HORA en ROSA: Samenwerken in de keten mbv architectuur #samboict

HORA

Joyce Nijkamp van de UvA presenteert over de “Hoger Onderwijs Referentie Architectuur” HORA. Ik ging hier naar toe vooral vanwege mijn interesse in architectuur in het algemeen. In het hoger onderwijs wordt deze gebruikt als referentie. Zodat instellingen zelf hun eigen versie kunnen maken. Zoals het hoort bij architectuur hebben ze een hele reeks modellen. Twee voorbeelden:

  • Wat me opviel is dat ze bij het onderdeel ‘businessmodel’ het zogenaamde canvas gebruiken van Alex Osterwalder. Voor het eerst dat ik deze ook echt concreet ingevuld zie bij een onderwijsinstelling. Het interessantst is niet zozeer wat er uiteindelijk opgeschreven wordt in het canvas, maar de dialoog er omheen.
  • Voor de bedrijfsfuncties gebruiken ze een model met bouwblokken. Joyce laat concreet zien hoe zo’n model helpt bij het onderzoeken van blinde vlekken en het analyseren van behoeftes of volwassenheid van onderdelen.

Voor samenwerking in de keten is er de zogenaamde “Referentie Onderwijs Sector Architectuur” (ROSA). Daarvoor hebben ze een ketenfunctiemodel.

Hoe helpt dit mij?

  • Door bij tekenen en modelleren niet het wiel uit te vinden en te controleren of ik compleet ben.
  • Complexiteit te verminderen. Natuurlijk een algemeen doel van architectuur.

Schonen van systemen; is dat nodig en kan het eigenlijk wel? #samboict

Bas Kruiswijk praat ons bij over het bewaren van gegevens en de problematiek er omheen. In een eerder stadium is er een Hoe?Zo! boekje geschreven over Documentmanagement. Als je het simpel maakt (of de vraag stelt “Wat moet ik?”) dan heb je de volgende aanknopingspunten:

  • De archiefwet.
  • Het Basis Selectie Document.
  • De wet op de bescherming persoonsgegevens. Dit betreft alle gegevens die zijn te herleiden tot een persoon. Deze moet je vernietigen als ze niet meer nodig zijn. Langer bewaren moet dus gebonden zijn aan een specifiek doel. Een ongeschreven regel is dat het studentdossier 2 jaar bewaard kan worden, nadat de student is uitgeschreven.

Overigens ben en blijf je als school zelf verantwoordelijk, ook als je systeem bij een leverancier staat. Deze is in dit kader slechts ‘bewerker’.

Bas onderscheidt wel twee terreinen waarop dit alles speelt: documenten (papier, pdf, doc etc) en gegevens zoals deze in databases zit van systemen. Ook voor die laatste gelden dezelfde regels. Terwijl er technisch nog geen systeem is dat het verwijderen van records echt goed ondersteunt. Normaliter groeien je databases van kernsystemen alleen maar. En plompverloren verwijderen breekt dan van alles. In de werkgroep zoekt men naar oplossingsrichtingen hiervoor.

Ik vroeg me zelf zo ineens af:

  • Als je leven-lang-leren wilt ondersteunen, mag je dan langer bewaren? In principe niet dus. Het enige is een minimale set gegevens voor alumni doeleinden.
  • Als je in de keten dossiers overdraagt, met toestemming van ouder/student, wat doe je dan met gegevens die niet relevant zijn voor je eigen doelen? Moet je die selectief verwijderen?
  • Als je foto’s hebt die tot een individu te herleiden zijn, moet je die dan weggooien na 2 jaar? Wat doe je met je foto-archief? Dat weet nog niemand. ;)

Heeft de informatiemanager nog toekomst? Keynote op #samboict

Rob Poels verzorgt een keynote op de 31ste saMBO-ICT conferentie. Hij neemt ons mee in een verkenning voor deze prikkelende vraag. Hij vraagt of IM klaar is want: de infrastructuur is modern, BYO is mogelijk, de bedrijfsvoering is op orde etc. Maar hoe zit het dan met de innovatie in het primaire proces? Hoe verleid je docenten om mee te denken over de mogelijkheden? Hoe krijg je iets voor elkaar? Vaak hebben informatiemanagers geen macht, mensen of middelen. Althans niet rechtstreeks lijkt me.

Hij haalt ook even de bekende veranderkleuren aan. Verander je door te:

  • Plannen? (Blauw)
  • Leren? (Groen)
  • Beïnvloeden? (Groen)
  • Motiveren? (Rood)
  • Inspireren? (Wit)

Van oudsher zijn informatiemanagers geneigd de blauwe manier te kiezen, met een vleugje groen. Er zijn ook interventies die er NIET toe doen. Althans die je invloed niet echt beïnvloeden:

  • IT Awareness bijeenkomsten organiseren.
  • Interne SLA’s afsluiten.
  • Verbeteren communicatie rond IT projecten. Communicatie is wel de sleutel, maar laat niet een externe dat als project doen.
  • De positie van IM.

Interventies die er WEL toe doen:

  • Ontwikkel een visie.
  • Vergroot het vertrouwen. Hoe? Door de continuïteit te borgen. Mensen vertrouwen innovatie niet als de basis al niet eens stabiel is. En lever projecten op tijd op en binnen budget. Zorg daarnaast voor transparantie.
  • Verbeter de performance van ICT discipline. Als 70% van het IT budget op gaat aan onderhoud in plaats van vernieuwing dan heb je geen capaciteit voor verandering.
  • Investeer in mensen en sociale processen. De bestuurder denkt eerst “Vertrouw ik het?” en “Begrijp ik het?”. Terwijl de IT manager denkt “Kan ik het leveren?” en ”Is het goed voor de business’?

Samenvattend naar de nieuwe rol van informatiemanager: diagnosticeer, kies een veranderstrategie in een andere kleur dan je gewend bent, maak een interventieplan en voer deze uit. Begin daarna overnieuw.

Studentportaal en Onderwijscatalogus met Office 365 #samboict

Frans Noordman en Bert Klop van het ID-College vertellen over hun Office365 gebruik voor deelnemers.

Frans opent met de doelen: een student inzicht geven in zijn leertraject, keuzes laten maken binnen zijn studie en digitale ondersteuning bieden. Tegelijk liepen er al ontwikkelingen op intranet, een samenwerkingsomgeving, een studentportaal (Office365) en de ‘Onderwijscatalogus’. Deze laatste hebben ze op een eigen omgeving, met SharePoint 2010.

Ik was erg nieuwsgierig hoe ze dat gebouwd hebben en wat de samenhang is met hun andere kernsystemen.

Functioneel gezien ontwikkelen, beheren en ontsluiten ze informatie over domeinen, opleidingsgroepen, crebotrajecten, leereenheden en onderwijsproducten. De contentcatalogus staat er los van. De student kan zijn keuzes maken en het traject inzien. De opleidingontwerper kan trajecten aanmaken en aanbieden ter vaststelling.

Wat mij opviel:

  • Ze hebben eigenlijk meerdere separate omgevingen. Dat lijkt me beheersmatig onhandig. Het geeft je wel de mogelijkheid specifieke functionaliteiten aan te wenden, die de cloud niet heeft. Moet je willen, maar ik snap wel dat het historisch zo groeit.
  • Technisch is de ‘repository’ maatwerk op SharePoint 2010. Maatwerk kent voordelen maar vergt ook lange termijn commitment van een school. ik bespeur geen echte integratie met bijvoorbeeld EduArte.

Het studentenportaal ontsluit met Office 365 veel algemene informatie, links naar roosters en mededelingen. Een soort “studenten-intranet”. Daarnaast worden de omgevingen gebruikt voor het ontsluiten van lesmateriaal, opdrachten en bronnen.

Ict laten werken voor het onderwijs – Keynote #samboict

Ik ben vandaag op de 31ste saMBO-ICT conferentie in Heerhugowaard bij het Horizon College. De eerste keynote is van Toine Maes en Alfons ten Brummelhuis. Toine opent met de loftrompet over 5 jaar saMBO-ICT. Persoonlijk vind ik dat terecht, omdat je door de jaren heen merkt hoe waardevol het netwerk voor en door MBO’s is. Het heeft mij in ieder geval enorm geholpen.

Vervolgens schetst hij een stukje internet geschiedenis. Van winkels naar webshops (BOL), van albums naar songs (iTunes), van media naar social media, van bezit naar toegang (Spotify), van vast naar mobiel, van creatie naar co-creatie. van onbenutte naar benutte capaciteit (airbnb, uber), van geld naar informatie. Bij deze laatste mis ik alleen BitCoin/BlockChain. ;)

Hij zoekt in dit alles de balans tussen vraagsturing, massa en samenwerking. Hij pleit voor het kantelen van “U mag kopen onder mijn voorwaarden” naar “U mag leveren onder mijn voorwaarden.” Wie schrijft de leveringsvoorwaarden van je ingekochte diensten vraagt hij. Klinkt als Vendor Relationship Mangement volgens mij en de ideeën die Doc Searls hierover heeft.

Alfons hangt zijn keynote op aan een aantal woordparen die gelijk op moeten gaan. Die van “Praktijk” versus “Idee” bijvoorbeeld.

ICT gebruikt vaak dezelfde woorden als in sprookjes. Maar elk sprookje heeft een les … ICT toepassingen leveren dagelijks heel veel nieuwe ideeën, maar de praktijk is weerbarstiger. De schakel hiertussen is ‘bewijskracht’. Geen voorschrijvend bewijs, maar de ervaring die ons wijzer maakt en keuzes helpt maken. Uit de kindertijd van ICT hebben we geleerd dat de aanwezigheid van infrastructuur op zich niet voldoende is voor tevredenheid. Meer ICT is niet hetzelfde als beter onderwijs. Je moet dus inzicht hebben in de opbrengsten van ICT. Praktisch gezien kun je op weg geholpen worden door de 4W publicaties. Alfons illustreert aan de hand van onderzoeksresultaten dat je heel precies moet kunnen kijken in welke context je welke vormen van ICT toepast.

Alfons spreekt bevlogen en met aandrang: Maak gebruik van alle onderzoeksresultaten en de inzichten daar uit!

Groeiland op #mbocity

Frank Kalshoven doet de laatste sessie op MBO City, met als thema ‘Groeiland‘. Ik heb hem al eens eerder gehoord op saMBO-ICT. Hij opent met een stukje economie, sinds 1950:

  • Onze arbeidsproductiviteit is per uur ongeveer 4,5x zoveel, vergeleken met 1950. Niet omdat we meer uren werken dus. In totaal werken we 12 miljard gewerkte/betaalde uren per jaar, in Nederland.
  • Die arbeidsproductiviteit is vooral toegenomen door meer en hoger onderwijs voor iedereen. De groei van het percentage van de beroepsbevolking dat HBO/WO heeft gedaan tussen 1950 en nu, kunnen we niet nog een keer doen. (Dan zou 80% HBO/WO gedaan moeten hebben.)
  • Industrie en landbouw nam 40% van de banen voor haar rekening, dat is natuurlijk nu stukken minder.

Hoe staat het nu met Nederland? De arbeidsproductiviteit per uur neemt niet meer toe. Groei is dan alleen mogelijk door meer te werken. (Domweg meer werk dus in plaats van slimmer werken.)

Welke toekomst kunnen we kiezen? Dat kan langs de volgende assen:

  • Meer uren werken of minder uren werken.
  • Meer investeren in kapitaal of minder.

Als je dat in kwadranten verdeelt. Krijg je 4 scenario’s:

  • Krimpland (minder werk en investeren)
  • Werkland (meer werk en minder investeren)
  • Innovatieland (minder werk en meer investeren)
  • Groeiland (meer werk en investeren)

groeiland

Om Groeiland te worden, stelt Frank een ander model voor van het verloop van het mensenleven. Die start met een kortere periode naar school en een langere periode waarin werken, leren en rusten afgewisseld worden.

Wat zou dit voor MBO betekenen?

  • Niveau 3 is de facto de nieuwe startkwalificatie.
  • Meer leerlingen moeten soepeler doorstromen naar het HBO en daar ook slagen.
  • Oud-leerlingen worden alumni, die periodiek ‘terugkomen’ voor nascholing.
  • MBO moet uitblinken in post-initieel onderwijs.
  • Hogere eisen aan opleiding en student, betekenen ook: hogere eisen aan de staf en bedrijfsvoering.

Ik vind Frank een prettige spreker die onderbouwing voor zijn betoog meeneemt. Los daarvan vraag ik me af of iemand serieus heeft bekeken of er een krimpland mogelijk is waar je toch collectief gelukkig blijft.

Inzicht in Toezicht op #mbocity

In de vierde ronde van MBO City vertelt Monique Vogelzang over “Inzicht in Toezicht”. Het thema duidt op de relatie tussen toezicht op de kwaliteit en de verbeterkracht van onderwijsteams. Als hoofdinspecteur heeft ze er wel wat over te zeggen lijkt me.

Monique opent met de volgende punten:

  • Moeilijke opgave: het MBO staat voor complexe maatschappelijke taak (voorzien in opleidingen voor een veranderende arbeidsmarkt). Enerzijds willen bedrijven maatwerk en anderzijds moet alles efficiënter.
  • Kritische zelfonderzoek: het MBO heeft een slecht imago, de kwaliteit van de examens zijn soms laag, zwakke opleidingen etc.

Daarna geeft ze haar lezing een aardige wending. Ook de inspectie heeft een imago-probleem, scholen vragen om maatwerk en geen keurslijf. Ook vanuit de inspectie is men bereid te ontwikkelen. Ze is zich er van bewust dat de inspectie wel degelijk ook aan zelfonderzoek moet doen. Scholen meer stimuleren dan corrigeren. Niet alleen aangeven wat beter moet, maar ook wat beter kan. De taak van scholen niet zwaarder maken maar lichter. Ze zijn meesters in het kijken naar ‘wat niet goed gaat’, dat moet anders.

Daarvoor vraagt ze om doelgerichte samenwerking, o.a. met onderwijsteams. Om meer ruimte te geven worden er ook zaken uit het toezichtkader gehaald (bijvoorbeeld de indicatoren).

Als ik haar redenatie een beetje volg dan vermoed ik dat de afwezigheid van zowel veranderkracht als de bereidheid tot verbeteren erger is dan een specifiek punt waarop je onvoldoende scoort.

Ruim baan voor vakmanschap op #mbocity

Bas Derksen van het Ministerie van OCW gaat tijdens MBO City in op de laatste beleidsbrief “Ruim baan voor Vakmanschap”. De redenen van deze brief zijn:

  • Sommige onderdelen van FoV behoeven nog uitwerking (de basis op orde, de lat omhoog).
  • De arbeidsmarkt verandert snel. Hiervoor komt een investeringsfonds t.b.v. nauwe samenwerking in de regio. Daarnaast meer experimentele ruimte voor innovatieve opleidingen en de gecombineerde leerweg BOL/BBL en meer ruimte voor een modulair aanbod MBO.
  • Er is weinig aandacht voor excellentie binnen MBO. Daarom komt er structureel 25 miljoen beschikbaar voor excellentieprogramma’s.

Om de ‘lat omhoog te brengen’ worden de volgende maatregelen getroffen:

  • Professionalisering: er komt extra budget dat aangewend wordt voor betere docenten, instructeurs en midden-management. Dit komt terug in de zogenaamde ‘kwaliteitsafspraken’. Verder wordt het ‘lerarenregister’ verplicht vanaf 2017 en het onderwijskundig leiderschap wordt wettelijk verankert.
  • Kwaliteit examens MBO: soms zijn de examens zelf, soms het proces er omheen, onvoldoende. Daarom komt er per 1 augustus 2016 de verplichting gebruik te maken van gestandaardiseerde examens of ze moeten extern gevalideerd worden.
  • Onderwijskundig leiderschap: In de wet komt een nieuw bestuursmodel, de “gemeenschap van mbo-colleges”. Hierin kunnen meerdere MBO’s op een onderdeel samenwerken en een gezamenlijk college aanbieden met een eigen directeur als onderwijskundig leider.

Vanuit de zaal kwam de vraag of je wel als een ‘dolle achter de arbeidsmarkt aan moet hollen.’ Bas geeft aan dat er acht jaar ligt tussen een nieuwe behoefte op de arbeidsmarkt, de articulate ervan en de realisatie van een concrete opleiding hiervoor. Dat is een beetje een ervaringsgegeven. Niet zo LEAN dacht ik zelf. Maar dat maakt macrodoelmatigheid verhogen erg moeilijk. Tegen de tijd dat iets georganiseerd wordt is soms de behoefte al weer weg. Lijkt me dat de voorspelbaarheid van de arbeidsmarkt laag is. Veel te grillig. Klinkt als een structurele mismatch tussen beroepen aan de ene kant en er voor opleiden aan de andere kant.

In gesprek met de minister #mbocity

Net als voorgaande twee jaren ben ik vandaag bij MBO City in Cinemec Ede. Jet Bussemaker is er ook, net als vorig jaar. Deze keer gaat het vooral over de resultaten van het OESO onderzoek. Over de rol en positie van de onderwijsprofessional in het MBO van nu en in de toekomst. Het rapport zelf is hier terug te vinden.

Ineke Litjens van de OECD presenteert de resultaten van dit “Skills beyond School” onderzoek.

Sterke punten MBO:

  • Sterk en goed gefinancieerd.
  • Werkplekleren en relatief goede arbeids-resultaten. Door relatief lage jeugdwerkeloosheid t.o.v. andere landen.
  • Betrokkenheid sociale en private partners.
  • Associate Degree vult een gat in het aanbod van beroepsgerichte opleidingen.

Punten voor verbetering:

  • De vruchten plukken van werkplekleren.
  • Aantrekken van MBO personeel en bijschaven van kennis. Door de snelle technologische veranderingen lopen docenten achter in waar de arbeidsmarkt om vraagt. Ik denk dat we opleiden voor verouderde technologie dus.
  • MBO niveau 1 problematiek. Daarnaast is de verhouding student/docent erg hoog. Het aantal docenten neemt af (veel pensionado’s) terwijl het aantal studenten toegenomen is.
  • Volwassenonderwijs en alternatieve levering van opleiding en cursussen.
  • Mogelijkheden voor hogere beroeps-kwalificaties.

Erna sluiten Jan Zijlstra (MBO Raad), Marc van der Meer en Jet Bussemaker aan voor een discussie. Deze ging zoals een echte discussie betaamd alle kanten op en was iets moeilijker te bloggen. ;)