Architectuur: noodzakelijk stuurinstrument voor BVE-bestuurders

Architect

Ik was vandaag te gast bij ROC Midden Nederland voor alweer de derde Markt van Leveranciers. Georganiseerd door het BVE-Platform, of nauwkeuriger: onder de vlag van saMBO~ICT. Onze instelling is al een tijd zich aan het oriënteren op een opvolger voor nOISe. Deze markt ging niet alleen over kernregistratie, maar ook onderwijslogistiek en andere terreinen van planning en organisatie.

De openingslezing werd gehouden door Daan Rijsenbrij. Met als titel: “Architectuur, noodzakelijk stuurinstrument voor BVE-bestuurders”.

Daan opent met de kreet: “Je kunt niet zonder architectuur!” en de vraag of dat geen flauwekul is. Daan ziet vaak dat er wel een (referentie)architectuur wordt gebruikt, zonder dat de noodzaak eigenlijk bekend is. Architectuur is geen “IT-feestje”. Hij schetst een linkeroever met een hiërarchische instelling en losse IT systemen en een rechteroever met genetwerkte systemen in een webachtige instelling.

Vervolgens komt Daan met een open vraag: “Waarom blijven ontwikkelingen hangen?” Stilte in de zaal, toch twee reacties: Jaap de Maare oppert als probleem “decentrale inspraak zonder regie” en een ander “te weinig jonge mensen”.

Daan zelf:
– We durven niet te investeren, kost gaat voor de baat uit.
– Onvoldoende architectuur aanwezig om het op een verantwoorde manier te doen.
– Er is een vloedgolf van nieuwe technologieën.
– Er is een vloedgolf aan eisen en wensen: betere service, nieuwe regelgeving, CGO, lagere kosten, plaatsonafhankelijk leren etc.

Vervolgens pleit hij ervoor om het doel van architectuur scherp te hebben: het biedt een atlas, het helpt complexiteit te verminderen, het is kaderzettend voor de realisatie en het is een communicatiemiddel. Hij geeft ook een definitie van architectuur: “Het schrijft voor hoe een onderneming de informatievoorziening, de applicatie-architectuur en de infrastructuur wordt vormgegeven, dient te worden gebouwd en zich voordoet in gebruik”.

Waarbij de metafoor de volgende lagen kent:

  • stadsplan = schoolorganisatie
  • wijkplan = domein
  • gebouwontwerp = informatiesysteem
  • de ‘binnenhuisarchitectuur’ in deze metafoor is meestal nog in een beginnend stadium.

Verder merkte ik enkele tips op:

  • visualisaties zijn belangrijk (hij onderscheid er 6).
  • let op bij aanschaf van pakketoplossingen: elk pakket heeft een inherente architectuur, als deze je niet duidelijk is, besef dan wel dat je deze cadeau krijgt! En consequenties heeft.
  • start met eigen architectuur.
  • laat de leverancier zijn architectuur tonen.
  • referentiearchitectuur is belangrijk: je hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden.
  • onderzoek de aanpasbaarheid/veranderbaarheid van een pakket.
  • laat architectuur eigendom zijn van businessmanager niet van IT.
  • architectuur dient volledig begrijpbaar te zijn, ontdaan van technische termen.

Valkuilen om te vermijden:

  • Architectuurprincipes vermelden zonder aansluiting bij het ontwerp zinloos. Als het niet aanwijsbaar is, laat het dan weg.
  • Soorten architecten door elkaar halen: de term architect is aan erosie onderhevig. Als je jezelf serieus neemt, dan noem je jezelf architect. Er zijn echter kaderstellende (enterprise en domein) en oplossings- architecten.
  • Niet weten waar je architecten zitten.

De hele presentatie is hier te vinden.

Al met al heb ik er enkele nuttige dingen uit kunnen halen. De presentatie zelf maakte echter een rommelige indruk, de lijn van het verhaal werd niet duidelijk. Ook de manier van presenteren leek van de hak op de tak te gaan, met een verzameling gedateerde sheets, ogenschijnlijk, willekeurig bij elkaar gezet. Samenvattend had ik het idee dat de presentatie “te hoog over vloog”. Helemaal toen er geen enkele vraag bleek te komen uit het publiek. Ook niet toen men daartoe uitgenodigd werd. En dat is een veeg teken: een publiek dat geen enkele reactie vertoont is meestal een signaal dat de boodschap niet overgekomen is.

Dat vind ik jammer omdat de timing en keuze van dit onderwerp binnen de BVE instellingen zeker niet te vroeg komt.