Author Archives: joeldebruijn

Route 21

Oplevering Route21

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie. In de eerste workshopronde sluit ik vanwege mijn betrokkenheid, aan bij Route21. Binnen het programma Doorpakken op Digitalisering zit namelijk een architectuur lijn, Route 21genoemd. Persoonlijk ben ik er erg blij mee, niet alleen omdat architectuur mij na aan het hart ligt, maar ook omdat de samenwerking mij erg goed bevallen is. Frans Neerbos en Bas Kruiswijk laten zien wat de resultaten zijn.

Aanleiding was dat de TripleA MBO architectuur verouderd was en dat de separate “Teamplaat Onderwijskwaliteit” er niet in opgenomen was. Daarnaast hebben we de HORA uit het Hoger Onderwijs.

Het doel was een kernarchitectuur die stevig en goed is, met daarop ‘viewpoints’ voor belanghebbenden zoals teams, informatiemanagers en bestuurders, altijd in combinatie met architectuurprincipes.

Terecht vermeld Frans de manier van samenwerking, want als er iets is dat tot discussie kan leiden dan zijn het wel principes, modelleer voorkeuren en definities. Rode draad was het motto “Wil je gelijk of geluk?” aangezien het belangrijker is om effect te hebben, dan perse gelijk te krijgen. Met dat besef hebben we gepoogd een bruikbare en praktische referentie-architectuur op te leveren.

De referentie architectuur bestaat uit drie basis platen:

  • het hoofdprocesmodel, dat is uitgewerkt in proces-ketens;
  • het informatiemodel, met de benoemde bedrijfsobjecten uit de procesmodellen;
  • het applicatie services model, met de applicatie services die processen ondersteunen.

Was TripleA op een deel van alle processen al een hele encyclopedie, Route21 is dat des te meer. Alle informatie-objecten koppelen aan de applicaties en processen is een gigantische klus. De referentie-architectuur is voorlopig hier te vinden: Route 21 (wikixl.nl)

Vragen uit de zaal:

  1. Wat gebeurt er met TripleA en TPO?
    Beiden zijn opgegaan in deze nieuwe versie en zullen op termijn verdwijnen. Inhoudelijk zullen gebruikers daarvan veel herkennen
    omdat bestaand werk natuurlijk niet onnodig overnieuw gedaan is.
  2. Hoe gaan we verder en is het onderhoud belegd?
    De hoop is natuurlijk dat we onderdelen blijven bijschaven en iteratief verbeteren. Formeel is dat nog niet belegd lijkt mij.

Oh …. het moet natuurlijk ook een naam krijgen, aangezien Route21 slechts de naam van het project is. Mijn voorkeur gaat uit naar raMBO (Referentiearchitectuur MBO), die ondanks de associatie met een destructieve acteur toch robuust klinkt.

Sander Duivestein – The Great Reality Show

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie. De openingskeynote is van Sander Duivestein. Hij opent met beelden van QAnon, wappies, recente protesten en rellen in Nederland. Hij
ziet het als signalen dat mensen zich ‘ misleid voelen door het internet’ of ondoorzichtige algoritmes.

Opvallend vindt hij dat alles vastgelegd wordt op selfies. Het versmelten van de fysieke wereld met de digitale leidt er toe dat mensen het moeilijk vinden echt van nep te onderscheiden en feit van fictie. Met de toegankelijkheid van deep-fakes neemt dit alleen maar toe. Geen cameraman, producer of studio is er meer nodig.

Door de geschiedenis heen heeft media zich ontwikkelt van analoog, naar elektronisch en daarna van digitaal naar synthetisch. Deze laatste kenmerkt zich door manipulatie door kunstmatige intelligentie of zelfs creatie in zijn geheel. Je kunt bijvoorbeeld echte personen iets laten zeggen of bewegingen laten maken die authentiek lijken. Een stap verder gaan de virtuele influencers, nieuwslezers, topmodellen of virtuele versies van
overleden geliefden. Voorbeelden:

  • Synthesia: AI voor het genereren van levensechte video.
  • Lyrebird: Realistische klonen van je stemmen.

Sander spreekt vrij ernstig en heeft zo te zien geen techno-centrische benadering om maatschappelijke problemen ‘even’ op te lossen, waar ik mij in kan vinden. Hij illustreert de ontwikkelingen met veel voorbeelden die al dichterbij komen en het niveau van gimmick beginnen te ontstijgen. Hij boeit daarmee voor mij op de inhoud en niet op de hype, zeg maar.

Wel had ik graag meer verbinding met onderwijs en beroepsopleidingen
gezien.

Vragen uit de zaal:

  • Worden door deep-fakes juist de fysieke ontmoetingen belangrijker, aangezien je er anders niet zeker van bent hoe echt de ander is?
    Sander vermoed dat die behoefte om natuurlijke redenen weer terug gaat komen, los van deep-fakes.
  • Heeft onderwijs behalve een didactische ook een ethische opdracht i.v.m. synthetische media?
    Sander benadrukt dat media-wijsheid met de paplepel ingegoten moet worden en de noodzaak om vanuit het onderwijs met de wereld van feiten en wetenschap te verbinden.
  • Hoe krijgen we als MBO aansluiting bij deze wereld?
    Hij moedigt aan om als eerste stap vooral eens te experimenteren, probeer zelf eens wat apps uit die dit soort dingen kunnen.

EduBadges – Sessie op #samboict

Alexander Blanc en Frans Ward (SURF) praten ons bij over de Edubadge ontwikkelingen. Edubadge is een technologie om micro-credentials te kunnen uitreiken. Ik was er nieuwsgierig naar vanwege mijn deelname aan het thema Eigen Dossier binnen de Strategische Agenda Digitalisering MBO. Ik heb er al eerder over geschreven. De whitepaper van Surf kan ik er nog steeds op aanbevelen.

Surf pleit voor een nationale aanpak en standaardisatie van de techniek, zodat:

  • Kennis en vaardigheden transparant zijn.
  • Ontzorgen van de onderwijsinstelling met keuzevrijheid voor de student.
  • Authenticatie, verificatie en privacy goed geregeld zijn.
  • Open Source de samenwerking vergemakkelijkt.
  • Flexibel overstappen naar een andere onderwijsinstelling mogelijk is.
  • Wildgroei voorkomen wordt.
  • We kunnen aansluiten bij internationale uitwisseling.

Op 1 oktober gaat de dit systeem live als voorziening vanuit Surf. Het is opgenomen in de gezamenlijke standaard diensten en gepositioneerd als een gezamenlijke infrastructuur voor het uitgeven van digitaal ondertekende certificaten.

Schematisch de rollen in beeld:

Al met al een mooi initiatief en dient deels dezelfde doelen als het Thema Eigen Dossier binnen MBO en de grotere EduMij beweging. Verschil met de laatste is natuurlijk wel dat met EduMij, de badges bij de studenten zelf zitten in plaats van in een landelijk centraal platform. Maar die technologische zoektocht was al de heilige graal voor blockchain toepassingen. 😉

Prikkelende vraag die me puzzelde: werken scholen mee aan een systeem dat het makkelijk maakt bij de concurrent te studeren?

Veel vragen gaan over de ‘waarde’ en ‘inhoud’ van een Edubadge. Zelf heb ik het liefst iets generieks, dat zowel formeel als informeel leren ondersteund en grote zaken zoals diploma’s als willekeurige kleinere eenheden kan transporteren.

Stelde zelf de tikkie technische vraag:

Zou de inhoud van een Edubadge attributen kunnen leveren die met IRMA uitgewisseld worden? Zodat de edubadges ook bestaan, geverifieerd, buiten het centrale systeem? Antwoord was “in principe wel, maar het individu wordt geïdentificeerd door zijn eID en niet zijn mailadres” en dat blijkt dan niet zomaar te kunnen.

Keynote op #samboict: ‘Fantastisch digitaal onderwijs’ – Erik Vermeulen (Tilburg University)

Ik ben vandaag online te gast bij het Deltion die de 42ste saMBO-ICT Conferentie organiseert. Sowieso respect om een mooi online programma technisch en organisatorisch voor elkaar te krijgen. Erik Vermeulen opent de dag met z’n keynote.

Hij deelt eerst z’n ervaring met online college geven. Het grote verschil voor hem is ‘plotseling online met studenten die je goed kent’ versus na de vakantie met vreemde studenten beginnen. Je mist enorm de interactie die je eerst, zelfs online, gewend was. Grote ‘disconnect’ volgens hem.

Hij moedigt aan dieper na te denken over een passend ecosysteem, ook voor na corona, met een andere mindset. Dat nadenken splitst hij even grof op door 3 vragen:

  • Wat onderwijzen we?
  • Hoe onderwijzen we dat?
  • Wanneer onderwijzen we dat?

Hij deelt zijn ervaringen met ons. Fijn qua inspiratie, ook al lijken me zijn positieve resultaten anekdotisch. Hij ziet 8 aspecten aan toekomstig onderwijs en de rol van de docent daarin:

  • Content Creator: Hij maakt korte filmpjes en podcasts en zijn studenten interacteren daar om heen. De docent als vlogger dus.
  • Community Builder: Net zoals Tesla niet alleen auto’s maakt maar een grote groep volgers heeft en een ‘crowd culture‘. Bouw dat op met je studenten.
  • Personal Online Coach: Hij zoekt middelen om aandacht te personaliseren.
  • Juror Selection: Studenten die elkaar reviewen.
  • Ecosysteem Leader: De tooling om de community heen vereist expertise en alle onderdelen moeten passend zijn voor de hele community.
  • Game-Based Learning Expert
  • Visueel Teacher
  • Co-creator

Hij geeft verder een catchy cyclus van zelf-leren mee:

Curiosity, Collection, Consumption, Criticizing, Curation, Co-creation, Communication, Correction en weer terug.

Ik heb het idee dat Erik zich zelf laat inspireren door marketing mechanismen. Zelf heb ik een gezonde weerzin tegen marketing. Zolang het authentiek blijft, denk ik wel dat het aanknopingspunten biedt om onderwijs aantrekkelijk te maken. Het is echter een smalle graatwandeling, aangezien er veel social media platforms voor gebruikt worden (in zijn geval) die hun eigen algoritmes gebruiken voor negatieve aandacht en doorverkoop voor advertenties.

Verder is hij kritisch naar WAT we onderwijzen omdat de ‘markt’ soms andere dingen vraagt. Naar mijn mening geldt dat voor beroepsvaardigheden en -competenties, maar zeker niet voor alles. Het bedrijfsleven 100% in de lead laten voor je onderwijsinhoud, holt het ook uit.

Positief vond ik zijn motto om niet téveel naar wedloop-technologie te kijken:

Van technologie naar ecosysteem.

Op basis van een vraag uit de zaal geeft hij wel eerlijk toe dat zowel de oude manier in stand houden EN meedoen aan de digitale wereld van online leren, tegelijk en door elkaar, niet houdbaar is voor hem. De stress voor docenten is dan structureel te groot. Eerlijke respons, hij hoopt dat t tijdelijk is.

Anders Kijken – Keynote van Paul Smit op #owd19

Paul Smit (cabaretier en filosoof) sluit de Surf Onderwijsdagen af met een keynote.

Aan de hand van illusies pleit hij voor ‘anders kijken’, omdat je anders je eigen creativiteit in de weg zit, het spreekwoordelijke ‘out-of-the-box’ denken. Ons brein wil bij veranderingen graag terug naar de routine, het patroon dat we gewend zijn. Vandaar dat bij de introductie van nieuwe systemen mensen in de weerstand schieten. Het brein heeft nu eenmaal veel herhaling nodig om te wennen aan een verandering.

Om menselijk gedrag een beetje makkelijk te verklaren is het handig om wat oorzaken in te delen. Paul doet dat op 2 manieren, door ‘lagen in onze hersenen’ te benoemen en ‘hormonale oorzaken’ te categoriseren.

Over de lagen in onze hersenen:

  • In de basis van ons brein zijn we vooral bezig met ‘veiligheid’. Dreigend gevaar beïnvloedt ons, zelfs al is het fictief. Dit deel zoekt routine.
  • Daarbovenop zit het deel voor ’emoties’. Dit deel zoekt plezier. Tip van Paul: Wil je gedrag van mensen veranderen, schrijf dan geen protocollen maar verander de omgeving.
  • Pas in het ‘bovenste’ deel denken we na. Dit deel zoekt het doel. Als dit niet klopt, de ratio botst met onze emotie, dan verzinnen we rationele argumenten om onze drang of hunkering te rechtvaardigen. In de psychologie ‘cognitieve dissonantie’ genoemd.

Dus, als je verandering wilt veroorzaken: Zoek eerst passie en vervolgens urgentie!

Hij legt ook gedrag uit aan de hand van onze hormonen en de bekende kleuren-theorie (zoals in DISC, eigen interpretatie):

  • Testosteron (Rood): jezelf profileren en op de voorgrond plaatsen.
  • Oestrogeen (Groen): invoelen en empathie tonen.
  • Dopamine (Geel): creatief en authentiek zijn.
  • Serotonine (Blauw): structuur en regels zoeken.

Ik vermoed dat Paul af en toe een beetje kort door de bocht is, maar dat stoort me niet, dat de werkelijkheid complexer en genuanceerder is snap ik toch wel. 😉

Paul is een aangename humorvolle spreker naar wie het makkelijk luisteren is.

 

Onderwijsinnovatie in de digitale leeromgeving die continue in beweging is op #owd19

Ik ben vandaag bij de Surf Onderwijsdagen. Lilian Boerboom (Universiteit Leiden), Lianne van Elk & Nico Juist (SURF) praten ons bij over regie voeren op een Digitale Leer- en Werkomgeving, vooral als deze voortdurend verandert. Voor meer achtergrond over DLWO is er natuurlijk de SIG.

De diversiteit die de totale DLWO omvat leeft altijd een beetje op gespannen voet met standaardisering en integratie. In het interactieve deel laten enkele organisaties zien hoe ze hier mee omgaan. Wat ik daar uit meenam:

  • Value Measurement Framework (Hogeschool Rotterdam): Een manier om grip te krijgen op verandering, ingegeven door bijv wetgeving (zaken die we moeten) en door eigen doelen (zaken die we willen). Ik zie het als een doorontwikkeling van projectportfoliomanagement waarbij bureaucratie teruggedrongen wordt, er meer ruimte is voor ideeën en tegelijk de geleerde lessen beter terugkomen bij andere projecten.
  • Een manier om collega’s te stimuleren om innovatieve ideeen voor te stellen en te experimenteren (Zadkine). Hiervoor organiseren ze interne “Future-dagen”, geven ze de beste ideeën wat geld voor experimenten en laten ze deze in vrijheid uitvoeren.

Een technorealistische visie op artificiële intelligentie voor leren en doceren – #owd19

Een hele mond vol, maar omdat ik tot nu toe de ontwikkelingen voor artificiële intelligentie vooral passief volgde, bezocht ik deze sessie op de Surf Onderwijsdagen. Silvester Draaijer (VU) laat ons balanceren tussen techno-pessimisme en techno-optimisme belooft de sessiebeschrijving. Silvester betrekt het snel op toetsing, waar ik eerder over blogde.

Omdat er voor AI allerlei definities rondzwerven formuleert Silvester 2 vragen bij elk “AI” systeem: Zijn ze autonoom en adaptief? Oftewel kunnen ze zelfstandig werken en passen ze zich aan omstandigheden aan? Vervolgens is hij kritisch als iemand spreekt over “AI” in het onderwijs. Een chatbot maakt onderwijs nog niet “AI”. Hij stelt zelfs dat bij het doceren en leren zelf geen AI komt kijken, alleen bij toetsen. Skinner verzon dit al met “oefen-machines”. Vroege vormen van AI, volgens Silvester althans. Moderne vormen zijn de Rekentuin en de Taalzee.

Hij vervolgt met allerlei voorbeelden van systemen die het leren en oefenen ondersteunen of onze hersenen kunnen ‘uitlezen’. Silvester spreekt enthousiast en weet te prikkelen. Aangezien ik AI tot nu toe passief volgde kan ik inhoudelijk niet helemaal beoordelen hoe steekhoudend alle stellingen zijn. Ik miste wel duiding: Wat is nou precies een techno-realistische kijk op AI volgens hem? Hoe kun je dat überhaupt weten? Hoe vind ik balans tussen hype-jachtigheid en doom-neerslachtigheid? Pas in de vragen ging Silvester in op ethische aspecten.

Daarnaast zit er iets ironisch in: met kunstmatige intelligentie natuurlijke intelligentie ontwikkelen.

Wat is een edubadge en wat kan ik ermee? – #owd19

Ik ben vandaag op de Surf Onderwijsdagen en een hele rits sessie leiders vertellen ons over de ervaringen met EduBadges.

Omdat er bij Surf een project loopt voor EduBadges, eerst wat toelichting:

https://youtu.be/J9d7uNZdZPw

Het project startte met een whitepaper, vervolgens een experiment met Mozilla, daarna een Proof-Of-Convept en een pilot. Daarnaast publiceerden ze ‘7 redenen voor een nationale aanpak edubadges‘.

Een EduBadge is:

  • Een manier om een micro-credential aan te tonen. Net als een diploma maar dan kleiner en in plaats van een papieren een digitale artifact.
  • Gebaseerd op de OpenBadge standaard.
  • Een ‘plaatje’ zodat het ‘voor het oog’ iets voorstelt.
  • Data die zegt wie het uitgeeft, aan wie het is uitgereikt, met welke criteria en waar het op gebaseerd is.
  • Digitaal verifieerbaar zodat de authenticiteit te controleren is.

Tot nu toe zijn de badges ‘hosted badges’ en nog geen ‘signed badges’. Met andere woorden, als je de badge aan een ander toont wordt je technisch teruggebracht naar het systeem van de onderwijsinstelling die ze uitreikte of nauwkeuriger, het Surf platform. De badge klopt dus omdat het centrale systeem zegt dat het klopt. Op zich niet erg maar het voordeel van ondertekende badges zou zijn dat de badge zelfstandig elders een leven kan leiden terwijl authenticiteit aantoonbaar blijft.

We vervolgen met ervaringen uit de pilots.

NHL Stenden (Douwe van der Leij en Jaap van der Veen)

Ze zetten badges in als motiverend en formatief middel, als beloning voor excellente prestaties en als bewijs van afronding van een module. Als volgende stap willen ze opleidingen opbouwen op basis van badges, verder onderzoek doen naar motivatie en naar internationale waarde. Ik denk zelf dat patronen uit ‘gamification’ die motiverend werken, ook voor EduBadges kunnen gelden.

Deltion (Anneke van Dijk)

Ze wilden:

  • Een transparante manier om eerder verworven competenties en kennis in beeld te hebben.
  • Onderwijs dat buiten het curriculum zit waarderen.
  • Keuzedelen en kleinere geaccrediteerde eenheden waarderen.
  • Een middel om Leven Lang Ontwikkelen te ondersteunen.

Verder gaven ze veel aandacht besteed aan implementatie, begeleiding van medewerkers, kennisdeling en de adoptie. Studenten hebben trouwens soms toch nog liever een papiertje, eerlijke opmerking. 😉

Overigens zou het handig uit kunnen komen dat er in de MBO sector sprake is van kwalificatiedossiers, aangezien dat helpt te standaardiseren. Wat direct bleek uit de volgende pilot:

WUR (Marijn Post)

Redenen om mee te doen met EduBadges voor de opleiding informatievaardigheden, waren:

  • Verwachte kwaliteitsverbetering door afstemming over leerdoelen en leerniveaus.
  • Transfer van bewijslast bij het overstappen naar een andere onderwijsinstelling.

Voor deze specifieke opleiding waren natuurlijk leerdoelen geformuleerd. Als je daar echter een raamwerk voor zoekt, dan zijn die er (internationaal) meerdere. Deze zijn geanalyseerd en men is tot een eigen taxonomie gekomen. Veel werk zo te zien en oh wat lijken die veel bemopperde MBO kwalificatiedossiers dan zo handig. 😉

Al met al een goeie sessie en fijn dat er stappen gezet worden. Wel ben ik erg nieuwsgierig naar de zoektocht om de ondertekende variant van badges te kunnen maken.

Innovatie bij NPO – Keynote door Martijn van Dam op #owd19

Ik ben vandaag op de Surf Onderwijsdagen en Martijn van Dam neemt ons mee in het veranderende medialandschap en de impact van technologische veranderingen. We hopen natuurlijk ook op parallellen met de onderwijswereld.

Dat begint voor mij al doordat hij vertrekt vanuit ‘publieke waarde’. Martijn schetst de geschiedenis van de verzuiling, de omroepen die er bij hoorden, tot aan de nieuwe merkuitstraling van NPO. Het ‘ concurrentieveld’  van NPO is drastisch veranderd. Televisie is geen verzameling televisiezenders meer. “Live-TV” is verworden tot een app (1 van de velen) op je smart-tv. Eentje waar je niet zelf kunt beslissen wat je kijkt. Alle andere streaming services nemen een prominentere plek in. TV was een verbinder voor (beeld)cultuur, maar verdwijnt nu tussen andere aanbieders. Het maatschappelijk effect van een verbindend omroepstelsel is aan het verminderen. Wat weer bijdraagt aan fake-nieuws etc.

Om dit tegen te gaan zoeken ze naar hun eigen kracht, met moderne technologie. Noem het algoritmes:

  • Met slimme spraak-naar-tekst algoritmen alles ondertitelen. Voor mensen die hier afhankelijk van zijn handig, maar het trekt ook kijkers aan omdat ze dit elders niet krijgen. Bleek dus strategisch te zijn.
  • Het geven van aanbevelingen op basis van kijkgedrag: om mensen uit hun filter-bubble te halen.
  • Ze meten voortdurend met een panel van 8000 mensen de publieke waarde van hun programma’s.

Zelf stond ik even te kijken van de schaalgrootte van hun content-bibliotheek: 100.000 afzonderlijke afleveringen of programma’s. Hiervoor was het wel nodig dat hun organisatie veranderde, aangezien hun ontwikkel-tak voor technologische ondersteuning zo groot is. Terwijl de concurrenten hier vele malen meer geld in steken. De consument eist echter wel dezelfde kwaliteit, van apps etc. Wie de schoen past … gold dus voor mijn kritische houding ook.

Om de hele transitie te sturen hebben ze een innovatieagenda en werken samen met start-ups.

Martijn schetst een beeld van de underdog, die met beperkte middelen probeert een tegenwicht te bieden aan commerciële doelen. Hij sloot af met prikkelende vragen voor onderwijs, die bij de NPO ook spelen:

  • Hoe blijft je content aantrekkelijk voor een generatie die 100% digitaal is?
  • Hoe versterken we het publieke domein in een digitale omgeving die door marktpartijen wordt gedomineerd?
  • Hoe dragen we bij aan de ontwikkeling van technologie met maatschappelijke waarde in plaats van individuele en commerciële?

Martijn benadrukt dat ze niet hoeven ‘te winnen’ van commerciële partijen, aangezien het doel anders is: cultuur verbinden. Zijn verhaal zit vol met aanknopingspunten voor het onderwijs. Zijn aanmoediging is ook om samen te werken, aangezien de publieke omroep en publiek onderwijs elkaar niet structureel opzoekt. Complicerende factor is daarbij dat onderwijs (op hoger niveau lijkt me) steeds internationaler is georiënteerd, dus wat is zo uniek aan onze eigen toegevoegde waarde?

Bibliotheken, cultuurinstellingen, scholen, omroepen zijn allemaal zelf bezig met hun eigen digitale weg naar de burger. Meer samenwerking dus!

Hoe verder met de Strategische Agenda Digitalisering

Ik ben vandaag te gast bij Lentiz voor de 40ste saMBO-ICT Conferentie. In de laatste ronde vertellen Bert Beun, Martijn Timmer en Manon Geven (Programma-manager) aan de hand van impressie-tekeningen over de stand van zaken voor de strategische agenda digitalisering MBO. Het is de bedoeling om tot een plan van aanpak te komen om de agenda in 3 jaar te realiseren.

Inhoudelijk kent het de volgende lijnen:

  • Inhoud van het onderwijs aanpassen: Werk maken van een leven lang ontwikkelen + Werken aan digitale burgerschapsvaardigheden.
  • Flexibilisering van het onderwijs realiseren: Er wordt gezamenlijke regie gevoerd op leermiddelen + Elke student heeft een eigen dossier + Onderwijslogistiek maakt flexibilisering mogelijk.
  • Digitalisering van het leren faciliteren: Docenten kunnen zich ontwikkelen en worden daarin gefaciliteerd+ Gebruik van data-ondersteund-onderwijs

Daarnaast is er de generieke lijn van innovatie.

Op dit moment zijn alle lopende initiatieven verzameld, die er al waren, om ze onder te brengen bij bovenstaande punten. De vervolgstap is dat het in december bij MinOCW wordt voorgelegd. Terugrekenend moet je dan eind oktober de contouren hebben, redelijk ambitieus dus.

Praktisch:

  • Er zijn 8 bestuurlijke ‘trekkers’ met een ‘buddy’ om één van de lijnen op te zetten. Deze stellen elk een expertise-team samen. Overigens redelijk uniek dat bestuurders landelijk acteren als kartrekker.
  • Meer betrokkenheid van docenten wordt gevraagd.
  • Op de volgende conferentie in Apeldoorn, 30 en 31 januari hebben de bestuurders een vervolgsessie en inhoudelijk komt het in de workshops terug.

Al met al ben ik ontzettend nieuwsgierig maar is het ook nog pril dus. Eerst hadden we een blauw boekje en nu 8 platen. 😉