mogelijkheden van BlockChain onderzoeken! 😉

Welke conclusies kunnen we hier uit trekken en wat kunnen we voorspellen? 

  • Het aantal problemen waarvoor deze technologie een verwachte oplossing gaat bieden is hoog. Zowel de breedte als de diepte van de toepassing wordt overschat. Een voorbeeld is dat het ‘klimaat-problemen’ gaat oplossen, terwijl het vooralsnog er alleen maar aan bijdraagt.
    Voorspelling: in 2018 en 2019 krijgen we heftige discussies welke toepassing realistisch is of niet en welke we principieel niet moeten willen of wel. 
  • In de fase ‘Innovation Trigger’ worden technische problemen vaak als enige hobbel gezien. Menselijke gewoontes, culturen of weerstand worden voor het gemak genegeerd. Deze komen in het ‘dal van desillusie’ des te sterker terug.
    Voorspelling: Organisaties die verder ontwikkelt zijn in veranderkunde zullen sneller rendement hebben van dit fenomeen.
  • Komende jaren gaan er specifieke ‘BlockChain’ leveranciers komen, die systemen bieden met functionaliteit die nu al gewoon is, maar ‘veel innovatiever’ zijn want ze zijn ‘op de BlockChain’. Daarnaast gaan bestaande platformen ‘BlockChain-enabled’ of ‘BlockChain-ready’ worden.
    Voorspelling: in 2018 en 2019 zullen tijdens inkooptrajecten of aanbestedingen de eerste Programma’s van Eisen verschijnen met Blockchain wensen of zelfs knock-out-criteria. In eerste instantie met veel vragen en nota’s van inlichtingen, omdat de inkopende organisatie ook niet precies weet wat ze bedoelen. In 2021 worden voorheen 10 eisen nu ingedikt tot 1 of 2, aangezien BlockChain meer een ‘commodity’ wordt.
  • In het dal van desillusie worden technische, ethische, morele en culturele gevolgen uitgebreid toegelicht. Deze voedt verdere teleurstelling.
    Voorspelling: In 2019 zijn er op de saMBO-ICT conferentie sessies met als centrale boodschap: “BlockChain brengt ons toch niet wat we dachten …”
  • Op dit moment noemen consultants zichzelf vrij makkelijk ‘BlockChain expert’. Pas in de Slope-of-Enlightenment zal expertise zo gemeengoed zijn dat het of niet meer speciaal is of geen onzin meer. Tot dan: blijf kritisch.
  • De hoeveelheid durfkapitaal dat in startende bedrijven gestoken wordt is ontzettend hoog. De verwachting is dat slechts een klein percentage van deze bedrijven overblijft. Beter mijden of afwachten lijkt me als onderwijsinstelling. Mocht je trouwens met bestaande technologie-partners een goeie relatie hebben, dan zouden kleine pilots minder risicovol zijn.

Ik mag er natuurlijk compleet naast zitten. Daarnaast zou het fijn zijn als niet alle fases van de hype-cycle ‘verplicht’ zijn (leestip voor mensen die ook de hype van de hype-cycle willen doorbreken en alle nadelige gevolgen van dien).

BlockChain in Onderwijs: Van Hype naar Potentieel

Gisteren was ik op de 36ste saMBO-ICT Conferentie te gast bij RijnIJssel, waarvoor dank.

In de vierde parallelronde mocht ik een sessie verzorgen over “BlockChain in Onderwijs”. Aangezien het fenomeen BlockChain relatief jong is, is de beschikbare kennis erg verspreid. Een mooie gelegenheid om deze persoonlijk bij elkaar te construeren, wat ik afgelopen maanden met veel interesse heb gedaan. Vooral de stap van concept naar toepassing, kan ik pas maken als ik gedeeltelijk begrijp wat er onder de motorkap gebeurt. Dat is dus allemaal heel pril. Waarom dan toch al een sessie verzorgen? Enerzijds is het een fenomeen dat er onvermijdelijk aankomt. Dan is het goed als het binnen het netwerk een keer onder de aandacht is gebracht. Daarnaast is het ook nog ‘OK’ om niet alle vragen te kunnen beantwoorden maar er juist nieuwe op te werpen.

De slides zijn hieronder te downloaden. Inhoudelijk ga ik ze nog toelichten in losse blogposts.

Vroegtijdig aanmelden mbo #samboict

Ik ben vandaag op de 36ste saMBO-ICT Conferentie te gast bij RijnIJssel, waarvoor dank.

In de derde parallelsessie vertelt Wiebe Buising over het vroegtijdig aanmelden, de veranderende wetgeving en praktische gevolgen. De voorziening hiervoor moest van het veld zelf zijn. Er is daarom een marktverkenning gedaan in 2016. De uitgangspunten waren:

  • Landelijke dekking
  • Actualiteit gegevens met uitwisseling tussen VO, MBO en de gemeente (leerplicht).
  • Werken met standaarden
  • Geautomatiseerde koppelingen

Daarna is er een veldverkenning geweest van het globale concept. Met belanghebbenden kon zo getoetst worden of de landelijke voorziening zou voldoen. Op zich leidde dit tot veel steun en logischerwijs ook functionaliteitsvragen. Lijkt me balans tussen wat moet (volgens de wet) en wat je wenst (volgens je proces in de school).

Wat gebeurt er nu met de huidige ‘postkantoren’ zoals Intergrip en VOROC etc? Wiebe liet zich er niet stellig over uit maar voorlopig bestaan ze naast elkaar.

Het vervolg:

  • Programma van Eisen: dit najaar.
  • Softwareontwikkeling: 2018 eerste helft.
  • Implementatie: Eind 2018.
  • Live-gang: doel is april 2019.

Een aantal specifieke MBO eisen zijn opgenomen, deze kennen een parallel tijdpad. Overigens kan het knooppunt in de lucht zijn, alle kernsystemen voor leerlingadministraties moeten er wel mee overweg kunnen.

Het thema is bij saMBO-ICT hier te vinden.

 

Hoe ICT het MBO kan versterken op #samboict

Ik ben vandaag op de 36ste saMBO-ICT Conferentie te gast bij RijnIJssel, waarvoor dank.

In de tweede keynote vertelt Wilfred over hoe ICT het MBO kan versterken. Na de warming-up gaat hij verder in op adoptie en verandering.

Waarom adopteert het beroepsonderwijs digitalisering relatief traag?

  • We zijn slechte inschatters van de impact van technologie: We over- en onderschatten voortdurend de gevolgen. De CD-Rom is een revolutie en de GSM heb je nooit nodig bijvoorbeeld.
  • De complexiteit wordt snel groot, alsof je schaakt op meerdere borden tegelijk. Zowel de infrastructuur, de processen, de didactiek, de professionalisering … alles heeft te maken met alles.

Belangrijk is steeds om doelen te stellen en hier op te koersen.

Kun je met ICT een krachtige leeromgeving realiseren?

Ja, mits je aandacht geeft aan didactiek, context en professionalisering. Leertechnologie maakt slecht onderwijs niet beter. Het medium dat je gebruikt om leren te ondersteunen is minder belangrijk dan HOE je deze inzet (Hattie, 2009). Wilfred vult dit wel aan met de opmerking dat ‘het medium het leren bevordert, hindert of benadeelt’.

Al met al is de gebruiksvriendelijkheid van ICT wel toegenomen, maar de verwachting des te meer. Er zijn ondertussen zoveel zaken vanzelfsprekend dat het de verwachtingen bij nieuwe zaken opstuwt lijkt me.

Kijk naar prinicpes naar wat effectief werkt in het onderwijs

Hij beveelt het artikel van David Merrill aan, met de volgende fases van instructie:

snip_20171006135626

Wat steeds terugkomt: interactieve content is eigenlijk pas van kwaliteit als de feedback van kwaliteit is. Waarbij gesproken feedback sterker is dan geschreven feedback. Ik leerde ook een nieuw woord: reflectievloggen. Wilfred pleit hiervoor aangezien bloggen voor veel studenten onaantrekkelijk is.

Wilfred adviseert sterk om niet te verzanden in oeverloze boksgevechten tussen Piaget, Skinner en andere pedagogen of psychologen. Kijkt naar principes die werken, ga daar praktisch mee aan de slag en blijft de aanpak verbeteren.