The Long Tail van ROC Tilburg

Naar aanleiding van mijn post gisteren, waarin ik me afvroeg of er sprake is van een Long Tail in het onderwijs, gelijk maar even de proef op de som genomen.

Eerste vraag: Wat is ons product? Eigenlijk is dat het NIA of “Nauwkeurig Inschrijf Aanbod”. Deze komen meestal in cohorten met wat smaakverschillen. Een NIA valt weer onder een CREBO, zeg maar een uniek nummer voor elke opleiding. Dus om het niet direkt te ingewikkeld te maken, zeg ik: product = CREBO.

Tweede vraag: Hoeveel wordt elk product afgezet? Dat zou het geconsumeerde aanbod moeten zijn. Oftewel: hoeveel inschrijvingen zijn er op een bepaald CREBO. Los van behalen van diploma of niet, aanwezigheid of niet.  Ook om het hier niet weer te ingewikkeld te maken, zeg ik: consumptie = deelnemer met een inschrijving.

Vervolgens heb ik een tabel samengesteld met daarin alle CREBO’s en het aantal deelnemers op 1 oktober 2008. Deze is vervolgens gesorteerd van veel naar weinig deelnemers. Onderstaande grafiek toont de “Long Tail”. (Ik heb de soorten CREBO’s weggelaten om geen info over de 1 oktober telling te geven voordat deze goed en wel in Groningen zijn 😉 )

roc-tilburg-totaal

Enkele cijfers:

  • 218 CREBO’s bedienen zo’n 10.500 studenten.
  • De 25 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 73 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Omdat in deze grafiek zowel oude opleidingen zitten als de nieuwe CGO opleidingen, heb ik de CGO opleidingen (CREBO 9xxxx) er uit gefilterd. Dan wordt het beeld toch wel anders!

roc-tilburg-exp

Enkele cijfers:

  • 128 CREBO’s bedienen zo’n 7.100 studenten.
  • De 20 populairste hiervan bedienen 50% van de studenten.
  • De 51 populairste hiervan bedienen 80% van de studenten.

Dan zou er eigenlijk geen sprake zijn van een echte “Long Tail”! Je ziet dat ook aan de “rugvorm” voor de staart van de grafiek.

Een andere weergave van dezelfde gegevens laat zien welk percentage CREBO’s je nodig hebt om welk percentage deelnemers te bedienen. Waarbij de populairste opleiding voorop staat.

roc-tilburg-relatief

Hieruit is te concluderen dat 50% van de deelnemers bedient worden door 16% van onze opleidingen. 80% van de deelnemers wordt bedient door 40% van onze opleidingen.

Vragen ter onderzoek die het bij me oproept:

  • Is mijn conclusie juist dat er geen sprake is van een Long Tail?
  • Als deze er al was, is deze dan juist minder geworden na invoering van CGO?
  • Is er dan minder maatwerk?
  • Hoe zou dit werken als een student inschrijft op een domein i.p.v. een opleiding?
  • Zouden rendementen van niche-opleiding consequent hoger of juist lager zijn?
  • Is er een andere definitie van “product” te verzinnen? CREBO is toevallig eenvoudig meetbaar.

Is er iemand anders die dit soort cijfers heeft van zijn ROC?

3 comments

  1. Geweldig interessant wat je hier laat zien Joel!
    Dit zou ik wel eens van meer ROC’s op een rijtje willen zien.
    Vraag me dan af waar de verschillen en overeenkomsten zouden zitten.
    De volgende vraag is natuurlijk: ga je hier als organisatie ook wat mee doen?
    Je kunt hier de nodige (verkeerde) conclusies uit trekken.
    Als je moet bezuinigen zou je dus aan de hand hiervan makkelijk kunnen besluiten om maar een aantal opleidingen te stoppen of niet?
    Hoeveel tijd heeft het je gekost om dit naar boven te krijgen en welke tools heb je daarvoor gebruikt?

    Groetjes,
    Willem

  2. Hoi Willem!
    Jij bent snel, in reactie, zeg!
    Ik heb het in een interne memo gegoten (zo noem ik elk papier van een minimaal 1 kantje 😉 )
    Vooralsnog wil het fenomeen slechts onder de aandacht brengen bij onze informatiemanager en CVB.
    Ik hoop dan dat het vervolg is dat er gevraagd wordt om een “verdere analyse” 😉 en dat daar dan als aanbeveling uitrolt om een keer in een sessie na te denken over de gekozen strategie:
    – Customer Intimacy: als dit het uitgangspunt is, dan staat de deelnemer voorop. Kan leiden tot maatwerk.
    – Operational Excellence: nadruk op een ge-oliede vlotte organisatie. Minder maatwerk, maar wat we doen, doen we goed.
    – Product leadership: dan zouden we gaan uitblinken in een enkele niche producten.

    Bovenstaande 3 beïnvloeden heel erg de uitslag hoe men denkt over kleine opleidingen.

    Ik ben vanochtend begonnen met excel. Nu moet ik wel zeggen dat het relatief makkelijk was omdat ik de beschikking heb over onze interne bekostigingsmonitor. Dit is o.a. een dump uit onze nOISe database in de vorm van een draaitabel. Daar heb ik vervolgens alles uitgegooid behalve CREBO en deelnemer. Zodat het anoniem is etc. Vervolgens heb ik de tabel in een grafiek gezet. De derde variant is eigenlijk een “cumulatief relatieve” versie, door alles om te rekenen naar 100%.

    Groetjes en wordt vervolgd!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s