Toegankelijkheid

Stekeblind en Oost-Indisch doof? Digitale toegankelijkheid en media op #owd18

Ik ben vandaag op de Surf Onderwijsdagen in Den Bosch, 1931Martijn Hoeke (Van Hall Larenstein), Arnoud Probst (UvA) en Jantine te Molder (Saxion) geven een workshop over Digitale Toegankelijkheid, namens de SIG Media en Education.

Omdat voor mijn gevoel het onderwerp een ondergeschoven kindje is was ik nieuwsgierig. Ter vergelijking: net als bij AVG zijn er wetten en verordeningen, maar dit krijgt nauwelijks aandacht. We blijven er maar weg mee komen lijkt het wel en mijn laatste blog er over is ruim een jaar oud. Enfin, workshop dus. 😉

De wettelijke achtergrond is te vinden in de Wet Generieke Digitale Infrastructuur nu genoemd “Digitale Overheid” en de WCAG. De Wet Digitale Overheid is van kracht sinds 1 juli 2018, maar geldt niet voor onderwijs, op een directe manier. Wat wel geld is de “Wet Gelijke Behandeling“, daarop is de controle echter reactief. Dus pas na een klacht wordt bekeken of je dit naleeft.

Martijn noemt wel de ‘morele verplichting’ die we als instelling hebben, naar studenten en collega’s met een beperking. Tegelijk ook een kans omdat het iedereen helpt.

Vervolgens moesten we allemaal ‘een handicap’ kiezen, in de vorm van oordopjes, blinddoek of kleurenbrillen. Leuke oefening (niet voor degenen die het echt treft natuurlijk)! Ging als volgt:

  • We bekeken een video ‘met’ handicap. Ik hoorde het dus alleen, want ik had zelf een blinddoek op.
  • Daarna bespraken we wat we dachten te zien en te horen. Erg inzichtelijk omdat blijkt dat relatief kleine zaken zoals muziekjes op de achtergrond je op een verkeerd spoor kunnen zetten.
  • Vervolgens kregen we mogelijke oplossingen mee, zoals voice-over en ondertiteling.

Al met al werkt het ervaren van een handicap erg motiverend. Nodig omdat we in het onderwijs zoveel (digitaal) leermateriaal hebben wat niet zomaar toegankelijk is voor iedereen met een handicap. Overigens zouden leveranciers ervan en uitgeverijen zich wel kunnen onderscheiden als ze meer aandacht geven aan toegankelijkheid.

Arnoud gaf een indruk van de schaal: de UvA heeft ongeveer 70.000 uur aan beeldmateriaal en zochten tooling voor ondertiteling. Dat ga je overigens niet allemaal in 1x toegankelijker maken. De meeste kiezen er voor om alleen nieuw materiaal te ondertitelen of alleen het materiaal voor de student die het echt nodig heeft.

Ze volgden de logische stappen van inkoop, zoals eisen stellen, markoriëntatie etc. Dat leidde tot zo’n 30 applicaties, waarvan ze er 6 gingen testen. De kwaliteit en performance liep enorm uiteen. De beoordeling ervan is best complex, aangezien spraak-naar-tekst snel leidt tot misverstanden.

Qua implementatie: het lijkt me echt een berg werk om hier structureel pro-actief mee om te gaan en het huidige materiaal reactief te upgraden. Voor mij een fijne workshop met een goede mix van actieve werkvorm en inhoudelijke bagage. Het riep ook veel op bij de aanwezigen op een goede manier.

Ze tippen hun site voor meer informatie https://www.media-and-education.nl/

 

Digitale Toegankelijkheid

Soms kun je dingen verbinden die niets met elkaar te maken hebben maar in mijn eigen nieuwsgierigheid toevallig simultaan lopen.
Een collega van Marcom vroeg me of ik de Europese norm [PDF] voor Digitale Toegankelijkheid ken. Was dus niet, maar bleek een goeie tip. In Jip/Janneke taal formuleert deze eisen waaraan informatie of de weergave ervan moet voldoen om toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking. Een voorbeeld is dat je bij afbeeldingen beschrijvende tekst plaatst, dat je met een toetsenbord kunt navigeren op een logische manier of dat het contrast helder is. Veel van deze eisen zijn dus ook handig voor de rest van de bevolking. Daarnaast maakt het de indexering door zoekmachines beter wat weer de vindbaarheid ten goede komt.

Deze norm is van verdrag/convenant/norm op weg naar wet. Zo te zien moeten we deze dus standaard gaan opnemen in de eisen bij toekomstige inkooptrajecten. Het Forum voor Standaardisatie plaats de norm bij de categorie “pas toe, of leg uit”.
Daarnaast assisteer ik binnenkort bij een sessie over professionalisering waarin we alle lopende initiatieven verzamelen en er over brainstormen. Veelgebruikte instrumenten daarbij zijn de zogenaamde “MindMaps“.
Aangezien de laatste keer dat ik software voor een Mindmap gebruikte al lang geleden is, heb ik me weer eens georiënteerd. Doorgaans wil ik niet software die online weer een account vraagt maar iets dat ‘lokaal’ op mijn laptop werkt. Na wat zoeken vond ik EDraw. Als je het lint van Office gewend bent, kun je snel aan de slag met het programma en het kent een lage leercurve. De gratis variant brengt geen troep met zich mee of reclame. Je mindmap kan geëxporteerd worden naar afbeeldingen, Word, PowerPoint en PDF etc.

Hieronder volgt dus EN mijn oriëntatie op Digitale Toegankelijkheid EN de weerslag ervan in een mindmap.

PDF: MindMap Digitale Toegankelijkheid

JPG: MindMap Digitale Toegankelijkheid