Samenwebdebaas – Web2.0 project bij de school voor onderwijsassistenten

Samenwebdebaas was een kennisnet project wat door Moniek Verhaaren en Jos Titulaer gedaan is op de school voor onderwijsassistenten. In het project heeft men geëxperimenteerd met de volgende tools:

  • Weblogs werden gebruikt voor BPV verslagen en het plaatsen van opdrachten. Ook moesten studenten op elkaar reageren.
  • Opdrachten voor Nederlands werden door studenten gemaakt in Google Docs.
  • Mindmeister werd gebruikt om samenvattingen te maken van bepaalde hoofdstukken uit boeken. Dit hielp om gedachten te ordenen en kennis te verwerken tijdens het “doorspitten van boeken”.

Enkele ervaringen:

  • De doelen van de projecten van kennisnet kwamen overeen met de doelen die het team had.
  • Het web2.0 karakter werd van begin af ingebouwd door bijvoorbeeld het projectplan in Google Docs te schrijven met meerdere personen. Zodoende werd al vroeg ervaring opgedaan met het gebruik van tools.
  • Het niet hoeven installeren van software werd als positief ervaren. Een groot verschil met “vroeger”, alles is online te vinden en direct te gebruiken.
  • Toegankelijkheid voor niet-medewerkers (op bijvoorbeed BPV plekken) was een pluspunt.
  • Het gebonden zijn aan een ruimte met computers is beperkend. Draadloos internet dat ad-hoc beschikbaar is zou alles veel flexibeler maken. Dan zou piekbelasting van open leercentra ook verleden tijd zijn.
  • Studenten konden in blogs en docs zelf aangeven wie wat mag zien of toevoegen. 
  • Het laag wellicht aan de doelgroep (onderwijsassistenten 😉 ), maar gebruik moest gewoon verplicht worden. Anders vielen studenten snel terug op Word.
  • Integreren in het onderwijsproces blijft nodig, anders wordt het een verzameling “losse tools” die wel leuk zijn.

Het project-blog is hier te vinden.

Parade

De parade is een 2-jaarlijkse dag voor medewerkers van de Onderwijsgroeptilburg. Deze voert 3 merken: ROCTilburg, MBCTilburg en de Bedrijfsgroepen. De bedoeling is elkaar te inspireren en ervaringen uit te wisselen. Het thema is “Trots”. We zijn zo te zien met 2 twitteraars, die #parade09 gebruiken als tag, wordt dus wel een beetje een incrowd feestje op twitter.

De voorzitter van CVB, Vincent Braam opent met dingen waar je trots mee associeert.

Trots op:

  • op de rol die we hebben bij het opleiden tot burgers.
  • het betekent excellent zijn en streven excellentie.
  • het betekent niet arrogantie, niet blind zijn voor de werkelijkheid.
  • de andere kant van trots is schaamte en soms hebben we dat allemaal wel als we moeilijkheden waarnemen in het onderwijs van vandaag. ook daar kun je eerlijk over zijn.

Deze parade vindt plaats tijdens een stevige storm: niet alleen omdat onderwijs onderhevig is aan krtiek, maar vooral economisch. Een storm die alle kanten van de maatschappij raakt. Een storm waarin we ons op ambities moeten bezinnen. Toch deze dag om trots te zijn, juist nu. – Vincent Braam

 Ruud Vreeman, burgemeester van Tilburg vervolgt de plenaire sessie:

De stad Tilburg komt op allerlei lijstjes steeds meer voor  als “gemiddelde stad”. Toch vermeld hij als uitschieters:

  • Samenwerking
  • Chauvinisme
  • Ondernemerschap
  • Cultureel aanbod

Thema’s die hier spelen in de regio:

  • Hoe ontwikkel je talent en hoe behoud je die? Voor het sociale karakter van de stad is dit cruciaal. Steden concurerren namelijk om talent. 
  • Innovatie
  • Verbinding: tussen de buurten en sociale groepen. Vraag daarbij: Hoe bevorder je cohesie? Hierbij kan onderwijs een rol spelen.
  • Onderscheidend zijn.

De rest van het programma bestaat uit workshops waar ik los verslag van doe.

Participatie Experience

participatie

Ik ben vandaag bij Stoas in Wageningen, voor een productdemonstratie van de Participatie module. Versie 1.12 om precies te zijn. Deze module stekkert op het oude nOISe en straks op de nieuwe KRD (KernRegistratie Deelnemers). Het is Educus antwoord op de functionaliteitsbehoefte wat betreft aan/afwezigheidsregistratie.

De gekozen werkvorm was met recht een “Experience”: om het te ervaren, kregen we een werkende pas (Nedap), die bij betreden van de ruimtes getoond moest worden. Dus alsof we studenten waren, werden we tijdens de experience gevolgd, bij het hoorcollege en inloopcollege. De eerste was plenair geroosterd. De tweede parallel, waar we ons m.b.v. de participatie module voor moesten inschrijven.

Bij het openen van de module staan er geroosterde afspraken klaar (koppeling met Untis), ad-hoc afspraken met anderen en die van mezelf. Door kleuren onderscheiden van elkaar, in een Outlook achtige interface. Dus ook onze plenaire “Experience” afspraak stond er netjes in. Inclusief aanwezigen en afgemelden. We hadden ook een ‘telaatkomer’, die alsnog op aanwezig werd gezet.

Enkele indrukken:

  • Bij alle deelnemers kan een waarneming geplaatst worden. Standaard kan deze op “Aanwezig” staan, maar behalve “Afwezig” zijn ook andere mogelijk, zoals “Uitgestuurd” etc. Bij inrichting van het systeem moeten deze soorten bepaald worden.
  • Alles is een “afspraak”: participanten die een activiteit uitvoeren op een bepaald tijdstip in een bepaalde ruimte. Onder afspraken vallen de geroosterde lessen èn alles wat je daarnaast zelf in de planning zet. Een participant kan zowelstudent als medewerker zijn.
  • Er werd een afspraak (voortgangsgesprek) gedemonstreerd door een mentor deze laten plannen. De deelnemer die ervoor werd uitgenodigd, ziet deze vervolgens in haar gmail.
  • Onze eigen ROC gebruikt GroupWise, voor mail èn agenda. Als de participatie module gebruikt zou worden, dan zou of het huidige agendasysteem gekoppeld moeten worden of we moeten daar mee stoppen.
  • Er is sprake van een “Self-Service-module”, voor accepteren afspraken en het inschrijven voor inloop-colleges of workshops etc. Een voorbeeld van niet-geroosterde afspraken, waarvoor ingeschreven moet worden op initiatief van de student zelf.
  • Waarnemingen kunnen automatisch tot maatregelen leiden. Dat hangt af van de keuzes van een instelling. De eenvoudigste maatregel is een signaal om bijvoorbeeld de mentor op de hoogte te brengen. Ingewikkelder kan ook: dat na een bepaalde hoeveelheid verzuim iemand een signaal krijgt voor begeleiding of aandacht. Deze persoon krijgt dat signaal dan weer op zijn dashboard.
  • Door de signalen kunnen er workflows gebouwd worden.
  • Wil de registratie niet een administratieve handeling worden, die er nog eens bij komt, dan is het van belang om de registratie heel toegankelijk te maken. In de praktijk worden “waarnemingen” zoals afwezigheid nog al eens op papier genoteerd. De echte registratie in het systeem vindt dan later plaats achter een pc. Dat leidt tot extra administratieve bewerkingen. Beter zou zijn om de registratie vast te leggen op de plaats waar de informatie ontstaat. Daar heb je dan wel overal pc’s. laptops of PDA’s nodig.
  • Er zijn alle rapporteringen mogelijk: o.a. weekoverzichten per individu, openstaande “rode” verzuim momenten waar nog een waardering voor moet komen (geoorloofd of ongeoorloofd), jaaroverzichten met “blokjes” die visueel duidelijk maken hoe iemands absentie is, qua patroon, afwezigheid per vak of onderwijsactiviteit etc.
  • Voor de telling van IIVO (In Instelling Verzorgt Onderwijs) zijn alle afspraken in beeld te brengen die daar onder vallen.
  • De module bevat een zogenaamde “kolommenkiezer” waarmee flexibel overzichten te maken zijn. Deze zijn te exporteren naar excel.
  • Het zorgvierkant van een individu, uit het DBS (DeelnemersBegeleidingSysteem), bevat een kwadrant “Gedrag”. Hier komen de presentie-resultaten. Signalen (Kees is 4x te laat!) vanuit de participatie-module worden dus beschouwd als onderdeel van de totale begeleiding.
  • Leerplicht: Het systeem toont bijvoorbeeld voor VO “Wie is er meer dan 12,5% afwezig gedurende de laatste 4 weken of 3 achtereenvolgende dagen gedurende de laatste 7 dagen, met leeftijd onder de 16?” Voor MBO is er iets soortgelijks.

(Disclaimer: deze blog is natuurlijk geen commerciële productdemonstratie, ik heb geen band verder met Educus, Topicus, Stoas of Eduarte 😉 )

De onderwijscalculator

Ik ben vandaag bij Aequor in Ede voor een Train-de-Trainer sessie van de onderwijscalculator, samen met o.a. Hans. Straks hier terug te vinden. Het doel is het instrument leren kennen, het model, het gebruik en implementatie. Het systeem is slechts de helft van het verhaal, manieren van inzet vergt zeker net zoveel aandacht. De training wordt gegeven door Artefaction. Tweets zijn hier terug te vinden.

Ons eigen doel als ROC Tilburg is het instrument inzetten bij het totstandkomen van de begroting, waarbij Team Activiteiten Plannen (TAP), doorgerekend worden als er met parameters gespeeld wordt. Daarnaast concreet praktische handreikingen om met teams aan de slag te gaan. Andere deelnemers vermelden ook dat allocatiemodellen veranderen n.a.v. CGO en daarbij zou de onderwijscalculator kunnen helpen.

Ontstaan Onderwijscalculator

Vanuit MBO2010 kwam als snel de prangende vraag: Is CGO wel te bekostigen? Zou er een kostenmodel voor te maken zijn? De eerste versie werd in excel ontwikkelt, later kwam de webversie. Het model is gebaseerd op Activity-Based-Costing. Activiteiten die dicht tegen het primaire proces aanliggen, zoals examinering, begeleiding, lesgeven etc. 

De vraag die het moet beantwoorden: Hoe zorgen we dat we CGO betaalbaar kunnen organiseren? Het is een intern sturingsinstrument, niet een middel om verantwoording af te leggen. Het levert wel transparantie en, mits goed toegepast, meerwaarde op. Als bijvoorbeeld medewerkers tot op de werkvloer meer kostenbewust worden.

Een kort overzicht heb ik al eens hier geschreven.

Inrichting

  • Het model moet ingericht worden met personeelssoorten, leerwegsoorten, activiteitsoorten, opleidingen, budgetten etc. Er is ruimte voor keuzes, wat je wel en niet doorrekent: bijvoorbeeld facilitaire diensten en overhead. Leidende vraag: Welke kosten van welke activiteiten wil je in beeld brengen? Er blijven altijd kosten buiten beeld. De kunst is om de inrichting van het model te laten aansluiten bij de instellingspecifieke manier van begroten en doorbelasten.
  • Verder kent het model maximaal 3 lagen: instelling, sector/afdeling/domein en team. Als een specifieke instelling 4 lagen heeft of anders noemt, moet dit vertaald worden. Meestal is 3 lagen voldoende. 
  • Ondersteunende diensten voor projecten of bijvoorbeeld “Dienst Onderwijs Innovatie” of  “Kwaliteitszorg”, kunnen apart benoemt worden met aparte activiteiten. Of juist wel met een verdeelsleutel gekoppelt worden aan de specifieke teams waar ze ondersteuning voor bieden. Alles hangt af van wat je wilt zien. 
  • De medewerkerssoorten kunnen een soort onderverdeling krijgen naar rol. Dus als een docent een begeleider, coach of tutor kan zijn, dan kan dit in principe ingericht worden. ook tariefdoorberekening kan hier in.
  • Keuzes van inrichting bepalen logischerwijs hoe getallen uit de rapportages geïnterpreteerd moeten worden. Wat iets wel of niet betekent hangt af van allerlei instellingspecifieke definities.
  • Afhankelijk van de totstandkoming van het budget zegt het totaal, dat het model oplevert, iets. Eigenlijk moet de manier waarop een instelling de budgetten berekent, dezelfde zijn als de manier waarop het model de kosten berekent. Als je de getallen zinvol wilt vergelijken. Dit is allemaal afhankelijk van je inrichting.
  • Kosten doorbelasten: Kosten van een deelnemer kunnen worden doorberekent. Dat hangt er van af of je bepaalde niet-primaire kosten wilt “verspreiden” over de teams en opleidingen. Dan moet het budget dat er tegenoverstaat hier ook weer rekening meehouden. Reken je wel door: dan zie je uiteindelijk wel wat dit alles per student kost. Een soort TCO van een student dus.

Gedurende de middag hebben we als groep een case uitgewerkt, door een lege calculator te gaan inrichten, keuzes te maken en zo het systeem te vullen. Dat ervaarde ik als erg concreet, praktisch en nuttig. Omdat het lijkt op wat we zelf gaan doen als we met teams aan de slag gaan. 

Er komt op 2 april weer een zelfde dag, voor een nieuwe groep ROC’s. Inschrijven kan hier. Voor ROC’s die er concreet mee willen werken. Orientatie verloopt op andere manieren.

WordPress als kunstgalerij

562 Yangtze

Deze post heeft een persoonlijk tintje en het is interessant voor iedereen die WordPress gebruikt voor wellicht meer dan bloggen alleen. WordPress is voor mij de hamer die elk probleem in een spijker verandert. Het voordeel van WordPress is het hele ecosysteem van plugins er om heen, die de functionaliteit naar behoefte laat aanpassen. Maar om bij het begin te beginnen:

Mijn vader heeft zijn hele leven geschilderd en ik had altijd het voornemen om dat eens ‘helemaal’ te digitaliseren en er een website van te bouwen. Ergens rond 1998, 1999 ontstond voor het eerst de mogelijkheid om foto’s te laten afdrukken en ze direct als jpeg op cdrom te ontvangen. Toen waren er nog geen CMS-en zoals nu. Dat betekende dat er per schilderij thumbnails gemaakt werden en statische html pagina’s etc. Leuk voor 10 schilderijen, maar het wordt al snel teveel werk. Later kwamen er tools om van een bak met foto’s in één keer de pagina’s te genereren, inclusief navigatie. Toen heb ik JAlbum gebruikt.

Ondertussen vonden we als broers en zussen (ik heb er 6) dat we een keer alle werken moesten digitaliseren. Zodat we een catalogus konden geven. Leek ons een leuk cadeau. Daar verslikten we ons in, gezien de hoeveelheid: we kwamen er toen pas achter dat vader 500 schilderijen en 70 tekeningen had gemaakt. In 3 dagen doorliepen we een aardige workflow: iemand pakt schilderij en zet het op de ezel, eentje meet de maten, een ander maakt een foto, een ander schrijft een catalogusnummer op de achterkant etc. Twee noteerden alles in excel. Later hebben we uit al die foto’s de schilderijen ‘gesneden’. Vervolgens kostte het 6 inkt-cartridges en 3 dagen om te printen. Denk nooit dat je het goedkoper kan dan de copy-shop 😉

Toen heeft het lang online gestaan met Jalbum. Maar ik wilde terug naar mijn hamer! Wat blijkt? Als je maar lang genoeg geduld hebt komt de gevraagde functionaliteit vanzelf! Opzich is een kunstgalerij geen blog. Als mijn vader nog zou herinneren wanneer elk werk gemaakt is dan zou per schilderij de publicatiedatum aangepast kunnen worden. Dan zou je zijn werken in de stroom des tijds zien. Ik heb het echter als volgt gedaan:

  • Met IrfanView heb ik alle 560 werken in een keer dezelfde breedte gegeven.
  • Op kunst.jacquesdebruijn.nl heb ik WordPress geïnstalleerd.
  • Als plugin heb ik PhotoQ geïnstalleerd. Deze maakt van je blog een fotoblog (1 foto is 1 post). Met deze plugin kun je meerdere afbeeldingen in 1 keer uploaden en er posts van maken. Na een kwartier stampen had ik 560 blogposts.
  • Ik heb als theme ‘plaintxt‘ geïnstalleerd. Is nota bene voor kale tekst bedoelt, terwijl er geen letter in de postings staat. Maar een relatief kaal thema laat de werken beter tot zijn recht komen.
  • Omdat de datums onbekend zijn heb ik uit het thema, de datumvermeldingen gesloopt.
  • Het enige waar nog relatief veel werk in te doen is, is het juist categoriseren/taggen van alle werken. Gelukkig kan sinds versie 2.7 WordPress ook meerdere postings tegelijk editen.

Mijn vader vond ook dat het fysieke werk zelf het kunstwerk is. De afbeeldingen ervan zijn hoogstens ter promotie. Deze zijn dan ook vrijgegeven onder een CC–By-No-SA licentie.

Maar wat doen we nu met Hyves?

  • hyvesbanner

Ik pretendeer het antwoord hierop zeker niet te hebben! Ik vindt het wel goed als meer mensen er constructief over meedenken. Daarom één perspectiefje van mijn kant. Alle beetjes helpen, toch?

Ik vroeg me af: waarom is Hyves eigenlijk fout? Behalve personen die alle sociale netwerken principieel fout vinden, denk ik niet dat iemand Hyves opzich fout vindt. Waarom vinden veel mensen het dan wel in de context van een computerlokaal tijdens de les fout? Omdat zij van mening zijn dat het de productiviteit van de deelnemer (niet zozeer de creativiteit 😉 ) omlaag brengt. In dit geval de productiviteit in de zin van “Hoeveel heb je geleerd vandaag?” Nu is dat moeilijk kwantificeerbaar, maar een leerling zelf weet ook wel het antwoord op die vraag.

Tijd die je hebt met een docent of begeleider is relatief kostbaar, tijd die je doorbrengt in een gefaciliteerde setting met pc’s is relatief kostbaar. Dat is tijd waarin gefocust zou moeten worden op activiteiten die onder “In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs” vallen. Zolang Hyves niet als “ELO” of samenwerkingsomgeving voor leeractiviteiten wordt gebruikt,valt het niet onder IIVO. 

Als je deze problemen in gedrag wil oplossen in plaats van in techniek (filtering en blokkeren), dan zou het gedrag ook het aanknopingspunt moeten zijn om te beginnen. Dit kan door bewustwording, evaluatie en reflectie. Nu weet ik wel dat elke komma gereflecteerd moet worden, maar “leerproductiviteit” zou onderdeel kunnen zijn van het begeleidingscurriculum. Het verband tussen “leerproductiviteit” en het gebruik van moderne sociale media, zou onderdeel kunnen zijn van het curriculum “Mediawijsheid“.

Als een bepaalde leeractiviteit met de student geëvalueerd wordt, dan zou deze “leerproductiviteit” ook bij de procesevaluatie meegenomen moeten worden. Omdat ik de wijsheid ook niet in pacht heb, wil ik verwijzen naar een mooi voorbeeld van Martijn Wijngaards

Vragen die verder nog in me opkwamen zijn:

  • Brengt het multitaskende karakter van de jeugd de leerproductiviteit inderdaad echt omlaag?
  • Als een leerling 24/7 online is, kan hij dan ook niet 24/7 leren? 
  • Welke vragen stel je om leerproductiviteit te reflecteren tijden de dialoog met de student?

Anyway: het antwoord op Willem zijn vraag, zal niet uit één manier van aanpak bestaan. Er zijn zeker nog andere invoelshoeken te bedenken.

Strategisch assortimentsbeleid

Ik kreeg een reactie van Tom Schelleken (IDCollege) op mijn bericht over de Long Tail in onderwijs. Hij vertelde dat ze soortgelijke cijfers van hun eigen instelling willen gaan gebruiken als input voor het bepalen van hun “strategisch assortimentsbeleid”.

Nu ben ik altijd gek op nieuwe termen of definities, dus deze stuiterde ook een beetje van links naar rechts door mijn hoofd. Ik heb er ook even over gegoogled. Als je dan je eigen tweet over deze term gelijk als tweede treffer aantreft, dan weet je dat het niet veel voorkomt, ook niet in andere branches. Terwijl het eigenlijk meer een retail term is. Toch vindt ik dat we zo’n beleid moeten hebben. Waarom?

Omdat een ‘Strategisch Assortimentsbeleid’ je laat nadenken over vragen als:

  • Wat doen we met opleidingen met relatief weinig deelnemers?
  • Bieden we een breed assortiment van opleidingen aan, of gaan we voor een paar toppers?
  • Bieden we alleen een basisassortiment aan of gaan we ook voor “impuls-aankopen”? (zijn er die en moet je die willen in onderwijs? Ook in opleidingen heb je rages…)
  • Welke rol speelt onze maatschappelijke verantwoordelijkheid?
  • In welke mate kiezen we bewust voor opleidingen die relatief veel kosten, wellicht als het rendement hiervan hoger is?
  • Hoe staat de consument centraal? Wat doe je als deelnemers opleidingen willen die buiten je basisassortiment vallen?

Daarnaast denk ik dat strategisch assortimentsbeleid als input kan dienen voor de Use Case strategische planning in onderstaande bollenplaat van TripleA:

ol

VSV – De pegels

N.a.v. mijn eigen vragen over de norm en de berekening VSV, ben ik het gaan doorrekenen voor de MBO scholen zoals deze staan vermeld in de zogenaamde bijlage3B. Veel rekensommetjes, maar ik hoop dat het te volgen is.

Als voorbeeld ROC Tilburg:

  • Peiljaar 0506 hadden we 6678 deelnemers en 928 VSV-ers. Dat is 13,9%
  • Het schooljaar 0708 hadden we 6898 deelnemers en 887 VSV-ers. Dat is 12,9%
  • De afname is dan volgens CFI 928 – 887 = 41.
  • Deze reductie vertegenwoordigt een waarde van €82.000

Echter, in ons geval, was de kleinere VSV voortgekomen uit een  grotere populatie deelnemers! 

Bij gelijkblijvende VSV van 13,9% zouden we, als we even goed presteerden, er dus 13,9% x 6898 = 959 mogen hebben. Oftwel: als je het even goed doet, mag bij een toename in studenten, je meer absolute VSV hebben.

Dan is naar mijn mening de reductie: 959 – 887 = 72

Deze reductie vertegenwoordigt een waarde van €143.644 Het verschil met €82.000 is dan €61.644.

Dat zou voldoende zijn om fulltime iemand aan te nemen die alleen maar deelnemers achterna rent om uitval te behoeden!

Ik heb dezelfde berekening gedaan voor alle ROC’s uit bijlage3b. Kom je tot interessante bedragen teveel of te weinig uitgekeerde beloning! Per saldo over alle MBO’s heen valt het wel mee, slechts €1.509.844 Echter voor grotere instellingen kunnen de bedragen aardig oplopen…

Nogmaals, als ik iets verkeerd bereken, dan hoor ik het graag.