Groeiland op #mbocity

Frank Kalshoven doet de laatste sessie op MBO City, met als thema ‘Groeiland‘. Ik heb hem al eens eerder gehoord op saMBO-ICT. Hij opent met een stukje economie, sinds 1950:

  • Onze arbeidsproductiviteit is per uur ongeveer 4,5x zoveel, vergeleken met 1950. Niet omdat we meer uren werken dus. In totaal werken we 12 miljard gewerkte/betaalde uren per jaar, in Nederland.
  • Die arbeidsproductiviteit is vooral toegenomen door meer en hoger onderwijs voor iedereen. De groei van het percentage van de beroepsbevolking dat HBO/WO heeft gedaan tussen 1950 en nu, kunnen we niet nog een keer doen. (Dan zou 80% HBO/WO gedaan moeten hebben.)
  • Industrie en landbouw nam 40% van de banen voor haar rekening, dat is natuurlijk nu stukken minder.

Hoe staat het nu met Nederland? De arbeidsproductiviteit per uur neemt niet meer toe. Groei is dan alleen mogelijk door meer te werken. (Domweg meer werk dus in plaats van slimmer werken.)

Welke toekomst kunnen we kiezen? Dat kan langs de volgende assen:

  • Meer uren werken of minder uren werken.
  • Meer investeren in kapitaal of minder.

Als je dat in kwadranten verdeelt. Krijg je 4 scenario’s:

  • Krimpland (minder werk en investeren)
  • Werkland (meer werk en minder investeren)
  • Innovatieland (minder werk en meer investeren)
  • Groeiland (meer werk en investeren)

groeiland

Om Groeiland te worden, stelt Frank een ander model voor van het verloop van het mensenleven. Die start met een kortere periode naar school en een langere periode waarin werken, leren en rusten afgewisseld worden.

Wat zou dit voor MBO betekenen?

  • Niveau 3 is de facto de nieuwe startkwalificatie.
  • Meer leerlingen moeten soepeler doorstromen naar het HBO en daar ook slagen.
  • Oud-leerlingen worden alumni, die periodiek ‘terugkomen’ voor nascholing.
  • MBO moet uitblinken in post-initieel onderwijs.
  • Hogere eisen aan opleiding en student, betekenen ook: hogere eisen aan de staf en bedrijfsvoering.

Ik vind Frank een prettige spreker die onderbouwing voor zijn betoog meeneemt. Los daarvan vraag ik me af of iemand serieus heeft bekeken of er een krimpland mogelijk is waar je toch collectief gelukkig blijft.

Inzicht in Toezicht op #mbocity

In de vierde ronde van MBO City vertelt Monique Vogelzang over “Inzicht in Toezicht”. Het thema duidt op de relatie tussen toezicht op de kwaliteit en de verbeterkracht van onderwijsteams. Als hoofdinspecteur heeft ze er wel wat over te zeggen lijkt me.

Monique opent met de volgende punten:

  • Moeilijke opgave: het MBO staat voor complexe maatschappelijke taak (voorzien in opleidingen voor een veranderende arbeidsmarkt). Enerzijds willen bedrijven maatwerk en anderzijds moet alles efficiënter.
  • Kritische zelfonderzoek: het MBO heeft een slecht imago, de kwaliteit van de examens zijn soms laag, zwakke opleidingen etc.

Daarna geeft ze haar lezing een aardige wending. Ook de inspectie heeft een imago-probleem, scholen vragen om maatwerk en geen keurslijf. Ook vanuit de inspectie is men bereid te ontwikkelen. Ze is zich er van bewust dat de inspectie wel degelijk ook aan zelfonderzoek moet doen. Scholen meer stimuleren dan corrigeren. Niet alleen aangeven wat beter moet, maar ook wat beter kan. De taak van scholen niet zwaarder maken maar lichter. Ze zijn meesters in het kijken naar ‘wat niet goed gaat’, dat moet anders.

Daarvoor vraagt ze om doelgerichte samenwerking, o.a. met onderwijsteams. Om meer ruimte te geven worden er ook zaken uit het toezichtkader gehaald (bijvoorbeeld de indicatoren).

Als ik haar redenatie een beetje volg dan vermoed ik dat de afwezigheid van zowel veranderkracht als de bereidheid tot verbeteren erger is dan een specifiek punt waarop je onvoldoende scoort.

Ruim baan voor vakmanschap op #mbocity

Bas Derksen van het Ministerie van OCW gaat tijdens MBO City in op de laatste beleidsbrief “Ruim baan voor Vakmanschap”. De redenen van deze brief zijn:

  • Sommige onderdelen van FoV behoeven nog uitwerking (de basis op orde, de lat omhoog).
  • De arbeidsmarkt verandert snel. Hiervoor komt een investeringsfonds t.b.v. nauwe samenwerking in de regio. Daarnaast meer experimentele ruimte voor innovatieve opleidingen en de gecombineerde leerweg BOL/BBL en meer ruimte voor een modulair aanbod MBO.
  • Er is weinig aandacht voor excellentie binnen MBO. Daarom komt er structureel 25 miljoen beschikbaar voor excellentieprogramma’s.

Om de ‘lat omhoog te brengen’ worden de volgende maatregelen getroffen:

  • Professionalisering: er komt extra budget dat aangewend wordt voor betere docenten, instructeurs en midden-management. Dit komt terug in de zogenaamde ‘kwaliteitsafspraken’. Verder wordt het ‘lerarenregister’ verplicht vanaf 2017 en het onderwijskundig leiderschap wordt wettelijk verankert.
  • Kwaliteit examens MBO: soms zijn de examens zelf, soms het proces er omheen, onvoldoende. Daarom komt er per 1 augustus 2016 de verplichting gebruik te maken van gestandaardiseerde examens of ze moeten extern gevalideerd worden.
  • Onderwijskundig leiderschap: In de wet komt een nieuw bestuursmodel, de “gemeenschap van mbo-colleges”. Hierin kunnen meerdere MBO’s op een onderdeel samenwerken en een gezamenlijk college aanbieden met een eigen directeur als onderwijskundig leider.

Vanuit de zaal kwam de vraag of je wel als een ‘dolle achter de arbeidsmarkt aan moet hollen.’ Bas geeft aan dat er acht jaar ligt tussen een nieuwe behoefte op de arbeidsmarkt, de articulate ervan en de realisatie van een concrete opleiding hiervoor. Dat is een beetje een ervaringsgegeven. Niet zo LEAN dacht ik zelf. Maar dat maakt macrodoelmatigheid verhogen erg moeilijk. Tegen de tijd dat iets georganiseerd wordt is soms de behoefte al weer weg. Lijkt me dat de voorspelbaarheid van de arbeidsmarkt laag is. Veel te grillig. Klinkt als een structurele mismatch tussen beroepen aan de ene kant en er voor opleiden aan de andere kant.

In gesprek met de minister #mbocity

Net als voorgaande twee jaren ben ik vandaag bij MBO City in Cinemec Ede. Jet Bussemaker is er ook, net als vorig jaar. Deze keer gaat het vooral over de resultaten van het OESO onderzoek. Over de rol en positie van de onderwijsprofessional in het MBO van nu en in de toekomst. Het rapport zelf is hier terug te vinden.

Ineke Litjens van de OECD presenteert de resultaten van dit “Skills beyond School” onderzoek.

Sterke punten MBO:

  • Sterk en goed gefinancieerd.
  • Werkplekleren en relatief goede arbeids-resultaten. Door relatief lage jeugdwerkeloosheid t.o.v. andere landen.
  • Betrokkenheid sociale en private partners.
  • Associate Degree vult een gat in het aanbod van beroepsgerichte opleidingen.

Punten voor verbetering:

  • De vruchten plukken van werkplekleren.
  • Aantrekken van MBO personeel en bijschaven van kennis. Door de snelle technologische veranderingen lopen docenten achter in waar de arbeidsmarkt om vraagt. Ik denk dat we opleiden voor verouderde technologie dus.
  • MBO niveau 1 problematiek. Daarnaast is de verhouding student/docent erg hoog. Het aantal docenten neemt af (veel pensionado’s) terwijl het aantal studenten toegenomen is.
  • Volwassenonderwijs en alternatieve levering van opleiding en cursussen.
  • Mogelijkheden voor hogere beroeps-kwalificaties.

Erna sluiten Jan Zijlstra (MBO Raad), Marc van der Meer en Jet Bussemaker aan voor een discussie. Deze ging zoals een echte discussie betaamd alle kanten op en was iets moeilijker te bloggen. ;)

De Projectsaboteur

Dion Kotteman, CIO van het Rijk, sluit de KWD Vakdag af met de keynote “Projectgedrag en Politiek Spel”. Hij is bekend van het boekje de ‘Projectsaboteur‘. Sabotage van een project lijkt op weerstand tegen verandering, maar is het niet. Het gebeurt bewust en gemotiveerd, er is actie voor nodig. Dion laat ons de wereld van de saboteur zien.

Wie zouden projectsaboteur kunnen zijn?

  • De opdrachtgever. Dat lijkt onwaarschijnlijk, maar die kan er belang bij hebben als een project geen resultaat heeft. Bijvoorbeeld in gevallen waar hoger management iets opdraagt, aan een opdrachtgever die iets eigenlijk niet wil. Het tijdstip van sabotage is bij de start, bij de begroting en selectie van de projectmanager.
  • De projectmanager. Door het falen te verbloemen in voortgangsrapportages, door vage plannen of door de projectmethodiek verkeerd aan te wenden.
  • De Gebruiker. Door de hele tijd nieuwe ‘problemen’ te ontdekken.
  • De Specialisten.

Bij hen allen komen dezelfde motieven terug:

  • Lijfsbehoud
  • Werkgelegenheid
  • Behoud van status
  • Positieverbetering

Is er als organisatie iets te doen aan zo’n projectsaboteur? Klokkenluiders worden namelijk meestal niet gewaardeerd. Tips van Dion:

  • Vraag je af welke belangen in het geding zijn of wie er profiteert van de besparingen?
  • Controleer of de echte argumenten boven water komen.
  • Inventariseer de spelers en hun belangen met een stakeholder- en benefitanalyse.
  • Integreer de menselijke factor: monitor structureel tijdens het project hoe iedereen ‘er in staat’.
  • Wees niet naïef … en niet achterdochtig.

Qua doorlooptijd: plan niet in detail projecten van 2 of 3 jaar! Plan de eerste fase gedetailleerd en de volgende slechts op hoofdlijnen.

Projectleider: Dictator of Democraat?

De tweede sessie op de KWD Vakdag is van Gyuri Vergouw. Hij opent met Cobb’s paradoxWe weten waarom projecten mislukken, hoe we dat moeten voorkomen en toch mislukken ze telkens weer.” Aansluitend bij het thema komt het voorbeeld van J.F. Kennedy voorbij. Hij toonde in zijn speech in 1961 (het startschot voor de eerste bemande maanreis) zowel eigenschappen van een democraat als van een dictator. De volgende kenmerken zaten in zijn speech:

  • Het bevat een vastgelegde belofte.
  • Moment A en moment B: een duidelijk begin en eind.
  • Het beschrijft concreet gedrag.
  • Het vraagt betrokkenheid bij eindresultaten van iedereen.
  • Vrijwillig, niet vrijblijvend

Daarna haalt Gyuri een ‘gouden formule’ van verandermanagement aan:

CVT = M x ED x ES x O x (VxT)

Waarbij CVT staat voor “Commitment voor Transitie”. Deze is opgebouwd uit:

  • M = missie en visie
  • O = onvrede met de huidige situatie
  • ED = externe druk
  • ES = eerste (succesvolle) stappen
  • (V*T) = de in de organisatie aanwezige persoonlijke vaardigheden en talenten

Vervolgens legt hij het verband tussen projectleiders, leiderschapsstijlen en situationeel leiderschap. Wat ik uit zijn sessie meeneem zijn aanknopingspunten om kritisch de selectie van een projectleider te doen. Vooral omdat bepaalde vormen van leiderschap beter passen bij bepaalde vormen van veranderingen.

De Projectrechter door Hans Mulder op KWD Vakdag

De eerste sessie op de KWD Vakdag is van Hans Mulder. Sommige kennen hem van de ICT Hoorzittingen omtrent mislukte IT projecten bij de overheid. Zijn eerste vraag aan het publiek is: “Hoe komen projecten nu in de problemen?”. Voorbeelden die voorbijkomen:

  • Geen valide of reële business case.
  • Grote omvang en hoge complexiteit.
  • Onuitgesproken verwachtingen.
  • Het ontbreken van eigenaarschap.
  • De scope is te groot.
  • Onduidelijke requirements.

Vervolgens toont Hans onderzoeksresultaten o.a. uit het boek van Jim JohnsonMy Life is Failure“. Kort samengevat: hoe groter het projectbudget, hoe groter de kans op falen of ronduit mislukken.

Hoe kom je hier nu uit? Was de volgende vraag. Dus niet zozeer preventief, maar als het je “overkomt”.

Het antwoord uit het publiek was vrijwel eensluidend: stoppen! Opdracht teruggeven, opdelen, herbepaling doelstellingen, pas op de plaats, etc. Lijkt me een open deur, maar hoe vaak lopen projecten onnodig lang door omdat collectieve mislukking toegeven moeilijk is? Of omdat de investeringen al groot waren en die dus verspild zijn?

Vervolgens kwamen er een paar ingangen voorbij om te kijken of iets succesvol is. Is het project succesvol als …

  • het geen begroting overschrijdt? (On Budget)
  • de planning niet overschrijdt? (On Time)
  • alle resultaten behaald zijn? (Requirements)
  • alle doelen behaald zijn? (Goals)
  • iedereen tevreden is? (Satisfaction)
  • als het waardevol was? (Value)

Waarschijnlijk moet je jezelf al deze vragen stellen, zowel van te voren, tijdens als na een project. Wat ik zelf ook nog meeneem uit de sessie is het onderzoek door de Standish Group in hun zogenaamde “Chaos Reports”, jaarlijks onderzoek naar projecten (2013 hier).

Gedifferentieerd applicatielandschap en informatiemanagement

Op de 30ste saMBO-ICT Conferentie vertellen Peter Cornet en Henri Roosdorp van ROC Mondriaan over hun applicatielandschap. Henri praat in het begin vooral over de ondersteuning van digitaal leren. Daar hebben ze verschillende werkvormen voor:

  • Kenniscafé en Just in Time: als iemand met een vraag zit dan kan hij altijd iemand bellen die desnoods langskomt.
  • Coaching en opleiding tot coaching
  • Themagroepen: kleine groepen van 4 tot 6 personen die zich op één thema verder willen bekwamen onder begeleiding.
  • Instructieworkshops

De begeleiding van digitaal leren lijkt redelijk kostbaar zo, maar Henri verwacht dat het rendement hoger is. Je spreekt mensen aan op hun eigen enthousiasme en motivatie. Vaak werkt dat beter dan verplichte cursus.

Wat ik sterk aan het verhaal vond is hoe ze hun visualisatie van het applicatielandschap gebruiken om ondersteuning in te richten en keuzes in ontwikkeling te maken. De presentatie zelf volgt binnenkort.

Verbetersleutels voor informatiemanagement #samboict

Henk Kuiper en Theo van Osse vertellen op de 30ste saMBO-ICT Conferentie over informatiemanagement op het Friesland College. Henk vertelt over een aantal veranderingen bij hun organisatie (“centraal, decentraal waar kan” en “organiseren aan de voorkant i.p.v. repareren aan de achterkant”). De verbetersleutels zoals hij die ziet op een rij:

  • Eigenaarschap van proces en informatie: Gebruik procesplaten en leg de verantwoordelijkheid vast. Orden de informatievoorziening vervolgens op bijvoorbeeld type rapportage of volgens de jaarkalender.
  • Systemen stroomlijnen: haal dubbelingen uit overlegstructuren en overlap uit systemen.
  • Rapportages verbeteren: kijk naar noodzaak en gebruik van alle rapportages. Stem je rapportages af op wat je planning is, zodat ze de voortgang rapporteren.

Vervolgens pleit Henk voor zogenaamde ‘teamsites': het geheel van informatie waarmee een team adequaat kan opereren waarbij ze interactief met informatie kunnen werken. De uitdaging zit er in om hiervoor wel een uniforme omgeving te creëren. Technisch bouwen ze het met Macaw. Alles bij elkaar een herkenbaar verhaal.

Keynote #saMBOICT door Paul Rullmann

Het MBO is aangesloten bij SURF. Mijn eigen onderwijsinstelling maakte al langer gebruik van diensten van Surf, maar nu zijn we als branche aangesloten bij de stichting zelf. Een goed initiatief waar ik erg blij mee ben. Gezien de expertise bundeling, innovaties en betrouwbare dienstverlening voor onderwijs en onderzoek. Aangesloten zijn 14 universiteiten, 42 hogescholen en nu ook het MBO. Als gezamenlijke inkoopcombinatie maak je je ook sterk ten opzichte van leveranciers. Als eindgebruiker merk je het bijvoorbeeld door overal te kunnen internetten met Eduroam.

Paul gaf vooral een overzicht van de diensten van Surf, hun missie en visie en wat de toegevoegde waarde voor onderwijs en onderzoek is. Daarbij stelt Surf zich op als “Hoeder van de Nederlandse e-infrastructuur”. De voordelen voor MBO op een rij:

  • Vergroten van de inkoopkracht
  • Inbesteden i.p.v. aanbesteden
  • Profiteren van kennis en ontwikkelkracht

De samenwerking is volgens Paul ook voordelig voor de HO/WO sector. “Het MBO is nu eenmaal daadkrachtiger, een academicus doet alles bedachtzamer en dus traag.” ;)