Presentator en Presentatie tegelijk in beeld

Ik kom naast het live-bloggen van conferenties nauwelijks meer aan ‘gewoon’ bloggen toe, maar wilde in ieder geval deze makkelijke ‘do-it-yourself’ manier om tegelijk met je presentatie in beeld te zijn, delen.

Ik zocht al een tijd naar een mogelijkheid om tegelijk met PowerPoint in beeld te zijn, tijdens het geven van een online presentatie in Microsoft Teams. Op hoofdlijnen zijn er 2 manieren en heb ze beide geprobeerd:

  • De presentatie tonen in je webcam met OBS Studio.
  • Je webcam tonen in je presentatie met VLC.

Samengevat:

De eerste is uitgebreider en is technisch iets moeilijker onder de knie te krijgen maar kan dus veel meer. Nadeel is alleen dat Microsoft Teams soms zijkanten van je webcam “wegsnijdt”, als het ziet waar de presentator is. Dan kan het zijn dat er tekst wegvalt van de dia in beeld. Vooral als je niet de enige bent met video, dan wordt je zelf in ‘portret-stand’ getoond, dus rechtop in plaats van in de breedte. Als iedereen aanklikt dat je als presentator de ‘focus’ krijgt is dat opgelost, maar vergt een handeling bij elke deelnemer.

De tweede manier is laagdrempeliger maar ziet er iets minder professioneel uit. Waar ik dus toch voor koos omdat er minder mis kan gaan. Ook belangrijk als er 50 mensen voor je online neus zitten.

Ik vindt OBS verder wel hele gave software om beeldinvoer van webcam, applicaties en tekst etc. te mixen tot één stream. In Microsoft Teams is deze te kiezen als “Virtuele Webcam”.

Webcam tonen in je presentatie

De volgende stappen zijn nodig om jezelf met VLC en de presentatie tegelijk in beeld te zetten. Hieronder worden ze verder uitgewerkt.

  1. Reserveer op elke dia ruimte waar je in beeld komt. Deze laat je leeg.
  2. Kies in VLC voor het openen van een apparaat en kies dan je webcam.
  3. Stel VLC in met de ‘minimale stand’ zodat je niet onnodig knoppen in beeld hebt,
  4. Stel VLC weergave in met de optie “Altijd boven”, zodat het vóór je dia staat.
  5. Voor de pro’s: start VLC op met de optie “zonder randen”.

1 Reserveer op elke dia ruimte waar je in beeld komt.

  • Bedenk waar je idealiter in beeld wilt komen en hoe groot. Zelf koos ik voor rechts onderin met een hoogte van ongeveer de helft van de dia.
  • Maak op elke dia in PowerPoint een hulpkader aan, indien gewenst. Zodat je tijdens het schrijven aan je presentatie geen overlap krijgt met dat deel van je scherm waar later je webcam getoond wordt. Laat een klein beetje witruimte langs de randen. Hieronder te zien met een rode rechthoek.
  • Eenmaal klaar met de voorbereiding kun je deze hulpkaders weer weghalen.

Pro-tip:

Zoek op wat de beeldverhouding van je webcam is. Is deze bijvoorbeeld 4 bij 3 dan kun je het kader dezelfde verhouding meegeven met bijv de maten 12 x 9 cm.

2 Je webcam openen in VLC

Vooraf: Bekijk of VLC op je laptop staat en start deze op. Ander is het hier te downloaden.

  1. Klik in het menu op “Media”
  2. Klik op het menu-item “Opnameapparaat openen”
  3. Kies in het uitklapmenu Video-apparaatnaam voor je webcam.
  4. Kies in het uitklapmenu Audio-apparaatnaam voor “Geen”. Anders gaat je microfoon invoer (je spraak) dus niet alleen naar Microsoft Teams maar ook weer naar je eigen boxen. In het minst slechte geval levert dit galm op omdat je microfoon dit voor de 2de keer oppakt. In het slechtste geval stoort het je normale audio.
  5. Klik op Afspelen.

3 VLC Minimaal

Omdat allerlei bedieningsknoppen onnodig afleiden gaan we ze uitzetten.

  1. Klik met de rechtermuisknop ergens in beeld.
  2. Klik op het menu-item “Weergave”.
  3. Klik op het menu-item “Minimale interface”.

4 VLC Always on top

Omdat het actieve venster doorgaans vóór andere applicatievensters staat, verdwijnt VLC achter de presentatie zodra je die zou starten. Dit voorkomen we zo:

  1. Klik met de rechtermuisknop ergens in beeld net als in de vorige stap.
  2. Klik op het menu-item “Weergave”.
  3. Klik op het menu-item “Altijd Boven”.

Testen Testen Testen Testen Testen Testen

  • Schuif VLC op de juiste positie.
  • Start je presentatie
  • Klik weer ergens in je presentatie om deze te testen.
  • Test!

VLC Applicatievenster aanpassen aan beeldverhouding webcam

Probeer een beetje met de lengte en breedte van het VLC venster te spelen net zolang totdat de grootte naar tevredenheid is, maar er geen onnodige zwarte balken boven/onder of links/rechts in beeld staan.

Hieronder dus hoe het niet moet.

Zo dus!

Pro-tip:

Probeer de webcam op ongeveer een meter afstand te neer te zetten en ga staan tijdens je presentatie. Met gebaren in beeld is je presentatie nu eenmaal levendiger en kun je punten beter benadrukken.

Mits je beweegt natuurlijk. 😉

Stap 5 (VLC zonder randen kom ik apart op terug).

burchtmetafoor

Burcht, Stad en Platteland – Handige metafoor voor je applicatielandschap

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie

In de eerste workshopronde sluit ik aan bij Elmar Zwankhuizen, Annet Smith en Martijn Bijleveld. Ze nemen ons mee in hun ervaringen en schetsten op hoofdlijnen het model:

  • De Burcht met daarbinnen technische basisvoorzieningen: Hierin zitten je belangrijkste kernsystemen. Het gebruik is verplicht, ze ondersteunen de formele processen, zijn sterk gestandaardiseerd, centraal beheerd en bekostigd.
  • De Stad: Hier is meer keuzevrijheid, maar worden ook centraal beheerd en gestandaardiseerd.
  • Het Platteland: Het vrije deel waarin allerlei onderwijsapps worden gebruikt maar waar minder regie op zit. De uitdaging van deze categorie is het voldoen aan wetgeving en integratie of koppelingseisen. Echt afdwingen kun je dat niet, wel stimuleren en professionaliseren.

Om deze metafoor praktisch te maken hebben Elmar en Anneth inspiratie opgedaan bij de Universiteit van Maastricht en hun ToolWheel.

Annet ligt toe hoe ze dat doen:

  • Per categorie van het model definieert men of er licenties zijn en waar deze liggen, het eigenaarschap, welke vorm van beheer en support er is.
  • De tools (de applicaties) worden geplaatst in de categorieën.
  • Ze hebben een procedure voor het aanvragen van tools: met afhandeling van verzoeken, onderzoek en toetsing (IBP), vastleggen van de motivatie en terugkoppeling.

Annet maakt een pleidooi voor landelijke samenwerking anders zit iedereen ‘het wiel uit te vinden’. Martijn volgt hierover en vertelt over hoe er aan wordt samengewerkt in het landelijk netwerk i-coaches.

Tot nu toe is het landelijke MBO Toolwheel in een conceptueel stadium. Doel is in ieder geval alle instellingen te helpen snel te besluiten over applicaties. Waarbij ze niet alles opnieuw hoeven uit te zoeken en deelsets kunnen maken voor ieders eigen applicatielandschap.

Ik ben erg blij met het initiatief, aangezien het aantal applicaties nog steeds toeneemt en de toetsing en analyse ervoor tijdrovend is. Terwijl goede overeenkomsten afsluiten en integratie en koppelingen regelen al genoeg tijd kost.

Professor Jeroen van den Hoven

Jeroen van den Hoven – Verantwoord Digitaal Innoveren

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie. Op de tweede dag opent Jeroen van den Hoven met de keynote. Hij is hoogleraar Ethiek en Techniek aan de Universiteit Delft. Ik ben overigens blij dat we voor onze conferenties steeds vaker wegblijven van trendwatch-first, hype-only keynotes. In evaluaties kwam de behoefte aan aandacht voor “ethiek in combinatie met technologie” ook steeds terug.

Voor veel mensen is ethiek “iets dat ver weg staat” dus maakt Jeroen het concreet. In de maatschappij zien we veel ongenoegen over ‘het verbroken sociaal contract’ en kansongelijkheid. Los van de problemen-optelsom van klimaat, economie en BigTech. De belemmering in keuzevrijheid door technologie-monopolisten is ontzettend actueel. Hij tipt het boek: Evil Online (Engels).

Internet zorgt voor extra verwarring, omdat elk fenomeen wordt verdubbelt in definities: door voorvoegsels zoals cyber-, net-, e-, artificial-, online-, digital- etc. Daarmee komen we in een “conceptueel vacuüm” terecht, omdat we niet goed weten waar we het over hebben. Dat leidt tot een vacuüm in beleid, want wat spreek je af over wat je niet begrijpt? Vervolgens leidt het tot slecht werkende systemen. Als voorbeeld haalt hij de vraag aan of het juist is dat ouders door notificaties uit Leerlingvolgsystemen, eerder dan hun kind de cijfers weten.

Uiteindelijk voert alles terug op de vraag “Hoe ziet een goede digitale samenleving er uit?” en “Wat is onze visie op deze nieuwe technologie?”. Kijken we klakkeloos naar China of ontwikkelen we dit zelf? Hij schetst 2 aanpakken:

  • Ontwerpen voor Waarden of waardegevoelig ontwerpen: Dit gaat er vanuit dat in een vroeg stadium van productontwerp nagedacht wordt hoe het bijdraagt of juist afbreuk doet aan wat we echt belangrijk vinden. Meer over Value Sensitive Design is hier te vinden.
  • Verantwoord Innoveren: je maakt je waarden expliciet, vertaalt deze door naar eisen en je zoekt naar middelen om zoveel mogelijk van deze waarden te realiseren.

Jeroen legt ook uit hoe de waardenhiërarchie werkt. Vorig jaar heeft Kennisnet hier toevallig over gepubliceerd in het Rapport Waarden wegen (kennisnet.nl). Zelf kwam ik er in aanraking mee bij het thema “Eigen Dossier”, binnen het MBO brede programma “Doorpakken op Digitalisering”. Aanrader.

Het vertrekt vanuit waarden, daarna formuleer je normen die op hun beurt weer leiden tot ontwerp-principes en eisen. Dit stuurt dus sterk de inhoud van een technisch/functioneel ontwerp aan, in een Programma van Eisen voor aanbestedingen. Ethische eisen zelf zijn non-functional requirements. De praktische uitwerkingen ervan lijken mij wel degelijk functionele eisen.

Het helpt ook bij “morele overbelasting” door afwegingen helder te maken. Je kunt nu eenmaal niet altijd aan alle waarden voldoen die je bedenkt. Bijvoorbeeld: Veilig & Efficiënt. Zelf ervaar ik aan de lopende band trilemma’s. Zijn aanmoediging:

Werk systematisch, transparant, voortdurend en in overleg met belanghebbenden aan de realisatie van onze waarden. Als we dit niet zelf doen, doen bedrijven het wel maar dan gedreven vanuit winstverwachting.”

Jeroen spreekt rustig en met veel inhoud. Hij weet zijn punt helder te illustreren. Daarnaast vermijdt hij het om over normen en waarden te praten vanuit een morele hoogvlakte, dus zonder wijzend vingertje. Zijn slotzin:

“Als je door vandaag te innoveren morgen aan meer van je verplichtingen (aan leerlingen, aan toekomstige generaties. leerkrachten, ouders en de samenleving als geheel) kunt voldoen, heb je de plicht om vandaag te innoveren.”

Eigen Dossier: Hoe ziet het er uit en hoe gebruik je het als lerende?

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie. Voor de 3e workshopronde zit ik bij de presentatie van Peter van Deukeren. Voor mij aanvoerder van het team waar ik in meewerk aan Eigen Dossier.

De achtergrond is dat het aansluit bij ideeën om de deelnemer te voorzien van alle informatie die hij nodig heeft, zodat ze buiten de school gebruikt kunnen worden. Net zoals dit beoogt wordt voor burgers en bijvoorbeeld patiënten (MedMij). Verder beschouw ik de oudere e-portfolio initiatieven van 10 jaar terug als eerste zaadjes. Vooral de ideeën over eigenaarschap van de data etc. Het traject bevindt zich in een conceptuele en verbindende fase. Vandaar de aanknopingspunten:

  • Vanuit Leven Lang Ontwikkelen zijn zogenaamde “persona’s” ontwikkelt. Deze zijn gebruikt om MBO gebruiksscenario’s te maken. Het dossier is generieker dan alleen voor MBO natuurlijk, maar het is in ieder geval van belang om de toegevoegde waarde te beschrijven met concrete toepassingen.
  • De zoektocht naar een eenduidige taal voor ‘skills’, samen met de SER.
  • EduMij: Initiatieven uit Hoger en Wetenschappelijk Onderwijs op hetzelfde terrein.
  • Visie op Centraal KRD. In mijn ogen blijft er altijd een informatievoorziening nodig aan de kant van de onderwijsinstelling. Al is het maar om alle items te maken die je aan een student wilt uitreiken zodat hij/zij deze in zijn dossier kan opslaan. Wel kan het zijn dat het Centrale KRD anders koppelt naar externe partijen en verwerkers, als dit via het Eigen Dossier loopt. Maar is slechts eigen onderbuik hoor.

Inhoud Dossier

De ‘koffer’ is aanleg geschikt voor resultaten van allerlei aard, voor zowel gevalideerde items (zoals diploma’s) als de wat meer vrijere dingen zoals
een aanbeveling van een ander of referenties die subjectiever kunnen zijn
(vrijwilligerswerk bijvoorbeeld).

Data Aanbieders en Afnemers
In een zuiver Eigen Dossier heb je zelf de beschikking over alle items daarin en voer je regie over aan wie je dat doorgeeft. Het uiteindelijke doel is iedereen gedurende zijn complete loopbaan te ondersteunen. Dus het Eigen
Dossier reist met de eigenaar mee en is niet opgesloten bij één school of
onderwijsinstelling.

Voorbeeldscenario’s
De kracht van een Eigen Dossier zit in toepassingen die de muren van de
onderwijsinstelling ontstijgen:

  • Keuzedelen volgen bij andere MBO instelling.
  • Solliciteren voor BPV/Stage.
  • Doorstromen van mbo naar hbo.

In zijn algemeenheid durf ik te stellen dat een echte invoering en brede adoptie van het Eigen Dossier ertoe zal leiden dat we niet rechtstreeks (of via DUO) koppelen en uitwisselen, maar via het Eigen Dossier van de lerende zelf. Technologisch is dit nog steeds erg innovatief, aangezien de validatie/verificatie afhankelijk is van duurzame digitale ondertekening.

Route 21

Oplevering Route21

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie. In de eerste workshopronde sluit ik vanwege mijn betrokkenheid, aan bij Route21. Binnen het programma Doorpakken op Digitalisering zit namelijk een architectuur lijn, Route 21genoemd. Persoonlijk ben ik er erg blij mee, niet alleen omdat architectuur mij na aan het hart ligt, maar ook omdat de samenwerking mij erg goed bevallen is. Frans Neerbos en Bas Kruiswijk laten zien wat de resultaten zijn.

Aanleiding was dat de TripleA MBO architectuur verouderd was en dat de separate “Teamplaat Onderwijskwaliteit” er niet in opgenomen was. Daarnaast hebben we de HORA uit het Hoger Onderwijs.

Het doel was een kernarchitectuur die stevig en goed is, met daarop ‘viewpoints’ voor belanghebbenden zoals teams, informatiemanagers en bestuurders, altijd in combinatie met architectuurprincipes.

Terecht vermeld Frans de manier van samenwerking, want als er iets is dat tot discussie kan leiden dan zijn het wel principes, modelleer voorkeuren en definities. Rode draad was het motto “Wil je gelijk of geluk?” aangezien het belangrijker is om effect te hebben, dan perse gelijk te krijgen. Met dat besef hebben we gepoogd een bruikbare en praktische referentie-architectuur op te leveren.

De referentie architectuur bestaat uit drie basis platen:

  • het hoofdprocesmodel, dat is uitgewerkt in proces-ketens;
  • het informatiemodel, met de benoemde bedrijfsobjecten uit de procesmodellen;
  • het applicatie services model, met de applicatie services die processen ondersteunen.

Was TripleA op een deel van alle processen al een hele encyclopedie, Route21 is dat des te meer. Alle informatie-objecten koppelen aan de applicaties en processen is een gigantische klus. De referentie-architectuur is voorlopig hier te vinden: Route 21 (wikixl.nl)

Vragen uit de zaal:

  1. Wat gebeurt er met TripleA en TPO?
    Beiden zijn opgegaan in deze nieuwe versie en zullen op termijn verdwijnen. Inhoudelijk zullen gebruikers daarvan veel herkennen
    omdat bestaand werk natuurlijk niet onnodig overnieuw gedaan is.
  2. Hoe gaan we verder en is het onderhoud belegd?
    De hoop is natuurlijk dat we onderdelen blijven bijschaven en iteratief verbeteren. Formeel is dat nog niet belegd lijkt mij.

Oh …. het moet natuurlijk ook een naam krijgen, aangezien Route21 slechts de naam van het project is. Mijn voorkeur gaat uit naar raMBO (Referentiearchitectuur MBO), die ondanks de associatie met een destructieve acteur toch robuust klinkt.

Sander Duivestein – The Great Reality Show

Ik ben vandaag online te gast bij het Vista College, voor de 43ste saMBO-ICT conferentie. De openingskeynote is van Sander Duivestein. Hij opent met beelden van QAnon, wappies, recente protesten en rellen in Nederland. Hij
ziet het als signalen dat mensen zich ‘ misleid voelen door het internet’ of ondoorzichtige algoritmes.

Opvallend vindt hij dat alles vastgelegd wordt op selfies. Het versmelten van de fysieke wereld met de digitale leidt er toe dat mensen het moeilijk vinden echt van nep te onderscheiden en feit van fictie. Met de toegankelijkheid van deep-fakes neemt dit alleen maar toe. Geen cameraman, producer of studio is er meer nodig.

Door de geschiedenis heen heeft media zich ontwikkelt van analoog, naar elektronisch en daarna van digitaal naar synthetisch. Deze laatste kenmerkt zich door manipulatie door kunstmatige intelligentie of zelfs creatie in zijn geheel. Je kunt bijvoorbeeld echte personen iets laten zeggen of bewegingen laten maken die authentiek lijken. Een stap verder gaan de virtuele influencers, nieuwslezers, topmodellen of virtuele versies van
overleden geliefden. Voorbeelden:

  • Synthesia: AI voor het genereren van levensechte video.
  • Lyrebird: Realistische klonen van je stemmen.

Sander spreekt vrij ernstig en heeft zo te zien geen techno-centrische benadering om maatschappelijke problemen ‘even’ op te lossen, waar ik mij in kan vinden. Hij illustreert de ontwikkelingen met veel voorbeelden die al dichterbij komen en het niveau van gimmick beginnen te ontstijgen. Hij boeit daarmee voor mij op de inhoud en niet op de hype, zeg maar.

Wel had ik graag meer verbinding met onderwijs en beroepsopleidingen
gezien.

Vragen uit de zaal:

  • Worden door deep-fakes juist de fysieke ontmoetingen belangrijker, aangezien je er anders niet zeker van bent hoe echt de ander is?
    Sander vermoed dat die behoefte om natuurlijke redenen weer terug gaat komen, los van deep-fakes.
  • Heeft onderwijs behalve een didactische ook een ethische opdracht i.v.m. synthetische media?
    Sander benadrukt dat media-wijsheid met de paplepel ingegoten moet worden en de noodzaak om vanuit het onderwijs met de wereld van feiten en wetenschap te verbinden.
  • Hoe krijgen we als MBO aansluiting bij deze wereld?
    Hij moedigt aan om als eerste stap vooral eens te experimenteren, probeer zelf eens wat apps uit die dit soort dingen kunnen.

EduBadges – Sessie op #samboict

Alexander Blanc en Frans Ward (SURF) praten ons bij over de Edubadge ontwikkelingen. Edubadge is een technologie om micro-credentials te kunnen uitreiken. Ik was er nieuwsgierig naar vanwege mijn deelname aan het thema Eigen Dossier binnen de Strategische Agenda Digitalisering MBO. Ik heb er al eerder over geschreven. De whitepaper van Surf kan ik er nog steeds op aanbevelen.

Surf pleit voor een nationale aanpak en standaardisatie van de techniek, zodat:

  • Kennis en vaardigheden transparant zijn.
  • Ontzorgen van de onderwijsinstelling met keuzevrijheid voor de student.
  • Authenticatie, verificatie en privacy goed geregeld zijn.
  • Open Source de samenwerking vergemakkelijkt.
  • Flexibel overstappen naar een andere onderwijsinstelling mogelijk is.
  • Wildgroei voorkomen wordt.
  • We kunnen aansluiten bij internationale uitwisseling.

Op 1 oktober gaat de dit systeem live als voorziening vanuit Surf. Het is opgenomen in de gezamenlijke standaard diensten en gepositioneerd als een gezamenlijke infrastructuur voor het uitgeven van digitaal ondertekende certificaten.

Schematisch de rollen in beeld:

Al met al een mooi initiatief en dient deels dezelfde doelen als het Thema Eigen Dossier binnen MBO en de grotere EduMij beweging. Verschil met de laatste is natuurlijk wel dat met EduMij, de badges bij de studenten zelf zitten in plaats van in een landelijk centraal platform. Maar die technologische zoektocht was al de heilige graal voor blockchain toepassingen. 😉

Prikkelende vraag die me puzzelde: werken scholen mee aan een systeem dat het makkelijk maakt bij de concurrent te studeren?

Veel vragen gaan over de ‘waarde’ en ‘inhoud’ van een Edubadge. Zelf heb ik het liefst iets generieks, dat zowel formeel als informeel leren ondersteund en grote zaken zoals diploma’s als willekeurige kleinere eenheden kan transporteren.

Stelde zelf de tikkie technische vraag:

Zou de inhoud van een Edubadge attributen kunnen leveren die met IRMA uitgewisseld worden? Zodat de edubadges ook bestaan, geverifieerd, buiten het centrale systeem? Antwoord was “in principe wel, maar het individu wordt geïdentificeerd door zijn eID en niet zijn mailadres” en dat blijkt dan niet zomaar te kunnen.

Keynote op #samboict: ‘Fantastisch digitaal onderwijs’ – Erik Vermeulen (Tilburg University)

Ik ben vandaag online te gast bij het Deltion die de 42ste saMBO-ICT Conferentie organiseert. Sowieso respect om een mooi online programma technisch en organisatorisch voor elkaar te krijgen. Erik Vermeulen opent de dag met z’n keynote.

Hij deelt eerst z’n ervaring met online college geven. Het grote verschil voor hem is ‘plotseling online met studenten die je goed kent’ versus na de vakantie met vreemde studenten beginnen. Je mist enorm de interactie die je eerst, zelfs online, gewend was. Grote ‘disconnect’ volgens hem.

Hij moedigt aan dieper na te denken over een passend ecosysteem, ook voor na corona, met een andere mindset. Dat nadenken splitst hij even grof op door 3 vragen:

  • Wat onderwijzen we?
  • Hoe onderwijzen we dat?
  • Wanneer onderwijzen we dat?

Hij deelt zijn ervaringen met ons. Fijn qua inspiratie, ook al lijken me zijn positieve resultaten anekdotisch. Hij ziet 8 aspecten aan toekomstig onderwijs en de rol van de docent daarin:

  • Content Creator: Hij maakt korte filmpjes en podcasts en zijn studenten interacteren daar om heen. De docent als vlogger dus.
  • Community Builder: Net zoals Tesla niet alleen auto’s maakt maar een grote groep volgers heeft en een ‘crowd culture‘. Bouw dat op met je studenten.
  • Personal Online Coach: Hij zoekt middelen om aandacht te personaliseren.
  • Juror Selection: Studenten die elkaar reviewen.
  • Ecosysteem Leader: De tooling om de community heen vereist expertise en alle onderdelen moeten passend zijn voor de hele community.
  • Game-Based Learning Expert
  • Visueel Teacher
  • Co-creator

Hij geeft verder een catchy cyclus van zelf-leren mee:

Curiosity, Collection, Consumption, Criticizing, Curation, Co-creation, Communication, Correction en weer terug.

Ik heb het idee dat Erik zich zelf laat inspireren door marketing mechanismen. Zelf heb ik een gezonde weerzin tegen marketing. Zolang het authentiek blijft, denk ik wel dat het aanknopingspunten biedt om onderwijs aantrekkelijk te maken. Het is echter een smalle graatwandeling, aangezien er veel social media platforms voor gebruikt worden (in zijn geval) die hun eigen algoritmes gebruiken voor negatieve aandacht en doorverkoop voor advertenties.

Verder is hij kritisch naar WAT we onderwijzen omdat de ‘markt’ soms andere dingen vraagt. Naar mijn mening geldt dat voor beroepsvaardigheden en -competenties, maar zeker niet voor alles. Het bedrijfsleven 100% in de lead laten voor je onderwijsinhoud, holt het ook uit.

Positief vond ik zijn motto om niet téveel naar wedloop-technologie te kijken:

Van technologie naar ecosysteem.

Op basis van een vraag uit de zaal geeft hij wel eerlijk toe dat zowel de oude manier in stand houden EN meedoen aan de digitale wereld van online leren, tegelijk en door elkaar, niet houdbaar is voor hem. De stress voor docenten is dan structureel te groot. Eerlijke respons, hij hoopt dat t tijdelijk is.

Anders Kijken – Keynote van Paul Smit op #owd19

Paul Smit (cabaretier en filosoof) sluit de Surf Onderwijsdagen af met een keynote.

Aan de hand van illusies pleit hij voor ‘anders kijken’, omdat je anders je eigen creativiteit in de weg zit, het spreekwoordelijke ‘out-of-the-box’ denken. Ons brein wil bij veranderingen graag terug naar de routine, het patroon dat we gewend zijn. Vandaar dat bij de introductie van nieuwe systemen mensen in de weerstand schieten. Het brein heeft nu eenmaal veel herhaling nodig om te wennen aan een verandering.

Om menselijk gedrag een beetje makkelijk te verklaren is het handig om wat oorzaken in te delen. Paul doet dat op 2 manieren, door ‘lagen in onze hersenen’ te benoemen en ‘hormonale oorzaken’ te categoriseren.

Over de lagen in onze hersenen:

  • In de basis van ons brein zijn we vooral bezig met ‘veiligheid’. Dreigend gevaar beïnvloedt ons, zelfs al is het fictief. Dit deel zoekt routine.
  • Daarbovenop zit het deel voor ’emoties’. Dit deel zoekt plezier. Tip van Paul: Wil je gedrag van mensen veranderen, schrijf dan geen protocollen maar verander de omgeving.
  • Pas in het ‘bovenste’ deel denken we na. Dit deel zoekt het doel. Als dit niet klopt, de ratio botst met onze emotie, dan verzinnen we rationele argumenten om onze drang of hunkering te rechtvaardigen. In de psychologie ‘cognitieve dissonantie’ genoemd.

Dus, als je verandering wilt veroorzaken: Zoek eerst passie en vervolgens urgentie!

Hij legt ook gedrag uit aan de hand van onze hormonen en de bekende kleuren-theorie (zoals in DISC, eigen interpretatie):

  • Testosteron (Rood): jezelf profileren en op de voorgrond plaatsen.
  • Oestrogeen (Groen): invoelen en empathie tonen.
  • Dopamine (Geel): creatief en authentiek zijn.
  • Serotonine (Blauw): structuur en regels zoeken.

Ik vermoed dat Paul af en toe een beetje kort door de bocht is, maar dat stoort me niet, dat de werkelijkheid complexer en genuanceerder is snap ik toch wel. 😉

Paul is een aangename humorvolle spreker naar wie het makkelijk luisteren is.

 

Onderwijsinnovatie in de digitale leeromgeving die continue in beweging is op #owd19

Ik ben vandaag bij de Surf Onderwijsdagen. Lilian Boerboom (Universiteit Leiden), Lianne van Elk & Nico Juist (SURF) praten ons bij over regie voeren op een Digitale Leer- en Werkomgeving, vooral als deze voortdurend verandert. Voor meer achtergrond over DLWO is er natuurlijk de SIG.

De diversiteit die de totale DLWO omvat leeft altijd een beetje op gespannen voet met standaardisering en integratie. In het interactieve deel laten enkele organisaties zien hoe ze hier mee omgaan. Wat ik daar uit meenam:

  • Value Measurement Framework (Hogeschool Rotterdam): Een manier om grip te krijgen op verandering, ingegeven door bijv wetgeving (zaken die we moeten) en door eigen doelen (zaken die we willen). Ik zie het als een doorontwikkeling van projectportfoliomanagement waarbij bureaucratie teruggedrongen wordt, er meer ruimte is voor ideeën en tegelijk de geleerde lessen beter terugkomen bij andere projecten.
  • Een manier om collega’s te stimuleren om innovatieve ideeen voor te stellen en te experimenteren (Zadkine). Hiervoor organiseren ze interne “Future-dagen”, geven ze de beste ideeën wat geld voor experimenten en laten ze deze in vrijheid uitvoeren.