2.0

Learning Squared: van Leren2.0 naar Leren in het kwadraat?

Behalve dat de term “Web 2.0” een slimme truc was om na de eerste dotcom-zeepbel weer wat leven te blazen in zijn opvolger, een reeks conferenties te starten door de bedenker van de term en bekritiseerd werd als hype van techno-utopisten, betekende het in mijn ogen wel degelijk iets. Nu is daar al veel over geschreven, maar wat doe je als niet alleen de hype voorbij is, maar ontwikkelingen daadwerkelijk verder gaan. Meestal leidde dit tot discussies over wat dan precies Web 3.0 en Web 4.0 etc zou zijn…

Dan kun je als bedenker van de oorspronkelijke term, ook maar beter de opvolger verzinnen. En dan niet de voor de hand liggende (3.0). Want 1, 2, 3, 4 is zo lineair, terwijl alles toch exponentieel toeneemt. Wet van Moore enzo. Enter “Web Squared“. Oftewel: het web in het vierkant, in het kwadraat, tot de macht 2, web^2 etc. Een web waarin fysieke objecten een informatie-schaduw hebben en real-time gekoppeld zijn via een “Internet of Things“.

Nu had de term “Web 2.0” een hele serie tegenhangers, Enterprise 2.0, Business 2.0, Library 2.0, Government 2.0, Education 2.0 etc. Dus ik vraag me af of “Web^2” zachtjes gaat verdwijnen of dat het net zo’n vlucht neemt èn ook een serie tegenhangers krijgt. Learning^2? Vooralsnog roept het meer vragen op dan antwoorden:

  • Wat betekent het om te leren in een omgeving waarin fysieke objecten allemaal “connected” zijn?
  • Welke nieuwe werkvormen zouden kunnen ontstaan?
  • Hoe leer je om te gaan met de nog grotere stortvloed aan data en informatie?
  • Zou dat van invloed zijn op de manier waarop kennis verkregen of geconstrueerd wordt?
  • Zou dat van invloed zijn op de manier waarop we vaardigheden aanleren?
  • Welke overeenkomsten zijn er met de didactische mogelijkheden van Augmented Reality? Als user interface tussen fysieke objecten en hun informatorische schaduw?

Anyway, zomaar wat mijmeringen… ik zag al wel een soort van toepassing bij “Beyond Distance“.

Samenwebdebaas – Web2.0 project bij de school voor onderwijsassistenten

Samenwebdebaas was een kennisnet project wat door Moniek Verhaaren en Jos Titulaer gedaan is op de school voor onderwijsassistenten. In het project heeft men geëxperimenteerd met de volgende tools:

  • Weblogs werden gebruikt voor BPV verslagen en het plaatsen van opdrachten. Ook moesten studenten op elkaar reageren.
  • Opdrachten voor Nederlands werden door studenten gemaakt in Google Docs.
  • Mindmeister werd gebruikt om samenvattingen te maken van bepaalde hoofdstukken uit boeken. Dit hielp om gedachten te ordenen en kennis te verwerken tijdens het “doorspitten van boeken”.

Enkele ervaringen:

  • De doelen van de projecten van kennisnet kwamen overeen met de doelen die het team had.
  • Het web2.0 karakter werd van begin af ingebouwd door bijvoorbeeld het projectplan in Google Docs te schrijven met meerdere personen. Zodoende werd al vroeg ervaring opgedaan met het gebruik van tools.
  • Het niet hoeven installeren van software werd als positief ervaren. Een groot verschil met “vroeger”, alles is online te vinden en direct te gebruiken.
  • Toegankelijkheid voor niet-medewerkers (op bijvoorbeed BPV plekken) was een pluspunt.
  • Het gebonden zijn aan een ruimte met computers is beperkend. Draadloos internet dat ad-hoc beschikbaar is zou alles veel flexibeler maken. Dan zou piekbelasting van open leercentra ook verleden tijd zijn.
  • Studenten konden in blogs en docs zelf aangeven wie wat mag zien of toevoegen. 
  • Het laag wellicht aan de doelgroep (onderwijsassistenten 😉 ), maar gebruik moest gewoon verplicht worden. Anders vielen studenten snel terug op Word.
  • Integreren in het onderwijsproces blijft nodig, anders wordt het een verzameling “losse tools” die wel leuk zijn.

Het project-blog is hier te vinden.

Maar wat doen we nu met Hyves?

  • hyvesbanner

Ik pretendeer het antwoord hierop zeker niet te hebben! Ik vindt het wel goed als meer mensen er constructief over meedenken. Daarom één perspectiefje van mijn kant. Alle beetjes helpen, toch?

Ik vroeg me af: waarom is Hyves eigenlijk fout? Behalve personen die alle sociale netwerken principieel fout vinden, denk ik niet dat iemand Hyves opzich fout vindt. Waarom vinden veel mensen het dan wel in de context van een computerlokaal tijdens de les fout? Omdat zij van mening zijn dat het de productiviteit van de deelnemer (niet zozeer de creativiteit 😉 ) omlaag brengt. In dit geval de productiviteit in de zin van “Hoeveel heb je geleerd vandaag?” Nu is dat moeilijk kwantificeerbaar, maar een leerling zelf weet ook wel het antwoord op die vraag.

Tijd die je hebt met een docent of begeleider is relatief kostbaar, tijd die je doorbrengt in een gefaciliteerde setting met pc’s is relatief kostbaar. Dat is tijd waarin gefocust zou moeten worden op activiteiten die onder “In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs” vallen. Zolang Hyves niet als “ELO” of samenwerkingsomgeving voor leeractiviteiten wordt gebruikt,valt het niet onder IIVO. 

Als je deze problemen in gedrag wil oplossen in plaats van in techniek (filtering en blokkeren), dan zou het gedrag ook het aanknopingspunt moeten zijn om te beginnen. Dit kan door bewustwording, evaluatie en reflectie. Nu weet ik wel dat elke komma gereflecteerd moet worden, maar “leerproductiviteit” zou onderdeel kunnen zijn van het begeleidingscurriculum. Het verband tussen “leerproductiviteit” en het gebruik van moderne sociale media, zou onderdeel kunnen zijn van het curriculum “Mediawijsheid“.

Als een bepaalde leeractiviteit met de student geëvalueerd wordt, dan zou deze “leerproductiviteit” ook bij de procesevaluatie meegenomen moeten worden. Omdat ik de wijsheid ook niet in pacht heb, wil ik verwijzen naar een mooi voorbeeld van Martijn Wijngaards

Vragen die verder nog in me opkwamen zijn:

  • Brengt het multitaskende karakter van de jeugd de leerproductiviteit inderdaad echt omlaag?
  • Als een leerling 24/7 online is, kan hij dan ook niet 24/7 leren? 
  • Welke vragen stel je om leerproductiviteit te reflecteren tijden de dialoog met de student?

Anyway: het antwoord op Willem zijn vraag, zal niet uit één manier van aanpak bestaan. Er zijn zeker nog andere invoelshoeken te bedenken.

Signaal/herrie verhouding

Met alle aggregatie systemen om feeds te volgen, ontstaat er wel een zogenaamde “firehose” aan berichten.  Oftewel: zet de brandweerspuit maar open. Ik merk(te) het bijvoorbeeld:

  • Het aantal ICT blogs dat ik volg is ongeveer 75. Dat leidt tot ongeveer 50 berichten per dag. Deze zijn soms kort, soms meer opinie en achtergrond. Daarnaast nog blogs over architectuur, kunst en muziek.
  • Het aantal twitteraars dat ik volg is 56. Nu ik ze volg via Google Reader, merk ik pas hoeveel tweets er binnenkomen. Als ik 4 uurtjes even niet op twitter zit, staan er 100 tweets klaar.
  • Mijn afwezigheid op Eduexchange en het proberen te volgen van tag #edux2008 via de twitterfountain illustreerde het helemaal. Tweets komen continue binnen.

Hoe hier mee om te gaan?

  • Tweets zijn in Google Reader in de lijst weergave zeer snel te scannen. Nadeel van reader is wel dat het feeds gedeeltelijk per persoon afloopt in plaats van volgens de timeline. In ieder geval is de chronologische volgorde gedeeltelijk weg.
  • Accepteren dat niet alles te volgen valt. Als het echt nieuws is, dan vindt het mij toch wel.
  • Selectief zijn, soms unfrienden, unfollowen en unsubscriben. Unfrienden schijnt de trend van 2009 te worden, asociaal hé. Vond deze comic wel illustratief.

Aandacht van eeen mens is eindig en kan niet opschalen. Deze Attention Crash wordt door steve Rubel als volgt benoemd:

“We are reaching a point where the number of inputs we have as individuals is beginning to exceed what we are capable as humans of managing. The demands for our attention are becoming so great, and the problem so widespread, that it will cause people to crash and curtail these drains. Human attention does not obey Moore’s Law.”

Een oplossing wordt soms gezocht in intelligente systemen die ons zo goed kennen dat ze “noise” van “signal” kunnen filteren. Wat voor de een echter nuttig is, is voor de ander “herrie”. Dat weet alleen de persoon zelf of een systeem dat je persoonlijke voorkeuren en stijlen helemaal kent. Wie dat uitvindt komt komende kredietcrisis ook wel door…

Twitter in je feedreader

twitter bird

Ik heb gelukkig niet al de 10 kenmerken van een twitter verslaafde maar ook ik bemerk dat tectonische aardverschuivingen in mijn leven gewoon tussen lekker-wijntje-berichten staan.

In het begin gebruikte ik de Twitter site zelf om te lezen en te posten. Later hellotxt om naar meerdere platforms te microbloggen. Lezen deed ik ondertussen met Twhirl. Omdat de mobiele variant van hellotxt raar doet op mijn Blackberry, schoof ik ondertussen door naar Ping.fm want die post ook naar Brightkite. Zodat tweets ook nog eens een keer aan mijn locatie gebonden worden.

Ondertussen nam het aantal mensen dat ik volg toe. Ik zit nu op 55. Dat valt eigenlijk niet meer te lezen met de meeste clients. Zonder veel te hoeven terugbladeren. Zeker niet met de site van Twitter zelf. Toch wil ik als junkie alles wel volgen. Toen dacht ik: geen betere scanner dan Google Reader. Elke gebruiker op Twitter heeft tenslotte een feed. Maar per stuk gaan volgen is ook zo veel werk. Voor het bulk exporteren van feeds is er het bestandsformaat OPML. Dus vandaar deze ‘hack’:

  • Log eerst op de site van Twitter in.
  • Ga naar Sminkybang
  • Klik op de link “Create twitter OPML”
  • Op de een of andere automagische manier komt er een tekstvak met al je feeds. Kopieer deze.
  • Plak het in notepad of zo en sla het op als twitter.opml
  • Open Google Reader of een andere reader die OPML import kan doen.
  • Importeer OPML.
  • In Google Reader kun je filteren op trefwoorden. In dit geval alles dat begint met “Twitter”.
  • Ken eventueel een tag er aan toe, zodat Tweets apart blijven van blogs die je volgt.

Ik besef wel dat dit alleen handig is bij een initiele import. Elke volgende persoon die ik volg, zal alsnog apart toegevoegd moeten worden aan Reader. Happy tweeting!

TV gids in je RSS reader

Voor de downloaders en iTuners onder ons: het is nogal lastig om bij te houden wanneer er wat wordt uitgezonden, of je moet een Amerikaanse TV-gids hebben. Ik heb zelf al zo’n 3 jaar geen televisie meer (sinds onze dochter die van het nachtkastje duwde) en dat bevalt goed, zelfs het signaal hebben we laten afsluiten. Ik raak geen tijd kwijt aan zappen naar dingen die me niet interesseren, nieuws en actualiteiten zijn online prima te bekijken, en tv series zijn te downloaden. Een groot scherm als “TV” is even wennen, maar werkt prima.

Blijft over: wat wil ik zien? Beetje rondgekeken op sociale sites zoals Tioti en Next-Episode. Daar kun je een profiel aanmaken met series die je wilt volgen. Maar myTVRSS is nog eenvoudiger: series aanvinken, en de site levert een feed op die alle afleveringen in beeld brengt. Je kunt dus niet een week van te voren inkijken, maar als je eenmaal een serie volgt, dan melden de afleveringen zichzelf.

Lifestream

lifestreamblog

Ik ben al een tijdje aan het experimenteren met een eigen lifestream, eerst op wwww.joeldebruijn.nl en nu ook op wwww.blogisch.nl.

Het zit redelijk egocentrisch in elkaar: alles dat ik achterlaat op het web èn dat via RSS te volgen is, wordt automatisch geïmporteerd. Eenmaal werkend, heb je er ook geen omkijken naar. Het volgt me automatisch en zet alles achter elkaar als een soort dagboekje. Op het eerste gezicht is een lifestream van een ander vaak onduidelijk. Logisch eigenlijk, vanwege het egocentrische karakter, snapt alleen de eigenaar van de lifestream zelf waarschijnlijk alles. Behalve leuk, heb ik gewoon de sterke drang om allerlei activiteit vast te leggen, voor later.

Hoe heb ik het gebouwd:

Identiteit
Eerst je online identiteiten verzamelen: del.icio.us, last.fm, blogs, twitter, cocomments en verder elk social netwerk (met een via rss te volgen profiel).

Infrastructuur
Al mijn domeinen draaien op mijn "grassroots-servertje". Op www.dootall.nl maak ik een (sub)domeintje aan. In dit geval wwww. (Wie, Wat, Waar, Wanneer). Voor mij als thuishoster lekker flexibel. Overigens zijn er op Lifestreamblog allerlei gratis lifestream-websites te vinden die het voor je willen regelen.

Applicaties
– Eerst het standaardwerk: MySQL database-je, WordPress in een directory etc.
– Om automatisch mijn feeds te importeren gebruik ik Charles Johnson’s FeedWordPress. Deze importeert feed-updates als postings in je blog. Dit is eigenlijk de automaat die er voor zorgt dat je er geen omkijken naar hebt.
– Om er vervolgens een mooi icoontje aan te hangen, gebruik ik de Category-Icon plugin.
– In de wordpress template sloop je er vervolgens de content van de post zelf uit: van de feeds is vaak de titel voldoende. Bijvoorbeeld een twitter-feed, geeft al in de titel de twitter inhoud zelf. Als ik via de archief functie een item bekijk krijg wel de volledige content.

Daarna is er alleen onderhoud nodig: als ik ergens een account aanmaak, dan moet ik gelijk de bijbehorende rss feed in de automaat hangen. De eerder genoemde Lifestreamblog geeft veel verdere uitleg, vergelijkingen, voorbeelden en hulp.

Overigens zie ik ook een onderwijslogistieke toepassing: je kunt in een lifestream iemand volgen, mits er zoveel mogelijk online wordt vastgelegd. Als een student niet meer in een "old-skool" rooster zit, hoe houdt je dan als coach of begeleider bij wat hij allemaal uitspookt… Conceptmatig is er een grote overeenkomst tussen logboeken waarin iemand toont wat hij allemaal doet en lifestreams.

Voorlopig blijf ik mezelf echter maar volgen…

Web 2.0 maakt je dommer?

ikkanallestegelijk

Ik kwam op een blog van Tim Berry een post tegen over een neurologisch onderzoek naar hersenactiviteit gedurende multitasken. Het verwijst uiteindelijk naar een artikel waarvoor een inlog nodig is…

Blijkbaar leidt het simultaan verwerken van allerlei visuele input tot stress, dat op de scans is terug te zien. Quote:

“Multitasking messes with our brains in several ways. At the most basic level, the mental balancing acts that it requires—the constant switching and pivoting—energize regions of the brain that specialize in visual processing and physical coordination and simultaneously appear to shortchange some of the higher areas related to memory and learning.”

Oftwel in steenkolen Nederlands: het voortdurende omschakelen en herfocussen kosten energie voor die gedeeltes van de hersenen die zich specialiseren in het verwerken van visuele input en fysieke coördinatie. Tegelijkertijd levert dit een kortsluiting op in de andere gebieden voor geheugen en leren…