arbeidsmarkt

Op zoek naar meetbare doelmatigheid

Op de laatste saMBO-ICT conferentie hebben Peter Zacht en ik een presentatie gegeven. Deze bestond uit 2 delen: de ervaringen van onze zoektocht naar meetbare doelmatigheid en de eerste resultaten van een onderzoek naar macrodoelmatigheid onder Brabantse MBO instellingen. Hieronder volgt het eerste deel samengevat.

Alhoewel de aanleiding vooral financiële druk is, lijkt het ons toch noodzakelijk om doelmatigheid ook vanuit andere perspectieven te benaderen. Die hadden we al een tijd terug verzonnen. We hanteren als uitgangspunt:

  • Ons product is een opleiding en die vinden we terug in onze data als CREBO.
  • De afzet van het product is het aantal deelnemers op die opleiding.

Hieronder staan ze op een rij en onze zoektocht naar bijbehorende metrieken.

  • Arbeidsmarktrelevantie: hoe groot de kans op werk is. De gegevens hiervoor halen we van kansopwerk.nl. Door steeds kenniscentrum, opleiding, niveau en regio te kiezen geeft de site de kans op werk op een schaal van 1 tot 5 (gering tot goed). Het is bewerkelijk om dit te herhalen voor 200 CREBO’s. Gelukkig kregen we medewerking van COLO (nu S-BB) die in een datadump van onze regio voorzag.
  • Rendement: hoeveel % van de deelnemers met een diploma vertrekt, volgens de definitie van ‘jaarresultaat’.
  • Omvang: het aantal bekostigde deelnemers op de teldata 1 oktober en 1 februari, zoals deze aangeleverd worden aan BRON. Visueel stellen we deze voor als de Long Tail.
  • Betaalbaarheid: de ratio van kosten en opbrengsten van een opleiding. Gegevens hiervoor komen uit onze financiële administratie. Deze is echter niet of moeilijk per CREBO uit te rekenen. Wat wel lukt via ons onderwijsallocatiemodel, is het naar tarief uitrekenen hoeveel er aan personele formatie begroot is.

 

 

Handreiking samenwerking arbeidsmarkt-mbo

Gisteren is het rapport “Handreiking samenwerking arbeidsmarkt-mbo” verschenen met de ondertitel “Van alliantievorming tot arrangementen”. Omdat we als organisatie bezig zijn met ons productportfolio en assortimentsbeleid, waarbij arbeidsmarktrelevantie één van de pijlers is, viel mijn oog op het gedeelte van hoofdstuk 3 dat over de informatievoorziening gaat.

De volgende opmerking uit de inleiding sloeg voor mij de spijker op de kop:

“Tot slot horen we van vmbo- en mbo-instellingen, dat zij – ondanks of juist door de grote hoeveelheid en het soort arbeidsmarktgegevens (UWV, ROA, COLO/kbb’s, RWI, Nidap et cetera) – het lastig vinden om met de beschikbare informatie de vertaalslag te maken naar het eigen opleidings- en wervingsbeleid. Aangezien het hierbij gaat om basisgegevens voor het maken van gefundeerde samenwerkingsafspraken en het voeren van een gericht opleidingsbeleid, is ook dit een aspect van de aansluiting tussen arbeidsmarkt en beroepsonderwijs.”

Ik kan dit alleen maar bevestigen: de hoeveelheid gegevens is ontzettend groot, alleen vaak net niet grijpbaar genoeg om er direct iets mee te kunnen. Altijd moet je gegevens van verschillende bronnen bij elkaar sprokkelen.

Het grootste probleem voor ons hierbij was dat arbeidsmarkt gegevens gekoppeld moeten worden aan opleidingen. Dat is niet altijd eenduidig te doen. (De opleiding metselaar leidt op tot het beroep metselaar zou je zeggen.) Dus: “Wat is de kans op werk voor iemand die crebo 9xxxx doet.” De enige die tenslotte die vraag echt beantwoorde was COLO, met de site Kans Op Werk èn een aardige informatiebeleidsmedewerker die een dump stuurde van de hele regio en voor 600 crebo’s de kans per niveau. De andere bronnen (ROA, UWV met krapte-indicator), hoe uitgebreid ook, kennen allerlei classificaties van beroepen en beroepsgroepen. Welke opleidingen hierbij horen blijft soms handwerk.

Maar even dit gedeelte van het rapport samengevat:

  • Paragraaf 3.2 biedt een overzicht van de informatievoorziening aansluiting onderwijs- arbeidsmarkt. Handig om je in te lezen als je op zoek bent naar bronnen (landelijk, regionaal en sectoraal) en wilt weten waarin ze verschillen. Overigens had een tabelletje i.p.v. een lap tekst wel handig geweest ;).
  • Paragraaf 3.3 schets de stand van zaken middels een verkenning: De voornaamste uitkomst was dat er veel informatie aanwezig is bij de verschillende partijen, maar dat deze te zeer versnipperd is en dat de informatie niet op elkaar aansluit in defnities, actualiteit en geografsche schaal. Hierdoor is de informatie niet altijd goed toegankelijk.

Wat ik zelf erg toejuich zijn de volgende voornemens:

  • Het ministerie van SZW heeft, in samenwerking met de andere ministeries het UWV WERKbedrijf de opdracht gegeven om de informatie landelijk te stroomlijnen en (regionaal) te ontsluiten.
  • Het doel van het traject van het UWV/WERKbedrijf in samenwerking met andere partijen is van deze basisset producten te gaan naar een basispakket waarin meerdere informatieproducten opgenomen zijn op maat per afnemer.
  • Op dit moment wordt gewerkt aan het concretiseren van het plan van aanpak. Hierbij wordt gedacht aan het introduceren van gebruikersgroepen, zodat de vraag van de afnemers maximaal wordt geïnventariseerd om het basispakket daarop te kunnen afstemmen.

Afstemmen van informatievoorziening op informatiebehoefte, helemaal goed. Wel hopen dat het niet bij voornemens blijft ;).

Ruime informatievoorziening voor krappe arbeidsmarkt

Één van de punten uit de bestuurlijke agenda van onze instelling is “De verankering van de opleidingen in het veld is wezenlijk verbeterd.” Daarnaast zoeken we manieren om ons productportfolio kritisch te bekijken. Aspecten die hierbij een rol spelen: kosten of betaalbaarheid en rendementen van een opleiding.

Een andere dimensie zou wellicht kunnen zijn: arbeidsmarktrelevantie. Een indicator hiervoor is de krapte op de arbeidsmarkt. Cijfers hierover worden geproduceerd door het UWV. Ik heb er afgelopen dagen mee gespeeld en ik wilde mijn eerste ervaringen erover kwijt.

  • Ten eerste een prima voorbeeld van hoe een overheidsinstelling zijn beschikbare informatie niet opsluit maar juist toegankelijk maakt! Behalve dat er maandelijks rapportages in PDF worden geproduceerd wordt de complete set van gegevens beschikbaar gesteld op een manier die zelf flexibel samen te stellen is. Door kolommen en rijen samen te stellen met de dimensies die je zelf nodig hebt (beroepsklassen, beroepsgroepen, periodes, regio’s etc.). Tenslotte is alles naar Excel te exporteren voor verdere verspreiding. Het systeem is zo te zien van Panorama.
    Ook zijn de gebruikte definities snel terug te vinden in de toelichtingen.
  • Ten tweede iets over de bruikbaarheid hiervan voor ons als onderwijsinstelling. Waar we mee aan het experimenteren zijn is om deze cijfers te verbinden met opleidingen. Door te kijken naar de beroepsgroepen waarvoor wordt opgeleid. Dan zou uit de krapte-indicatoren van al die beroepsgroepen een totale krapte-indicator voor de opleiding berekent kunnen worden. Sommige beroepsgroepen zijn wel toe te schijven aan meerdere dicht bij elkaar liggende opleidingen, uit dezelfde sector, maar als indicator zou het nuttig kunnen zijn.

Hoe het standpunt “student centraal” en “verankering in het veld” zich verhoudt is trouwens een ander verhaal. Wat te doen als je een opleiding aanbiedt volgens de wensen van de student, maar waar het veld niet op zit te wachten…

Overigens mag die arbeidsmarkt wel iets minder ruim…