Credentials

Studybits: Europese infrastructuur voor leerprestaties

In het artikel op ScienceGuide “Maak ruimte voor deelcertificaten in de WHW”  houdt Robert Bouwhuis een pleidooi voor de wettelijke erkenning van deelcertificaten. Met de OpenBadge standaard als manier om deze te beschrijven.

De context van zijn opmerkingen is die van het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Vandaar dat ik hier graag aan wil toevoegen dat dit voor het MBO onderwijs net zo relevant is. Het aanbieden van keuzedelen bijvoorbeeld en publiek-private samenwerking voor korte cursussen die regionaal relevant zijn, maken dat het tonen van leerprestaties niet meer een kwestie is van ‘met je diploma wapperen’ na 3 of 4 jaar studie.

Interessanter nog is de verwijzing naar het onderzoek van de technische haalbaarheid van Studybits. Het project dat gelanceerd werd met het Fieldlab tijdens de BlockChain in Education conferentie afgelopen september. Relevant omdat allerlei BlockChain initiatieven kritisch bekeken worden, gezien de openheid en privacybezwaren die aan de meeste varianten kleven. Vandaar dat sommigen zeggen “BlockChain … op ramkoers met GDPR” en ik in de sessie op de CVI Conferentie dit aspect vermelde bij de het overzicht met Kansen/Bedreigingen.

Het (concept)rapport geeft na een introductie over onder andere zelfsoevereine identiteiten een vergelijking tussen twee standaarden: BlockCerts en Sovrin. De eerste is een standaard die OpenBadges combineert met het vastleggen van een waarmerk op een BlockChain. BlockCerts wordt gebruikt door MIT om diploma’s uit te geven en door scholen in Malta om certificaten vast te leggen. De tweede is meer een platform, waarbij de ‘BlockChain’ zelf alleen gebruikt wordt om de zogenaamde ‘schema’s’ vast te leggen voor de credentials die een organisatie uitgeeft. De credentials zelf komen in de ‘wallet’ van de ontvanger.

Ik zie het als een generieke infrastructuur: elke instantie, verzekeraar, school, overheid of zorginstelling kan een uitspraak doen over zijn medewerker, klant, student, burger of patiënt. De manier waarop deze vastgelegd worden, de standaarden, zijn openbaar op een blockchain te vinden. De uitspraken of claims zelf zijn dat niet. In het geval van een school kan het gaan om de uitspraak dat iemand een diploma of certificaat bezit of een leerprestatie behaald heeft.

Waar privacy-puristen nou zo blij van gaan worden, verwacht ik, is de manier waarop dit technisch uitgewerkt is. Er is namelijk geen profiel op te bouwen van een individu, doordat partijen die ‘claims’ uitgeven samenwerken met partijen aan wie je die toont. Ook kun je selectief informatie geven, bijvoorbeeld dat je meerderjarig bent, zonder dat je je identiteitsbewijs met geboortedatum afgeeft.

Wat ik er tot nu toe van begrijp is dat dit kan door de combinatie van:

  • DID’s (Decentralized Identifiers): een jonge standaard die bedoelt is om centrale registers van identiteiten/sleutels te voorkomen of aanvullen.
  • Identy Mixer: een techniek waarmee anoniem ‘credentials’ uitgegeven en gecontroleerd kunnen worden. Deze is al op kleine schaal in Nederland toegepast in het IRMA project.

Het rapport geeft als advies:

Uit bovenstaande vergelijking blijkt dat Sovrin vele voordelen biedt ten opzichte van Blockcerts om als basis te dienen voor een oplossing voor een complete selfsovereign digitale identiteit. Het heeft zeer sterke privacy-vriendelijke eigenschappen en beschikt over een infrastructuur en protocollen voor het veilig en betrouwbaar uitgeven en delen van digitale credentials. Hiermee lijkt het een robuustere technologie voor toepassing in de Studybits Proof of Concept.

Ik vat het samen met een eigen interpretatie:

BlockChain is niet het punt waar het om draait, belangrijker is dat de student zelfstandig zijn leerprestaties kan aantonen. Het middel hiervoor is en blijft de cryptografie van waarmerken. Het resultaat daarvan echter bevindt zich bij hem/haar zelf en niet op een BlockChain. Het concrete advies zegt eigenlijk ook … doe even niet wat Malta deed …

BlockChain Business Case: Het Lerarenregister

Er is ‘weinig draagvlak‘ voor het lerarenregister en alle kanten zijn breed uitgemeten. Dat wil ik daarom zeker niet overdoen. Waar ik wel in geloof is dat onderwijzers zich willen blijven ontwikkelen, in principe. Ook denk ik dat een deel van deze ontwikkeling een formele kant kent en dus moet worden vastgelegd. Alleen de manier waarop en de consequenties ervan kent veel weerstand.

Wat heeft dit nu te maken met BlockChain?

Blockchain kent een ‘decentraal’ karakter. Als je wilt kun je bij het Bitcoin netwerk een node worden en zo ook beschikken over de complete Blockchain die er onder ligt. Daarnaast kan iedereen er informatie aan toevoegen. Vergt wel expertise en speciale software, het is nu eenmaal nog geen commodity.

Het ‘decentrale’ gedachtegoed leidt ook tot een kritische houding ten opzichte van centrale, top-down beheerde, databases. De term ‘register’ geeft er een sjieke draai aan, maar het blijft één kwetsbare plek.

Daarnaast moeten professionals ‘in hun kracht’ gezet worden, teams zijn ‘aan zet’ en organisaties moeten ‘kantelen’. Althans dat hoor ik veel. Ik vraag ook elke dag op m’n werk of ik nog een keer in m’n kracht gezet ga worden. 😉

Als de onderwijs-professional dan toch zelf verantwoordelijk is voor z’n ontwikkeling, laat hij/zij dan ook zelf verantwoordelijk zijn voor het aantonen ervan. De vraag is dan, waar verzamelt dit bewijs zich? In het HR systeem? In het centrale lerarenregister? Of bij de persoon zelf?

Iedereen in het onderwijs die werkt met portfolio’s kent de stelling: Het portfolio is van de student! Voor een onderwijzer kan dat ook gelden. Zijn portfolio is dan in zijn eigen beheer.

Laat dit nu overeenkomst vertonen met de zogenaamde ‘wallet’ bij een BlockChain. Alleen zit er dan geen digitaal geld in, maar andere waardevolle zaken zoals leerresultaten of micro-credentials. De open BlockCerts standaard kan hier ook voor gebruikt worden.

Hoe zou zo’n proces er uit zien?

  • Een aanbieder van een training of scholing laat zijn aanbod verifiëren. Dit wordt vastgelegd op de BlockChain.
  • De onderwijzer die zich oriënteert op scholing kiest een aanbod en checkt deze op validiteit.
  • Als de training leidt tot een positief leerresultaat, krijg je een ‘badge’. De vingerafdruk van dit bestand wordt op de BlockChain geplaatst. Deze badge is een afbeelding met daarin een link naar de vingerafdruk. De afbeelding is eigenlijk slechts ‘cosmetisch’ maar voor het oog ziet het er dan herkenbaar als certificaat uit.
  • Alle badges bewaar je zelf in je ‘wallet’.
  • Als je bij een functioneringsgesprek moet aantonen hoe je aan je ontwikkeling hebt gewerkt, deel je onderdelen van je wallet met je leidinggevende.

Wat is er in dit model nu niet te doen:

  • Rapportages die inzicht geven in grote aantallen medewerkers op instellingsniveau, of je moet afspreken dat je leerresultaten upload naar je HR dossier.
  • Rapportages die inzicht geven op landelijk niveau.
  • Consequenties automatiseren: als ontwikkeling achter blijft, kan deze niet automatisch gevolgen hebben voor bevoegdheden bijvoorbeeld. Het register is nu eenmaal niet een centrale database.

Enfin, beste onderwijscoöperatie, heeft er iemand bij jullie het lef om dit verder uit te werken? Want om een echte Business Case te maken moeten alle kwalitatieve en kwantitatieve baten en kosten onderzocht worden.

Kleine bijvangst is ook dat het ontzettend veel koppelingsgedoe zou schelen als niet elk HR systeem aan het register gekoppeld moet worden. Daarnaast is het wachten tot alles een keer van iedereen op straat ligt. Uiteindelijk lekt alles wel een keer is mijn stelling.

Klein disclaimertje: Ook hier geldt het hamer/spijker principe en ik leer nog elke dag over de praktische en reële toepassingen van BlockChain dus laat het vooral weten als ik er niets van begrijp. 😉

Blockchain: Enhancing Learner Experience, Storing Learning Outcomes op #bcined2017

De laatste sessie op de Blockchain Voor Onderwijs Conferentie is van Natalie Smolenski. Ze start met een demo van Learning Machine en de ‘wallet’. Het is een open-source app voor zowel Android als iOS. Deze app bewaart de sleutels en linkjes die verwijzen naar een leerresultaat, alwaar je deze kunt controleren.

Het proces van toekennen gaat als volgt:

  • De school maakt een certificaat in het systeem van Learning Machine. Het bevat hiervoor een eenvoudige tekstverwerker.
  • Om het toe te kennen dien je het als het ware in, met een druk op de knop.
  • Het duurt ongeveer 10-15 minuten om het weg te schrijven naar de blockchain van het Bitcoin netwerk. Andere blockchains zijn ook mogelijk. In dit proces wordt de vingerafdruk of waarmerk bepaald.
  • De link naar het waarmerk op de Blockchain geef je aan de student. Deze bewaart het in z’n wallet.

Het proces van controle:

  • De metadata van het certificaat bevat een link naar de juiste plek op de blockchain.
  • Door te klikken op de “Verify” knop, wordt getest of de vingerafdruk juist is.

Vragen:

  • Waar staat de inhoud van het certificaaat?
    Nu wordt tijdelijk de inhoud van het certificaat nog opgeslagen bij de school zelf. De bedoeling is om dat te migreren naar IPFS. De gebruikte standaard (blockcerts) is overigens compatible met de OpenBadge standaard. Dus een gewaarmerkte afbeelding die een student zelf bewaart werkt ook.
  • Kan er iets automatisch ‘gebeuren’ als het certificaat klopt?
    Ja, met Smart Contracts, als je Ethereum als Blockchain gebruikt.
  • Wat is het business-model van Learning Machine?
    De studenten en werkgevers die willen verifiëren hoeven niets te betalen. De scholen betalen licentiekosten.

Natalie praat overigens als cultureel antropologe niet alleen over de technologie maar ook over de maatschappelijke consequenties. Diploma’s voor hoger onderwijs worden niet automatisch gezien als snelweg naar status en inkomen. Daarom zijn andere vormen van ‘credentials’ van belang waarbij deze geografische en technische grenzen moet kunnen overstijgen.

Ze waarschuwt ook dat nu de tijd is om na te denken over hoe we grote groepen mensen in een keten van waarmerken stoppen. In eigen woorden: zet het de burger, werknemer of student in z’n kracht met behulp van zogenaamde zelf-soevereiniteit of rekenen we iedereen er op af?

Oftwel: blockchain als middel is zeker interessant, maar de culturele impact van gestandaardiseerde leerresultaten op grote schaal uitwisselen is veel groter. De aandacht die er tijdens implementatie naar uitgaat moet dus navenant zijn.

Kleine disclaimer: de sessie was in het Engels en ik heb ter plekke geblogd in het Nederlands. Dus het kan zijn dat op detailniveau deze post aanvulling behoeft. 😉

 

Deel II op #bcined2017

Het programma van vandaag vervolgt met de volgende sprekers.

Natalie Smolenski is cultureel antropoloog en werkt voor Learning Machine. Fijn trouwens dat mensen met zo’n achtergrond de kruisbestuiving met techniek zoeken. Lovenswaardig ook dat ze de technologie open hebben gemaakt om vendor-lock-in te voorkomen.

Wat ze proberen te realiseren is dat een ontvanger van een credential deze ook echt bezit. Nu moet de ontvanger steeds terug naar het instituut waarvan je je diploma of certificaat kreeg. Deze credentials bevinden zich in je portemonnee in de vorm van een app. (Voor Android hier) Deze app bewaart je ‘sleutels’ die nodig zijn voor de wiskundige ‘klutsformules’ die aantonen dat er niets verandert is aan je certificaat.

Wat ik er super aan vind is dat als Learning Machine als bedrijf verdwijnt of de school waar je op zat niet meer bestaat, dan zijn je credentials toch nog te verifiëren. Duurzaam dus! Wat ik onder de motorkap niet snap is hoe het kan dat een app alles kan verifiëren, waar haalt het de originele vingerafdruk vandaan? Waar leeft de blockchain met deze informatie? Of heeft elke portemonnee de volledige sleutellijst en vingerafdrukken? Als deze vragen onzinnig lijken, dan zit daar het probleem juist zeg maar. 😉

Allan Third vervolgt met het potentieel van Blockchain en de mogelijkheden van een verifieerbare database waar meerdere partijen, die je niet hoeft te vertrouwen, in schrijven. Ja, dat is dubbelop. 😉

  • Certificaten
  • Werkgelegenheid: alle onderdelen van je Curriculum Vitae zouden aantoonbaar kunnen zijn.
  • Reputatie en Portfolio: instromende studenten kunnen aantoonbaar laten zien wat ze al kunnen. Daarnaast zijn leerresultaten van informeel leren als badges vast te leggen. Reputatie is moeilijker concreet te maken in vergelijking met leerresultaten en is doorgaands afhankelijk van wat anderen (peer-based) over je vaardigheden zeggen of waarvoor ze je waarderen. Als dit eenmaal goed gebeurt is dat natuurlijk vast te leggen op een Blockchain.

Met de laatste 2 punten loop je wel de LinkedIn wereld in. Ik vermoed dat het ‘netwerkeffect’ dusdanig is dat mensen gemotiveerd worden dat op LinkedIn te posten. Wil je dat op een Blockchain hebben dan zou de motivatie kunnen komen uit mogelijke werkgelegenheid. Als werkgevers daar kijken althans. Kip-en-ei: niemand kijkt omdat niemand het daar plaatst en niemand plaatst het daar omdat niemand kijkt …

Mijn verslag van het eerste deel van het programma is hier te vinden.